Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

sov 1.2

No description
by

Patrick van Koulil

on 26 June 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of sov 1.2

SOV 1.2
intakegesprek
slechtnieuwsgesprek
adviesgesprek
kritiekgesprek
probleemoplossendgesprek
standaardstructuur
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.
Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?

A. Aanloopfase:
In deze fase vindt de opening van het gesprek plaats
- begroeten
- kennismaken
- social talk
- positieve sfeer neerzetten

B. Planningsfase:
In deze fase worden afspraken gemaakt over hoe het gesprek gevoerd gaat worden.
- aanleiding van het gesprek noemen
- vanuit welke rol of deskundigheid wordt het gesprek gevoerd.
- Doelen van het gesprek
- randvoorwaarden aangeven: tijd, geheimhouding, verslaggeving etc.
- structuur van het gesprek aangeven.

C. Themafase:
Het eigenlijke gesprek. De inhoud verschilt per gesprekssoort

D. Slotfase:
Dit is de afronding van het gesprek. Aan de orde komen
- Inhoud samenvatten en controleren of de ander het eens is met deze samenvatting.
- Afspraken samenvatten en controleren of de ander het ermee eens is.
- Eventueel de afspraken vastleggen.
- Eventueel vervolgafspraak maken en afscheid nemen
voorwaarden voor een effectief gesprek
Een goed gesprek dient aan de onderstaande voorwaarden te voldoen:
-een goede houding van de gespreksleider (echtheid, waardering, empathie)
-een goede voorbereiding, opbouw en afsluiting van het gesprek
-een goede sfeer (in overeenstemming met het doel van het gesprek)
-goede gespreksvaardigheden van de gespreksleider
Een goede gespreksleider dient over de volgende vaardigheden te beschikken:
-Een correcte luisterhouding (open, belangstellend, betrokken, accepterend)
-Goede contactuele- en communicatieve vaardigheden
-Actief luisteren
-Op de juiste manier leiding geven aan het gesprek
-De juiste vragen stellen
-Samenvatten
-Beheersen van de verschillende gespreksvormen
Gespreksvaardigheden van de gespreksleider
valkuilen
De onderstaande fouten dienen zo veel mogelijk vermeden te worden:
-Bagatelliseren
-Foutief interpreteren
-Diagnosticeren
-Moraliseren
Format Intake gesprek
Algemene gegevens:
Naam :
Achternaam :
Leeftijd :
Groep :
Datum :

1. Kennismaking
- Welkom;
- Op gemak stellen;
- Uitleggen wie ik ben en wat ik doe.

2. Introductie
- Doel van het gesprek duidelijk maken;
- Uitleggen hoeveel tijd er voor dit gesprek is;
- Mededelen dat je dingen noteert en wat je hiermee gaat doen;
- Vragen of je het gesprek mag opnemen en vertellen waarvoor het is.

3. Probleemverkenning
- Waarom heb je contact met mij opgenomen?
- Waar loop je tegenaan en wanneer loop je er tegenaan?
- Speelt het probleem al lang?
- Wanneer is het begonnen?
- Op welke manier en in welke situatie?
- Hoe denk je dat het probleem veroorzaakt wordt?
- Zijn er bepaalde gebeurtenissen (in het verleden) die een relatie hebben op jouw probleem? (Doorvragen)
- Wat heb je zelf al geprobeerd om het probleem aan te pakken?

4. Beleving van de situatie
- Heb je veel last van het probleem?
- Hoe reageren anderen op jou m.b.t. jouw probleem?
- Hoe gaan de docenten hiermee om?
- Hoe gaat je omgeving hiermee om? (Denk aan: gezin, familie, vrienden)
- Van wie krijg je steun?

5. Omgeving
- Hoe is je thuissituatie? (Band met gezin, woonsituatie, gezinssamenstelling)
- Heb je een bijbaantje? Hoe gaat dat?
- Heb je veel sociale contacten? (Vrienden, sport, familie)
- Waar besteed je, buiten school, je tijd aan?

6. Doelstellingen en behoeften
- Wat zou je graag zien veranderen? (Doel)
- Hoe wil je dat aan gaan pakken?
- Wat wil je dat mijn rol hierin is?

