Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Maatschappijleer

No description
by

Danny .

on 25 June 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Maatschappijleer

Maatschappijleer
Politieke problemen zijn problemen die alleen de overheid kan oplossen
Compromis: Tussenoplossing waarbij beiden partijen rekening houden met elkaars standpunten
Politieke besluitvorming
1. Herkennen van problemen en wensen. Massamedia kan daar gebruik van maken
2. Vergelijken van Ideeën en oplossingen. Beslissen welke problemen worden aangepakt.
3. Beslissen over problemen. Bestuurders komen met een voorstel
4. Uitvoeren van de besluiten. Worden uitgevoerd door de verantwoordelijke minister of wethouder
Lobbyisten: Mensen die opkomen voor de belangen van een bepaald bedrijf of pressiegroep en invloed uitoefenen op de beslissingen van politici.
Burgemeester:
Verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en veiligheid
Hoofd van de lokale brandweer
Hoofd van lokale politie
Voorzitter van de gemeenteraad en College van B&W
Moet aanwezig zijn bij belangrijke gebeurtenissen
Wordt voor een periode van zes jaar benoemd door de koningin
Om de 4 jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen.
Inwoners van 18 jaar en ouder en met Nederlandse
nationaliteit of die minimaal 5 jaar in Nederland wonen
stemmen op mensen die lid zijn van een politieke partij.
Wethouders: Worden gekozen door de gemeenteraadsleden.
Vormen samen met de burgemeester het College van B&W
Vormen samen met de gemeenteraad het gemeentebestuur
College van B&W heeft 2 belangrijke taken:
Komen met wetsvoorstellen waarover de gemeenteraad moet beslissen.
Zorgt voor de uitvoering van de gemeenteraadsbesluiten
Gemeenteraad heeft ook twee belangrijke taken:
Beslissen of wetsvoorstellen al dan niet doorgaan, maar pas nadat het zich uitgebreid heeft laten informeren
Controleren of het College van B&W zijn werk goed uitvoert
Als het gaat om zaken die de hele provincie aangaan, nemen de Provinciale Staten de beslissingen. De voorzitter is de Commissaris van de Koningin. De leden van de Provinciale Staten worden om de vier jaren gekozen. Zij kiezen om de vier jaar weer de leden van de Eerste Kamer.
Parlementaire democratie: Parlement is de wetgevende macht, beslist over wetten en controleert de regering.
Regering bestaat uit koningin en de ministers
Een paar ministeries hebben staatssecretarissen
Ministers + Staatssecretarissen vormen het kabinet
Constitutionele monarchie: Koninkrijk dat op de grondwet berust. Functie koningin is symbolisch. Voorbeelden:
Handtekening onder wetten
Prinsjesdag troonrede voorlezen
Ministers zijn verantwoording schuldig aan parlement en niet aan koning (ministeriële verantwoordelijkheid)
Europese Unie
Om de vijf jaar kiezen inwoners van de EU-Landen het Europees Parlement. Zij stemmen dan op de kandidaten van hun eigen land.
Kabinet heet de Europese Commissie, wat twee belangrijke taken heeft:
Bereidt nieuwe wetten voor en voert deze uit
Controleert of de EU-landen de wetten goed uitvoeren.
Europees Parlement:
Beslist over het doorgaan van wetten en maatregelen
Controleert of de Europese Commissie haar werk goed doet.
Sommige groepen in NL vinden dat de EU ook nadelen heeft:
EU legt te veel wetten op
Te goedkope arbeidskrachten komen naar Nederland
Nederland betaald te veel contributie aan de EU
EU is te bureaucratisch
Nederlandse invloed neemt af door het grote aantal lidstaten
Rechten van jongeren om invloed uit te oefenen op de politiek:
Politieke partij oprichten of lid worden van een partij
Emailen naar of bellen met een lid van B&W of een kamerlid
Pressiegroep oprichten of je erbij aansluiten
Ingezonden brief naar een krant sturen
Verzoek tot referendum indienen
Handtekeningenactie houden
Petitie aanbieden (verzoekschrift)
Bij onenigheid met de overheid de gemeente/rechter inschakelen
Er zijn 2 soorten pressiegroepen
Actiegroepen
Groepen die acties organiseren en opkomen voor het algemeen belang
Zij doen:
Demonstreren & Staken
Verzamelen handtekeningen en bieden petities aan
Boycotten bedrijven of landen
Vragen soms BN'ers om steun.
Schakelen massamedia in om het grote publiek te bereieken
Als hun doel is bereikt, stoppen ze met hun acties
Belangengroepen
Professionele organisaties die opkomen voor het belang van een bepaalde groep in de samenleving.
Voorbeelden
ANWB
Vakbond
LAKS
Massamedia hebben in het politieke proces verschillende functies:
Dragen bij aan de politieke agenda
Informeren burgers
Controleren politici op hun doen en laten
Helpen burgers een mening te vormen
Conservatief: Behoudend
Hebben vooral aandacht voor traditionele waarden als gehoorzaamheid en trouw
Hebben contact met bestande organisaties die al jaren de dienst uit maken en willen strenge aanpak van wetsovertreders
POLITIEK RECHTS
Progressief: Vooruitstrevend
Zijn niet tevreden over de samenleving
Hebben contacten met aciegroepen die de samenleving willen veranderen
POLITIEK LIKS
Drie traditionele stromingen
Liberalisme
Sociaaldemocratie
Christendemocratie
Bij een mediahype geven de gedrukte media, radio en televisie in korte tijd zo veel aandacht aan een onderwerp, dat het belangrijker lijkt dan dat het in werkelijkheid is.
1 van de redenen is dat er grote concurentie tussen de media ontstaat.
Om steeds weer nieuwe informatie te kunnen geven, zoeken de media naar nieuwe invalshoeken, die voor eigen doelgroep interessant zijn. Bij het zoeken daarvan keren de media een onderwerp buitenste binnen.
Liberalisme
Ondernemer is eigen baas, maakt zelf uit hoeveel hij werkt
Zoveel mogelijk vrijheid. Voorstander van een vrijemarkteconomie (Economie waarin het aanbod van produceren goederen afhangt van de vraag, zonder dat de overheid het stimuleert)
Uitkeringen zo laag mogelijk
Meest liberale partijen zijn
VVD

