Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Taalontwikkeling

Jonge kinderen zijn taalverwervingswondertjes. In deze presentatie werpen we een blik op de mondelinge en schriftelijke taalverwerving van kinderen tussen 0 en 6.
by

lieve verheyden

on 18 November 2010

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Taalontwikkeling

Taalontwikkeling
tussen O en 6 mondelinge taalontwikkeling schriftelijke taalontwikkeling Kern model - aanbod -productiekansen - feedback mondeling communicerende mensen rondom zich
lezende en schrijvende mensen
geschreven taal

-> bedoeling, belang voortalige fase
vroegtalige fase
differentiatiefase
voltooiingsfase Voortalige fase: 0 tot 1 jaar MONDELINGE TAALONTWIKKELING er wordt heel veel gecommuniceerd
het kind wordt gevoelig gemaakt voor luisteren
de basisregels van talige interactie worden verworven
het kind leert heel veel te begrijpen in elke fase:
aandacht voor receptie vs prodcutie
aandacht voor diverse aspecten van het taalsysteem De duim is heel dik (mama duwt op kindjes duim)
De pink is heel klein (mama duwt op kindjes pink)
Drie vingers willen groter zijn
(mama duwt achtereenvolgens op wijs-, middel- en ringvinger)
De pink is heel klein (mama duwt op kindjes pink)
De duim is heel dik (mama duwt op kindjes duim)
En 't baasje, dat ben ik (mama kriebelt in kindjes handpalm) zie ook de vele
bakerrijmboekjes! Vroegtalige fase: 1 tot 2,5 jaar KLANKEN klanken
woorden
zinnen
taalgebruik en taalspel

beschouwing brabbelen -> polyglot brabbelen -> taalspecifiek brabbelen exploratie van de naaste omgeving (kruipen, stappen)
de wereld ontsluit zich met behulp van taal
interacties met vertrouwde omgeving WOORDEN eerste woordje: klankvormpje + betekenis
benoemen (wat in de buurt is)
verwijzen/oproepen (wat er niet is) massale exploitatie
overextensie: "bal" voor hoed, bal, sinaasappel, pompoen, wandklok, ...
uiteenlopende intonatiepatronen ZINNEN tweewoordenzin meerwoordenzin PRODUCTIEF: 5 tegen 18 maanden bv.
de plaats waar iets of iemand zich bevindt (papa (s)toel; mama we(g)),
het bezit ((s)toel Tine, muts Thijs, manneke mij),
aandacht (hoort auto; kijk koe),
bevesti¬ging/ont¬kenning (nee jesje, nee (s)lape). stilaan 3, 4 woorden PRODUCTIEF: tweewoordenzin tegen twee jaar KLANKEN Johannes (2;0 jaar)
Johannes:wanne buik duwe zon
(Zon, de hond, duwt tegen Wannes zijn buik)

Lukas (1;10 jaar)
Lukas:Lukas ete tammeke kaas
(Lukas wil een boterhammetje met kaas eten) RECEPTIEF: 200 wdn tegen 2 jaar RECEPTIEF: gewone spreektaal over hier en nu nog heel wat uitspraakvereenvoudigingen
=> begrijpelijk voor vertrouwde volwassenen TAALGEBRUIK en TAALSPEL volwassene houdt interactie gaande
taal begeleidt spel
kind geniet van taalspelletjes
boekjes kijken is uiterst leerrijk Differentiatiefase: 2.5 tot 5 jaar MONDELINGE TAALONTWIKKELING exploratie van de bredere omgeving: cognitieve ontwikkeling!
veelvuldig contact met niet-vertrouwde volwassenen
veel contact met leeftijdgenoten
heel sterke groei: kiemen barsten open
kennismaking met nieuw register: de schooltaal! WOORDEN Lukas (3;O jaar) vertelde over Orion (de poes die een tijd geleden overleden is): Orion is dood, hé moeke. Maar als Orion terugkomt, dan hebben we twee poezen: Orion en Mpenza (de nieuwe poes). Blijkbaar fascineerde het woord 'trouwens' uit de volwassenentaal de kleine Wies (4;0 jaar); hij gebruikte het te pas en te onpas en leek daarmee erg veel gezag te willen afdwingen. Als iets hem niet zinde, zei hij 'En trouwens, hè moeke ...', maar verder geraakte hij niet. naast concrete ook
meer abstracte woorden woordenschatverwerving
gaat langzaam aandacht voor
onderscheidingen Thijs (4;6 jaar): ‘Dit is de kolodant van mijn cowboys’. Wanneer mama vraagt of het niet om de commandant gaat, antwoordt Thijs: ‘Nee, dit is de kolodant van de cowboys. De commandant moet luisteren naar de kolodant.’ Mama: ‘En is dat dan zoals de kolonel?’ Thijs: ‘Nee, ‘t is niet de kolonel, en ook niet de commandant, ‘t is de kolodant.’ hiaten en
veel creativiteit 'kersthond' voor de hond van de kerstman,
'klimspin' voor een klautertuig dat lijkt op een spinnenweb,
'koffietanden' voor de kiezen van volwassenen (vf. melktand),
'baashoofd' voor het opperhoofd van de indianen,
'opwichten' voor het als een gewichtheffer optillen
'een afzakbroek' voor een pyamabroek waarvan de elastiek niet strak zit,
'smeervlees' voor pastei (naar analogie met smeerkaas) moeilijke woorden? Maar later, alleen in mijn vertrouwde woonwagen,
wist ik dat hij thuishoorde bij de andere beren,
diep in het mooie sparrenbos in Oregon. Daar kwam zijn naam vandaan.
En wie weet, misschien zou ik Sneeuwwitje daar vinden.
(< De reis van de beer (Oregon) en de clown)
B.v. woonwagen, sparrenbos, beer, struikelen, …zijn makkelijk,
net zoals Pikachu of triceratops rex.
B.v. thuishoren, misschien, beloven, vertrouwd, diep, later….
zijn moeilijker.
Ook ‘Sneeuwwitje’ is moeilijk omdat het figuurlijk bedoeld is. SCHRIFTELIJKE TAALONTWIKKELING KLANKEN bijna alles gekend - gekund! fonemisch-fonologisch bwustzijn !!! rijmen, klanken losmaken, lettergrepen klappen, taalspel (alliteratie)
-> kinderen moeten zich bewust worden van het feit dat de kleinste taalbouwstenen klanken zijn WOORDVORMING verbuigingen en vervoegingen!! kind schrijft zijn eigen grammatica aanbod, hypothesevorming, productiekansen, feedback, bijstelling Ik heb dribbelschoenen aan
voor op de ijsdakken. Lukas (4;8 jaar) ZINSBOUW langere en volledigere zinnen BESCHOUWING Wij noemen dat een 'vrachtwagen'
en Joachim zegt 'camion', da's gek, he.

