Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Casus 'Blind door bloeddruk'

door Hannah, Fe en Janna. NLT V6
by

Max van Wieren

on 13 February 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Casus 'Blind door bloeddruk'

Blind door Bloeddruk Vaatspieren bestaan uit glad spierweefsel. Glad spierweefsel verschilt in werking van normaal spierweefsel. Dat verschil zit in de invloed van calcium bij de contractie. Als een spier samentrekt gebeurt dat op moleculair niveau, een proces dat zich in één spiercel meerdere keren voltrekt die samen met de andere spiercellen de echte spier vormen. De stappen van zo'n contractie van een spiercel gaan als volgt: De spiercontractie in stappen Stap 1 - Exitatie: Bij de depolarisatie van de actiepotentiaal wordt Ca++ de intracellulaire ruimte passief ingelaten door de calciumpompen (één voor één, dus langzaam) De neurotransmitters binden zich aan het post-synaptisch membraam waardoor de cel geactiveerd wordt. Tijdens deze exitatie staan de calcium-ion kanalen (of calciumpompen) open zodat de Ca++ ionen passief de cel instromen. Dit was een hele simpele schematische weergave, dit filmpje laat zien hoe gdetailleerd alles samenwerkt. De eiwitten zijn in hun 'rustvorm' de myosine draden zijn uit elkaar en de actine is geblokkeerd door de tropomyosine. Hier nog meer gedetailleerd, de tropomyosine blokkeert de binding van myosine aan de actine. Exitatie Stap 2 - Latentietijd: Ook het SR (sarcoplasmatisch recticulum) laat Ca++ de intracellulaire ruimte in tot een drempelwaarde. Dan begint de spiercontractie. De Ca++ bindt aan de Troponine waardoor de Tropomyosine van de Actine loslaat waardoor er een bindingsplaats vrij komt aan de Actine waar de Myosine aan kan binden. De eiwitten zijn nog steeds in hun 'rustvorm' de myosine draden zijn uit elkaar en de actine is geblokkeerd door de tropomyosine. Latentietijd Het SR laat de Ca++ ionen in de intercellulaire ruimte tot een bepaalde drempelwaarde is bereikt. De Ca++ bindt aan de troponine waardoor de tropomyosine van vorm verandert, nu is er plaats voor de myosine om te binden. Stap 3 - Contractie: De Myosine ‘knikt’ oiv ATP (één om te buigen, één om weer terug te buigen) waardoor de actine straktrekt en daarmee de spier samentrekt (x 1000 per spiercel) De myosine haakt zich vast aan de actine waardoor de actine strakgetrokken wordt wat er voor zorgt dat de myosinedraden naar elkaar toe worden getrokken en de spieren dus korter worden en aanspannen. Contractie De eiwitcontractie 'staat aan.' Onder invloed van de ATP haakt de myosine zich in de actine waar nu plek vrij is, de myosine 'knikt', waardoor de myosine opgeschoven wordt. Stap 4 – Relaxatie: De cel keert weer terug naar zijn oorspronkelijke staat. De Ca++ wordt weer teruggepompt naar hun oorspronkelijke plaats. Doordat de Ca++ ionen loskoppelen van de troponine bindt de tropomyosine weer aan de actine waardoor de myosine niet meer past. Relaxatie
Doordat de Ca++ ionen loskoppelen van de troponine bindt de tropomyosine weer aan de actine waardoor de myosine niet meer past. De losse Ca++ ionen worden weer teruggepompt door middel van actief transport in het SR en naar buiten de cel. Het verschil tussen glad spierweefsel in de vaten en ruw spierweefsel in de overige spieren is dat de Ca++ niet alleen maar in het SR zit maar ook uit de extracellulaire ruimte moet komen. Daardoor, als je de calciumpompen blokkeert (bij de exitatie) kunnen de normale spieren wel samentrekken maar kunnen de vaten zich alleen nog maar ontspannen. Daarom zijn juist calciumblokkers een ideaal medijn. Onze prezi is gebaseerd op Munde. Zij is een vrouw van 20 jaar die naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis komt, omdat ze opeens niets meer kan zien met haar linker oog. Onderzoek van de oogarts wijst uit dat de bloedvaten in het netvlies zijn beschadigd. Uit onderzoek van de internist blijkt dat Munde een bloeddruk heeft van 230/120 mmHg. Dit is te hoog, Munde heeft hypertensie. Hier zijn 3 voorbeelden van soorten medicijnen die helpen Mundes hoge bloeddruk aan te pakken:
Diuretica ACE -remmers Calciumantagonisten Diuretica verhogen de uitscheiding van natriumchloride en water door vermindering van de terugresorptie in de nieren. Ze zorgen er dus voor dat je meer gaat plassen. Het bloedvolume neemt hierdoor af met als gevolg een lagere bloeddruk. Angiotensine I wordt door het enzym (ACE) omgezet tot angiotensine II dat de resorptie van water en Na+ stimuleert. Deze ophouding van vocht zorgt voor een verhoging van het extracellulair volume (omdat mensen drinken en eten en er dus constant vocht bijkomt). En naarmate de hoeveelheid vocht stijgt, zal ook de hoeveelheid bloed stijgen en uiteindelijk ook de bloeddruk. Naast zijn werking op de nieren heeft angiotensine II ook een vernauwende invloed op de bloedvaten. Een vernauwing van de bloedvaten verhoogt de bloeddruk. Dit zijn de medicijnen die we gaan gebruiken om Munde te helpen. Om de werking van deze medicijnen te begrijpen moeten we eerst wat meer vertellen over de contractie van spieren in de bloedvaten onder invloed van calcium. Het nadelen van diuretica zijn dat ze verstoringen in de water-zouthuishouding kunnen veroorzaken en dat je moet plassen op ongeschikte momenten. ACE remmers kunnen o.a.: duizeligheid, vermindering van de nierfunctie, een verhoogd zoutgehalte en angio-oedeem (plotselinge zwelling van gezicht, tong en lippen) veroorzaken. Wat is de bloeddruk?