7. Afsluiting
- Samenvatting geven, checken of het klopt;
- Is er iets wat je me nu nog wilt vertellen?
- Heb je nu nog vragen? (Eventueel contact opnemen)
- Afspraken maken/ vervolgafspraak maken;
- Hoe heeft u het gesprek ervaren?
- Bedanken voor het gesprek en afspraak herhalen.
Basis gesprekstechnieken
situatie: Leraar spreekt collega leraar aan
.

A: Ik wilde je wat vertellen.
B: Dat kan.
A: Ik weet niet zo hoe ik moet beginnen. Er zijn zo van die dingen die je niet makkelijk zegt en eh die dan bepaalde reacties teweeg kunnen brengen.
B: Ja?
A: Eh ja, maar die moet je dan in een bepaalde situatie bezien en misschien ook beter niet zeggen, dal denk ik toch dat ze gezegd moeten worden. Begrijp je wat ik bedoel?
B: Nee, ik heb liever dat ze me iets rechtstreeks vertellen, al dat gepraat achter mijn rug ...
A: Dus je bent iemand die het meteen direkt wil horen?
B: Ja
een voorbeeld...


gesprek waarin een negatieve boodschap overgebracht wordt, met als resultaat:

het slechte nieuws is duidelijk voor de ontvanger (kennis)

(eventueel: zender en ontvanger bedenken een oplossing (kennis)

de ontvanger voelt de betrokkenheid van de zender (houding)

de ontvanger heeft kunnen reageren (houding)

eventueel: probleem wordt opgelost (gedrag)
Slechtnieuwsgesprek
Aanloopfase
korte begroeting
Planningsfase
inleidende zin

Themafase
slechte nieuws direct en duidelijk overbrengen
begrip tonen voor emoties
samen zoeken naar oplossingen
praktische hulp aanbieden

Slotfase
afscheid nemen
Slechtnieuwsgesprek
Enkele aandachtspunten:
bereidt het gesprek goed voor
luister actief naar de ander (leef je in!)
probeer de emoties te begrijpen (houdt oog voor de non-verbale signalen)
Slechtnieuwsgesprek
Enkele valkuilen:
boos worden op de agressie van de gesprekspartner
bagatelliseren
jezelf verdedigen
jezelf als slachtoffer presenteren (jij moet immers het slechte nieuws vertellen)
te snel met een oplossing komen
tot 'onderhandeling' over gaan
Gespreksleider: groepsleider in een jongerencentrum
Cliënt: jongere

De groepsleider verteld de jongere dat hij niet langer welkom is in het jongerencentrum omdat hij een aantal regels heeft overtreden. Hij is hier al een keer voor gewaarschuwd, maar hij vind dit toch oneerlijk.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider op een zorgboerderij
Cliënt: werknemer op een zorgboerderij

De groepsleider verteld aan de cliënt dat het uitje naar de kaasmakerij in het dorp verderop niet meer doorgaat. Ze hebben geen vervoer kunnen regelen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider in een verzorgingshuis
Cliënt: oudere

De cliënt is vandaag jarig en verwacht haar twee zoons op visite. Door een sneeuwbui kan één van de zoons echter niet komen. Dit gaf hij net telefonisch aan jou door. Nu moet je het nog aan de cliënt vertellen.

Gespreksleider: groepsleider bij een sociale werkplaats
Cliënt: werknemer bij de sociale werkplaats

De groep waarin deze cliënt werkt heeft nu al een aantal keer bij jou geklaagd. De betreffende cliënt heeft namelijk niet zo’n prettige lichaamsgeur. De groep vindt het erg lastig om dit te vertellen. Nu hebben ze jou gevraagd om dit te doen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Groepsleider: activiteitenbegeleider op een DAC (dag activiteiten centrum)
Cliënt: een jongere met een licht verstandelijke beperking

De groep waar jij op werkt doet veel productiewerk (schroefjes inpakken, brieven in enveloppen doen). De cliënt wil al heel lang naar de houtbewerkingsgroep toe en heeft dit onlangs bij jou aangevraagd. Nu is de houtbewerkingsgroep vol, jij moet aan de cliënt vertellen dat hij het komende halfjaar op deze groep zal moeten blijven.


