Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Laboratorium

No description
by

Sandra Pluimers

on 18 September 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Laboratorium

Laboratorium
fluor
en
feces
bloed
veilig
werken

urine
Veilig werken en verschillende laboratoria
- niet-kritisch
- semi kritisch
- kritisch
praktijkruimtes
schoonmaken
- eerst droog,dan nat
- van schoon naar vuil
- eerst hoog, dan laag
Doel van het laboratoriumonderzoek, kwalitatief, kwantitatief en semi- kwantitatief.
Kwalitatief onderzoek = het onderzoek naar een bepaalde stof. Is de stof aanwezig of niet. Een voorbeeld is de urinestick of de zwangerschapstest.
Kwantitatief onderzoek = naar de exacte hoeveelheid van een bepaalde stof. Een voorbeeld is het HB gehalte, deze wordt opgegeven in mmol/l. Ook Natrium en Kalium zijn voorbeelden van kwantitatief onderzoek deze worden ook weergegeven in mmol/l.
Semi-kwantitatief onderzoek = een schattig van de hoeveelheid van de aanwezige stof bv een dipslide/Uri cult maar ook een urine stick.

Nierfunctie proeven in bloed:
•Ureum
•Kreatinine
•Urinezuur
•Natrium
•Kalium
•Chloride
•Fosfaat

En in urine:
•Dichtheid (soortelijke massa)
•Sediment
•Eiwit

Schildklier functie in bloed:
•T3
•Vrije T4
•TSH
Reumatische aandoeningen in het bloed:
•BSE, CRP
•Leukocytendifferentiatie
•Streptokokkenonderzoek
•Urinezuur

Leverfunctie proeven in bloed:
•Alat of SGTP
•Asat
•LDL, HDL en triglyceride
(is vetopslag in het bloed)
•Bilirubine
•Alkalische fosfatase
•HBsAG (hepatitis B)

Anemieën in bloed:
•Ferritine
•Hb
•Ht
•Erytrocyten
•Cel constanten

Urine
urine algemeen
Kleur, geur en helderheid van urine:
Afwijkende kleuren zijn:
•Rood tot roestbruine kleur wijst op bloed in de urine
•Geelbruine kleur wijst op bilirubine in de urine.
•Melkachtig wit wijst op vetten in de urine.

Onderzoeken met urine door een doktersassistente
sticktest met urine
urinekweek
urine sediment
zwangerschapstest
verschillende laborataria
pathologisch lab.
cytopathologisch lab. : hier worden cellen onderzocht op afwijkingen. bv cervixuitstrijkje
histopathologisch lab. : hier wordt weefsel onderzocht op afwijkingen. ook wel biopten genoemd.
microbiologisch lab
. : hier wordt onderzoek naar bacteriën, parasieten, virussen, wormeieren. bv bloedkweek of bij een sepsis.
klinisch-chemisch lab.
: Hier wordt bloed onderzocht op een groot aantal bestanddelen. bv. eiwitten, enzymen, hormonen, zouten en afbraakprodukten.
hematologisch lab.
: hier wordt EDTA bloed onderzocht op afwijkingen in het bloed. bv. erytrocyten, leukocyten, trombocyten. ook worden hier de bloedgroepen bepaald en beenmergonderzoek.
persoonlijke hygiëne
kleding
haren
nagels /nagellak
wanneer handen reinigen
behandeling van wonden of contact met een wond
contact met bloed, urine, pus of ontlasting
contact slijmvliezen
natoilet bezoek, hoesten en het snuiten van de neus
Oligurie
polyuri
anurie
Urine opvangen voor onderzoek:
verse urine
ochtend urine
24 uurs urine
gewassen plas
midstream urine


•Bacteriën. Deze geven een egale troebeling. Dit noemen we bacterie-urie (nitriet);
•Epitheel cellen. Geeft een lichte troebeling veroorzaken een grijs-witte neerslag;
•Erytrocyten. Er kunnen zich stolsels in de urine bevinden, we noemen dit hematurie;
•Leukocyten. Deze geven een witte neerslag. Dit noemen we pyurie;
•Vet. Geeft een melkachtige witte troebeling aan. Dit noemen we lipurie;
•Onopgeloste zouten. Wanneer er spraken is van een witte neerslag dan kan dit afkomstig zijn van carbonaten, fosfaten, oxalaten en uraten(kristallen). Wanneer er sprake is van een roze neerslag, dan kan dit afkomstig zijn van uraten met kleurstoffen.