(klassiek liberaal)
en
D66 (sociaal liberaal)
Sociaaldemocratie
Willen kleine verschillen tussen mensen
Nivellering
Voorstander van een verzorgingsstaat
Meest sociaaldemocratische partijen zijn
PVDA
,
SP
en
GroenLinks
Vakbonden: Bonden die onderhandelen met werkgevers over betere arbeidsvoorwaarden
Confessionele partijen: Partijen die bij het nemen van politieke beslissingen uit gaan van het geloof.
Rassenleer: bepaalde rassen rijn superieur
Christendemocratie:
Regeren vanuit de bijbel
Middenpositie tussen liberalen en sociaaldemocraten
Overheid heeft taken als handhaving van de openbare orde en veiligheid
Rentmeesterschap: Bruikleen. lenen
Ontkerkeling: Gaan niet meer naar de kerk
Ontzuiling: Geen aparte groepen meer
Christendemocraten:
CDA
,
CU
en
SGP
Protestpartijen: Partijen die ontstaan uit onvrede met de bestaande politiek.
One-issuepartijen: Partijen die die zich op een onderwerp onderscheiden van de andre partijen
Extreemrechtse partijen: Facistische en nationalistische partijen
Advertorials: Informatief artikel waarin een product wordt aangeprezen
Advertenties: Aankondiging of mening in een kant of tijdschrift
Spotjes: Reclame op televisie of radio
Imago: Beeld dat je hebt voor iets of iemands
Een rechtstaat heeft een aantal kenmerken:
Er is een grondwet
Burgers hebben grondrechten
Er is een scheiding van machten
Er zijn verschillende soorten grondrechten. Die staan in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor kinderen staat het in het Algemene rechten van het kind.
Je hebt verschillende soorten rechten:
Individuele en politieke rechten
Sociale rechten
Individuele rechten
Gaat over de individuele vrijheden van mensen. Ze bieden de burgers bescherming tegen de regering. Zo heb je recht op leve, vrijheid, vergaderen, en er is vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid.
Sociale rechten
De omstandigheden waarin de mensen leven
De overheid heeft de taak te zorgen voor de burgers en moet sociale rechten actief beschermen
Recht op onderdak, inkomen, uitkering, vrije tijd en gezondheidszorg
Je hebt drie machten (er is een scheiding van machten)
Wetgevende macht: Ministers en parlement
Uitvoerende macht: Ministers en ambtenaren
Rechterlijke macht: Onafhankelijke rechters
Internationale rechtbank van de VN is in Den Haag
Actief kiesrecht: Je mag zelf kiezen op wie je stemt
Passief kiesrecht: Je mag zelf gekozen worden
Vrije en geheimen verkiezingen: Je kunt stemmen op wie je wilt en niemand heeft door dat jij het was
Informateur: Zoekt uit welke mensen een coalitie kunnen vormen
Formateur: Zoekt uit welke mensen minister kunnen worden
Demissionair: Kabinet valt
Fractie is een partij in een parlement
3 Wetgevende taken:
Stemrecht: Voor ieder wetsvoorstel stemmen
Recht van initiatief: Met wetsvoorstellen komen
Recht van Amendement: Wetsvoorstellen wijzigen
5 Controlerende taken:
Recht om schriftelijk vragen te stellen
Recht van interpellatie: Minister komt ter verantwoording geroepen en moet in de Tweede kamer zijn beleid toelichten
Budgetrecht: Rijksbegroting kan worden afgewezen of aangepakt
Recht om een motie in te dienen als ze ontevreden zijn
Recht op en parlementaire enquete
Wetsvoorstel tot wet:
