Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Cellen BvJ - H/V CoCo

Cellen BvJ - H/V CoCo
by

Marjon van den Broek

on 18 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Cellen BvJ - H/V CoCo

Cellen BvJ - h/v Coco
Cellen
Nanotechnologie (4vwo)
Microscopie (practicum)
Plantaardige en dierlijke cellen
Weefsels en organen
Celorganellen
Diffusie en osmose
Transport van stoffen
Stevigheid door osmose
Celdeling
Microscopie
Antoni van Leeuwenhoek: uitvinder microscoop.
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081124_vanleeuwenhoek01

Werken met de lichtmicroscoop
Preparaat
Object
vergroting = vergroting oculair x vergroting objectief
Plantaardige en dierlijke cellen
Zoek de verschillen tijdens het practicum !!

Weefsels en organen
Stamcellen
embryonale stamcellen
adulte stamcellen (stamcellen in organen, bv. beenmerg)
Samengevat: embryonale stamcellen bouwen het lichaam op, terwijl adulte stamcellen levenslang het ‘onderhoud’ verrichten door ziek of versleten weefsel te vervangen.
bron: http://blogs.groene.nl/betawetenschappers/stamcellen-en-regeneratieve-geneeskunde-clevers/
Gespecialiseerde cellen: zenuwcellen, spiercellen, huidcellen enz.
Nano = 10^-9m=1 nm
Nano is dus heel klein
Eicel is grootste menselijke cel; is 0,1 mm of 100.000 nm; niet met blote oog te zien
Nanotechnologie
Cel is zelfstandige biologische eenheid
Via celmembraan gaan stoffen de cel in en uit
Cellen reageren o.a. op licht of op aanwezigheid van bepaalde stoffen
Zelfregulatie: cellen houden zichzelf in stand door chemische reacties.
Nanotechnologie wordt gebruikt in:
gezondheidszorg (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen),
ICT (computerchips),
consumentenproducten (cosmetica en textiel),
voeding (additieven, verpakkingen),
milieu (waterzuivering, bodemsanering))
landbouw (kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen).
Enkele voorbeelden van producten voortkomend uit nanotechnologie zijn het gebruik van
titaniumoxide in zonnebrandcrème,
ceriumoxide nanodeeltjes in diesel voor het verbeteren van de verbranding (minder uitstoot van fijnstof)
antibacteriële toepassingen van zilver nanodeeltjes in kleding, medische apparatuur of verf.
De meest gebruikte chemische stoffen in nano-vorm zijn:
Zilver (Ag)
Goud (Au)
IJzer (Fe)
Koolstof (C)
Titanium dioxide (TiO2)
Aluminium oxide (Al3O2)
Cerium oxide (CeO2)
Zink oxide (ZnO)
Silicium dioxide (SiO2)

http://www.rathenau.nl/web-specials/nanodialoog/over-nanotechnologie/toepassingen/voeding/nano-ingredienten.html
Lees:
Werken met de microscoop blz. 68
Tekeningen maken blz. 69 (bij tekeningen mag je NOOIT schetsen)
Tekenregels: http://biologiepagina.nl/Brugklasnieuw/Biologie/tekenregels.htm

