Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

How does ECMO work? [v1.0]

ECMO workshop okt/nov 2015
by

Frans van Nijnatten

on 4 October 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of How does ECMO work? [v1.0]

How does ECMO work?
ECMO in 2 minuten....
Wie is waar voor verantwoordelijk bij ECMO?
Perfusionist:

Techniek:
zorgt voor assemblage en priming van het systeem
Werking:
zorgt voor instellingen en continuiteit van het systeem
Expertise:
is continu te consulteren en ondersteunt/adviseert behandelaars over de techniek
IC-verpleegkundige

Bewaking:
vitale controles en laboratorium
Signaalfunctie:
signaleert ECMO-gerelateerde problemen
Verzorging:
specifieke ECMO-gerelateerde verpleegkundige zorg
Advies:
treedt op als zorgcoordinator
Intensivist

Medische verantwoordelijkheid:
eindeverantwoordelijkheid in de dienst
ECMO-team:
ECMO-intensivist, intensivist, IC-verpleegkundige, perfusionist, consulterend specialist
Consultants:
cardio-anesthesioloog, cardiochirurg, interventiecardioloog, longarts
Filmpje VA-ECMO
VA-ECMO
bij patiënten met circulatoir falen evt in combinatie met respiratoir falen.
VV-ECMO
bij patiënten met respiratoir falen
VA-ECMO
VV-ECMO
Single lumen
Toegangsweg tot ECMO / Acces
Dubbellumen
Avalon
ECCO2R Extracorporeal CO2-Removal
Het is de verantwoordelijkheid van de canulerend arts om voor vertrek te zorgen voor:

juiste ligging en fixatie van de canules
juiste instelling van de apparatuur
juiste instelling van de antistolling
compleet overzicht instellingen en afspraken (medicatie,vocht en beademing
Rescue-afspraken circulatie en ventilatie
Backflow-catheter
Tie-wrap pleister
Meten-is-weten
Ligging en fixatie van de canules
ECMO - circuit

toegang bloedbaan = canules
bloedlijnen
bloedpomp = centrifugaalpomp
gaswisselaar = oxygenator
drukopnemers
verwarmer = heater
gasflow meter/O2 mixer
CRRT / CVVH - circuit met componenten
ECMO - circuit met componenten

gasflow meter / O2 mixer
controle paneel
oxygenator
pomp console
centrifugaal pomp
heater aansluiting
SCPC Stockert Centrifugal Pump Consol
Gasflowmeter / O2 mixer:

regelt oxygenatie patiënt
controleert capnografie patiënt



Beademingsinstellingen dienen voor longprotectie en ter voorkoming van Stealeffect / Harlekijnsyndroom.



Centrifugaalpomp

De motor zal de disposable centrifugaalpomp met hoge snelheid via magneten aandrijven.

De snelheid (RPM:rotaties per minuut) bepalen de bloedflow (LPM: liters per minuut).


Bij defecte motor wordt de hand-crank ingezet.

Controle paneel.

De pompsnelheid (RMP) wordt geregeld met het controle paneel.
Af te lezen is de bloedflow (L/min) en aanral rotaties van de pomp (RPM)
De flowsensor meet de bloedflow (L/min).
Oxygenator

De oxygenator zorgt voor opname van zuurstof en afgifte van CO2, vergelijkbaar met de functie van de alveoli.
Heater-aansluitingen voor Maquet heater unit.

Streef naar normothermie 36-37 C. Soms (na reanimatie) kan hypothermie geindiceerd zijn. Deze verwarmingsmodule kan alleen verwarmen, niet koelen.

Te groot termperatuursverschil kan hemolyse geven. Controleer daarom dagelijks plasmavrij Hb.

