Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

RDA02 Leerlijnen Bedrijfskunde

Leerlijnen Bedrijfskunde
by

Ryklof Dijkstra

on 2 December 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of RDA02 Leerlijnen Bedrijfskunde

Uitwerking leerlijnen bedrijfskunde leerjaar 1
Leerlijnen Bedrijfskunde
leerlijnen project 1
Plan van Aanpak
Programma van Eisen
het begin van een bouwproces
soorten tekening met functie
hoeveelheden calculatie

Project 1
Start lessen
Tijdens de les is het gebruik van je mobiele telefoon alleen toegestaan als de docent je daar toestemming voor geeft mocht je toch op je mobiel zitten te kijken dan mag je de aantekeningen na de les komen overnemen bij de docent.

Heb je een vraag? Steek dan even je vinger op.

Je neemt alle aantekeningen (ook de tekst op het scherm) over in je schrift of op een blaadje. Dit blaadje komt voorzien van de datum van wanneer de les gegeven is in je map achter het juiste tabblad voor bedrijfskunde. Je moet je aantekeningen altijd bij je hebben.

Werk netjes en als je een tekening over moet nemen doe dit dan niet te klein maar
schets
het duidelijk bij je aantekeningen.
Week 2 Het begin van een bouwproces
Er zijn verschillende partijen die horen bij een
bouwproces
. Je hebt bijvoorbeeld een:
opdrachtgever, neemt initiatief voor het project (opdrachtgever heet ook wel een principaal)
architect, ontwerpt het project, is vertrouwensman voor de opdrachtgever, kan zorg dragen voor prijsvorming en de kosten, houdt toezicht op de uitvoering
uitvoerder/aannemer (aannemingsbedrijf)
bouw adviseur, adviseert de opdrachtgever
gemeente, controleert de plannen en moet ze goed keuren
Week 2
Er worden verschillende budgetten opgesteld zodat de opdrachtgever weet waar het geld aan uitgegeven wordt:
grondkosten
architect kosten
constructeur kosten
bouwkosten
inrichtingskosten
rentekosten

Alle budgetten samen wordt de
calculatie
genoemd. Om te zorgen dat er niet te veel betaald wordt wordt er bijgehouden hoeveel er per budget wordt uitgegeven, dit wordt
kostenbewaking
genoemd.
leerlijnen project 2
begroten
werkvolgorde
plannen
aanbestedingsvormen

leerlijnen project 4
planning opstellen
eenvoudige Begroting

leerlijnen project 3
planning
PvE recreatiewoning
Ruimtelijke Ordening
projectplan
strokenplanning

Week 1 Programma van Eisen
Maak voor jezelf een korte PVE van een hondenhok denk hierbij aan de functie, de voorzieningen en het uiterlijk
Week 1 Programma van Eisen
Er zijn 2 afkortingen die je moet leren kennen, een PVA en een PVE. PVA staat voor een Plan van Aanpak deze heb je nodig bij de start van een opdracht. Je bedenkt hoe je de opdracht aan gaat pakken.

Nu hebben we het over een PVE dit betekent een Programma van Eisen, een opdrachtgever heeft een aantal ideeën over de bouw van een project (garage/brug). Het is de bedoeling dat de persoon die het project gaat uitvoeren deze ideeën naar voren haalt. Dit kan hij doen door een programma van eisen op te stellen met daarin de wensen van de opdrachtgever. Het verzamelen en analyseren van de eisen waaraan een project moet voldoen heet het programma van eisen afgekort pve.
Wat meestal bepalend is voor een opdrachtgever om een aannemer te kiezen is de prijs. Deze wordt berekent door een calculator van het bedrijf dat het werk graag wil hebben. Om te kunnen kiezen uit een laagste prijs wordt er een
aanbesteding
gedaan. Hieraan doen meestal 5 aannemers mee.

De opdrachtgever heeft van te voren in zijn hoofd een bepaald budget. Dit is een bedrag dat hij maximaal wil uitgeven. Als de aannemers hieronder blijven met hun aanbesteding wordt het werk meestal door die aannemer uitgevoerd (
gegund
).
Een pve bestaat uit de volgende onderdelen:
functie
hoeveel ruimten moeten er komen? (auto, fiets, werkbank, kastruimte)
voorzieningen
moet er elektra komen of stromend water of eventueel verwarming?
uiterlijk
welke kleur en materiaal krijgt de muur, dak, vloer, ramen, kozijnen, deuren, boeiplank?

