Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

BPR-WC 2

Bewijs
by

BPR BPR

on 10 July 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of BPR-WC 2

BPR-werkcollege 2
Feiten & Factfinding
Opdracht 1
Stelplicht
waar te vinden
hoe werkt het
uitzonderingen?
Hoofdregel: art. 149 Rv
Stelplicht (II)
Partijen: moeten alle feiten stellen die nodig zijn voor intreden beoogde rechtsgevolg
rechter: mag beslissing alleen baseren op feiten die in geding ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zijn komen vast te staan.
Stelplicht (III)
art. 149 lid 1 Rv:
rechter moet als vaststaand beschouwen: feiten door ene partij gesteld en door andere niet of onvoldoende

betwist (behoudens...)
Bewijslastverdeling
waar te vinden
hoe werkt het
nuancering
Bewijslastverdeling
Terminologie
bewijslast
bewijsleveringslast
tegenbewijs
tegendeelbewijs
stelplicht
vereisten voor rechtsgevolg
(6:162 BW)
onvoldoende
voldoende
afwijzing vordering
bewijsopdracht
toewijzing vordering
betwisting voldoende
betwisting onvoldoende
Omkeringsregel
Opdracht 1
Antoni vordert teruggave van een volgens hem aan Carmen uitgeleend schilderij. Carmen erkent dat zij dit schilderij heeft ontvangen van Antoni maar verweert zich met de stelling dat Antoni haar dit schilderij heeft geschonken.

Welke van onderstaande antwoorden is juist gelet op de wettelijke regels omtrent de stelplicht en bewijslast?

a. Carmen moet bewijzen dat Antoni het schilderij aan haar heeft geschonken.

b. Antoni moet bewijzen dat hij het schilderij aan Carmen heeft uitgeleend.

c. Antoni moet bewijzen dat hij het schilderij aan Carmen heeft geschonken.
waar te vinden
Bewijsmiddelen
vrije bewijsleer
welke bewijsmiddelen
schriftelijk bewijs
Bewijsmiddelen (II)
getuigenbewijs
deskundigenbericht
plaatsopneming
Wettelijke regeling voor meest voorkomende bewijsmiddelen:
bewijskracht / bewijswaardering
uitzonderingen
(HR 19 december 2008, NJ 2009, 28 (Smeets / gem. Heerlen))
Opdracht 2
Uitzonderingen
Bewijsmiddelen (IV)
kort geding
verzoekschriftprocedure
schadevergoeding
arbitrage
bewijsovereenkomst
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Exhibitieplicht
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Exhibitieplicht (843a Rv)
Bewijsmiddelen (III)
rechtsbetrekking: eiser (of rechtsvoorganger) partij
doel
Voorlopig getuigenverhoor
wanneer mogelijk
bevoegde rechter
bewijskracht
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijsmiddelen
Onderwerpen
Inleiding / systematiek
Stelplicht
Bewijslast
Voorlopige bewijslevering
Opdracht 3
Opdracht 1
Opdracht 2
Bewijslast
Art. 6:265 lid 1 BW
Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
Art. 6:174 lid 1 BW
Casus kantoorpand
(vgl.: HR 9 september 2005, NJ 2005, 468 (Kroymans/Verploegen))
Margriet en Klaas zijn overeengekomen dat Margriet de woning van Klaas zal kopen voor € 150,000. Twee weken na het sluiten van de overeenkomst laat Klaas echter weten dat hij van de verkoop afziet. Hij heeft zijn woning namelijk lucratief kunnen verhuren.

Partijen twisten over de vraag of de in de overeenkomst een ontbindende voorwaarde was opgenomen ten behoeve van Klaas.

Wie moet wat stellen/bewijzen in geval van een procedure?
wat is het
wat is het
(partij A)
(partij B)
(partij A)
Bewijslastverdeling
Bijv.: HR 9 september 2005, NJ 2005/468
HR 17 februari 2012, LJN BU6506
rechtmatig belang
verschoningsrecht
gewichtige redenen
behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing gewaarborgd
verweer:
bepaalde bescheiden
vereisten:
"Op grond van het bovenstaande concluderen de neven dat de geestesvermogens van de erflater ten tijde van het aangaan van het huwelijk zodanig waren gestoord dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen of de betekenis van zijn verklaring te begrijpen, zodat hij en S. niet de vereisten in zich verenigden om tezamen een huwelijk in te gaan.

Voor zover uw hof van mening mocht zijn dat het bewijs van deze stelling niet is geleverd, wordt daarvan uitdrukkelijk nogmaals bewijs aangeboden door alle middelen rechtens, in het bijzonder door het horen van getuigen X en Y."
Bewijsaanbod voldoende deugdelijk?
"De geciteerde stelling bevat niets anders dan een weergave van de algemene rechtsgrond waarop de neven hun vordering hebben gebaseerd. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het hof het (...) bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd heeft geoordeeld (...). Het hof had de vrijheid het naar zijn oordeel te vage bewijsaanbod te passeren."
Hoge Raad
(HR 19 juni 1998, NJ 1998, 777)
:
"Deze laatste regel berust inderdaad op vaste jurisprudentie. Hij kan echter niet betekenen dat de rechter elke bewering, hoe dun de band met de realiteit ook is, zal hebben te onderzoeken.
Wanneer in een echtscheidingsgeding wordt aangevoerd dat de vrouw elke zaterdagnacht om klokslag twaalf op de rug van een gevleugeld wit paard naar de heksensabbath pleegt te vertrekken mag de rechter bij tegenspraak een aangeboden getuigenbewijs passeren, ook al worden drie buurvrouwen genoemd die de nachtelijke excursies zouden kunnen bevestigen.
In de onderhavige zaak is de stelling minder poëtisch, maar even bizar: een jeugdige werknemer zou ruim een jaar lang onafgebroken zeven dagen per week in een snackbar hebben gewerkt, met werkdagen van zeventien uur, zulks terwijl hij daarnaast nog een (niet nader omschreven) uitkering genoot. De rechter moet zijn tijd niet in dit soort fantasieën steken.

De stelling dat de rechter zich niet aan voorspellingen omtrent de uitslag van de bewijsopdracht mag wagen houdt daarom niet in dat de graad van geloofwaardigheid geen enkele rol zou mogen spelen bij de beoordeling van het bewijsaanbod.
Het gaat dan evenwel niet om de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van wat de getuigen zullen verklaren, maar om het volstrekt gebrek aan realiteitsgehalte van de te bewijzen stelling.
Het bewijsaanbod kan dan nl. onmogelijk als
ter zake dienend
worden aangemerkt."
Prognoseverbod
A-G Koopmans voor HR 8 juli 1992, NJ 1992, 713
Opdracht 3
Prognoseverbod
Rechter is van oordeel dat aangeboden bewijs zinloos is
- stellingen zijn weinig geloofwaardig
- kans van slagen bewijslevering gering
Full transcript