De bloeddruk is de vloeistofdruk in het slagadersysteem. De bloeddruk wordt weergegeven met twee getallen. Een waarde voor de bovendruk (systolische druk) en een waarde voor de onderdruk (diastolische druk). Ze worden gemeten in millimeters kwikdruk (mmHg).
Een optimale bloeddruk voor volwassenen is rond de 120/80 mm Hg.
Maar de normale bloeddruk van mensen zit onder de 140/90 mm Hg.
Zit je bloeddruk boven de 160/95 mm Hg dan heb je last van hypertensie (hoge bloeddruk)
En zit het onder de 90/60 mm Hg dan heb je last van hypotensie (lage bloeddruk).

Munde heeft een bloeddruk van 230/120 mm Hg. Ze heeft dus een hoge bloeddruk.
Dit kan door meerdere dingen zijn ontstaan. Van ongeveer 90 % van de mensen met een hoge bloeddruk is er geen oorzaak bekend.

Er zijn veel mogelijkheden om je bloeddruk te verlagen, en de meeste zijn niet eens medicinaal. Een gezondere levensstijl is vaak al voldoende.
Stoppen met roken bevordert vrijwel alle aspecten van onze gezondheid, en heeft in ieder geval een gunstig effect op een te hoge bloeddruk.
Matiging van het alcoholgebruik. Voor vrouwen met hypertensie geldt een maximale dagelijkse inname van een eenheid alcohol per dag, voor mannen mogen het er twee zijn.
Dieet. Slechts een kleine afname van de natriuminname tot ongeveer 25% (ongeveer 2,5 g natrium per dag) heeft een bloeddrukverlagend effect. Halveren van de zoutinname tot 5 g natrium per dag levert geen bloeddrukdaling op, maar versterkt wel de werking van de meeste bloeddrukverlagende geneesmiddelen.
Gewichtsverlies. Indien mensen met overgewicht en hypertensie minimaal zo'n 5 kilo afvallen, wordt de bloeddruk meetbaar verlaagd.
Sporten. Er zijn aanwijzingen dat sporten, naast een gewichtsverlagend effect, ook een bloeddrukverlagend effect heeft.
Leefstijl. Ontspanning in het dagelijks leven werkt bloeddruk verlagend. Zowel fysiek als mentaal kan bijvoorbeeld een saunabad hier aan bijdragen Maar als dit allemaal niet werkt zullen er toch medicijnen aan te pas moeten komen. 3 voorbeelden van calciumantagonisten zijn:
Barnidipine
Lacidipine
Lecarnidipine Om de dosis te bepalen moeten we weten hoelang het duurt tot de stof niet meer werkzaam is in het lichaam. Dit gaat volgens de volgende formule: Het verdelingsvolume Vd is een verdelingsconstante in hoeverre het medicijn in het plasma is opgelost. Het zal klein zijn wanneer een groot deel van het geneesmiddel zich in het plasma bevindt bijvoorbeeld doordat het medicijn makkelijk bindt met plasma-eiwitten en groot wanneer het grootste deel zich buiten het plasma bevindt bijvoorbeeld als het medicijn sterk lipofiel is. Bij lacidipine is de verdelingsconstante 200 liter.

De klaring Cl is het deel van het verdelingsformule dat per tijdseenheid wordt ontdaan. Met de klaring en de het verdelingsvolume kunnen we de halfwaardetijd berekenen, en dus wanneer het medicijn niet meer werkzaam is. Deze is 840 ml/uur en dat is 0,840 L/uur.