Microscopie
lichtmicroscopie (doen wij)
elektronenmicroscopie
TEM: Transmissie-elektronenmicroscoop
licht gaat door object
binnenkant weefsels en cellen
objecten van 2 mm
2-dimensionaal beeld
SEM: Scanning elektronenmicroscoop
object weerkaatst elektronen
beeld van oppervlak
3-dimensionaal beeld
Weefsel
: Een groep cellen met de zelfde vorm en dezelfde functie, bv. spierweefsel, zenuwweefsel, beenweefsel enz.
Tussencelstof
: behoort niet tot de cel!! Bevindt zich tussen cellen en bestaat uit vezels. Houdt de cellen in weefsels bij elkaar. O.a. celwand bij planten, kalkzouten bij botten, collageen bij bindweefsel en botten.
zie ook: http://dier-en-natuur.infonu.nl/biologie/3720-alles-over-weefsels.html
Orgaan
: een deel van een individu met een of meer functies
Orgaanstelsel
: een aantal organen die samen een bepaalde functie uitoefenen
Celorganellen
Alles over preparaat maken, werken met de microscoop, cellen en tekeningen staat hier:
http://www.bioplek.org/1klas/1klasmicroscoop.html#tekeningen
http://biologiepagina.nl/4/Cellen%20in%20werking/plasmodiervsplant.htm
http://biologiepagina.nl/4Havo/1Inleidingbiologie/hyperhypoisotoon.htm
Een met membranen omgeven onderdeel van een cel met een bepaalde functie. Zie ook http://www.betavak.nl/biologie/organel.htm
Een typische dierlijke cel. In het cytoplasma zijn de belangrijkeste organellen en celstructuren: 1. Nucleolus, 2. Kern, 3. Ribosoom, 4. Vesikel, 5. Ruw endoplasmatisch reticulum, 6. Golgi-apparaat, 7. Cytoskelet, 8. Glad endoplasmatisch reticulum, 9. mitochondria, 10. Vacuole, 11. Cytosol, 12. Lysosoom, 13. Centriolen
http://www.allesoverdna.nl/woordenboek/endoplasmatisch-reticulum.html
Endosymbiose theorie
Bouw van membranen
dubbele laag fosfolipiden
buitenkant hydrofiel, binnenkant hydrofoob
Hydrofiel: fosfaatgroep
Hydrofoob: 2 lange koolstofketens waarvan 1 verzadig vetzuurmolecuul en 1 onverzadigd vetzuurmolecuul
bevat eiwitmoleculen voor transport van stoffen.
selectief permeabel: veel stoffen kunnen er niet doorheen. Alleen kleine moleculen als O2, N2 en CO2 kunnen er direct doorheen, ook sommige vetten.
Aerobe bacterien worden mitochondrien
Cyanobacterien worden chloroplasten
Diffusie en Osmose
Transport over een celmembraan
Afhankelijk van verschil in concentratie tussen bepaalde stoffen
opgeloste stof bij de mens is water
Diffusie: verplaatsing van een stof van een plaats met hoge naar een plaats met lage concentratie; in gassen (lucht) en in vloeistoffen (water)
Osmose: water verplaatst van een plaats met een lage naar een plaats met een hoge concentratie.
http://highered.mcgraw-hill.com/sites/0072495855/student_view0/chapter2/animation__how_osmosis_works.html
Transport van stoffen
Functies membraaneiwitten
transport van stoffen
enzymen
receptoren voor signaalstoffen en celherkenning
Cellen staan in contact met:
Extern milieu: geldt voor alle cellen bij eencelligen. Bij meercelligen horen darmen, blaas en longen bij extern milieu
Intern milieu (weefselvloeistof, bloedplasma): bij meercelligen
Transport door membranen
Passief transport
GEEN energie nodig
ALTIJD van HOGE naar LAGE concentratie
Diffusie en Osmose
Actief transport
ALTIJD energie nodig in de vorm van ATP
ALTIJD van LAGE naar HOGE concentratie => tegen de concentratiegradient in
Transport via blaasjes
fagocytose: opname van voedsel in blaasje
Actief proces
http://www.allesoverdna.nl/woordenboek/cytoskelet.html
rood = filament
groen = tubuli
blauw = dna
Stevigheid door osmose
Turgescent
Plasmolyse
Celdeling
Interfase:
G1-fase: chromosoom bestaat uit 1 DNA-molecuul; voorbereiding celdeling door toename cytoplasma en aanmaken eiwitten
S-fase: Synthese DNA -> replicatie
G2-fase: chromosoom bestaat uit 2 DNA-moleculen -> stoffen aanmaken voor celdeling
Mitotische fase:
Mitose: kerndeling
celdeling: fase 4 blz. 113 Telofase
http://highered.mcgraw-hill.com/sites/0072495855/student_view0/chapter2/animation__how_facilitated_diffusion_works.html
Alleen VWO
Full transcript