Zodra een pve vast ligt kan het voorlopige ontwerp gemaakt worden.
Week 3
Van eisen naar het ontwerp. Bij het ontwerpen van een bouwproject worden verschillende soorten tekeningen gemaakt:
(schets ontwerp)
voorlopig ontwerp
definitieve ontwerp
bestektekeningen
werktekeningen

Voorlopig ontwerp
wordt gebruikt om de opdrachtgever te laten zien wat het ontwerp is geworden na het uitwerken van de wensen van de opdrachtgever in het programma van eisen.
Week 3
In de besteksfase worden de juiste maatvoering, de hoogtematen en peilmaten in de tekening verwerkt. De
bestektekening
geldt als contractstuk voor de aannemer. Hij maakt aan de hand van deze tekening een calculatie. De bestektekening wordt meestal schaal 1:100 gemaakt.

Bij de tekeningen voor de aannemer hoort ook een
bestek
. Dit is een boekwerk waarin opgenomen de administratieve voorwaarden en de technische omschrijvingen die behoren bij het te maken werk. Een STABU bestek wil zeggen dat het om een bestek gaat die gemakkelijk te lezen is door meerdere bouwbedrijven. STABU staat voor
STA
ndaardbestek voor
B
urger- en
U
tiliteitsbouw.
Definitief ontwerp
komt tot stand nadat de opdrachtgever heeft aangegeven hoe de indeling moet worden in het voorlopig ontwerp. Bij de invulling van de materialen bij het definitieve ontwerp wordt rekening gehouden met de volgende zaken:
energiezuinigheid
gezondheid
bruikbaarheid
veiligheid
levensduur
kosten
milieu
Voor een goed inzicht in het te maken werk worden er
werktekeningen
gemaakt. Deze tekeningen worden meestal schaal 1:50 of 1:20 getekend. Op de werktekeningen worden meer gegevens getekend en aangegeven.
Week 4
Voorschriften die met bouwen te maken hebben kunnen we vanuit drie gezichtspunten benaderen:
de gebruikers
de bestemming
de omgeving

De wetten die voor de
gebruikers
zijn gemaakt dienen vooral ter bescherming van de mensen die in een gebouw leven of er aan werken.

De
bestemming
heeft te maken met het functionele, dat wat er binnen een gebouw gebeurt. Dit zorgt er voor dat er bepaalde eisen aan een gebouw zitten.

Een gebouw heeft invloed op zijn
omgeving
. Bij het ontwerpen heeft men in het bijzonder met de desbetreffende wetten te maken.
De woningwet bestaat al sinds 1901 en is bijgesteld in 1962, 1991, 2003 en 2007. Deze wet is onder te verdelen in drie onderdelen:
de bouwverordening
de bouwvergunning
overige wetten

De gemeente is verplicht een
bouwverordening
vast te stellen waarin voorschriften staan omtrent het bouwen. Hierin staan bepalingen van technische, administratieve en juridische aard.

Zonder
vergunning
mag je niet bouwen. Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) verleent deze vergunning. Als eerste moet het ontwerp voldoen aan de eisen die gesteld worden door de welstandscommissie. (esthetica = schoonheidsleer dus uiterlijk) Deze indiening mag op basis van een definitief ontwerp. Zodra deze is goedgekeurd kan het plan worden getoetst door Bouw- en Woningtoezicht. Hierbij moeten de volgende tekeningen worden ingediend: een situatietekening, een bestektekening, een detailtekening en een sterkteberekening van de constructies.
Week 4
In een m2 (
vierkante meter
) muur oppervlakte gaan ongeveer 72 stenen van het type standaard waal formaat.
De altijd aan het gebruiken van dezelfde eenheden!

Het aantal stenen wat in een muur komt moet je als volgt berekenen:
eerst oppervlakte van de muur uitrekenen in m2
oppervlakte van de ramen en deuren uitrekenen in m2
oppervlakte van de ramen en deuren aftrekken van de oppervlakte van de muur
uitkomst vermenigvuldigen met 72 stenen per m2 en je weet het aantal stenen wat er nodig is om de muur te kunnen metselen

Om het inwendige oppervlak in m2 van een plattegrond te berekenen moet je de maatvoering van de lengte en de breedte aan de binnenkant van de muur meten in m1 (
strekkende meter
) en deze met elkaar vermenigvuldigen.
Om het uitwendige volume in m3 (
kubieke meter
) van een gebouw te berekenen moet je de maatvoering van de lengte en de breedte en de hoogte aan de buitenkant van het gebouw meten in m1 en deze vermenigvuldigen met elkaar.

Het oppervlak van een brugdek bereken je op dezelfde manier als het oppervlak van een plattegrond. Om van het materiaal van het brugdek het gewicht te berekenen moet je weten wat het gewicht van dat materiaal in
kg/m3 (
kilogram per kubieke meter
) is.