Minister komt met wetsvoorstel naar parlement. Door de 2e kamer, daarna 1e kamer, daarna handtekening van betrokken minister, minister van justitie en de koning een handtekening, vervolgens het in de Staatsplat gepubluceerd word
Gedoogbeleid: Handel in teelt verbieden, maar gebruik ervan toestaan
De afstand tussen burgers met politici wordt vergroot door:
De burgers geen interesse hebben in de politiek
De politiek niet goed begrijpen
Vinden dat politici hun werk niet goed doen
Bij verkiezingen niet meer stemmen
Politici verwijten dat zij niet weten wat er speelt onder de burgers
Normvervaring: Verschijnsel dat voor veel mensen niet meer duidelijk is wat nu de regels zijn
Politieke taboes: Waar men liever niet over praat
In Nederland heb je verschillende bestuurslagen
Centrale overheid maakt landelijk beleid en wetten
Provincies bemiddelen tussen gemeentes, overheid en waterschappen
Gemeenten zorgen onder andere voor de uitvoering van wetten in de gemeente
Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water
Hiërarchie: Rangorde, volgorde van belangrijkheid
Schiphol 4e luchthaven van Europa. 3e in vrachtvliegtuigen
Als je werkt, komt je terecht op de arbeidsmarkt.
Beroepsbevolking is een leeftijd van 15-74 die ten minste
1 uur per week werkzaam zijn (internationaal)
15-65 en 12 uur geld voor CBS
Werkgelegenheid: De vraag naar arbeidskrachten
Krapte op de arbeidsmarkt: Een tekort aan arbeidskrachten
Waarvoor mensen werken:
Geld verdienen
Iets zinvols doen
Contact met collega's
Arbeidsethos: De manier van werken per persoon
24-uurseconomie: Lange werkdagen
Als je een beroep hebt dat in de samenleving als belangrijkst gevonden wordt, verdien je het meest
Arbeidsdeling: De verdeling van werk over meer mensen
Status: Waardering die aan iemands beroep wordt toegekend.
Door inkomensverschillen kan sociale ongelijkheid (Verschillen in bezit, macht en aanzien) ontstaan
Sociale mobiliteit: Klimmen en dalen op de maatschappelijke ladder
Individuele arbeidsovereenkomst: een contract
In een arbeidscontract moet in elk geval de belangrijkste punten staan
Voor bepaalde en onbepaalde tijd
Of je een proeftijd hebt, en zo ja, hoe lang
Wat je brutoloon is, ook van eventueel overwerk
Wat je werk precies inhoud: Functienaam en onschrijving
Afspraken over arbeidsomstandigheden:
De veiligheid van je werkplek
Hij is verplicht om je te informeren
Beschermende middelen, zoals oordoppen, schoenen en beschermkappen
Autoritaire stijl: Luisteren en gehoorzamen
Verlicht-autoritaire stijl: Houd wat meer rekening met de veiligheid van je werkplek
Raadplegende stijl: Leiding beslist, maar houd rekening met de mening van werknemers
Democratische stijl: Leiding beslist samen met werknemers
Meer dan 50 werknemers is er een ondernemingsraad verplicht
10 tot 50 is er een verplichte personeelsvertegenwoordiging als de meerderheid van de medewerkers dit wil
Solidair: Opkomen voor de zwakkeren in de samenleving
Collectieve welzijnsvoorzieningen: De voorzieningen voor iedereen in Nederland
Verzorgingsstaat is een sociaal systeem, waarin de staat zorgt voor het welzijn van de burgers
Welzijnsintellingen: Sociaal-cultureel werk en kinderopvang
Werkemerswetten