Troebeling van de urine
De geur van urine kan beïnvloed worden door verschillende voedingsstoffen (bv knoflook, asperges) en geneesmiddelen. Er zijn echter drie afwijkende geuren:

Deze opvallend sterke geur heeft in oude urine geen betekenis, maar in verse urine wijst dit op urineweginfecties. Het aanwezige ureum wordt door bacteriën omgezet in ammoniak.
Ammoniakale geur
rottings geur
Dit is de geur van rotte eieren die optreedt bij ernstige vorm van urineweginfecties en die veroorzaakt wordt door de vorming van zwavelwaterstof (H2S) dat afkomstig is van de ontleding van pus, bloed en afgestorven weefsel.
Aceton
Deze geur treedt op bij ernstige vormen van diabetes mellitus, hongertoestanden en bij overmatig alcoholgebruik. Het lichaam gaat vetten verbranden en die geven een ander afbraakproduct namelijk ketonen, waar aceton er één van is.
Osmose
Osmose is een vermenging van vloeistoffen via een half doorlaatbare of semipermeabele wand. Een semipermeabele wand kan bijvoorbeeld wel waterdeeltjes doorlaten maar geen eiwitdeeltjes. Er ontstaat dan aan weerszijden een verschillende toestand of anders gezegd het drukverschil binnen en buiten een cel is verschillend.
belangrijk
Belangrijk om te weten:
De watermoleculen verplaatsen zich van de
lage concentratie naar de hoge concentratie.
Dit is een feit.
De begrippen hypertonisch, hypotonisch en isotonisch hebben met osmose te maken. Erytrocyten hebben een semipermeabele wand. Als erytrocyten zich in urine bevinden dan ontstaat er osmose. Op de manier waarop waterdeeltjes zich verplaatsen kun je zien of een erytrocyt zich in een hypertonisch, hypotonisch of isotonische urine bevindt.
hypertonisch, hypotonisch en isotonisch

De concentratie van opgeloste stoffen in de urine is hoger dan de concentratie van de opgeloste stoffen in de erytrocyt. Waterdeeltjes verplaatsen zich van lage concentratie naar hoge concentratie. Dus het water treedt uit de erytrocyt. De cel verschrompeld en komt er bij microscopisch onderzoek uit te zien als een doornappel.  

een erytrocyt in een hypertonische oplossing
Een erytrocyt in een hypotonische oplossing:
De concentratie van opgeloste stoffen in de urine is lager dan de concentratie van opgeloste stoffen in de erytrocyt. Waterdeeltjes verplaatsen zich van lage concentratie naar hoge concentratie. Dus het water treedt in de erytrocyt. Deze gaat zwellen en kan zelfs gaan barsten. Als de cel barst ontstaat er hemolyse. Bij microscopisch onderzoek ziet de cel er dan uit als een hoedje dit noemen we delle.

een erytrocyt in een isotonische oplossing
Een erytrocyt in een isotonische oplossing:
Er is nu geen concentratie verschil van de opgeloste stoffen in de urine en in de erytrocyt. Men zegt dat de osmotische druk aan beide kanten van de celwand van de erytrocyt gelijk is. Er is nu evenwicht tussen de in en uittredende watermoleculen. Bij microscopisch onderzoek zal de erytrocyt intact blijven.

een erytrocyt in een hypotonische oplossing
normale urinekleurstoffen
Urochroom: afbraakproduct van hemoglobine en is geel van kleur
Urobiline: is ontstaan uit uribilinogeen. en is roodbruin gekleurd
Uro-erythrine: onoplosbare uraatkristallen en is steenrood van kleur.
in normale gevallen overweegt de urochroom kleur.
noteren uitslag urinestroken:
neg. of pos
sp. of spoortje
+ of -
gecompliceerde UWI:
zwangere
kind
man
diabeet
patiënt met koorts
Urinekweek bij een huisarts:
een urinekweek wordt pas gedaan als er bij andere onderzoeken niet duidelijk is geworden of er een UWI is.
als een behandeling van een UWI geen effect heeft gehad
vermoed wordt dat er sprake is van een gecompliceerde UWI
om te kijken voor wel AB de bacterie gevoelig is
Dipslide test of uricult:
deze proef biedt de mogelijkheid om snel enig inzicht te krijgen in het kiemgetal van de bacteriën, waardoor er snel de diagnose cystitis kan worden bevestigd.
het kiemgetal is het aantal bacteriën per 1 ml urine.
fout-positief en fout-negatief.
kader in boek blz. 94-96
erytrocyt