Denk aan de schets met daarop alle afmetingen die je gebruikt hebt om alles te berekenen.
Het ontwerp
Het ontwerp
Het ontwerp
Het ontwerp
Het ontwerp
Het ontwerp
De overheid
De overheid
Week 5
De
Wet op de ruimtelijke ordening
is gemaakt om ervoor te zorgen dat Nederland niet helemaal volgebouwd wordt met woon- en utiliteitsgebouwen. Op deze manier regelt de overheid het gebruik van de grond. Om dit te kunnen doen moet er per gebied gekeken worden wat er gebouwd kan worden.

Het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) brengt nota's uit voor de visie op de ruimtelijke ordening. De laatste nota kijkt door naar 2020.

Bij de wet op de ruimtelijke ordening kent de overheid 4 plannen:
het facetplan, rijksniveau
het streekplan, provinciaal niveau
het structuurplan, gemeentelijk niveau voor de toekomst
het bestemmingsplan, bestemming van de grond
www.planviewer.nl
Het bouwbesluit valt onder de woningwet en stelt eisen vanuit de gebruiksfuncties aan gebouwen en onderdelen van gebouwen.
Deze onderdelen zijn veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.

Enkele begrippen uit het bouwbesluit zijn:
gebruiksoppervlakte, binnenwerkse vloeroppervlak geschikt voor gebruik
verblijfsgebied, besloten ruimte op dezelfde bouwlaag die met elkaar in verbinding staan (wat niet meetelt zijn toilet, badruimte en technische ruimte en gangen)
verblijfsruimte, besloten ruimte waar mensen verblijven

Eisen in het bouwbesluit zijn bijvoorbeeld:
minimum hoogte deuren 2315mm
minimum hoogte plafond 2600mm
trappen moeten beter beloopbaar zijn (luier)
verhoging van EPC waarde
De overheid
Week 5
Om de kwaliteit te waarborgen van het te maken werk zijn er normen opgesteld door het Nederlands Normalisatie Instituut waar iedereen aan moet voldoen bij het bouwen. Deze normen staan vermeld in NEN-ISO-normen. Een voorbeeld is de NEN-ISO 9000 richtlijnen voor de keuze en toepassing.


Productkwaliteit wordt gekeurd door KOMO. Deze bevatten richtlijnen op welke wijze gefabriceerde producten worden gekeurd en waaraan de producten moeten voldoen.

Proceskwaliteit is vooral gericht op het voorkomen van fouten.
De overheid
Les 1 Planning
Een bekend gezegde luidt: regeren is vooruitzien. Je kunt vooruitzien door een goede planning te maken.
Bij het opzetten van een planning zien we steeds drie aspecten terugkomen namelijk er moeten
beslissingen
genomen worden om iets in
uitvoering
te nemen zodat de
doelstelling
bereikt kan worden.

Plannen betekent in feite een blik in de toekomst werpen om een antwoord te krijgen op de vraag wanneer moet er wat gemaakt worden en wanneer moet het klaar zijn? Omdat in de toekomst kijken lastiger wordt als je verder weg moet kijken gebeurt het plannen van grof naar fijn. De vijf grove bouw fasen die gebruikt worden om een planning op te bouwen zijn fundering, ruwbouw, gevel, dak, afbouw. Als je deze fasen eerst grof inpland kun je ze later uitwerken.
Voor opdracht 2.1.2 planning project moeten jullie een planning maken van de opdrachten die tijdens project 2 gemaakt moeten worden. Deze maak je in de vorm van een tijdbalkenschema in de planning die we al tijdens informatica gemaakt hebben.
Primaire planning
Wie een tijdschema wil maken voor een bouwproject gaat eerst de tekeningen bestuderen om te weten wat er gemaakt moet worden. Dit noemen we een
project

analyse
. Om te kijken in welke volgorde er gebouwd moet worden maken we een
proces

analyse
.
Les 2 Planning
Om een tijdschaal op de planning te kunnen aangeven moeten we uitrekenen hoeveel manuren een bewerking kost. Als een bewerking 120 manuren kost en we hebben 3 personen beschikbaar om eraan te werken dan is het 120 : 3 = 40 uur per persoon. Dit gedeeld door 8 want er gaan 8 uren in een werkdag en je komt op 5 werkdagen per persoon. (precies 1 week) Dit kun je inplannen in je planning door een periode van 5 dagen aaneengesloten te arceren. De afkorting voor
manuren
= m.u.

Om een werkploeg efficiënt te kunnen laten werken moet er wel genoeg ruimte zijn op de werkvloer om te werken.

Je kunt nu ook uitrekenen hoeveel mensen je nodig hebt om een bepaalde taak binnen een bepaalde tijd te maken. Je deelt dan het aantal m.u. door het beschikbare aantal uren en je weet hoeveel werknemers je nodig hebt.
Tussen twee bewerkingen kan een bepaalde periode zitten wat je moet afwachten voordat je verder kunt met de andere bewerking. We noemen deze periode een
interval
. Afhankelijk van de bewerking wordt bepaald hoe lang het interval duurt. Bij het storten van een vloer zul je eerst moeten wachten tot het beton is uitgehard voordat je verder kunt met het opmetselen van een muur. Deze periode kan 48 uur duren. Het interval is dan dus 2 dagen.

