Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hf 3 Org.kunde Structure

No description
by

Erik Veneboer

on 21 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hf 3 Org.kunde Structure

organisatie
mensen
middelen
doelstellingen
DOEL
STRATEGIE
STRATEGIE: De route die een onderneming neemt om haar doel(stellingen) te realiseren. (gevolgd door planning en uitvoering)
HOE?
situatie analyse: Intern / extern, gevolg door SWOT
STRUCTUUR
Structure follows Strategy (Chandler)
- effectiviteit: ben je doelgericht bezig?
-efficiënt: hoe heb je het bereikt? (met de laagst
mogelijke inspanning is efficiënt!).
Organisatiestructuur
Hoe zijn de functies binnen de organisatie verdeeld?
Het vastleggen van de posities van mensen
en middelen voor een bepaalde tijd
Welke elementen spelen een rol bij deze verdeling?
1.
Functies
:
de manier waarop de functies worden verdeeld
Een functieomschrijving geeft de doelstellingen aan die bereikt moeten worden en bestaat uit een aantal taken
2.
Beslissingsbevoegdheden
:
Centralisatie of Decentralisatie
3.
coördinatie
:

de communicatie binnen de organisatie.
deze kan formeel of informeel zijn
Formeel of Informeel overleg
Formeel overleg
:
dit is officieel vastgelegd door de directie.
dit kan ingedeeld worden naar:
-
Organieke stuctuur
(bijvoorbeeld afdelingen) of
-
Personele structuur
( bijv. namen van de chefs +
afdelingen + aantal medewerkers)
Informeel overleg
:
dit is aanvullend en niet vastgelegd.
Organisatieschema (organogram)
vereenvoudigde weergave van de functies:
wat laat het organisatieschema zien?
1. de horizontale taakverdeling op de verschillende niveaus en
2. de hiërarchische verhoudingen
Bij het ontwerpen van een organisatiestructuur komen
arbeidsverdeling

en
coördinatie
bij elkaar (deze elementen zijn onlosmakelijk verbonden en vullen elkaar aan
).

Meer arbeidsverdeling = meer coördinatie
we onderscheiden:
-bestuursmotief
-kostenmotief
-sociaal motief
-maatschappelijk motief
Bestuursmotief:
"Gelijkgerichtheid" binnen (niveaus van)
de organisatie geeft eenheid van leiding
Kostenmotief:
Zeer ver doorgevoerde arbeidsverdeling levert kostenvoordelen op
door door veel deeltaken = routinevorming = sneller = goedkoper=
grotere mogelijkheid tot automatisering
Sociale motief:
Functies moeten aantrekkelijk blijven.
Er is altijd behoefte aan variatie = motivatie
Maatschappelijke motief:
Aanvulling op het sociale motief: eisen van de maatschappij. Bijvoorbeeld de arbo-wet.
Doel: het vinden van een "goede"
balans tussen deze motieven.
Taakverdeling
Horizontaal
Verticaal
Verdeling van functies op een bepaald niveau en binnen dit niveau over verschillende functionarissen
indeling in:
gelijksoortigheid =
interne differentiatie
werkzaamheden aan de hand van hun
aard
samenvoegen (verkoop, inkoop, productie, financiën, HRM) =
F-indeling

voordelen:
-efficiënter werken
-mogelijkheden om tot automatisering over te gaan
nadelen:

-moeilijke coördinatie tussen de functionele afdelingen

samenhang =
interne specialisatie

medewerkers van
verschillende disciplines
worden bij elkaar gezet en zorgen
samen
voor de marktbewerking (van een product of productgroep) = P,G of M indeling

voordelen:
-bevorderen flexibiliteit waardoor er
sneller afstemming kan plaatsvinden
-stimulatie, betrokkenheid en loyaliteit van
de medewerkers: samen verantwoordelijk
Nadeel:
-geen voordelen van specialisatie, risico van
functie doublures

verdeling van functies en bevoegdheden over verschillende organisatieniveaus en binnen die niveaus over verschillende functionarissen
Iedere werknemer heeft een bepaald takenpakket
(functie bestaat uit taken)
werkstructurering
-taakroulatie (job rotation)
-taakverruiming (job enlargement) = horizontaal
-taakverrijking (job enrichment) = verticaal