gesprek waarin een negatieve boodschap overgebracht wordt, met als resultaat:


het probleem van de adviesvrager is duidelijk (kennis)

de adviseur geeft een duidelijk advies (kennis)

de adviesvrager is tevreden met het advies (houding)

de adviesvrager volgt het advies op (gedrag)
Adviesgesprek
Aanloopfase
begroeting en social talk
Planningsfase
rollen, doel en werkwijze bepalen

Themafase
probleem laten formuleren
probleem nader onderzoeken
advies samen formuleren
advies onderbouwen

Slotfase
tevredenheid peilen
afsluiten
Adviesgesprek
Enkele valkuilen:
advies geven als je niet deskundig bent
diagnosticeren
de adviesgever geeft zijn persoonlijke voorkeur
Enkele aandachtspunten:
zoek naar eventuele achterliggende problemen
geef advies vanuit de adviesvrager
als je te weinig informatie hebt moet je dit eerst inwinnen
als je niet deskundig bent verwijs je door
Adviesgesprek
Casussen Adviesgesprek

Gespreksleider: groepsleider in een jongerencentrum
Cliënt: jongere

Een van de jongeren verteld jou als groepsleider dat hij bijna van school gestuurd is omdat hij zijn huiswerk en verslagen niet maakt. Hij vraagt jou nu om je te helpen met het verzinnen van een oplossing. Wat voor advies geef je hem/haar?

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider op een zorgboerderij
Cliënt: werknemer op een zorgboerderij

Een cliënt op de zorgboerderij komt aan het einde van de dag bij je. Hij wil eigenlijk wel eens een keer ander werk uitproberen, maar weet niet zo goed hoe hij dit aan moet pakken. Hij vraagt jou om advies. Wat voor advies kan je hem geven?

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider in een verzorgingshuis
Cliënt: oudere

Een van de cliënten wordt binnenkort 100 jaar oud. De familie verwacht een groot feest, maar de cliënt zelf ziet dit niet zo zitten. Ze vraagt jou als SAW’er om advies. Welk advies geef je?
Casussen Adviesgesprek

Gespreksleider: groepsleider in de gehandicaptenzorg
Cliënt: licht verstandelijk gehandicapte van ongeveer 20 jaar

De fiets van Ronald is gestolen. Hij heeft gister met behulp van jou aangifte gedaan. Hij vraagt nu of hij een nieuwe fiets moet kopen of een tweedehandse. Het dagactiviteitencentrum waar hij naar toe gaat, is 10 minuten vanaf een bushalte.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: slb docent
Cliënt: student

De student is erg aan het twijfelen of hij hier bij SAW wel op de goede opleiding zit. Hij wil wel wat met mensen doen, maar heeft zijn twijfels. Wordt het anders eenmaal in stage of kan hij beter nu een andere opleiding op het Deltion doen?

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider
Cliënt: jonge bewoner (doelgroep mag je zelf bedenken)

Cliënt vindt dat zijn moeder hem altijd zo uithoort en adviezen geeft. Hij heeft vorige keer op weekend in eerlijkheid verteld, dat hij verliefd is en een afspraakje naar de film heeft gemaakt. Ondertussen is het aan. Hij wil dit weekend weer naar zijn ouders, maar is bang om weer uitgehoord te worden. Liegen wil hij echter ook niet of boos worden, want zijn moeder meent het toch zo goed.


Gesprek waarin iemand zijn afkeuring of ongenoegen uit over het gedrag van de ander, met als resultaat:


de kritiek is helder voor de kritiekontvanger (kennis)

er zijn oplossingen bedacht (kennis)

de kritiekontvanger staat open voor de kritiek (houding)

de kritiekontvanger is bereid zijn gedrag te veranderen (gedrag)
Kritiekgesprek
Aanloopfase
korte begroeting
Planningsfase
aanleiding van gesprek noemen
rollen, doel en werkwijze bepalen

Themafase
kritiek direct en duidelijk zeggen
beiden oplossingen bedenken

Slotfase
afspraken maken
afsluiten
Kritiekgesprek
Blz 215
Blz 213
Enkele aandachtspunten:
gebruik de 'situatie-gevoel-gevolgmethode'
de kritiekontvanger kan ' verkeerd' reageren op de kritiek en de kritiekgever vervolgens bekritiseren
laat de ander reageren op de kritiek (luister hier echt naar)
vat de afspraken samen aan het eind van het gesprek. Leg deze vast
sluit positief af
Valkuil:
alleen de kritiek geven, geen tweegesprek voeren
Kritiekgesprek
Gespreksleider: groepsleider in een verzorgingshuis
Cliënt: oudere