• WW (Werkloosheidswet) Iedereen die onvrijwillig werkloos wordtt, krijgt een uitkering van 70% van het laatst verdiende loon

• Ziektewet: Geldt uitsluitend voor iedereen die geen werkgever hebben. Krijgt 70% van het laatst verdiende dagloon. UWV(Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) regelt deze uitkering

• WIA (Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen) Als je twee jaar nog niet beter bent, krijg je WIA.
Volksverzekeringen:

• ANW (Algemene nabestaandenwet) De partner en de kinderen van iemand die overleden is, krijgen op grond van deze wet een uitkering

• AKW (ALgemene Kinderbijslagswet) Mensen krijgen een bijdrage in de kosten van de verzorging voor kinderen tot 18 jaar

• AOW (Algemene ouderdomswet) Iedere Nederlander vanaf 65 jaar en ouder krijgt deze uitkering

• AWBZ (Algemene wet bijzondere Ziektekosten) Volksverzekering voor kosten van langdurige zorg thuis of opname in een verpleeghuis
Sociale voorzieningen: Regelen een uitkering als mensen niet voor een andere uitkering in aanmerking komen

• WWB (Wet Werk en Bijstand)
Conjuncturele werkloosheid: Als gevolg van een dalende economie
Structurele werkloosheid: Doordat bedrijven zihc meer gaan automatiseren.
Arbeidsparticipatie: Deelname aan het arbeidersproces
Uitzendkracht: Iemand die in dienst is van een uitzendbureau
Oproepkracht: Ben je vast in dienst maar je wordt opgeroepen als je komt werken.
Flexwet: Je krijgt meer rechten, naarmate je meer voor dezelfde werkgever werkt.
Flexwerkers: Mensen met een flexiblel arbeidscontract
De overheid doet zijn best om de werkloosheid te bestrijden. Dit doen ze door:
Subsidies: Geld geven als je iemand uit een minderheidsgroep aanneemt
Loonmatiging: Een bedrijf houd geld over om te kunnen investeren, of om meer man aan te nemen.
Herverdeling van werk: Door middel van aanmoedigen om deeltijd te gaan werken.
Werkbegeleiding: Begeleiden om aan werk te komen
Herintreders: Mensen die weer na een lange tijd willen werken
Vrijwilligerswerk is onbetaald werk. Voor mensen zonder baan is dit vaak een middel om maatschappelijk betrokken te blijven. Het geeft een kans zich te ontplooien.
Uitkerende instantie: Instelling die erop toeziet dat mensen zonder werk een uitkering ontvangen
Normen: Regels over hoe mensen zich moeten gedragen
Waarden: Wat mensen belangrijk vinden in de maatschappij