Een
plandag
is een dag waarop er onder normale omstandigheden buiten gewerkt kan worden. Volgens het UAV (Uniforme Administratieve Voorwaarden) is een
onwerkbare

dag
een dag waarop ten minste 5 uren de werknemers en de machines niet kunnen worden ingezet. Een
planweek
bestaat dus uit 5 * 8 uur is 40 uur.
Primaire planning
Les 3 Planning
Een bouwplan moet passen binnen het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt opgesteld door de gemeente. Hierin staat de bestemming van de grond. Dit kan zijn industrie, agrarische gebruik, wonen, wegen, winkels, groen enzovoort. De gemeente kijkt met het opstellen van het bestemmingsplan altijd naar de plannen die al landelijk en door de provincie zijn opgesteld zoals bijvoorbeeld het Rijkswegenplan of een gebied voor recreatie. Zodra een bestemmingsplan definitief is verklaard hebben burgers zich hieraan te houden.

Mocht je een bouwwerk willen bouwen dan zul je het moeten toetsen aan het bestemmingsplan dat is opgesteld voor dat specifieke gebied.

www.planviewer.nl

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?postcode=7555PN
Voor opdracht 2.1.5 moet je aangeven wat er wordt verstaan onder een bestemmingsplan. LET OP: in je eigen woorden.
Daarnaast ga je kijken of je mag bouwen op de aangegeven locatie. Dit heet het ontwerp "toetsen" aan het bestemmingsplan. Je zet dit alles in een schriftelijke verantwoording.
Primaire planning
Week 48 Het ontwerp
Bij het ontwerpen van een gebouw kom je in aanraking met verschillende partijen en instanties.

Je hebt bijvoorbeeld een:
opdrachtgever
ontwerper
uitvoerende partij
vergunning verlenende instantie
mogelijke andere partij

De
opdrachtgever
kan zijn een particulier die een huis wil bouwen of verbouwen. Maar ook een bedrijf die wil gaan bouwen. Een vereniging kan ook een opdrachtgever zijn zoals een scholenstichting of een sportvereniging. Een projectontwikkelaar die als doel heeft om een gebied te exploiteren en hierop winst wil maken zou ook kunnen. Eigenlijk iedereen met een zak geld kan opdrachtgever zijn.
Als
ontwerpende
partij moet je denken aan een architect. Deze maakt meestal een bouwkundige tekening. Als je op zoek bent naar een bedrijf dat ontwerp tekeningen maakt voor gebieden, wegen of rioleringsplannen kom je uit bij een ingenieursbureau. Dit is meestal een ontwerper voor infra technische tekeningen.
Je kunt een adviesbureau ook inschakelen om een ontwerp tekening te maken. Deze benader je meestal als het om een specialistisch ontwerp gaat. Bijvoorbeeld voor installaties m.b.t. geluid, warmte en licht.

Bij een
uitvoerende
partij moet je denken aan een aannemingsbedrijf dit kan voor bouw als voor infra gelden. Voor specialistische onderdelen benadert de aannemer meestal een onderaannemer.
Bouwpartners
Week 48 Het ontwerp
Een
vergunning
verlenende instantie kan zijn een gemeente voor bijvoorbeeld een bouwvergunning. Rijkswaterstaat kan ook vergunning verlenen alleen op provinciaal niveau. Zij hebben zeggenschap over de oevers langs kanalen.
geen
Bouwpartners
Week 49 Het ontwerp
Logistiek in de bouw is erg belangrijk. Hoe beter voorbereid je aan een bouwproces begint hoe sneller en dus goedkoper er gebouwd kan worden.
Een voorbeeld van meedenken tijdens het productieproces komt uit Japan. Daar hebben ze in de Toyota fabriek een concept bedankt wat de productie moet bevorderen. Het LEAN bouwen is hiervan afgeleid.
Om een goede bouwvolgorde te hanteren is het van belang dat de juiste bewerking op het juiste moment in de planning gebeurt.
Bouwvolgorde
Het logistiek in de bouw bepaald dus wanneer een onderdeel aanwezig moet zijn op het juiste moment in het bouwproces. Het richt zich vooral op:
de toelevering van materialen
de toelevering van geprefabriceerde elementen
de verwerking van materialen
de inschakeling van hulpmiddelen daarbij
Week 49 Het ontwerp
De volgorde bij het bouwen van het toiletgebouw is grotendeels als volgt:
uitgraven van de bouwput
storten van een werkvloer
storten van de fundering
aanbrengen van de funderingsmuren
leggen van de rib-cassette vloer (balk-broodjesvloer)
storten van het beton op de rib-cassettevloer
stellen van de profielen en de kozijnen
aanbrengen binnenmuren
aanbrengen balklaag van platte dak
aanbrengen isolatie tegen de binnenmuren
aanbrengen buitenmuren
plaatsen van isolatie op de balklaag
aanbrengen dakbedekking
aftimmeringen zoals boeiplank aanbrengen
aanbrengen hemelwaterafvoer
plaatsen glas + deuren
De volgorde bij het bouwen van de aanlegsteiger is grotendeels als volgt:
inmeten plaats van aanlegsteiger
plaatsen van de meerpalen
plaatsen van de liggers langs de meerpalen
schoren plaatsen
geprofileerde dekdelen plaatsen
eventueel anti-slip laag aanbrengen
eventueel aanbrengen van elektrakasten


