Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

4H ML - Parlementaire democratie

No description
by

on 7 December 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 4H ML - Parlementaire democratie

Parlementaire democratie
Verkiezingen
Verkiezingen, op welke niveaus?
Kiesrecht
Actief kiesrecht: je mag zelf je
stem uitbrengen op een partij/persoon

Passief kiesrecht: je mag jezelf verkiesbaar stellen
(mensen kunnen op jou stemmen!)

Een keuze gemaakt?
Kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging
Aantal zetels voor een partij, staat gelijk aan het aantal stemmen op die partij


* 10% van de stemmen, betekent 10% van de zetels

Berekening aan de hand van de kiesdeler


* De hoeveelheid stemmen die je nodig hebt voor 1 zetel




Opdracht
In tweetallen

Bedenk een voordeel en
een nadeel van het stelsel
van evenredige vertegenwoordiging
Voordelen
Nadelen
Ook kleine partijen zijn vertegenwoordigd in parlement (vertegenwoordiging kiezer)

Gemakkelijk toetreden voor nieuwe partijen

Iedere stem telt even zwaar mee
Grote afstand tussen kiezer-gekozene

Er zal vrijwel nooit één partij de meerderheid vormen (coalities)

Alle partijen hebben spreektijd tijdens debatten
(daadkracht < inspraak)
Alternatieven?
Het districtenstelsel
Parlementaire
democratie

Dit blok:
Hoofdstuk 3 - Parlementaire democratie (politiek)

Positie werk:
Leervragen maken en aftekenen
(50%)
Eén KWT-opdracht maken
(50%)

Positie toetsen:
PO Politiek voor 10% van je eindcijfer
(50%)
SE voor 20% van je eindcijfer
(50%)
Donderdag 12 maart:
PO politiek inleveren

Donderdag 19 maart:
Leervragen aftekenen
& KWT-opdracht inleveren

Dinsdag 24 maart:
SE hoofdstuk 3
Nieuw dit blok:
Leervragen (verwerking van de lesstof)

Andere lesindeling: meer tijd om zelf te werken

Studiewijzer
Wat is politiek?
Schrijf in twee minuten zo veel mogelijk
dingen op waar je aan denkt bij het woord
politiek
Dilemma's en spanningsvelden
binnen de politiek

Vrijheid
Gelijkheid
Daadkracht (efficiëntie)
Participatie (inspraak)
meer gelijkheid = minder vrijheid,
en anders om
meer participatie = minder daadkracht
en anders om

Politiek is...
Een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn
Het ontwikkelen van overheidsbeleid of de gevolgen daarvan
Het verdelingsvraagstuk: wie
krijgt wat, wanneer en hoe?
De verdeling van macht
Het verdelingsvraagstuk:

Politiek is dus ook het teleurstellen van mensen...
Politiek is saai!?
Lees p. 65: kenmerken democratie

Lees p. 66: kenmerken dictatuur

Bekijk de kenmerken van een democratie

Welk kenmerk van een democratie zal men in een dictatuur zo lang mogelijk proberen te handhaven? Waarom?
Het verschil tussen een democratie en een dictatuur
Zo veel mensen, zo veel wensen
Stel, je bent minister van Financiën...
Waar zou jij het meeste geld aan uitgeven?

1 = meest belangrijk (meeste geld)
2 = minst belangrijk (minste geld)

Onderwijs
Veiligheid
Zorg
Wonen
Cultuur
Milieu
Verkeer
Economie (belasting & financiën)
Politiek gaat ook over jullie!
Politieke partijen
Deze les:

Nieuws van de Week

Politieke partijen

Zelf werken
Politieke partijen kun je indelen in...

Links - midden - rechts

Progressief - conservatief - reactionair

Ideologisch - pragmatisch - populistisch
Politieke partijen in Nederland van links naar rechts
Socialistische Partij
GroenLinks
Partij voor
de Dieren
Partij van
de Arbeid
Democraten
66
ChristenUnie
50Plus
Partij
Christen-
Demo-
cratisch
Appèl
Volkspartij
voor Vrij-
heid en
Democratie
Partij voor de Vrijheid
Links
Links
Links
Links
Midden
Midden
Midden
Midden
Rechts
Rechts
Staatkundig
Gereformeerde
Partij
Rechts
Links
De overheid heeft een
actieve rol
,
zij zorgt voor de mensen

De overheid zorgt voor de zwakkeren
(werklozen, gehandicapten, ouderen, enz.)
Midden
Mensen zorgen in eerste instantie
voor zichzelf en voor elkaar