Stockert Pomp Console;

De console is de centrale unit die de motor van ECMO aanstuurt.
Op de console is de bloedtemperatuur af te lezen. Ook de gemeten drukken in de artiele/teruggavelijn P2 en de pre-oxygenatordruk P1 worden weergegeven.
Delta P (P2-P1) is een weergave van stolling in de oxygenator. Normale delta P is < 150 mmHg.
Maximale levensduur is 5 dagen en maximale flow bedraagt 5 L/min. Zowel de oxygenator als lijnenset zijn volledig gecoat om stolling tegen te gaan.
Instellingen VA-ECMO
Cardiac output+ECMO = SvO2>65%, MAP>60mmHG, lactaat< 2 mmol/l, diurese >0.5ml/kg/h.
CVD is onbruikbaar
polsdruk/delta PAP >10 mmHg
Gaswisseling = pCO2 (4.7-6.7) met optimaal zuurstoftransport
Beademing altijd aanwezig en is longprotectief
Blue-head-Red-toes/Harlequin syndr /Steal effect
toename cardiac output
slechte natieve oxygenatie
oxygenatiegrens schuift naar beneden
hypoxy cerebrale circulatie
re arm pulseoxymetrie en INVOS
Instellingen VV-ECMO
Bloedflow is bepalend voor de oxygenatie
lage flow vermindert oxygenatie
oxygeneerd bloed wordt vermengd met zuurstofarm bloed uit vena cava
is nauwelijks bepalend voor CO2 uitwas (400ml/min)
Beademing altijd aanwezig en is longprotectie
CO2 uitwas is afhankelijk van fresh gasflow
Soms is 2e veneuze lijn nodig voor voldoende flow
Filmpje Steal-effect
Rescue-instellingen
Anticipeer met 2 verpleegkundigen op noodsituaties:
ECMO-coach neemt leiding, bedient ecmo en communiceert (intensivist, perfusionist)
IC-verpleegkundige verantwoording patiënt (ABC-methode) en schakelt over op rescue-instellingen
Controles en observaties
Laboratorium controles
Direct na aansluiten op IC:
GRIC
Troponine T
CK
Lactaat
SvO2
Kruisserum bepalen
Dagelijkse bloedbepalingen:
GRIC (1x)
Troponine T (1x)
Plasma vrij Hb (1x)
Bloedkweken (1x)
Nierfunctie (1x)
CK (3x)
Trombocyten (3x)
Art bloedgas (6x)
SvO2 (6x)
Hb/ht (6x)
Na/K/gluc (6x)
Lactaat (6x)
Ieder uur observatie en documentatie vitale controles

ABP
MAP (als maat voor perfusie bij VA-ECMO)
CVD (als maat voor vullingsstatus bij VV-ECMO)
Hartfrequentie en hartritme
SpO2 rechter arm/evt art bloedgas rechter arm
NIRS cerebrale oxygenatiemeting li/re
Pulsatiele curve en polsdruk ABP/PAP bij VA ECMO
etCO2 en routine ventilator observaties
ECMO pomp flow (L/min)
ECMO pomp speed (RPM)
ECMO-drukken P1, P2 en delta P (informeer indien nodig perfusionist)
FiO2 / fresh gas flow
Kleurverschil lijnen (VA beide donker = vermindering oxygenator)
(VV beide licht = recirculatie)
Temperatuur en heater
Lijnen op afknikken en lekkage
Insteekplaatsen canules
Vascularisatie gecanuleerd been (temperatuur, kleur, doppler)
Urine output
Iedere 3 uur controle

Neurologische controles patiënt en sedatiebeoordeling (RASS)
Pijnscore (VAS/NRS)

Ieder 4 uur circuit observatie

Controleer op stolling met een lamp (pomp, oxygenator, kraantjes/aansluitingen). Let met name op uitstroom van oxygenator en pomp
Check samen met collega pompstanden ECMO

Ieder 8 uur controle

ECMO checklist invullen en controleren bij dienstoverdracht
Check en controleren van rescueafspraken en telefoonnummers intensivist en perfusionist
Meten van de ligging van de canules
Verpleegkundige zorg voor een ECMO patiënt
Neurologie:
sedatie+pijnstilling voor comfort en ter voorkoming dislocatie canules
spierverslapping is niet wenselijk, vaak niet nodig
klapvoet/nervus peroneus laesie voorkom voeten naar buiten draaien
Harlekijn/Steal-effect bij toename eigen hartfunctie geeft cerebrale ischaemie