Er zijn verschillende regels in onze samenleving:
Geschreven regels: Wetten
Ongeschreven regels: Fatsoensregels en groepsregels
Incest: Sexueel misbruik in de familie met minderjarig
Nederlandse strafrecht onderscheid 2 vormen van criminaliteit:
Overtredingen: Zwartrijden, wildplassen, vernieling
Misdrijven: Diefstal, Fraude, moord, verkrachting, heling
Soorten misdrijven
Veelvoorkomende criminaliteit: de minder ernstige delicten
Zware criminaliteit: Geweldpleging
Internationale misdaad:m Smokkelen etc.
Je mag alleen veroordeeld worden voor iets wat strafbaar is.
Criminaliteit heeft veel gevolgen, zoals het in verband brengen van criminaliteit en bepaalde groepen in de samenleving
De politie registreert allerlei zaken, zoals;
Aantal opgepakte verdachten in een jaar
Aantal misdrijven naar soort
Leeftijd, geslacht en afkomst van de verdachte
Aantal slachtoffers van huiselijk geweld.
Officier van justitie: Openbare aanklager. Hij stelt vast of iemand schuldig is. Als er meer bewijs nodig is, geeft het de politie de opdracht om meer bewijs te gaan zoeken. Als er wel genoeg bewijs is, gaat het over tot vervolgen. Maar hij kan de zaak ook gaan seponeren, dat hij het niet aan de rechter oplegt.
3 rechterlijke instanties
19 rechtbanken
5 gerechtshoven
1 kantonrechter
Kantonrechter handelt overtredingen af
Afdeling strafsector van de rechtbank doet de zwaardere misdrijven.

Tijdens de zitting laten de rechters de zaak uitleggen. Zw stellen vragen aan de verdachten en vragen het oordeel van de officier van justitie. Maar ook de advocaar van de verdachte. De verdachte mag een verklaring afleggen en er mogen getuigen naar voren komen.
Officier heeft drie taken.
Opsporingsverzoek leiden
Verdachte voor de rechter leggen
Ervoor zorgen dat een straf wordt uitgevoerd
Bode brengt iedereen op zijn plek

Er zijn verschillende soorten gevangenissen
Penitentaire inrichtingen: Voor volwassenen. De huizen van bewaring en gevangeniggsne
Jeugdinrichten voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar.
TBS_ Voor de zware gestoorde mensen
Reden voor crimineel gedrag:
Groepen
Achterstandssituatie
Opgroeien
Alcoholen drugs
Psychische problemen
Vergelding: Handelen vanuit het principe oog om oog, tand om tand
Preventie: Voorkomen
Repressie: Bij zware straffen alleen. Meteen optreden
Politietaken:
Ordehavening
Preventie
surveilleren in onrustige wijken
opsporing
hulpverlening
Wat mag de politie doen
Iemand staande houden
Arresteren
Huiszoeking uitvoeren
Fouilleren
Bewijsmateriaal in beslag nemen
Taakstraf: Het is bedoeld om daders tot inkeer te brengen. Men komt ervoor in aanmerking als de rechter geloofd dat hij zich beteerd en de maximale straf niet hoger dan 6 maanden is.
Er ijn 2 soorten taakstraffen: Leerstraf: Verplicht een cursus volgen (480 uur max) en werkstraf: Verplicht werken. (240 uur max)
Combinatie is ook mogelijk (480 uur max)
Lik-op-stukbeleid: Snel ingrijpen om erger te voorkomen
HALT: Het ALTernatief. Voor jeugd tussen 12 en 18. Ze lopen geen strafblad op als ze de opdracht goed uitvoeren.

Je kunt op veel verschillende manieren slachtoffer worden, maar in het algemeen worden twee soorten schade onderscheiden:
Materiële schade. Als iemand is bestolen of als iemand medische behandeling nodig heeft maar niet helemaal betaald door de verzekering
Inmateriële schade: Depressies na een beroving, aanranding of verkrachting.
Buro Slachtofferhulp: Een instantie die in naam van justitie hulp bied aan slachtoffers. Die hulp kan bestaan uit:
Informatie over de procedures rond de strafzaak
Hulp bij het regelen van de financiële vergoeding
Het doorverwijzen naar hulpinstanties voor geesterlijke bijstand.
Reclassering: Begeleid mensen die in aanraking zijn gekomen met politie en justitie.
Internationaal verdrag dat tussen EU-landen en 10 landen buiten EU dat gevangenen hun straf in hun eigen land uit moeten zitten.
Strafmaat: De hoeveelheid straf die je krijgt opgelegd
Multiculturele samenleving: Land met meerere culturen
Koloniaal rijk: Rijk dat Nederland in de 17e eeuw opbouwde en vele jaren door Nederland bestuurd werd.