De bewerkingen van het bouwen van een toiletgebouw en van een aanlegsteiger worden tijdens de ontwerpfase bedacht en uitgevoerd tijdens de uitvoeringsfase.
Bouwvolgorde
Week 49 Het ontwerp
Er zijn een aantal verschillende fases tijdens een bouwproces. Deze fases gebruiken we ook tijdens het project. We beginnen met de oriëntatie fase ook wel initiatief fase genoemd. Want zodra een opdrachtgever met geld het initiatief neemt om te gaan bouwen wordt het hele bouwproces ingang gezet. De oriëntatie fase is dus fase 1. De volgende onderdelen vallen onder deze fase:
locatie bezoek
budget bepalen
planning opstellen
programma van eisen opstellen
architect zoeken

De tweede fase is de ontwerpfase. Tijdens deze fase wordt het programma van eisen omgezet in een eerste ontwerp. De volgende onderdelen kunnen tijdens deze fase aan de orde komen:
schetsontwerp maken
definitief ontwerp maken
bestektekeningen maken
materiaal keuze
schrijven van het bestek
De derde fase is de voorbereidingsfase. Tijdens deze fase wordt het werk voorbereidt om te kunnen worden uitgevoerd. De volgende onderdelen kunnen tijdens deze fase aan de orde komen:
aanvragen van vergunningen
haalbaarheids onderzoek
grondonderzoek
zoeken van een aannemer om het werk uit te voeren
eerste kostenraming gemaakt met manuren, materiaalkosten en andere kosten

De vierde fase is de uitvoeringsfase. In deze fase wordt het werk gemaakt. De volgende onderdelen komen aanbod:
start van de bouw
werktekeningen maken door de aannemer
inrichten bouwplaats
werkbegroting opstellen
contacten met onderaannemers
bouwvergaderingen

Bouwvolgorde
Week 49 Het ontwerp
De vijfde en laatste fase is de opleveringsfase. Hierbij wordt de sleutel overhandigd aan de opdrachtgever en de opdrachtgever betaald de laatste termijn aan de aannemer. Na afloop van de oplevering maakt de aannemer een nacalculatie van het gemaakte werk om te kijken of er een volgende keer ergens bespaard kan worden zodat het werk goedkoper kan worden uitgevoerd. Verder wordt er gekeken of de planning klopte.

Er kunnen verschillende partijen benaderd worden om te komen tot een ontwerp en de bouw van een toiletgebouw met aanlegsteiger.

Als eerste het Rijkswaterstaat deze wordt al in het begin stadium (fase 2) betrokken bij de vraag of er een aanlegsteiger gebouwd mag worden op hun grondgebied. Een andere partij die gevraagd moet worden is de gemeente i.v.m. aanvraag vergunning voor het bouwen van een toiletgebouw. Deze partij vraag je meestal tijdens fase 3. Je hebt ook een architect nodig, deze vraag je meestal tijdens fase 1. Als laatste partij hebben we een aannemer nodig. Deze wordt meestal gevraagd tijdens fase 3.
Bouwvolgorde
Start lessen
Tijdens de les is het gebruik van je mobiele telefoon alleen toegestaan als de docent je daar toestemming voor geeft mocht je toch op je mobiel zitten te kijken dan mag je de aantekeningen na de les komen overnemen bij de docent.

Heb je een vraag? Steek dan even je vinger op.

Je neemt alle aantekeningen (ook de tekst op het scherm) over in je schrift of op een blaadje. Dit blaadje komt voorzien van de datum van wanneer de les gegeven is in je map achter het juiste tabblad voor bedrijfskunde. Je moet je aantekeningen altijd bij je hebben.