Je werkt op een gesloten afdeling van een verzorgingshuis. Op die afdeling woont Annie, een oudere dame die soms wel eens wat in de war is. Afgelopen dinsdag was ze dat ook weer. Ze wilde graag een stuk taart gaan halen omdat haar twee zussen op bezoek kwamen. Haar zussen leven echter niet meer en toen ze aan een van je collega’s vroeg of ze haar van de afdeling af wilde laten reageerde deze collega erg nukkig en liep weer verder. Nu heeft deze collega aan jou gevraagd om feedback te geven op haar manier van werken. Je hebt besloten om dit moment aan te grijpen om dit voorval te bespreken en haar feedback te geven op haar handelen.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: klassen assistent in het voortgezet speciaal onderwijs
Cliënt: scholier in het Voortgezet speciaal onderwijs

Je werkt op een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Op die school begeleid je een student, Joris, met het plannen en maken van zijn taken. Afgelopen woensdag had je een afspraak met hem en toen is hij niet op komen dagen. Je baalt hier enorm van want hij heeft heel vaak zijn spullen niet voor elkaar. Zo kan je in de begeleiding met hem niets bereiken. Je heb nu weer een afspraak met Joris en je hebt besloten om hem hiermee te confronteren.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gespreksleider: groepsleider in DAC (dag activiteitencentrum)
Cliënt: jongere met een verstandelijke beperking

Je bent werkzaam op een dagactiviteitencentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Op jou groep zit Nicky. Nicky wordt op vrijdagmiddag altijd door zijn vader opgehaald om iets leuks te gaan doen. Daar kijkt hij altijd erg naar uit. De vader van Nicky is een erg luidruchtige en overenthousiaste man die je altijd van verre hoort aankomen. Hij is vaak zo druk aanwezig dat de andere cliënten op de groep wat onrustig worden Elke week op vrijdagochtend is er al wat spanning in de groep. Je hebt met je collega’s afgesproken dat je de volgende keer als vader weer langskomt hem even apart neemt en hem vraagt voortaan zijn gedrag wat aan te passen.
casussen (1)
Daan werkt bij de sociale recherche en moet aan meneer Tuin gaan vertellen dat hij het komende halfjaar wordt gekort op zijn uitkering. Uit onderzoek blijkt namelijk dat meneer Tuin naast zijn uitkering, ook nog zwart bijverdient als metselaar.
Karin is stagiaire in een verzorgingshuis. Een van haar collega's, Ans, maakt haar altijd enorm zenuwachtig. Als Karin iemand aan het helpen is geeft ze vaak commentaar dat ze het niet goed doet. Ze vind het niet erg dat ze feedback krijgt, maar ze heeft liever dat Ans dat wat positiever verteld. Ze gaat hierover in gesprek.
Als onderwijsassistent begeleidt Janneke een van de leerlingen (Bas) op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Bas heeft vaak zijn schoolspullen niet bij zich. Zijn ouders zijn nu een halfjaar uit elkaar en soms liggen zijn boeken bij zijn moeder en soms bij zijn vader. Bas heeft een gesprek met Janneke aangevraagd. Hoe moet hij nu verder met school?
casussen (2)
Miriam werkt in de kinderopvang. Een van haar collega's is altijd erg streng naar de kinderen toe. Ze verzint er allemaal regels bij waar de kinderen niets van begrijpen. Miriam besluit om haar hier op aan te spreken.
Peter is een stagiaire binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Zijn stage is bijna afgelopen, maar gelukkig hebben ze hem aangeboden om in de vakantie daar als invalkracht aan de slag te gaan. Peters leidinggevende moet echter bezuinigen en moet Peter vertellen dat dit toch niet door kan gaan.
Ruben werkt op een praktijkschool. De school gaat over een maand skieën en er zijn nog een aantal plaatsen over. John, een van de leerlingen, heeft er nog een hele week over nagedacht en besluit om toch mee te gaan. Ruben is te enthousiast en zegt dat dit nog kan, maar hij weet niet dat de plekken inmiddels al bezet zijn. Ruben moet John vertellen dat hij niet mee kan.