Respiratoir
ook bij rustbeademing atelectase voorkomen. Verhoog zo nodig PEEP
voorzichtig bronchiaal toilet ivm heparinisatie
cave drains (pleura/mediast) en sondes (maag, duodenum, CAD) ivm heparinisatie
zorg voor Rescue-Instellingen voor beademing
bijstellingen bloedgas in principe met ECMO doen
Circulatoir
doorgaans stabiel hartfrequentie en ritme
VF /VT zonder output nooit accepteren, vergoot kans op intracardiale stolsels. Alleen VA-ecmo behoudt hemodynamiek. VV-ecmo NIET.
vlakkere, minder pulsatieve arteriecurve is normaal, maar behoud een polsdruk >10 mm/Hg
zorg voor Rescue Instellingen voor circulatie





Renaal
eerste 24-48 uur lagere renale bloedflow en oligurie. Diuretica soms nodig
daarna door cappilair-leak oedemen. CVVH is soms nodig ivm acute nierinsufficientie
bij voorkeur CVVH op aparte dialysekatheter. Kan evt ook op ECMO worden aangesloten (Alleen door perfisionist!)
Gastro-intestinaal
bij voorkeur orale maagsonde ivm heparinisatie
afhangende maagsonde, niet aktief zuigen
geen enterale voeding ivm slechte darmperfusie (ischaemie) in periode voor ECMO
controleer evt buikomvang en observeer bloedverlies/melena
flexiseal in overleg bij aanhoudende diarree
cave rectale temperatuursonde ivm heparinisatie
TPV is gebruikelijk. (Intralipid-neerslag op plastic is discutabel)

Hematologisch
controle bloedingen canules, sternum en wonden/insteekplaatsen (grote stolsels niet verwijderen)
bloedingen: intracranieel (pupillen), gastro-intestinaal (maag, melena), long (sputum), pericard (harttamponade)
trombocyten hechten aan ECMO-circuit
tranexaminezuur/cyclokapron remt fibrinolyse bij constant bloedverlies
Infectieus
soms bij open sternum preventief antibiotica
start SDD
dagelijke bloedweek uit arterielijn
antibiotica-spiegels nodig bij nierfunctiestoornissen

Temperatuur
normotemp met ECMO-heater (kan NIET koelen!)

Ligging van de patiënt
maak goede afspraken met perfusie en ecmo-intensivist
wisselligging indien stabiel volgens 'logroll' : cave 'rijden' en dislocatie canules
antidecubitus-matras of speciaal bed: bediening blokkeren
voeten recht (ivm klapvoet), zacht kussen onder hoofd (ivm decubitus, geen handdoek), hielen vrij, schouders ondersteund
Bloedgassen:
pH 7.35-7.45 paO2 8-12 kPa (bij VV-ecmo 7-8 kPa) paCO2 4,6-6 kPa aSat >95% (bij VV-ecmo >90%) mvSat 65-75%

wijzigingen in bloedgassen kunnen met ECMO worden bijgesteld
Circuit checks
luchtbellen en stolsels (zaklamp)
lek en stolsels in aansluitingen
drukveranderingen (inlet, outlet en drukverschil)
(druk, flow) alarmen en grenswaarden

Canule insteekplaats
goede fixatie (hechtingen en ti-wrap pleister)
hygiene (zichtbaar vuil), stolsels niet losmaken
bij centrale ecmo wondtoilet alleen door chirurg
cave drukplaatsen door slangen

Familiebegeleiding
informeren, bij betrekken (tekeningen, kaarten, dagschemabord)
foto's en dagboekje