Werk netjes en als je een tekening over moet nemen doe dit dan niet te klein maar
schets
het duidelijk bij je aantekeningen.
Week 4 Ondernemingen
Door de ontwikkeling van de mens is er een scheiding gekomen tussen producerende en consumerende mensen. Vroeger was het gebruikelijk dat iedereen datgene produceerde wat hij zelf nodig had. Door de opkomst van
gilden
gingen vakmensen zich specialiseren. Dit deden ze door het bouwen van werkplaatsen waardoor er betere productieprocessen konden plaatsvinden. Daarmee werd de eerste stap gezet naar een
ondernemingsgewijze
productie.
In de bouw kennen we de volgende organisaties namelijk:
- werkgeversorganisaties
- werknemersorganisaties
- organisaties van werkgevers en werknemers zoals:
het EIB (Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid) en SFB (Sociaal Fonds Bouwnijverheid)

Werkgeversorganisaties
Er is één grote koepelorganisatie waaronder meerdere aannemers verenigingen vallen namelijk Bouwend Nederland. Deze behartigt de belangen van de werkgevers bij CAO-onderhandelingen. (Collectieve Arbeidsovereenkomst)

Werknemersorganisaties
De werknemers in de bouw kunnen zich organiseren bij twee bonden namelijk:
- FNV bouw- en houtbond (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
- CNV hout- en bouwbond (Christelijk Nationaal Vakverbond)
Inleiding
Als het produceren slaagt heeft een bedrijf een drietal functies: sociale functie, maatschappelijke functie en een economische functie.
De
sociale
kant komt tegemoet aan de behoefte van de mens om bezig te zijn en zich te ontplooien. Het leveren van goederen en diensten is een invulling van de
maatschappelijke
functie en het maken van winst is een
economische
functie.
Week 4 Ondernemingen
Beide bonden zijn partners in overleg over het CAO. Het uitvoerend en technisch (calculator) personeel vallen onder een ander CAO namelijk het UTA-CAO. UTA staat voor Uitvoerend, Technisch en Administratief. De bouw nijverheid kent twee collectieve arbeidsovereenkomsten:
- de UTA-CAO
- de Bouw-CAO voor productiepersoneel

Organisaties van werkgevers en werknemers
Het EIB opgericht in 1956 heeft als doel om op onafhankelijke en wetenschappelijke wijze de kennis te bevorderen en economische vraagstukken voor de bouwnijverheid op te lossen. De SFB opgericht in 1952 heeft als doel:
- uitkeringen verzorgen bij ziekte
- uitkeringen verzorgen bij arbeidsongeschiktheid
- uitvoeren van sociale wetgeving in de bouw
Bouworganisaties
Week 5 Ondernemingen
Er zijn verschillende ondernemingsvormen.

Rechtsvormen:
Een mens kan deelnemen aan het economisch leven. Hij kan verbintenissen aangaan en kopen en verkopen. Een dier kan dat niet. In het recht wordt een mens een natuurlijk persoon genoemd.

Rechtspersoon:
Als een onderneming, vereniging of stichting wil deelnemen aan het economisch verkeer moet er een rechtspersoon in het leven worden geroepen. Hiervoor zijn verschillende vormen.

Stichting:
Een stichting wordt meestal in het leven geroepen vanwege ideële of liefdadige motieven. De stichting is de rechtspersoon die verbintenissen kan aangaan. Een stichting mag winst maken, maar heeft dat niet als doel.
Onderneming:
Een onderneming is een bedrijf om winst mee te maken. Men kan deelnemen aan het rechtsverkeer samen met andere mensen of alleen. Hiervoor zijn de volgende ondernemingsvormen opgezet:
eenmanszaak
maatschap
vennootschap onder firma (vof)
commanditaire vennootschap
naamloze en besloten vennootschap (nv of bv)
coöperatieve vereniging

Eenmanszaak
Als de hele zaak door één persoon wordt beheerd, die hiervoor dus ook verantwoordelijk is. Hij of zij is aansprakelijk met het hele vermogen en ook de bezittingen van zijn of haar echtgenoot als men getrouwd is in gemeenschap van goederen.
Ondernemingsvormen
Week 5 Ondernemingen
Maatschap
Een maatschap is een vorm van samenwerking van één of meerdere personen om geld te verdienen en winst te maken en deze onderling te verdelen. Een maatschap komt veel voor bij de vrije beroepen zoals een groep specialisten in het ziekenhuis of een groep architecten. Een maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid maar werkt naar buiten als een eenheid in het economische verkeer.

Vennootschap onder firma (v.o.f.)
Dit komt veel voor als aannemers gaan samenwerken om een groot werk te maken. Ze vormen dan vaak een bouwcombinatie en er wordt onder gemeenschappelijke naam gehandeld. De v.o.f. is geen rechtspersoon. Alle vennoten zijn aansprakelijk bij het aangaan van transacties dus ook met hun privé vermogen.
Commanditaire vennootschap
Dit is een maatschap tot de uitoefening van een bedrijf. Er zijn vennoten bij die met de leiding belast zijn en er zijn vennoten bij die het geld ter beschikking stellen. Alleen de vennoten die naar buiten treden zijn aansprakelijk en ook met hun privé vermogen. De commanditaire (stille) vennoot is niet aansprakelijk, alleen voor het bedrag wat hij heeft ingebracht.

