Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Staatsinrichting van Nederland

No description
by

Marieke Izelaar

on 20 September 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Staatsinrichting van Nederland

Staatsinrichting van Nederland
1. Politieke stromingen in de negentiende eeuw
Willem I komt naar Nederland vanuit Engeland. Nederland wil een koning. Willem I wil koning zijn van een land en daar de baas spelen.
Nederlandse rijken willen wel dat er grondwet komt, maar Willem I zorgt ervoor dat hij veel macht heeft. Hij is eigenlijk de baas.
In Europa zijn ze ontevreden: revolutie overal in 1848. Opvolger Willem II beslist dat hij een nieuwe grondwet laat maken door Thorbecke.
Thorbecke zorgt ervoor dat er minder macht komt voor de koning en meer voor het volk.
Grondwet 1815
Grondwet 1848
Koning kiest Eerste Kamer
Koning mag wetten maken, en ministers als ze het met de koning eens zijn.
Tweede Kamer wordt gekozen door vrienden van de koning (bestuur Provincies).
Kortom: koning heeft meeste macht
Wetten gemaakt door Tweede Kamer of ministers
Volk stemt op Provinciale Staten, zij kiezen Eerste Kamer (indirect gekozen).
Volk kiest Tweede kamer (direct gekozen).
Kortom: volk heeft meeste macht door stemrecht (1.)
Daarnaast komt er in 1848:
Vrijheid van godsdienst
Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van onderwijs
recht op vereniging en vergadering
3. Ministers leggen verantwoordelijkheid af aan de Tweede Kamer =
ministeriële verantwoordelijkheid
4. Koning is
onschendbaar
(Minister is verantwoordelijk voor de koning).
Parlement of Staten-Generaal
= Eerste en Tweede Kamer samen
Ministers zijn de personen die regeren
2. Meer
grondrechten
voor iedereen:
http://www.hetklokhuis.nl/algemeen/het%20klokhuis%20maakt%20geschiedenis/Grondwet
Tussen 1850 en 1900 waren de
Liberalen
de grootste. Zij zijn voor
vrijheid
. Vrijheid van economie en handelen, maar ook van meningsuiting. Thorbecke is bekendste liberaal
Socialisten
willen dat overheid zich bemoeit met economie, want arme mensen hebben geen kans. Revolutie moet gewone volk macht geven en dan is iedereen echt
gelijk
.
Domela Nieuwenhuis is eerste socialist in de kamer. Niemand wil met hem praten, dus hij gelooft niet meer in democratie.
Troelstra blijft proberen kiesrecht voor arbeiders te krijgen. Richt SDAP op.
Confessionelen doen alles vanuit het (christelijk) geloof. Twee type:
1. Protestanten. Abraham Kuyper (ARP) komt op voor kleine luyden, alle mannen moeten kiesrecht.
2.Katholieken. Schaepman wil dat ook katholieken aandacht krijgen. Richt de RKSP op.
Tot 1896 mogen alleen rijke mannen stemmen (
censuskiesrecht
). Daarna iedere man die belasting of veel huur betaalden of kon lezen en schrijven of veel spaargeld hadden of een hoog loon. Dit dankzij de socialisten en confessionelen.
Nederland is een parlementaire democratie geworden: Burgers kiezen het parlement
Districtenstelsel (tot 1917)
De Tweede kamer had 100 zetels, uit elk district (gebied) mocht 1 kamerlid komen (NL had dus 100 districten).
Elk district hield verkiezingen. Degene met de meeste stemmen in het district won. Had je één stem minder dan de winnaar, dan kwam je niet in de kamer.
Door het districtenstelsel maakte kleine partijen geen kans. Soms was het zelfs zo dat de partij waarop het meeste gestemd was, niet in de kamer mocht.
2. Meer inspraak
https://play.kahoot.it/#/?quizId=3078f2ff-40f9-431d-b6c4-9fcbef5042dd&user=Izelaar&token=c938ecce-930e-481e-9e63-026ce14bbb24
Streven naar gelijke rechten =
emancipatie
. Kuyper, Schaepman en Troelstra doen dit voor de armere bevolking.