Verslaglegging PDMS
Metavision
NIRS Near-infrared spectroscopy
Masimo O3 Regional Oxymetry
cerebrale weefseldoorbloeding
arteriele zuurstofsaturatie
Masimo Sedline
brain function monitoring EEG
sedatie monitoring PSI
spieraktiviteit monitoring EMG
That's how ECMO works.
ECMO in 2 minuten....
Wie is waar voor verantwoordelijk bij ECMO?
Perfusionist:

Techniek; zorgt voor assemblage en priming van het systeem
Werking; zorgt voor instellingen en continuiteit van het systeem
Expertise; is continu te consulteren en ondersteunt/adviseert behandelaars over de techniek
Verpleegkundige

Bewaking: vitale controles en laboratorium.
Signaalfunctie: signaleert ECMO-gerelateerde problemen.
Verzorging: specifieke ECMO-gerelateerde verpleegkundige zorg.
Advies: treedt op als zorgcoordinator.
Intensivist

Medische verantwoordelijkheid: eindeverantwoordelijkheid in de dienst
ECMO-team: ECMO-intensivist, intensivist, IC-verpleegkundige, perfusionist, consulterend specialist,
Consultants: cardio-anesthesioloog, cardiochirurg, interventiecardioloog, longarts
Filmpje VA-ECMO
VA-ECMO
bij patiënten met circulatoir falen evt in combinatie met respiratoir falen.
VV-ECMO
bij patiënten met respiratoir falen
VA-ECMO
VV-ECMO
Single lumen
Toegangsweg tot ECMO / Acces
Dubbellumen
Avalon
ECCO2R Extracorporeal CO2-Removal
Het is de verantwoordelijkheid van de canulerend arts om voor vertrek te zorgen voor:

juiste ligging en fixatie van de canules
juiste instelling van de apparatuur
juiste instelling van de antistolling
compleet overzicht instellingen en afspraken (medicatie,vocht en beademing
Rescue-afspraken circulatie en ventilatie
Backflow-catheter
Tie-wrap pleister
Meten-is-weten
Ligging en fixatie van de canules
ECMO - circuit

toegang bloedbaan = canules
bloedlijnen
bloedpomp = centrifugaalpomp
gaswisselaar = oxygenator
drukopnemers
verwarmer = heater
gasflow meter/O2 mixer
CRRT / CVVH - circuit met componenten
ECMO - circuit met componenten

gasflow meter / O2 mixer
controle paneel
oxygenator
pomp console
centrifugaal pomp
heater aansluiting
SCPC Stockert Centrifugal Pump Consol
Gasflowmeter / O2 mixer:

regelt oxygenatie patiënt
controleert capnografie patiënt



Beademingsinstellingen dienen voor longprotectie en ter voorkoming van Stealeffect / Harlekijnsyndroom.



Centrifugaalpomp

De motor zal de disposable centrifugaalpomp met hoge snelheid via magneten aandrijven.

De snelheid (RPM:rotaties per minuut) bepalen de bloedflow (LPM: liters per minuut).


Bij defecte motor wordt de hand-crank ingezet.

Controle paneel.

De pompsnelheid (RMP) wordt geregeld met het controle paneel.
Af te lezen is de bloedflow (L/min) en aanral rotaties van de pomp (RPM)
De flowsensor meet de bloedflow (L/min).
Oxygenator

De oxygenator zorgt voor opname van zuurstof en afgifte van CO2, vergelijkbaar met de functie van de alveoli.
Heater-aansluitingen voor Maquet heater unit.

Streef naar normothermie 36-37 C. Soms (na reanimatie) kan hypothermie geindiceerd zijn. Deze verwarmingsmodule kan alleen verwarmen, niet koelen.

Te groot termperatuursverschil kan hemolyse geven. Controleer daarom dagelijks plasmavrij Hb.