Wij zeggen tegen aardappelen 'aardappelen',
maar in Duitsland zeggen ze 'Kartoffelen'.

‘Wouter’ en ‘kabouter’, dat rijmt, hè. kennis, vaardigheden, attitudes kind wil in interactie gaan, communiceren Voltooiingsfase: 5 jaar en verder talloze kansen om de kennis van de wereld en dus ook van de taal verder uit te breiden... heel je leven lang Basaal is de taal van een 6 à 7-jarige
'zo goed als'-volwassenentaal BESCHOUWING nadenken over taalgebruik
nadenken over taalsystematiek ‘wij zeggen schommel, maar jullie zeggen touter of beis’.
'wij spreken Nederlands, en in Frankrijk verstaan ze dat niet.' ik ben een prots en jij een knots; dat rijmt!! Belang van door taal begeleide wereldverkenning
Belang van omgang met boeken
ter verdieping van de verkenning van (reeds ontmoete wereld)
om nieuwe werelden te leren kennen
- andere ruimte en/ of andere tijd
- gedachten
- emoties
- wereld van de geschreven taal Lezen en schrijven is communiceren over de grenzen van het hier en nu:
met tekeningen
met pictogrammen
aan de hand van symbolisch systeem, de verbale taal ontluikende geletterdheid de ontwikkeling van vaardigheden, inzichten, attitudes i.v.m. schriftelijke communicatie geschreven taal maakt wezenlijk deel uit van de leefomgeving van jonge kinderen
volwassenen/oudere kinderen zijn vaak drukdoende met ontcijferen/opstellen van schriftelijke boodschappen

-> kinderen willen verkennen wat ze rondom zich zien of zien gebeuren (verkeersbord, K3, PC-scherm) van rollenspel (doen alsof) naar het echt willen kunnen
=> kinderen krijgen inzicht in het waarom + hoe van schriftelijke communicatie
=> kleuters leren hier en nu overstijgen: verbeeldingsvermogen! spelontwikkeling van tekenen naar schrijven - geen onderscheid tussen tekenen en schrijven
- gespeeld schrijfgedrag
- echt (proberen te) schrijven: klank-letterkoppelingen; schrijfrichting steeds verfijndere auditieve waarneming - genieten van bubbelbad vol rijmpjes en klanken
- spelen met klanken en ritmes
- zich bewust worden van klankgroepjes en klanken als bouwstenen
- onderscheid kunnen maken tussen inhoud en vorm
- zelf klankgroepjes of klanken kunnen onderscheiden bv. doen alsof bij 'boekjes lezen' twee grote fasen: zij moeten kunnen ervaren hoe schriftelijke communicatie deel uitmaakt van dagelijks leven:
aanbod van geschreven communicatie,
schriftelijk communicerende volwassenen,
boeken als aanvulling op wereldverkenning
+ vrijvlijvende kansen tot gespeeld lezen/schrijven in zinvolle contexten kinderen tussen 2,5 en 4 jaar zij moeten heel veel kansen krijgen om
zelf te schrijven/lezen (gespeeld of echt),
gesprekjes met volwassenen kunnen voeren over schriftelijke communicatie,
informatie krijgen over de technische kant (klanken, letters, klank-letterkoppeling),
boeken als onwegdenkbaar deel van dagelijks leven ervaren. kinderen vanaf een jaar of 4 voorwaarden mondelinge taalontwikkeling
taalbschouwing op zes jaar: helemaal klaar voor schrijf- en leesonderwijs,
dat op zijn beurt vruchten afwerpt op alle andere domeinen van het leren op school en daarbuiten! aanleiding tot
ontwikkeling ontwikkelingslijnen,
bijvoorbeeld
Full transcript