kleine ronde cellen zonder kern en met een dikke rand.
komen voor in drie vormen:
Donutvorm: de normale vorm
Delle / hoedjes: bij hypotonische druk
Doornappelvorm: bij hypertonische druk
leukocyten
dit zijn kleine cellen die groter zijn dan een erytrocyt. ze hebben ook een kern deze is gekorreld. Leukocyten lijken op een erytrocyt met een doornappelvorm en op kleine rondepitheelcellen. Tevens kan de kern van een epitheel cel weer op een leukocyt lijken.
Bacteriën
Dit zijn zeer kleine staafjes (bacillen) of bolletjes (kokken). Bacteriën worden geteld in het sediment. Bij het aantal per gezichtsveld groter dan 20 noem je het stampvol (sv). Je noteert in je s.o.e.p: sv pgv of als het aantal lager is 12 pgv.
Overig in het sediment
Plaat- en rond epitheel
Kristallen
Amorfe
Deze bestanddelen moeten worden vermeld in je s.o.e.p. en wel als weinig of veel
Overig in het sediment

Deze neem je waar maar worden niet genoteerd in de s.o.e.p.
Gistcellen
Slijmdraden
Zaadcellen(alleen melden bij jonge leeftijden)
Cilinders
Trichomonas Vaginalis
De uitslag
Voor een uwi geldt:
De aanwezigheid van 20 of meer bacteriën pgv.
De aanwezigheid van 10 of meer leukocyten pgv, vooral in combinatie met bacteriën.
De aanwezigheid van amorfe, epitheel geven verontreiniging aan van de urine.
klachten UWI
Pijn bij plassen
Vaak plassen
Buikpijn in onderbuik
Uitstraling naar rug of flank
Bloed bij de urine
Koorts
principe zwangerschaptest
Men laat een reactie plaatsvinden tussen het in de urine aanwezige HCG-hormoon en een anti-lichaam(anti-stof) tegen dit HCG-hormoon.
Algemene informatie HCG test
Met deze test kan door het bepalen van de hoeveelheid hCG in de urine een zwangerschap worden vastgesteld of uitgesloten.
Het hormoon hCG wordt gemaakt door de placenta.
Tijdens de zwangerschap zal de hoeveelheid hCG toenemen tot de tiende week. Daarna zal de hoeveelheid geleidelijk weer dalen tot de zestiende week, om de rest van de zwangerschap op een laag niveau aanwezig te blijven, tot enkele weken na de bevalling.
Handig om te weten
Uitvoering van de testen: Er zijn erg veel verschillende testen in de handel het is daarom erg belangrijk dat je vooraf de gebruiksaanwijzing goed door leest.
Vraag voor je het onderzoek gaat doen of een eventuele zwangerschap gewenst is.
In veel gevallen moet de test, als er geen medische indicatie is, door de patiënt zelf worden betaald.
Urine mag maximaal 48 uur bewaard zijn in een koelkast.
Als de uitslag niet duidelijk is moet de test na 48 uur herhaald worden.
Gebruik ochtend urine.
Als uitslag negatief is kan dit betekenen dat de test te vroeg is gedaan. Laat de test dan na 2 weken herhalen.
bloed algemeen

Bloed is een vloeistof die in het lichaam circuleert voor de verdeling van voedingsstoffen en de afvoer van overtollige stoffen van de stofwisseling.
functies van het bloed
•Transport van onder andere zuurstof, koolzuur, voedingsstoffen, afbraakstoffen, hormonen en water;
•Bescherming tegen binnen dringende micro-organisme en gifstoffen;
•Door de stollingsfactoren wordt het lichaam beschermd tegen bloedverlies;
•Stabilisering van de lichaamstemperatuur en de zuurgraad.

Stollingsproces

1. Bloedvat beschadigt;
2. Bloedvat vernauwt;
3. Samenklonteren van de bloedplaatjes
4. Fibrinedraden worden gevormd en zo een bloedstolsel.