Om volk beter aan te spreken richtte elke stroming ook eigen kranten en vakbonden op,
verzuiling
ontstond al snel. Je ging niet meer om met mensen uit andere zuilen, trouwen was al helemaal verboden.
Vier zuilen: protestanten, katholieken (= samen de confessionelen), socialisten en liberalen. Liberalen vonden zichzelf geen zuil, zij waren neutraal, er was namelijk vrijheid van meningsuiting, dus zij waren niet zo streng.
Confessionelen willen graag dat godsdienst gegeven wordt op scholen, liberalen vinden dit onzin. Confessionelen beginnen
bijzondere scholen
, scholen met de bijbel.
Bijzondere scholen werden niet betaald door de overheid, de liberalen wilden dat niet subsidieren. Hierdoor moesten arme gezinnen naar de gratis openbare scholen.
Confessionelen zijn het hier niet mee eens:
Schoolstrijd
! Moet de overheid ook christelijke scholen gelijk maken aan openbare?
Vooral socialisten willen
algemeen kiesrecht
(alle mannen EN vrouwen).
Hiervoor moest de grondwet verandert worden (net als voor schoolstrijd). Hiervoor is 2/3 meerderheid nodig (67 zetels vd 100).
Dit kon alleen als meerdere partijen gingen samenwerken. Confessionelen willen bijzondere scholen, socialisten algemeen kiesrecht. Door op elkaars plannen te stemmen, lukte het:
Pacificatie van 1917
. (vrede Conf + Socialisten)
Troelstra
Kuyper
In de pacificatie wordt besloten dat:
1. Kiesrecht voor alle mannen van 23 jaar en ouder
2. Overheid betaald ook voor bijzonder onderwijs. (=
gelijkstelling bijzonder en openbaar onderwijs
)
3. Districtenstelsel vervangen voor
evenredige vertegenwoordiging
(elke stem is even zwaar, of je nu uit een grote of kleine gemeente komt, hebben we nu nog).
Vrouwen werken in fabrieken net zo veel als mannen, maar krijgen minder betaald. Is niet gelijk, dus socialisten vinden dit oneerlijk.
Wilhemina Drucker en Aletta Jacobs richten Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op. Onderdeel van
Eerste Feministische Golf
. Doel: kiesrecht ook voor vrouwen.
Liberalen zijn verdeeld over het onderwerp, maar stemmen in meerderheid voor.
Confessionelen zijn tegen: man is kostwinnaar, vrouw hoeft niet te kunnen stemmen, is ondergeschikt, heeft hier geen verstand van.
In 1917 krijgt vrouw passief kiesrecht (mag op gestemd worden) in 1919 actief kiesrecht (mag zelf stemmen). Dan is NL echt een parlementaire democratie.
3. Bestuur en Rechtspraak
Tweede Kamer heeft het
recht van initiatief
(ze mogen wetten maken), maar meestal doen de ministers dit.
Daarnaast mag de tweede kamer wetsvoorstellen wijzigen (
recht van amendement
). Maar ook gelijk goedkeuren of afkeuren.
Ook mogen ze een minister ter verantwoording roepen op het moment dat ze denken dat hij iets fout heeft gedaan (
recht van interpellatie
).
Het
recht van enquête
betekent dat mensen ondervraagt mogen worden om iets tot op de bodem uit te zoeken.
Bij het controleren hoort ook de controle op de uitgaven van ministers: het
budgetrecht
.
De Eerste Kamer mag geen wetten maken, ze mogen ze alleen goedkeuren of afkeuren. Zij hebben de taak te controleren of wetten van de Tweede Kamer niet tegen de grondwet zijn.
Als de Eerste Kamer een wet goedkeurt, zet de koning zijn handtekening en is de wet geaccepteerd.
De Eerste Kamer heeft ook het recht van interpellatie, het recht van enquête en het budgetrecht.
De Eerste Kamer heeft hiermee alleen maar de
controlerende macht
(gaat alles goed?). De Tweede Kamer heeft de controlerende macht, maar ook een
wetgevende macht
(het bedenken van wetten).
Ministers hebben de
uitvoerende macht
, zij moeten zorgen dat de wetten worden nageleefd.