Een gesprek over een (sociaal-emotioneel)probleem, met als resultaat:

het is duidelijk wat het probleem is (kennis)

er zijn oplossingen bedacht (kennis)

er is motivatie om het probleem op te lossen (houding)

de betrokkenen gaan werken aan de oplossing (gedrag)
Enkele valkuilen:
voor het gesprek al een oplossing bedacht hebben
te snel (en zelf) met een oplossing komen
advies geven
niet genoeg doorvragen
Probleemoplossend gesprek
Probleemoplossend gesprek
Probleemoplossend gesprek
aanloopfase:
begroeting en social talk
planningsfase:
rollen, doel en werkwijze bepalen
themafase:
probleem beschrijven
probleem onderzoeken
oplossingen bedenken
slotfase:
tevredenheid peilen
eventueel een nieuwe afspraak maken
afsluiten
Enkele valkuilen:
(in de themafase) kom tot overeenstemming over wat nu het probleem is
als dit duidelijk is, ga onderzoeken of de client al een (mogelijke) oplossing heeft.
geef ruimte aan de gevoelens (maar je hoeft je client niet aan het huilen te helpen).
Gespreksleider: groepsleider in woonvorm
Cliënt: Rik of Anneke

Je bent groepsleider op een groep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Op de groep gelden een aantal regels waaronder de regel dat je geen relatie mag hebben met een andere bewoner/bewoonster op dezelfde groep. Rik is een van de jongeren op de groep en hij heeft deze regel overtreden. Hij heeft namelijk, stiekem, een relatie met Anneke. Via de ouders van Anneke ben jij er achter gekomen dat dit speelde. Doordat Anneke en Rik veel samen optrekken, plaatsen ze zich helemaal buiten de groep. De groep begrijpt niet wat er aan de hand is. Hoe dit nu verder moet bespreek je met Rik of Anneke.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hulpverlener: groepsleider op een woongroep
Cliënt: een jongen van 15 met gedragsproblemen

Je bent een jongen (15) en je hebt ontzettend veel last van het feit dat je erg verlegen bent. Vooral in grote gezelschappen “klap” je helemaal dicht. Sinds kort woont er naast je ouders een nieuw gezin. In dat gezin zit ook een dochter van jou leeftijd. Je was op een klap verliefd, maar dit durf je haar niet te vertellen. Elk weekend ga je naar huis en je hebt weer een knoop in je maag. Stel dat je haar tegenkomt! Zou ze het doorhebben? Wat zou ze over je denken? Jij woont immers in een huis voor ‘ gestoorde jongeren.’ Wat moet je hier nu mee?
Marloes werkt op een AZC. De laatste tijd is haar collega, Mark, erg slordig met de raportages. Hij is constant te laat. Marloes besluit hem hier op aan te spreken.
Arnoud is onderwijsassistent op een basisschool. Op een dag komt er een moeder bij hem om te vragen wat zij moet doen tegen de kinderen die haar dochter pesten.
casussen (3)
De groep waarin deze cliënt werkt heeft nu al een aantal keer bij jou geklaagd. De betreffende cliënt heeft namelijk niet zo’n prettige lichaamsgeur. De groep vindt het erg lastig om dit te vertellen. Nu hebben ze jou gevraagd om dit te doen.
De groep waar jij op werkt doet veel productiewerk (schroefjes inpakken, brieven in enveloppen doen). De cliënt wil al heel lang naar de houtbewerkingsgroep toe en heeft dit onlangs bij jou aangevraagd. Nu is de houtbewerkingsgroep vol, jij moet aan de cliënt vertellen dat hij het komende halfjaar op deze groep zal moeten blijven.
Ruben werkt op een praktijkschool. De school gaat over een maand skieën en er zijn nog een aantal plaatsen over. John, een van de leerlingen, heeft er nog een hele week over nagedacht en besluit om toch mee te gaan. Ruben is te enthousiast en zegt dat dit nog kan, maar hij weet niet dat de plekken inmiddels al bezet zijn. Ruben moet John vertellen dat hij niet mee kan.
Full transcript