Naamloze vennootschap
De n.v. is een rechtspersoon die aan het economische verkeer deelneemt. Het kapitaal van de n.v. is verdeeld in aandelen en vormt een afgescheiden bedrag. De vennoten zijn alleen aansprakelijk met het bedrag in aandelen en niet met hun privé vermogen.
Ondernemingsvormen
Week 6 Ondernemingen
Besloten Vennootschap
Een B.V. is een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. De B.V. mag geen aandeel bewijzen uitgeven op naam of aan toonder. De B.V. moet een jaarrekening publiceren.

Coöperatieve vereniging
Dit is een vereniging van leden die tot doel hebben stoffelijke belangen te bevorderen. Je ziet deze vorm veel bij landbouworganisaties om gezamenlijk te kunnen inkopen en gebruik te kunnen maken van dure landbouwmachines. Een coöperatie moet door de notaris worden bevestigd, pas dan is zij een rechtspersoon. De leden kunnen op drie manieren aansprakelijk zijn:
- wettelijk aansprakelijk (elk lid voor een gelijk deel aansprakelijk)
- beperkt aansprakelijk (voor een bepaald bedrag aansprakelijk)
- uitgesloten aansprakelijk (kunnen niet meer verliezen dan inleggeld)
Ondernemingsvormen
Week 6 Ondernemingen
Een manier om de verhoudingen van baas tot medewerker in een organisatie vast te leggen is door gebruik te maken van een organisatieschema. We geven in het schema de functie aan m.b.v. een vakje of hokje. De lijnen geven de relaties aan en waar het vakje staat geeft aan wie de baas is van wie. We kennen de volgende modellen:
lijnorganisatie
lijn-staforganisatie
functionele organisatie
projectorganisatie

De lijnorganisatie
Iedereen heeft een vaste plaats en maar één chef. De medewerkers zijn hiërarchisch gerangschikt. Er is er maar één de baas. Er worden hoge eisen gesteld aan de leider en er zijn lange communicatielijnen.
De lijn-staforganisatie
De bedrijfsleider heeft vaak specialistische kennis nodig maar heeft deze niet altijd. Daarom draagt hij een deskundige op om zich over het besluit te laten informeren. Deze functie noemen we een staffunctionaris.

De functionele organisatie
De werker heeft geen enkele beslissingsbevoegdheid. Ze zijn voor hun werkzaamheden verantwoording schuldig aan de betreffende specialisten.

De project organisatie
Omdat een project meestal tijdelijk is heb je bij een projectorganisatie vaak verschillende bazen. Uiteindelijk draagt iedereen verantwoording af aan de directie. Er worden namelijk vaak specialisten ingezet om het project te maken.
Organisatie van een onderneming
Week 6 Ondernemingen
Organisatie van een onderneming
A
B
C
D
1
2
3
4

lijn-staforganisatie

projectorganisatie


lijnorganisatie

functionele organisatie


1-C 2-D 3-A 4-B
Week 7 Nutsvoorzieningen
Zie presentatie powerpoint Klic en gasunie
KLIC
Start lessen
Tijdens de les is het gebruik van je mobiele telefoon alleen toegestaan als de docent je daar toestemming voor geeft mocht je toch op je mobiel zitten te kijken dan mag je de aantekeningen na de les komen overnemen bij de docent.

Heb je een vraag? Steek dan even je vinger op.

Je neemt alle aantekeningen (ook de tekst op het scherm) over in je schrift of op een blaadje. Dit blaadje komt voorzien van de datum van wanneer de les gegeven is in je map achter het juiste tabblad voor bedrijfskunde. Je moet je aantekeningen altijd bij je hebben.

Werk netjes en als je een tekening over moet nemen doe dit dan niet te klein maar
schets
het duidelijk bij je aantekeningen.
Les 1 project 2 Begroten
Een bedrijf gaat niet failliet als het geld verdiend. Daarnaast moet er gezorgd worden voor een goed product en een goede kostprijs want anders komen de klanten niet terug. Bij een goede bedrijfsvoering zal men weten hoe de kostprijs is opgebouwd en hoe die prijs moet worden bepaald.

Als je een kleine opdracht wil uitvoeren moet je beschikken over:
materialen
arbeidsuren
gereedschappen
machines
Dit noemen we de middelen om productie te maken. Een bedrijf zal proberen de kosten van de gebruikte productiemiddelen zo laag mogelijk te houden. Helaas lukt dit niet altijd en treden er soms
verspillingen
op.