Regering: koning en ministers
Kabinet: ministers en staatssecretarissen
Staatssecretaris: hulpje van minister
Referendum
: via een volksstemming volk om mening vragen. (bijv Laatste referendum ging om Oekraïne over associatieakkoord: wel of niet handelen met Oekraïne).
Referendum mag regering vragen sinds 2001 en kan bindend (regering MOET luisteren) of raadgevend (regering MAG luisteren) zijn.
Rechters moeten controleren of regering en parlement zich aan de regels houden. Zij hebben de
rechterlijke macht
. Overtreedt er iemand een regel, dan is er een gepaste straf.
In een rechtsstaat zijn wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zo veel mogelijk gescheiden.
Kenmerken rechtsstaat:
1. Alle burgers zijn voor de wet gelijk
2. Er zijn
onafhankelijke rechters
. Overheid mag zich niet bemoeien met rechtspraak en rechters niet met het beleid van de regering.
Overheid: Bestuur van het land, Provinciale Staten, gemeenten. Kortom (bijna) alles dat iets doet met de politiek en het besturen van Nederland.
3. Je mag niet zomaar een straf krijgen, er moet bewijs zijn en het moet tegen de wet zijn wat je deed.
4. Ook rechters en bestuurders moeten zich aan de wet houden.
De grondwetten zijn de belangrijkste wetten van het rechtssysteem. Er zijn twee soorten grondrechten:
1.
Klassieke grondrechten
, gemaakt door Thorbecke. Dit zijn rechten over leven in vrijheid en democratie. Burgers worden beschermd tegen de overheid.
2.
Sociale grondrechten
, gemaakt na 1960 omdat mensen recht op bestaanszekerheid moesten hebben: recht op goed dak boven je hoofd, genoeg inkomen, opleiding, medische verzorging. Kortom: bepaalde luxe
https://play.kahoot.it/#/?quizId=81ad7544-1af2-4eb8-ab78-4a7f301ae7ae
https://play.kahoot.it/#/?quizId=15d113dd-897d-4785-acee-c7cacda45b89
5.2.3 Europese Samenwerking
Na WOII lag Europa in puin. In ruil voor geld moest er samenwerking komen. Met deze reden wordt EGKS opgericht. Deze Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal is een samenwerking tussen kolen- en staalfabrieken.
In EGKS gingen Frankrijk en West-Duitsland, vijanden uit WOII samenwerken. Dit garandeerde de vrede.
EGKS en EEG worden bij elkaar gevoegd tot de EG (Europese Gemeenschap). In 1992 wordt de EG de EU.
Door succes EGKS wordt de EEG opgericht: Europese Economische Gemeenschap, samenwerking waardoor handelen zonder belemmeringen kan.
6.2 De wereld wordt kleiner
EU is bedoeld om handel makkelijker te maken en te kunnen concurreren met oa VS. Hierdoor geen importbelasting tussen de landen die lid zijn.
Voor ex-communistische landen interessant om lid te worden van EU (want is economisch sterk). Er waren wel eisen:
1. Democratisch zijn
2. Vrije markteconomie hebben
3. Minderheden mogen niet onderdrukt worden
Ook invoering Euro in 2002 moet samenwerking beter maken. Vooral handig voor vakanties, maar ook gevaarlijk want als een land domme investeringen doet (bv Griekenland/Spanje) heeft iedereen daar last van.
Raad van ministers: regeringsleiders en ministers van alle landen bij elkaar. Zij maken beslissingen.
Europese Commissie: Regering van de EU. Controle of landen zich aan de afspraken houden en doet voorstellen voor regels en wetten.
Europees Parlement: controle op de EC. Zij mogen voorstellen van EC ook veranderen.
Iedereen is Parlement is net als in NL verenigd via partijen. Deze partijen zijn liberaal, socialistisch, christendemocratisch of groen. Alle landen zitten door elkaar in die partijen.
Angst voor invloed EU zie je in tegenstemmen bij oa Oekraïne referendum en de Europese Grondwet.
Globalisering = economie van verschillende landen is verbonden met elkaar (een wereldeconomie)
Full transcript