Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Scheikunde hfsk 5

No description
by

Brian Stringer

on 9 March 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Scheikunde hfsk 5

Scheikunde 5 5.1 Periodiek systeem Alkalimetalen Halogenen
Edelgassen Groepen gaan zo (overeenkomstige eigenschappen)

en perioden gaan zo

*Ezelsbruggetje* Je leest periodiek van links naar rechts dus gaan de perioden ook van links naar rechts De elementen zijn gerangschikt naar opklimmend atoomnummer. De atoomnummer geeft aan hoeveel protonen in de kern zitten.
In het algemeen zijn ze ook gerangschikt naar opklimmend massa, met enkele uitzonderingen Snap je het? Vind de volgende atomen in de periodieke systeem:
Groep 5 - Periode 4
De zwaarste halogeen
De lichtste edelgas
Groep 11 - Periode 6 A. Vanadium (over 5 en 4 naar onder)
B. Astaat (halogenen zijn in groep 17 en de zwaarste is helemaal onder aan)
C. Helium (edelgasen zijn in groep 18 en de lichtste boven op)
D. Goud (over 11 en onder 6) 5.2 Soorten bindingen Je hebt 3 soorten stoffen: Metalen, zouten en moleculaire stoffen. De verschil zit niet alleen in hun opmaak maar ook in hun geleiding. Metalen geleiden stroom in vast en gesmolten vorm. Zouten in een oplossing maar niet in een vaste vorm. Moleculen helemaal niet Metalen zijn gevormed uit metal bindingen. Dus een binding tussen 2 of meerdere metaal atomen. Zouten zijn gevormed uit positief en negatief geladen ionen. Dit binding heet een Ionbinding Ze zijn gemaakt van minstens een metaal en minstens een niet-metaal Moleculaire stoffen zijn gevormed uit meerdere niet-metalen. Atombindingen en vanderwaalsbindingen. Een atoombinding houdt de atomen van een molecuul bij elkaar. De vanderwaalsbinding houdt moleculen met elkaar samen, dit is een zwak binding die aanwezig is bij vast en opgeloste vormen maar niet in gas vorm. Snap je het? Welke soort bindingen hebben de volgende? a. Methaan (g)
b. NaCl (s)
c. Fe2 (s)
d. CO2 (g)
e. AlPO4 (aq) a. Atoombinding (omdat het een gas is treed geen vanderwaalsbinding op)
b. Ionbinding (een metaal en een niet-metaal)
c. Metaalbinding (2 Metalen)
d. Atombinding (meerdere niet-metalen)
e. Ionbinding (een metaal en meerdere niet-metalen) 5.3 Atoommassa en molecuulmassa De atoommmassa wordt uitgedrukt in u.
u = 1.67 * 10 ^-24 gram (verschrikkelijk klein dus!) Als je de molecuul structuur weet kan je ook de massa van zo'n molecuul berekenen. Je moet de atoom massa van alle opgebouwde atomen optellen. Ionmassa=atoommassa
Waarom? De massa van eletronen wordt verwaarloosd want die is namelijk nog veel kleiner dan een u. Je kan ook de massapercentage van de atoom soort uitbereken als je de molecuulmassa en de totaal atoom massa van de atoom soort die je berekend Snap je het? Bereken de volgende : a. De molecuulmassa van glucose (C6H12O6) [in u]
b. De atoompercentage van Koolstof in CO2 [%]
c. De ionmassa van Nitraat (NO3) [in u] a. C6H12O6 = 108,2 u (blz 98 daar eerste kijken) Maar
12,01x6 + 1,008x12 + 16,00x6
C6 H12 O6
72,06 + 12.096 + 96 = 108.156u
b. CO2 = 44.01 u
C = 12,01
12,01/44,01 * 100 = 27,29%
c. NO3 is een zout en bevat dus ionen maar dat verandert niks aan de massa (wat ons betreft)
14.01 + 16.00*3 = 62.01u 5.4 Significante cijfers Significante cijfers zijn cijfers die wat betekenen voor de nauwkeurigheid van de meting. Het antwoord van een vermenigvuldiging of deling mag in niet meer significante cijfers worden gegeven dan de meetwaarde met het kleinste aantal significante cijfers. Significante cijfer herkennen
23 -> 2 Significante cijfers
1.56 -> 3 " "
0.04 -> 1 (de nullen voor de eerste cijfer worden niet meegerekenend in de significantie)
4000 -> 4 (nullen achter wel) Je gebruikt altijd de meest onnauwkeurige meetwaarde dus 1.5 * 1.25 = 1.9 en niet 1.875 of 1.86 Snap je het? Bereken de volgende en let op de significantie a. 2.58/0.67
b. 359 * 21
c. 125 velletjes papier wegen samen 470g. Hoeveel weeft één vel? a. 2.58/0.67= 3.9 (laagste significantie is 2 [ 0.67 ]
b. 359 * 21 = 7.5 * 10^3 (en niet 7539, want 21 heeft 2 significante cijfers, 7500 kan ook niet. Om nullen voor en achter weg te werken gebruik je 10^x. X kan positief of negatief zijn.
c. 470 / 125 = 3.76g 5.5 Rekenen met dichtheid Dichtheid is de verband tussen massa en volume van een stof.
P=m/v
v=m/P
m=P*v
(P= dichtheid, m=massa en v=volume De dichtheid van stoffen kan je op zoeken in binas 10, 11 en 12