Autonome groepen:
het werk is zodanig georganiseerd dat de
werknemers in een groep een eindproduct maken.
voordeel: motivatie voor medewerker
nadeel : hogere kosten

Hackman:
een functie is verrijkt indien deze de volgende karakteristieken heeft:

1. variëteit in vaardigheden
2.

taakidentiteit

3. taakbelang
4.autonomie
5. feedback van de functie zelf

werkzaamheden/vaardigheden/talenten
zichtbaar resultaat
invloedrijkheid functie tav mensen en leven
mate van vrijheid en onafhankelijkheid
mate van direct zichtbare prestatie van de functie
(effectiviteit van de prestatie)

-span of control = spanwijdte


-omspanningsvermogen


-depth of control = spandiepte

=horizontaal -de feitelijke situatie - aan hoeveel
medewerkers leiding gegeven wordt

=het aantal medewerkers aan wie een
leidinggevende leiding kan geven

=feitelijk bereik in verticale richting

vergroten door:
-assistent manager
-assistenten
-staf afdelingen
-vergroten kennis en vaardigheden
-taken delegeren
-verbeteren informatievoorzieningen,
systemen en procedures
-functionele relaties invoeren (niet
leidinggevend, wel dwingend)

coördinatie = afstemmen
communicatie
het uitwisselen van informatie
tussen zender en ontvanger
boodschap coderen door:
-tekst
-illustraties
-symbolen
-geluid
waarom?
aansluiting op de respons
ja, als de gewenste interpretatie
er op volgt
Nee = Ruis
verkeerde codering of decodering
-horizontaal
-verticaal
-lateraal (bij projecten en als staff)
taakverdeling maakt
afstemming noodzakelijk:
welke onderdelen opereren in meer
of mindere mate van elkaar
we onderscheiden verschillende
afhankelijkheden (interdependenties).
gepoolde
afhankelijkheid
volgtijdelijke
afhankelijkheid
wederzijdse (reciproke)
afhankelijkheid
verschillende onderdelen werken
autonoom naast elkaar
directe afhankelijkheid van toeleveranciers
(bijv. glas voor raamproductie)
als onderdelen afhankelijk van elkaar zijn
(bijv. verkoopcijfers voor nieuw beleid)
organisatiestelsels
het in kaart brengen van organisaties
op verschillende onderdelen:
-taakverdeling
-besluitvorming
-coördinatievoorziening
-macht
mechanistisch
organistisch
-structuur lijkt op machine
-rationaliteit
-efficiency
-bevoegdheden en taken zijn vastgelegd
-centrale besluitvorming
-hoge mate hiërarchie
-stabiele voorspelbare omgeving
-structuur lijkt op levende organismen
-dynamiek
-creativiteit
-participatie en delegatie
-besluitvorming vaak decentraal
-mensen spelen een belangrijke rol
-snelle aanpassing omgevingsveranderingen
mintzberg
basisconfiguraties = organisatiestructuur
eenvoudige structuur

machinebureaucratie

professionele bureaucratie

divisiestructuur

adhocratie

Direct toezicht


complexere omgeving met veel systemen, procedures en stafafdelingen. Coördinatie door standaardisatie (banken en verz.maatschappijen).

macht aan de basis bij de professionals, de uitvoerenden.
Coördinatie door overleg en prestatieafspraken.

verschillende producten op verschillende markten. Macht ligt bij de divisiedirecteur. Coördinatie door contractmanagement.

Complexere omgeving die snel verandert. veel projecten
lijnorganisatie
lijn-staforganisaie
matrixorganisatie (projectgroepen)
divisiestructuur
https://create.kahoot.it/#quiz/85de6eca-f22d-487d-93b2-98be147f0a64
Full transcript