Overheid heeft een
aanvullende rol
Nadruk ligt op gezamenlijke verantwoordelijkheid
Rechts
De overheid heeft een
passieve rol

Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun economische situatie

We spreken van
progressief - conservatief

- reactionair
als we kijken naar de houding van de overheid ten opzichte van:


Veranderingen in de samenleving

De inrichting van het persoonlijke leven (sociaal-culturele thema's)
Progressief
Twee betekenissen:


Men streeft naar vernieuwing (
vooruitstrevend
)


Overheid bemoeit zich weinig met het persoonlijk leven van burgers (
sociaal-culturele vrijheid
)



Conservatief
Twee betekenissen:


Men wil liever geen verandering (
behoudend
),
vernieuwing moet langzaam


Overheid bemoeit zich met het persoonlijk leven van burgers (
minder sociaal-culturele vrijheid
)

(bijv. dragen van hoofddoekjes is eigen keuze)
(bijv. dragen van hoofddoekjes verbieden)
Reactionair
Als partijen terug willen naar hoe het
vroeger
was

(bijvoorbeeld terug naar de gulden, abortus verbieden)
Veel verandering en
veel sociaal-culturele vrijheid
Weinig verandering en
weinig sociaal-culturele vrijheid
Weinig
economische
vrijheid
Veel
economische
vrijheid

Een
ideologie
bestaat uit ideeën

over de inrichting van de samenleving,
gebaseerd op:

Normen en waarden
Gewenste machtsverdeling
Sociaal-economische verhoudingen



Socialisme
(sociaal-democraten)
Ontstaan als reactie op de slechte arbeidsomstandigheden van arbeiders in de 19e eeuw



Liberalisme
Uitgangspunten:

Waarde:
gelijkwaardigheid
Norm:
beschermen van zwakkeren

Rol van de overheid:
actief
(verzorgingsstaat)

Sociaal-economische verhoudingen:
gelijkheid
(weinig verschil in bezit, inkomen)
'Gegoede burgerij' komt in opstand tegen alleenheersers, ze willen meer macht en economische vrijheid.



Uitgangspunten:

Waarde:
vrijheid
Norm:
economische en politieke vrijheid mogelijk maken
(bijv. vrijemarkteconomie en politieke inspraak van volk)

Rol van de overheid:
passief
(beschermen grondrechten)

Sociaal-economische verhoudingen:
eigen belang nastreven
Confessionalisme
(christendemocratie)
Opvattingen gebaseerd op geloofsovertuiging (in NL: christendom).



Uitgangspunten:

Waarde:
gezamenlijke verantwoordelijkheid
Norm:
mensen zorgen voor elkaar
(naastenliefde)

Rol van de overheid:
aanvullend

Sociaal-economische verhoudingen: er is verschil in rijkdom,
dat is op zich niet erg. Allerarmsten helpen.
Soc-cult. vrijheid
(progressief)
Soc-cult. onvrijheid
(conservatief)
Soc-ec.
gelijkheid
(links)
Soc-ec.
ongelijkheid
(rechts)
Christen-
democratie
Liberalisme
Sociaal-
democratie
Soc-cult. vrijheid
(progressief)
Soc-cult. onvrijheid
(conservatief)
Soc-ec.
gelijkheid
(links)
Soc-ec.
ongelijkheid
(rechts)
Christen-
democratie
Liberalisme
Sociaal-
democratie
Pragmatische partijen:
-
Geen
vaste uitgangspunten (zoals vrijheid)
- Kijken naar
actuele situatie
: probleem
- Oplossing verschilt: ene keer 'links' andere keer 'rechts'



Populistische partijen

- Protest/onvrede!!
- Verzet tegen huidige politieke orde
- De stem van het volk

Andere soorten partijen
Deze les:
Nieuws van de Week

Verkiezingen

PO

Zelf werken
Opdracht in tweetallen
Schrijf een voorbeeld op van een:

Rechts standpunt

Progressief standpunt

Reactionair standpunt
PO
Donderdag 12 maart
wordt
donderdag 16 april

eerste week nieuwe blok!
De regering
en het parlement

Leiding geven aan...
Natie (land)
Provincie
Gemeente
Besturen
De gewenste richting doen volgen

Op gewenste wijze doen functioneren

Richting geven aan

Leiding geven aan
Bestuur op NATIONAAL niveau
Nederland wordt in de dagelijkse praktijk bestuurd door het
kabinet
. Het kabinet bestaat uit de ministers en staatssecretarissen.


Ministers
zijn de bestuurders van ons land. Iedere minister heeft een eigen beleidsterrein (portefeuille).