Molukkers: Vonden dat ze in Indo niet veilig waren.
Indo's: Vertrouwde de regering niet
Suriname: Warne bang dat ze Nederlanderschap zouden verliezen
Antillianen: Voor werk
Gastarbeiders: Mensen die naar een ander land gaan om daar werk te zoeken
1e generatie: Turken/Marrokanen die zich hier vestigden.
2e generatie: Kinderen
3e generatie: Kleinkinderen
Etnische groep: Een groep mensen met dezelfde gewoonten en gebruiken

Acculturatie: Als verschillende bevolkingsgroepen samen in een land wonen en ze geleidelijk gewoontes van elkaar overnemen
Assimilatie: Als allochtonen langzaam maar zeker de gewoonten en gebruikten van de cultuur overnemen
Segregatie: Als de allochtonen en autochtonen helemaal van elkaar gescheiden zijn. Dit kan gebeuren door:
Apparte woonwijken
Sociale scheiding van groepen
Uitsluiting van bepaalde beroepen
Smeltkroes: De verschillende bevolkingsgroepen nemen zoveel kenmerken van elkaar over dat er een hele nieuwe cultuur ontstaat
Multiculturele Samenleving: Allochtonen groepen worden opgenomen in de dominante cultuur, maar elke groep behoudt zijn eigen karakter
Referentiekader: De normen en gewoontes waar je je op richt
Selectieve waarneming (selectieve perceptie) Wanneer je alleen ziet wat je wilt zien.
Stereotypen: Sterk versimpelde vastgeroeste beelden
Vooroordelen: Een negatief oordeel over iemand dat niet gebaseerd is op feiten.

Discriminatie: Je behandeld mensen ongelijk op grond van hun huidskleur, geslacht, afkomst, leeftijd, sekse, politieke overtuiging of geloof
Racisme: Als discriminatie gericht is op huidskleur of ras
Seksimse: Op geslacht
Antisemitisme: Vijhandige houding tegenover joden
Vreemdelingenbeleid: Beleid dat door de overheid wordt toegepast bij de beoordeling of de buitenlander wel of niet Nederland binnen mag.
Alle vluchtelingen in de wereld hebben recht op bescherming. Het vluchtelingenverdrag van Geneve
De rechten van de burgers bieden bescherming tegen de overheid en bescherming door de overheid

Bescherming tegen:
Recht op gelijke behandeling
Recht op privacy
Recht op eerlijke rechtspraak
Recht op bezit
Recht op vrijheid van godsdienst
Vrijheid van meningsuiting en drukprers
Bescherming door:
Eerlijk verdelen van de welvaart en werkgelegenheid
Bewoonbaar maken van het land
Zorgen voor voldoende woningen
Zorgen voor de volksgezondheid
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: De rechten die aan alle mensen toebehoren.
Hierin staat:
Recht op leven
Recht op bescherming tegen martreling
Recht op asiel in een ander land bij vervolging in eigen land
Recht op arbeid
Recht op reizen waar je heen wilt
Recht op voedsel, water, onderdag, kleding en medische hulp
Recht op onderwijs