Anemie
Een tekort aan hemoglobine heet anemie (bloedarmoede). Het gevolg van een tekort aan Hb is dat er minder zuurstof naar de weefsels vervoerd kan worden. Een gevolg hiervan is dat allerlei processen in de weefsels trager gaan verlopen. Het hart gaat bijvoorbeeld sneller werken om toch voldoende zuurstof aan te voeren.
Klachten:
Moeheid
Hartkloppingen
Duizeligheid
Hoofdpijn.
onderzoeken in het bloed
BSE
Cholesterol van het bloed
Glucose
HB
POCT

onderzoek en protocollen van het bloed
Nuchter:
Voor sommige bloedonderzoeken is het nodig om nuchter te zijn. Onder nuchter zijn wordt verstaan:
• Minimaal 8 uur voorafgaande aan de bloedafname niet eten of drinken ofwel vanaf 2400 uur de avond voor de afname mag er niet meer gegeten of gedronken worden;
• Alleen een beetje water is toegestaan (maximaal 2 glazen);
Als cliënt medicijnen gebruikt. Mogen deze met water worden ingenomen.


Een te laag Hb-gehalte kan veroorzaakt worden door:
• Bloedverlies
• IJzer tekort (Ferritine)
• Vit. B12 en foliumzuur tekort
• Versnelde afbraak van erytrocyten
• Slechte aanmaak van erytrocyten.

Vorm van de erytrocyt
Omdat hemoglobine en erytrocyten nauw met elkaar verbonden zijn is het logisch dat een gebrek aan hemoglobine (anemie) invloed heeft op de vorm van de erytrocyt. Naast het HB en HT wordt vaak ook de MCV bepaald.


Macrocyten (grote erytrocyten)
komen voor bij anemieën die veroorzaakt worden door:
• Vit B12 tekort;
• Foliumzuur tekort;
• Pernicieuze anemie;
• Leverziekten

Microcyten (te kleine erytrocyten) komen voor bij anemieën die veroorzaakt worden door ijzergebrek.
Normocyten (erytrocyten met een normale vorm)
komen voor bij anemieën die veroorzaakt worden door:
• Bloedingen;
• Beenmergaandoeningen;
• Chronische ziekten (nierziekte, tumoren);
• Schildklierziekte (hypothyreoïdie).

Microcyten
BSE
Onder bezinkingssnelheid erytrocyten (BSE) verstaat men de snelheid (in mm/eerste uur) waarmee erytrocyten in ontstolbaar gemaakt bloed onder invloed van de zwaartekracht in één uur naar beneden zakken in een pipet van 150mm lengte, die trilvrij dient te staan.
Verhoogde BSE
• Infectieziekte
• Infarcten
• Reumatische aandoeningen
• Tumoren
• Auto-immuunziekte
• Anemie
• Zwangerschap.

Stollingsproces bij bloedafname zonder antistolling:
1. Bloed komt buiten het lichaam
2. Fibrinogeen wordt fibrine
3. Fibrine is een netwerk van draden met daarin de vormelementen
4. Na centrifugeren van het buisje bloed ontstaat er een bloedkoek en serum
5. Bloedkoek bestaat uit de vormelementen
6. Serum bestaat voor 90% uit water en 10% uit opgeloste stoffen waaronder plasma eiwitten albumine en globuline
7.

Stelling; serum bevat dus geen fibrinogeen meer

Stollingsproces na bloedafname met antistolling (EDTA, heparine natriumcitraat):
1. Bloed komt buiten het lichaam
2. Vermeng het buisje bloed met de antistolling door te homogeniseren
3. Dit voorkomt dat het bloed gaat stollen
4. Na centrifugeren van het buisje bloed ontstaat nu vormelementen en bloedplasma
5. De vormelementen zijn nu niet gestold dus er is geen bloedkoek
6. Bloedplasma bestaat uit opgeloste stoffen waaronder plasma eiwitten: albumine, globuline en fibrinogeen.
7. Stelling: bloedplasma bevat dus wel fibrinogeen.

Cholesterol van het bloed
Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft voor bepaalde lichaamsfuncties. Omdat cholesterol niet oplosbaar is in water, kan het alleen getransporteerd worden in gebonden vorm. Cholesterol zit gebonden aan eiwitten, deze noemen we lipoproteïnen. De twee belangrijkste eiwitten zijn LDL en HDL.
- LDL (low density lipoprotein) transport van cholesterol afkomstig uit voeding en lever naar weefsel toe;
- HDL (high density lipoprotein) transport van cholesterol uit de weefsels terug naar de lever. De lever zorgt dat het cholesterol in de darmen komt en via de ontlasting het lichaam verlaat.

Oorzaken hoog cholesterol:
• Verkeerde voeding teveel verzadigd vet;
• Te hoog lichaamsgewicht;
• Erfelijke aanleg.

Gevolgen hoog cholesterol:
• Atherosclerose is het dichtslibben van de slagaders. Hierdoor krijgen bv. Hart en hersenen te weinig of geen bloed. Het gevolg is een hartinfarct, beroerte of andere vaatziekten.