Voorbeelden van verspillingen zijn:
slordig omgaan met materialen
slechte of geen doelmatige gereedschappen
foutief gebruik van materieel

Noodzakelijke offers zijn kosten, niet-noodzakelijke offers zijn verspillingen.
Inleiding
Les 1 project 2 Begroten
In de economie geldt voor de kostprijs van een product:
Het in totaal van de in geld uitgedrukte offers die door een bedrijf worden gebracht om dat product te vervaardigen
.

De kostprijs kan voor twee aannemingsbedrijven verschillend zijn.

Doordat er door een aannemer gebruik kan worden gemaakt van een zaagmachine krijg je verschillende prijzen. Een zaagmachine verbruikt elektrische energie en zal moeten worden afgeschreven, deze kosten worden in de kostprijs opgenomen.
Winst en risico worden in de kostprijs opgenomen. Een bedrijf heeft winst nodig om te kunnen bestaan. Risico's worden ingecalculeerd omdat men niet in de toekomst kan kijken.

De volgende onderdelen bepalen het risico:
weersomstandigheden
bouwplaatsomstandigheden
risico's op de levering van materialen

De risico's op de bouwplaats zijn soms te verhalen uit de
construct all-risks polis
(CAR)
De kostprijs
Les 1 project 2 Begroten
Er zal moeten worden gekeken na afloop van het werk of het werk ook uitgevoerd kon worden zoals in de voor gecalculeerde kosten is berekend. Om dit makkelijk te maken worden de uitgaven ingedeeld in groepen naar aard van de kosten.
directe arbeid
directe materialen
onderaannemers
materieelgebruik
algemene bouwplaatskosten
algemene bedrijfskosten

Directe kosten
kunnen we meteen uit het bestek halen. De kosten voor materieel zijn moeilijker aan te wijzen en worden
indirecte kosten
genoemd. We kunnen de algemene bouwplaatskosten ook niet toewijzen aan een bepaald onderdeel van het werk.
De kosten om het kantoor te laten draaien noemen we algemene bedrijfskosten en kunnen we ook moeilijk ergens aan toewijzen.
Kostengroepen
Les 2 project 2 Begroten
Bij de algemene bouwplaatskosten kennen we tijd gebonden en niet-tijdgebonden kosten.
Bij
tijdgebonden kosten
is er een verband tussen de duur van het werk in dagen of weken en de kosten. Bijvoorbeeld de huur van een kraan of bouwkeet.

De
niet-tijdgebonden kosten
van de bouwplaats kunnen zijn het opzetten en demonteren van de keet en de afrasteringen of de aansluitkosten van water en elektra. Hiervoor kan een bedrag worden meegenomen in de begroting.
Tijdgebonden en niet tijdgebonden kosten
Les 2 project 2 Begroten
Begroten is het bepalen van de kosten. Dit kan je doen omdat je kennis van de markt hebt, veel na-calculaties gemaakt hebt of omdat je veel ervaring hebt. Voor een bouwproject geldt dat er tijdens de diverse fasen op verschillende tijdstippen verschillende begrotingen worden gemaakt.

Tijdens de initiatief fase kan er een
kostenraming
worden opgesteld door de opdrachtgever in overleg met de architect. In de ontwerp fase wordt een
elementenbegroting
gemaakt. Een aannemer kan dan een
inschrijfbegroting
maken.
Het bedrijf wat het werk gaat uitvoeren zal een
werkbegroting
maken.

Elke fase heeft dus een eigen begroting.
Hoofdfase

Initiatief


Voorlopig ontwerp

Aanbesteding

Aanbesteding

Uitvoering
Begrotingen
Soort begroting

Haalbaarheidsonderzoek/kostenraming

Elementenbegroting

Directiebegroting

Inschrijfbegroting

Werkbegroting
Doel

Haalbaarheid van het project

Beheersing van het ontwerp
Toetsing van de aanbesteding
Bepalen van de aanbiedingsprijs
Beheersing van de kosten
Les 2 project 2 Begroten
Als de kosten die nodig zijn om te investeren bekend zijn weet men wat de
stichtingskosten
zijn. Nu kunnen de exploitatie kosten worden opgezet.

Investeringskosten moeten een rendement opleveren.
Rendement
is de verhouding tussen de investering en de jaarlijkse opbrengsten. Deze jaarlijkse opbrengst noemt men
exploitatie
.
Begrotingen
Er zijn bij een architectenbureau verschillende functies:
architect, ontwerpt het gebouw
tekenaar / 3d modelleur, werkt het ontwerp technisch uit
bestekschrijver, maakt een document waarin de voorwaarden en uitgangspunten staan van het bouwwerk
calculator, rekent uit wat het bouwwerk gaat kosten
Project 2
Project 3
Full transcript