Collectieve mensenrechten: Rechten die voor volken op groepen mensen gelden.
Elk volk heeft bijvoorbeeld recht op
Een eigen cultuur
Een leefbaar millieu
De opbrengst van eigen grondstoffen
Pushfactoren: oorlog, dictatuur en hongersnoor
Pullfactoren: Veiligheid, democratie, kans op werk
Je hebt 3 soorten vluchtelingen
Erkende vluchtelingen: Als je een goede reden hebt
Oorlogsslachtoffers: Als je door een oorlog gedwongen bent om je land uit te vluchten
Vluchtelingen uit onveilige landen: Als terugkeer niet mogelijk is
Asielprocedure:
1. Vreemdeling meld zit aan bij aanmeldcentrum Schiphol of Ter Apel
2. Eerste gesprek vind plaats met de IND (Immigratie- en NaturalisatieDienst)
3. Medewerkers onderzoeke de identiteid, nationaliteit en reisroute van de vluchteling
4. Bij negatieve beslissing moet het het land verlaten. Bij positieve beslissing krijgt hij een voorlopige verblijfsvergunning. Hij moet dan een inburgeringscurcus doen, om daarna definitief Nederlander te worden
Restrictief toelatingsbeleid: Je mag je hier vestigen als je voldoet aan een aantal voorwaarden.
Er zijn strenge voorwaarden genomen op het gebied van toelating:
Illegaal in ons land wonende mensen worden uitgezet
Nieuwkomers moeten nog voor hun omst een inburgeringscursus doen.
Gezinshervorming en gezinshereniging krijgen strengere eisen
Kosten voor een verblijfsvergunning zijn verhoogd
Ongewenste vreemdeling: Als je een ernstig misdrijf hebt gepleegd en naar een ander land wil
Sociale controle: Mensen letten op of anderen geen afwijkend gedrag vertonen.
De zwakke positie van allochtonen op de arbeidsmarkt is een slechte zaak. Daarom neemt de overheid maatregelen. De overheid wil onder andere:
Zelf meer allochtone werknemers in dienst nemen
Allochtonen loopbaanbegeleiding en sollicitatiecursussen aanbieden
Meer gesubsidieeerde banen
Bedrijven stimuleren meer allochtonen aan te nemen
Beter en betaalde kinderopvang regelen
Maar ook via het onderwijs:
Extra geld bieden aan scholen met veel achterstandskinderen
Taalachterstanden op jonge leeftijd signaleren
Leermiddelen beter aan allochtone leerlingen aanpassen
Antispijbelbeleid voeren
Minderhedenbeleid: IEdereen gelijke kansen geven en disctriminatie tegengaan
Integratiebeleid: Iedereen moest zelf verantwoordelij zijn voor hun plek in de samenleving.
Radicaliseren: Het streven naar verregaande veranderingen in de samenleving