De halfwaardetijd is dus t1/2 = (ln(2)*Vd)/Cl = (ln(2)*200)/0,840 = 156 uur. Na 5 keer de halveringstijd is er nog maar 100 * 0,5^5 = 3,215 % van het medicijn over na 5*156/24 = 33 dagen. Dus na anderhalve maand is wel te zeggen dat het medicijn uit het lichaam verdwenen is, dan kan Munde weer op controle. Medicijn blijft dus 33 dagen in het bloed In welke dosis moeten we het medicijn dan toedienen? We hebben de volgende formule om de dosis te berekenen: Waar D is de dosis in mg en Dt is de tijd tussen het toedienen van de dosissen.

De biologische beschikbaarheid F is de fractie van een toegediende dosis van een geneesmiddel die uiteindelijk in de bloedsomloop komt. Voor lipidipine is dat 0,02.


De steady-state-concentratie Css de concentratie waarbij de hoeveelheid medicijn hetzelfde blijft bij een constante toediening. Bij een lage concentratie is de klaring namelijk kleiner. Bij de Css is de gegeven dosis dus even groot als de klaring. Voor lipidipine is het 5,0 µg/L dit is 5,0*10-3mg/L. Invullen geeft (D∙0,02)/Dt = 0,840*5,0*10-3 = 0,0042

D/Dt = 0,0042/0,02 = 0,21 mg/uur
Er zijn tabletten lipidipine van 1,4 en 10 mg. De tabletten zijn 17-21 uur werkzaam. Bij tabletten van 1,4/0,21 = 6,7 zou ze dus elke 7 uur een tablet moeten nemen. Dit komt ongeveer overeen met drie keer per dag een 1,4 mg tablet, dus elke 8 uur. Zo dus... Stel er zit een stof in grapefruitsap dat het enzym CYP3A4 remt. Dit mag Munde dan niet drinken. Er zou dus zeker vermeld moeten worden bij het medicijn dat je geen grapefruitsap mag drinken. Hiervoor zitten er bij alle medicijnen een bijsluiter. Hier staat precies op welke stoffen je niet mag combineren zolang je dat geneesmiddel gebruikt. We kunnen Munde dus calciumblokkers geven voor haar hoge bloeddruk, bijvoorbeeld barnidipine, lacidipine en lercanidipine. Deze kun je via een capsule toedienen. Deze capsule neem je in en het geneesmiddel wordt dan in de darm opgenomen. Het geneesmiddel heeft dan wel een lage biologische beschikbaarheid. De oorzaak hiervan zou kunnen zijn dat niet alle deeltjes die vrij komen in de darm ook echt worden opgenomen door de darmcellen. Dit komt bijvoorbeeld doordat de vetoplosbaarheid van het medicijn te laag is. En na dat het is opgenomen door de darmcellen komt het via de darmcapillairen in het bloed. Hierna gaat het via de poortader naar de lever. Omdat je lichaam de stof niet kent zal een groot deel worden afgebroken. Er komt dan dus maar een klein deel van het medicijn op de plaats van bestemming (rond de 10 procent). Hoewel een deel van het medicijn kan worden afgebroken, komt er nog wel een deel aan bij zijn bestemming. Ook dit proces kan verhinderd worden. In de lever zet het enzym cytochroom P450 3A4 (afgekort CYP3A4) het medicijn om in iets anders zodat het goed zijn werk kan doen. En er kunnen veel stoffen in je voedsel voorkomen die dit enzym kunnen remmen.