Stockert Pomp Console;

De console is de centrale unit die de motor van ECMO aanstuurt.
Op de console is de bloedtemperatuur af te lezen. Ook de gemeten drukken in de artiele/teruggavelijn P2 en de pre-oxygenatordruk P1 worden weergegeven.
Delta P (P2-P1) is een weergave van stolling in de oxygenator. Normale delta P is < 150 mmHg.
Maximane levensduur is 5 dagen en maximale flow bedraagt 5 L/min. Zowel de oxygenator als lijnenset zijn volledig gecoat om stolling tegen te gaan.
Instellingen VA-ECMO
Cardiac output+ECMO = SvO2>65%, MAP>60mmHG, lactaat< 2 mmol/l, diurese >0.5ml/kg/h.
CVD is onbruikbaar
polsdruk/delta PAP >10 mmHg
Gaswisseling = pCO2 (4.7-6.7) met optimaal zuurstoftransport
Beademing altijd aanwezig en is longprotectief
Blue-head-Red-toes/Harlequin syndr /Steal effect
toename cardiac output
slechte natieve oxygenatie
oxygenatiegrens schuift naar beneden
hypoxy cerebrale circulatie
re arm pulseoxymetrie en INVOS
Instellingen VV-ECMO
Bloedflow is bepalend voor de oxygenatie
lage flow vermindert oxygenatie
oxygeneerd bloed wordt vermengd met zuurstofarm bloed uit vena cava
is nauwelijks bepalend voor CO2 uitwas (400ml/min)
Beademing altijd aanwezig en is longprotectie
CO2 uitwas is afhankelijk van fresh gasflow
Soms is 2e veneuze lijn nodig voor voldoende flow
Filmpje Steal-effect
Rescue-instellingen
Anticipeer met 2 verpleegkundigen op noodsituaties:
ECMO-coach neemt leiding, bedient ecmo en communiceert (intensivist, perfusionist)
IC-verpleegkundige verantwoording patiënt (ABC-methode) en schakelt over op rescue-instellingen
Controles en observaties
Laboratorium controles
Direct na aansluiten op IC:
GRIC
Troponine T
CK
Lactaat
SvO2
Kruisserum bepalen
Dagelijkse bloedbepalingen:
GRIC, 1dd
Troponine T, 1 dd
Plasma vrij Hb, 1dd
Bloedkweken, 1dd
Nierfunctie, 2dd
CK, 3dd
Trombocyten, 3dd
Art bloedgas, 6dd
SvO2, 6dd
Hb/ht, 6dd
Na/K/gluc, 6dd
Lactaat, 6dd
Ieder uur observatie en documentatie vitale controles

ABP
MAP (als maat voor perfusie bij VA-ECMO)
CVD (als maat voor vullingsstatus bij VV-ECMO)
Hartfrequentie en hartritme
SpO2 rechter arm/evt art bloedgas rechter arm
Invos cerebrale saturatiemeting li/re
Pulsatiele curve en polsdruk ABP/PAP bij VA ECMO
ET CO2 en routine ventilator observaties
Pomp flow (L/min)
Pomp speed (RPM)
FiO2 / fresh gas flow
ECMO-drukken P1, P2 en ΔP (informeer indien nodig perfusionist)
Kleurverschil lijnen (VA beide donker = functievermindering oxygenator.
VV beide licht = recirculatie)
Temperatuur en heater
Lijnen op afknikken en lekkage
Insteekplaatsen canules
Vascularisatie gecanuleerd been
Urine output
Iedere 3 uur controle

Neurologische controles patiënt en sedatiebeoordeling (RASS)

Ieder 4 uur circuit observatie

Controleer op stolling met een lamp (pomp, oxygenator, kraantjes/aansluitingen) Let met name op uitstroom van oxygenator en pomp
Check samen met collega pompstanden ECMO

Ieder 8 uur controle

ECMO checklist invullen en controleren bij dienstoverdracht
Check en controleren van rescueafspraken en telefoonnummers intensivist en perfusionist
Meten van de ligging van de canules
Verpleegkundige zorg voor een ECMO patiënt
Neurologie:
sedatie+pijnstilling voor comfort en ter voorkoming dislocatie canules
spierverslapping is niet wenselijk, vaak niet nodig
klapvoet/nervus peroneus laesie voorkom voeten naar buiten draaien
Harlekijn/Steal-effect bij toename eigen hartfunctie geeft cerebrale ischaemie