Glucose

1. Glucose is onze belangrijkste energiebron.
2. Fungeert als brandstof voor onze lichaamscellen.
3. Glucose komt uit de voeding en wel uit koolhydraten.
4. De losse glucose moleculen kunnen door de lichaamscellen worden opgenomen met behulp van insuline.
5. Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt in de pancreas(alvleesklier) en zorgt ervoor dat de glucose in de lichaamscellen wordt opgenomen.

Referentiewaarde
Nuchter normaal = 3.5-5.6 mmol/l
Niet nuchter normaal= < 7.8 mmol/l


Hypoglykemie

Hypoglykemie is een verlaagd glucosegehalte in bloed.
Klachten kunnen zijn:
Onrust, angst, zweten, hongergevoel, en als de glucosedaling zich voortzet kunnen duizeligheid, concentratie stoornissen, slecht zien, hoofdpijn en zelfs insulten en coma optreden.
Oorzaken:
• Ernstige ondervoeding;
• Leverfalen;
• Diabetes mellitus;
• Tumoren;
• Alcohol;
• Overmatig sporten.

Hyperglykemie
Hyperglykemie is een verhoogd glucosegehalte in het bloed.

Klachten kunnen zijn: dorst, poly urie, vermagering, soms verminderde gezichtsvermogen en neuropathie klachten.

Oorzaken:
• Diabetes mellitus;
• Verhoogd adrenalinegehalte in het bloed;

PROTOCOL HEMOGLOBINE METEN
De handeling die de deelnemer moet verrichten bestaat uit de volgende stappen:
1. Checkt de houdbaarheidsdatum van de cuvetten en wast de handen
2. Legt de spullen klaar (prik pen of jenner, deppers, 2 bekkens schoon en vuil, watje en pleister en gebruikt de juiste materialen. (hemocue-meter en cuvet)
3. Vraagt na geboortedatum en naam
4. Geeft uitleg over vingerprik en prikt in de vinger op de juiste plaats
5. Stuwt niet en veegt de eerste druppel weg (indien stuwen noodzakelijk, altijd vanaf de basis van de vinger)
6. Werkt schoon en ruimt eventueel waar nodig gescheiden op (komt niet in aanraking met bloed) en zet meter uit.
7. Rapporteert op juiste wijze de uitslag in de S.O.E.P. (datum, hoeveelheid in mmol/L) en maakt evt. een vervolgafspraak

PROTOCOL GLUCOSE METEN

De handeling die de deelnemer moet verrichten bestaat uit de volgende stappen:
1. Checkt de houdbaarheidsdatum glucose strips en wast de handen
2. Legt de spullen klaar (prikpen of jenner, deppers, 2 bekkens schoon en vuil, watje en pleister en gebruikt de juiste materialen.
3. Vraagt na geboortedatum en naam
4. Geeft uitleg over vingerprik en prikt in de vinger op de juiste plaats
5. Stuwt niet en veegt de eerste druppel bloed weg (indien stuwen noodzakelijk, altijd vanaf de basis van de vinger)
6. Werkt schoon en ruimt eventueel waar nodig gescheiden op (komt niet in aanraking met bloed) en zet meter uit
7. Rapporteert op juiste wijze de uitslag in de S.O.E.P (datum, hoeveelheid in mmol/l) en maakt evt. een vervolgafspraak

Point of Care Testing (POCT)
Onder POCT verstaan we een laboratoriumbepaling die
aan het bed of dicht bij de patiënt wordt uitgevoerd,
snel een uitslag genereert, en als doel heeft direct medisch handelen mogelijk te maken.
Voorbeelden zijn van onderzoeken:
• Bloedgasanalyse, elektrolyten en glucose;
• Hartenzymen (troponine, CK-MB);
• D-dimeer en PT-INR;
• Drugscreening;
• Analyse van urine op leukocyten, erytrocyten,
eiwit en ketonen.

Feces
en
Fluor

Feces
De hoeveelheid is afhankelijk van de hoeveelheid opgenomen voedsel en van de samenstelling van dat voedsel. Veel plantaardige voeding betekent veel onverteerbare voedselresten dus veel ontlasting. Zuivere vleesvoeding bevat veel eiwit. De eiwitten worden praktisch helemaal verteerd dus weinig ontlasting. Een normale hoeveelheid ontlasting is 150-250 gram per 24 uur.

Feces:
Full transcript