Een
staatssecretaris
is verantwoordelijk voor een gedeelte van de portefeuille van de minister.
Het beleid opgedeeld in
11 kleine 'stukjes'


Ministerie van Algemene Zaken (M-P)
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Defensie
Ministerie van Veiligheid en Justitie
Ministerie van Economische Zaken
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ministerie van Financiën
Ministerie van
Financiën
Minister Dijsselbloem
Staatssecretaris Wiebes
Wiebes is onder andere verantwoordelijk voor de Belastingdienst en de Staatsloterij
Portefeuille:
Is verantwoordelijk voor het gehele ministerie.
Stelt bijvoorbeeld de Miljoenennota op
Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap
Minister Bussemaker
Portefeuille:
Onder andere mbo, hoger onderwijs (hbo/wo), lerarenopleidingen
Staatssecretaris Dekker
Is onder andere verantwoordelijk
voor basisonderwijs
en voortgezet onderwijs
(Gedeelte) Trias Politica
Ministers
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Maar wat was ook alweer
het idee achter machtenscheiding?
Bestuur:
Kabinet
Controle:
Parlement
Ministers + Staatssecretarissen

Eerste Kamer + Tweede Kamer (Staten-Generaal)
CHECKT
Dualisme
Eerste en Tweede Kamer / Staten-Generaal / Parlement
Verschil?
De taken van de Tweede Kamer
(Mede)wetgeving:

*
Stemrecht:
wetsvoorstellen goed- of afkeuren.
*
Recht van initiatief:
wetsvoorstellen indienen.
*
Recht van amendement:
wetsvoorstellen (gedeeltelijk) wijzigen.
*
Budgetrecht:
de jaarlijkse begroting aannemen/verwerpen.


Controle:

*
Vragenrecht:
stellen van vragen aan bewindslieden.
*
Recht van interpellatie:
een spoeddebat organiseren met minister/
staatssecretaris.
*
Recht van motie:
een verzoek indienen bij de regering om iets wel/niet te doen.
*
Recht van enquête:
een zelfstandig onderzoek instellen naar regeringsbeleid.
( = Volksvertegenwoordiging)
Tweede Kamerleden hebben meer taken en rechten dan de Eerste Kamer, zo
mogen zij zelf wetsvoorstellen indienen en wijzigingen in een wetsvoorstel aanbrengen.

Waarom mogen zij dat wel en Eerste Kamerleden dat niet...?
Begrippen
Regering:
koning + ministers

Kabinet:
ministers + staatssecretarissen

Parlement / Staten-Generaal:
Eerste + Tweede Kamer

Senaat:
Eerste Kamer


Deze les:
Nieuws van de Week

Bestuur & controle in Nederland

Uitleg PO

Zelf werken
Controleren
Toezicht houden op

Beheersen

In bedwang houden
Positie Opstelten was niet langer houdbaar
de Volkskrant - dinsdag 10 maart



Waarom treden Opstelten en Teeven af?

Wat zijn hun taken:
besturen
of
controleren
?

Waar zie je aan dat de Tweede Kamer het kabinet controleert?
Gemeente
en provincie

Deze les:
Nieuws van de Week

SE

Decentralisatie - Bestuur & controle

Lesopdracht
Verkiezingen
Provincie
Dagelijks bestuur
Volksvertegenwoordiging
Gedeputeerde
Staten
Provinciale
Staten
Controleert
Kabinet
Ministers +
staatssecretarissen
Parlement
Tweede Kamer
College van
B&W
Gemeenteraad
Gemeente
Rijk
Eerste Kamer
Dagelijks bestuur
=
Gedeputeerde Staten
.

Taken zijn vergelijkbaar met het kabinet: beleidsvoorbereiding, uitvoering en medewetgeving.

Voorzitter =
Commissaris van de Koning
.


Volksvertegenwoordiging
=
Provinciale Staten

Taken die vergelijkbaar zijn met die van de Tweede Kamer (medewetgeving & controle).

Een belangrijke extra taak: mogen Eerste Kamerleden kiezen.
Provincie
Gemeente
Dagelijks bestuur
=
College van Burgemeester en Wethouders (B&W)
.

Taken zijn vergelijkbaar met het kabinet: beleidsvoorbereiding, uitvoering en medewetgeving.

Een wethouder is net als ministers verantwoordelijk voor een portefeuille.

Voorzitter =
Burgemeester



Volksvertegenwoordiging
=
Gemeenteraad

Taken van raadsleden zijn hetzelfde als Tweede Kamerleden (medewetgeving & controle)

SE
Hoofdstuk 3 - parlementaire democratie

Paragraag 1 t/m 7 leren
Full transcript