Met welke stoffen je bijvoorbeeld rekening mee moet houden bij medicijnen hangt af van de ADMET voorwaarden van een geneesmiddel. De letters van ADMET staan voor:
Absorptie, Distributie, Metabolisme, Excretie en Toxiciteit.
Deze 5 criteria zijn namelijk van grote invloed voor het succes van een farmaceutisch molecuul in de ontwikkeling tot geneesmiddel. De remmers hoeven niet per se in je voedsel te zitten, het kan ook zijn dat er een drug-druginteractie plaatsvindt. Hierbij hebben twee verschillende geneesmiddelen invloed op elkaar. Als iemand die een van de genoemde calciumblokkers zou slikken, geinfecteerd zou zijn met HIV en hiervoor HIV-proteaseremmers moet slikken dan zou dit een probleem zijn. Deze proteaseremmers, die belangrijk zijn voor het onder controle houden van het HIV, remmen ook het enzym CYP3A4. Er zou dus een goede manier van toedienen moeten worden verzonnen waardoor de geneesmiddelen elkaar niet beinvloeden. Of er zou een ander medicijn moeten worden voorgeschreven. Door middel van Lacidipine worden de calciumkanalen in het celmembraan geblokkeerd, maar als dit continu gebeurt, wordt de kans op hartproblemen vergroot.
Het blijkt dat er meerdere soorten calciumkanalen zijn in de gladde spieren, namelijk:
Voltage afhankelijke calciumkanalen
Kanalen die niet voltage afhankelijk zijn
Een actie van een gladde spiercel ontstaat door middel van een actiepotentiaal. De spanning van het actiepotentiaal kun je uitdrukken in mV (dus voltage).
Van het verschil in calciumkanalen kunnen we gebruik maken. Door middel van voltage kunnen we regelen hoeveel calcium door de pomp heen gaat. Hierdoor is de kans op hartproblemen kleiner en gaat de bloeddruk toch omlaag. Als wij de artsen van Munde waren dan zouden we haar aanraden om een calciumantagonist te slikken als middel tegen haar hoge bloeddruk. Het heeft weinig bijwerkingen en het is makkelijk in te nemen (capsulevorm). Er zijn meerdere calciumantagonisten en wij raden haar aan om het geneesmiddel lacidipine te gebruiken. Dit medicijn heeft een goede werking en het vertoont zelden bijwerkingen. Dit is dan ook een veel gebruikt geneesmiddel. Als fabrikanten zouden wij zelf ook zo'n soort medicijn maken met de kennis die we nu hebben. Alleen dan de dosis van het medicijn perfectioneren omdat ze nu eigenlijk elke 7 uur een tablet moet nemen maar 8 uur is handiger dus zou bij een tablet van 1,6 mg beter zijn. Maar die is nu niet op de markt dus Munde zou voor een goede werking 3 keer per dag een tablet van 1,4 mg moeten slikken. En dan hopen we dat er geen bijwerkingen optreden en dat haar bloeddruk spoedig weer zal verbeteren! We wensen haar beterschap! Gemaakt door:

Janna Worp
Hannah Klunder
Felicia Fabriek Wij besluiten lacidipine in te gaan zetten bij Munde.
Full transcript