Voorbeelden van allochtone winkels:
Moslinslagers
Kroeshaarkappers
Surinaamse reisbureaus
Etnomarketing: Marketing dat erop gericht is om de groepen op de juiste manier met de juiste producten aan te spreken
Taal: Een manier om te communiceren. Dit kan door:
Gesproken taal
Beeldtaal
Muziek
Gebarentaal
Lichaamstaal
Je hebt 3 dingen nodig om te communiceren
Een ontvanger, een middel en een zender
Communicatie is direct of indirect.
Direct is een gesprek van persoon tot persoon
Indirect is er in tijd en/of ruimte een afstand tussen de zender en de ontvanger is
Massacommunicatie: Als hij zijn boodschap in het openbaar verspreidt
Eenzijdige communicatie: De ontvangers kunnen niet reageren op de boodschap
Meerzijdige communicatie: De ontvanger kan antwoorden, en wordt dan de zender.
Massamedia:
Gedrukte media (kranten, tijdschriften, boeken
dvd's en cd-roms
film
radio
telecisie
internet
Verschillende soorten massamedia:
Omroepmedia
Internet
Gedrukte Media
Je hebt Landelijke bladen en Regionale bladen
Regionaal is naast landelijk en wereldnieuws ook lokaal nieuws.
Bekende landelijke kranten
Telegraaf
Volkskrant
AD
NRC Handelsblad
NRC Next
Trouw
Kwalitieitskranten: Kranten die meer aandacht trekken van lezers met een hoge opleiding
Populaire kranten: Kranten die meer aandacht trekken van lezers in het algemeen
Levensbescouwelijke richting: Katholiek, protestant, islamitisch, humanistisch
Tijdschriften verschijnen eens per week, per maand of kwartaal en zijn bijna altijd gericht op 1 soort doelgroep
Er zijn vele soorten tijdschriften:
Opiniebladen
Jongerenbladen
Familieweekbladen
Roddelbladen
Linkse kranten vinden gelijkheid in de samenleving belangrijk
Rechtste kranten vinden tradities meer belangrijk
Naast de gedrukte media zijn er omroepmedie: Daartoe behoren
Landelijke publieke omroep
Commerciele omroepen
Lokale en regionale omroepen
Omroepen die zich op meerdere landen richten
Publieke omroep is een oproep dat bestaat uit omroepverenigingen. Zij krijgen voor eht maken van programmas geld van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Ook ontvangen zij STER-inkomsten.
Mediawet: Daarin staat dat de publieke omroepen een godsdienstelijke, maatschappelijke of geestelijke stroming moeten tegewoordigen en nit gerricht zijn op jet maken van winst. Bovendiem moet het meer dan 150000 leden hebben. Ze moeten verschillense programma's uitzenden
25% informatief
25% Cultureel
25% Amusement
20% Vrij invullen
5% Educatief
In de mediawet is het als volgt geregeld
Toestemming voor zendtijd geldt steeds voor een periode van vijr jaar
Kleine zendgemachtigen als kerkgenootschappen, politieke partijen, STER, Teleac/Not, lokale en regionale omroepen krijgen zendtijd
De NOS (Nederlandse Omroep Stichting) verzorft gezamenlijke programma's als het Journaal en Studio Sport
De NPS (Nederlandse Programma Stichting) Zendt programma's uit over kunst en cultuur
Netprofilering: Samenwerken van de publieke omroepen op de 3 landelijke televisiezenders
De omroepen hebben een eigen identiteit: Dit kun je zien aan:
Inhoud van de programma's
Achtergrond van de omroepvereniging
Doelgroepen waarop mensen zich richten
De manier waarom mensen zich presenteren
Commercieel: Gericht op financieel succes
Kijkdichtheid: Percentage kijkers op een televisieprogramma
Primetime: Het moment waarom de meeste mensen kijken
Welke taken hebben massamedia?
Informatieve Taak
Opiniërende Taak
Amusementstaak
Onderwijstaak
Reclametaak
Controlerende functie: De massamedia geven informatie over wat er allemaal in de samenleving gebeurd
Socialiserende fuctie: Het overbrengen van waarden en normen, gewoontes en meningen in de samenleving
Persvrijheid: Het mogen afdrukken en verspreiden van teksten met feiten en meningen
Censuur: Overheidstoezicht op de pers
Pluriformiteit van de pers: Veel verschillende vormen media met verschillende levensovertuigingen en meningen
Persconcentratie: Doordat mediabedrijven steeds meer met elkaar gaan semenwerken of elkaar overnemen, vermindert het aantal mediavormen
Persbureaus: Bureau dat nieuwsberichten verzamend en die doorgeeft aan dagbleden, radio en televisie
Redacties: Personen die zorgen voor het ordenen van artikelen of programma's voor (dag)bladen, radio of televisie
Journalisten: Mensen die voor hun beroep stukjes schrijven in dagbladen en tijdschriften
Bij het selecteren van informatie of nieuws houden journalisten rekening met een aantal zaken
Eigen normen en waarden: Bijvoorbeeld: Mag ik die bron gebruiken?
Actualiteit
Uitzonderlijkheid
Nabijheid
Belangstelling van het publiek
Doelstelling van de krant
Voor objectieve nieuwsverstrekking, moet de joirnalist:
Hoor - en wederhoor toepassen: Als iemand ergens van wordt beschuldigd, moet er geluisterd worden naar wat hij vaarop te zeggen heeft
Niet uigaan van slechts een informatiebron
Feiten controleren
Feiten scheiden van meningen
Juiste bron vermelden
Publiciteit: Iets algemeen bekend maken
Campagnes: Een grote, publieke actie met een bepaald doel
Hoe komt het dat de massamedia zo veel invloed heben? Daar zijn verschillende theoriën voor:
De injectienaaldtheorie worden mensen in een korte tijd volgespoten met bepaalde theoriën zodat ze de boodschap van de media klakkeloos overnemen. Volgens deze theoriën indoctrineren (het voortdurend opdringen van bepaalde meningen) en manipuleren de media
Doordar de media daar veel aandacht aan geven, beinvloeden zij de gespreksagenda van burgers. Volgens de agendatheorie bepalen de massamedia waarover de mensen nadenken. Maar zij bepalen niet hoe zij erover praten, hooguit waarover.
De theorie van de selectieve waarneming is tegengesteld aan de injectienaaldtheorie. Mensen bepalen zelf hoe ze zich door de massamedia laten beïnvloeden. Daarbij speelt het referentiekader een belangrijke rol.
De theorie van de media als betekenisverlener. Op lande termijn hebben de media inbloed, omdat ze via informatie en amusement waarden en normen overdragen.
Oude media worden toen de gedrukte media, de fotografie en de film bedoeld.
De nieuwe media was de televisie, nu is dat de digitale media. Computers enz.
Interactief: Op elkaar inwerkend.
Burgerjournalistiek: Journalistiek door burgers
Crossmediacommunicatie: Het tijdelijk gebruiken of aanbieden van verschillende mediatoepassingen
Full transcript