Maar let goed op bij de eenheden boven aan!!! Voorbeeld:
Bereken de massa (in gram) van 15dm^3 koolstofdioxide.

Stap 1. Zoek de dichtheid op van CO2
1.986kg/m^3
Stap 2. Reken de juiste eenheden uit
Kg -> g 1.986 Kg -> 1.986 *10^3 g (keer duizend)
m^3 -> dm^3 1.00 m^3 -> 1.00 * 10^3 dm^3 (* 1000)
Krijg je grappig genoeg 1.986g/dm^3 (niet altijd het geval dat het hetzelfde blijft!)
Stap 3. Je wil weten hoeveel gram in 15 dm^3 zit.
1.986g/dm^3 * 15 dm^3 = 29.79 g
Stap 4. Juiste significantie
Door de hele omrekenings proces is het kleinste significantie 15 dus 2 significante cijfers.
Antwoord = 30g
5.6 De chemische hoeveelheid De chemische hoevelheid is de grootheid waarmee we de hoeveelheid stof aangeven. De eenheid van deze grootheid is de mol en het symbol is n. De molaire massa van een stof in gram is in getalwaarde even groot als de deeltjes waarde in u.

Atoom massa (links boven in de atoom vierkant = molaire massa Je kunt volume, massa en chemische hoeveelheid in elkaar omrekenen. Je hebt hiervoor de dichtheid en molaire massa nodig. Massa (in gram) Mol Aantal Moleculen Volume / * / * * P / P 6,02*10^23 6,02*10^23 molmassa (g/mol) molmassa (g/mol) Je ziet dus als je naar Mol toe gaat dat je gaat delen en als je van mol af gaat dat je vermenigvuldigt. Omrekenen van eenheden Je moet in dit hoofdstuk heel vaak van de ene eenheid naar de andere gaan. km - m - mm mm^3 - cm^3 - dm^3 - m^3 cm^3 = mL
dm^3 = L Kilo = 1000
Milli = 0.001 1/1000 * 10^3
*1000 * 10^3
*1000 * 10^3
*1000 * 10^3
*1000 * 10^3
*1000 Wetenschappelijk notities zijn ook belangrijk en kunnen soms omrekenen makkelijker maken. 1 kg = 1000 g
of
1 kg = 1 * 10^3 g

In plaats van het echt uitrekenen tel je alleen de stappen die je nodig hebt. En terwijl het in dit voorbeeld niet zo'n verschil maakt kan het soms dingen overzichtelijker maken. Bijvoorbeeld bij
15 kg / m^3 naar g/ml
15 kg -> g = 15000 of 15 * 10^3 g
m^3 -> mL | m^3 -> cm^3 -> mL
1 m^3 = 1000000 of 1 * 10^6 mL

Nu heb je 15 * 10^3 g / 1 * 10^6 mL
= 15 * 10^-3 g/mL
Full transcript