Respiratoir
ook bij rustbeademing atelectase voorkomen. Verhoog zo nodig PEEP
voorzichtig bronchiaal toilet ivm heparinisatie
cave drains (pleura/mediast) en sondes (maag, duodenum, CAD) ivm heparinisatie
zorg voor Rescue-Instellingen voor beademing
bijstellingen bloedgas in principe met ECMO doen
Circulatoir
doorgaans stabiel hartfrequentie en ritme
VF /VT zonder output nooit accepteren, vergoot kans op intracardiale stolsels. Alleen VA-ecmo behoudt hemodynamiek. VV-ecmo NIET.
vlakkere, minder pulsatieve arteriecurve is normaal, maar behoud een polsdruk >10 mm/Hg
zorg voor Rescue Instellingen voor circulatie





Renaal
eerste 24-48 uur lagere renale bloedflow en oligurie. Diuretica soms nodig
daarna door cappilair-leak oedemen. CVVH is soms nodig ivm ATN
bij voorkeur CVVH op aparte dialysekatheter. Kan evt ook op ECMO worden aangesloten (Alleen door perfisionist!)
Gastro-intestinaal
bij voorkeur orale maagsonde ivm heparinisatie
afhangende maagsonde, niet aktief zuigen
geen enterale voeding ivm slechte darmperfusie (ischaemie) in periode voor ECMO
controleer evt buikomvang en observeer bloedverlies/melena
flexiseal in overleg bij aanhoudende diarree
cave rectale temperatuursonde ivm heparinisatie
TPV is gebruikelijk. (Intralipid-neerslag op plastic is discutabel)

Hematologisch
controle bloedingen canules, sternum en wonden/insteekplaatsen (grote stolsels niet verwijderen)
bloedingen: intracranieel (pupillen), gastro-intestinaal (maag, melena), long (sputum), pericard (harttamponade)
trombocyten hechten aan ECMO-circuit
tranexaminezuur/cyclokapron remt fibrinolyse bij constant bloedverlies
Infectieus
soms bij open sternum preventief antibioica
start SDD
dagelijke bloedweek uit arterielijn
antibiotica-spiegels nodig bij nierfunctiestoornissen

Temperatuur
normotemp met ECMO-heater (kan NIET koelen!)

Ligging van de patiënt
maak goede afspraken met perfusie en ecmo-intensivist
wisselligging indien stabiel volgens 'logroll' : cave 'rijden' en dislocatie canules
antidecubitus-matras of speciaal bed: bediening blokkeren
voeten recht (ivm klapvoet), zacht kussen onder hoofd (ivm decubitus, geen handdoek), hielen vrij, schouders ondersteund
Bloedgassen:
pH 7.35-7.45 paO2 8-12 kPa (bij VV-ecmo 7-8 kPa) paCO2 4,6-6 kPa aSat >95% (bij VV-ecmo >90%) mvSat 65-75%

wijzigingen in bloedgassen kunnen met ECMO worden bijgesteld
Circuit checks
luchtbellen en stolsels (zaklamp)
lek en stolsels in aansluitingen
drukveranderingen (inlet, outlet en drukverschil)
(druk, flow) alarmen en grenswaarden

Canule insteekplaats
goede fixatie (hechtingen en ti-wrap pleister)
hygiene (zichtbaar vuil), stolsels niet losmaken
bij centrale ecmo alleen door chirurg
cave drukplaatsen door slangen

Familiebegeleiding
informeren, bij betrekken (tekeningen, kaarten, dagschemabord)
foto's en dagboekje

Verslaglegging PDMS
Metavision
NIRS Near-infrared spectroscopy
Masimo O3 Regional Oxymetry
cerebrale weefseldoorbloeding
arteriele zuurstofsaturatie
Masimo Sedline
brain function monitoring EEG
sedatie monitoring PSI
spieraktiviteit monitoring EMG
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Verpleegkundige zorg voor een ECMO-patiënt
Full transcript