Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Vertelperspectief / vertelstandpunt

No description
by

Sara De Decker

on 28 January 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Vertelperspectief / vertelstandpunt

Vertellende ik-vertelstandpunt
2 De ik-verteller vertelt het verhaal nadat hij/ zij de gebeurtenissen heeft ondergaan
- Ik-vorm
- De verteller weet de afloop al
- Je bent een toeschouwer
- Subjectief: je bekijkt het verhaal vanuit 1 standpunt

Voorbeeld:
"Veel
had ik
mijn Brusselse nichtje nog niet gezien, tenzij dan sporadisch op nieuwjaarsdagen en begrafenissen, waarbij wij elkaar wijselijk negeerden omdat we aanvoelden elk uit een andere wereld te komen."

Uit: De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst
Belevende ik-vertelstandpunt
De ik-verteller vertelt het verhaal
terwijl
hij/ zij de gebeurtenissen ondergaat
-
ik-vorm
- door de ogen van het hoofdpersonage,
- sterk inleven, je kent zijn/haar gedachten en gevoelens.
-
subjectief
: zienswijze beperkt tot de ik-figuur.


Voorbeeld:
"
Ik
droom.
Ik
ben er eindelijk achtergekomen dat
ik
droom. Wat een moeite heeft dat gekost!
Ik
slaap en droom dat
ik
op weg ben naar jou, dat
ik
de weg niet weet en verdwaal, zijwegen insla, omwegen maak, en steeds maar denk aan jou.
Ik
lig ergens onder een boom en denk aan jou."

Uit: Brieven aan Doornroosje van Toon Tellegen
Vertelstandpunt
Auctorieel vertelstandpunt
= de alwetende verteller
De alwetende verteller vertelt het verhaal vanuit een standpunt dat buiten het verhaal staat
- V
erteller zelf niet aanwezig in het verhaal
- Verteller overschouwt de gebeurtenissen.
- Weet en ziet alles (weet meer dan personages)
=> weet dus afloop al
- Objectief: bekijkt verschillende standpunten


Voorbeeld:
"
Ze haatte
dit gehakketak, dit schermen met spitsvondigheden.
Hij niet. Hij had het nodig
zoals een andere champagne, snuiftabak of porno."

Uit: Het goddelijke monster, van Tom Lanoye
Personeel vertelstandpunt
De hij/ zij- verteller vertelt het verhaal vanuit de ogen van 1 personage.
-hij/ zij -vorm
-Verteller = deelnemer
-Subjectief want je kent enkel de gedachten van 1 personage
-Je weet de afloop niet op voorhand

Voorbeeld:
"Jutta struikelde toen ze hem voor het eerst zag. Ze struikelde over haar eigen voeten. Het leek of haar benen niet meer bij haar hoorden. Ze kleurde ook al. En niet zo'n beetje. Zo gauw ze in de gaten kreeg dat hij naar haar keek, vlogen niet alleen haar hals en haar wangen, maar ook haar voorhoofd en oren in brand."

Uit : Splinters, van Marita De Sterck
Vertelperspectief = vertelstandpunten
Ik-verteller
Hij/zij -verteller
Je bekijkt het verhaal door de ogen van verschillende personages.
- gedachten en gevoelens van een aantal personen.
- lezer meer info.
- verschillende standpunten

Wisselend perspectief
Ik droom. Ik ben er eindelijk achtergekomen dat ik droom.
Wat een moeite heeft dat gekost!
Ik slaap en droom dat ik op weg ben naar jou, dat ik de weg niet weet en verdwaal, zijwegen insla, omwegen maak, en steeds maar denk aan jou.
Ik ga ergens onder een boom liggen en val in slaap.
In mijn slaap droom ik dat jij op weg bent naar mij.
Dornros, de beroemde ridder, die mij zal wakker kussen,
Dornros, de zelfverzekerde,
Dornros, de onmiskenbare,
Dornros, de dolende... Ik weet op wie je lijkt, had ik maar zo'n glinsterend harnas als jij, was ik maar net zo onoverwinnelijk...
Dromen is niet eenvoudig. En dromen dat je droomt is nog veel moeilijker.
Het komt er dus op neer dat ik slaap en dat jij op weg bent om mij wakker te kussen.
Veel had ik mijn Brusselse nichtje nog niet gezien, tenzij dan sporadisch op nieuwjaarsdagen en begrafenissen, waarbij wij elkaar wijselijk negeerden omdat we aanvoelden elk uit een andere wereld te komen. Ik dacht dat ze piano speelde en aan ballet deed in roze tutu's. Zij was een kind dat zorgvuldig bijhield hoeveel calorieën ze per dag zoal naar binnen speelde en kerstmannen met grotere bankrekeningen op bezoek kreeg. (...) Iets jonger dan ik was ze, maar door haar zelfverzekerde indruk durfde ik dat leleftijdsverschil op geen enkel vlak uit te spelen. Tevreden was ik niet met haar komst. Ik had het prima in ons mannenbastion en beschouwde haar als een stoorzender. Sylvies keurige opvoeding speelde ons parten, we voelden ons door haar blik betrapt op onze miezerigheid.
Mijn vader zat altijd met de deur wagenwijd open te schijten. Zijn humus stonk buitenaards naar jarige kaas en vaak stond hij in zijn blote klokken in de gang, op twee meter van de pot, zodat ik niet kon doen alsof ik hem niet hoorde, en riep hij me hem een nieuwe rol toiletpapier of het andere stuk van de krant te bezorgen. Jaren was het zo gegaan, en het systeem werkte uitstekend: mijn vader kreeg zijn rol toiletpapier en zijn stuk krant altijd meteen.
Jutta struikelde toen ze hem voor het eerst zag. Ze struikelde over haar eigen voeten. Het leek alsof haar benen niet meer bij haar hoorden. Ze kleurde ook al. En niet zo'n beetje.
Zo gauw ze in de gaten kreeg dat hij naar haar keek, vlogen niet alleen haar hals en haar wangen, maar ook haar voorhoofd en oren in brand. Ze schudde haar haren, maar die waren niet lang genoeg om al dat rood te bedekken.
Ze kan zijn doordringende blik nu nog voelen, alsof die hete middag in augustus niet al maanden voorbij is. Zijn groene ogen wandelen over haar huid, van haar haren naar haar blote voeten en weer terug. Hij draagt een nieuwe, dure rugzak. De riemen van de hare, een oud model, snijden in haar schouders.
Rondom hen stroomt de kampplaats vol. Auto's rijden toeterend weg. Ouders zwaaien nog even, ook al heeft niemand meer oog voor hen. De anderen roepen, slaan elkaar op de schouder, slepen hun bagage naar de schuur.
Veer trekt Jutta mee. "Hé droomster, komt er nog wat van? Zullen we een slaapplaats zoeken, onze rugzakken uitpakken? Straks zijn de beste plekjes bezet."
Als Jutta hem voorbijloopt, slaat hij zijn ogen niet neer. Zij wel. Ze bestudeert het rode T-shirt van Veer, diie voor haar loopt en losjes 'Hoi, Anton' roept. Veer gooit hem een kushandje toe.
Dit is 'm dus. Anton. Hij ziet er smaller uit dan ze zich had voorgesteld. Maar tegelijk ook sterker. Twee jaar ouder is hij en in die tijd heeft hij bepaald niet stilgezeten, heeft Veer al wel honderd keer verteld. Het moet zowat zijn twintigste natuurkamp zijn. En haar eerste. Naast hem is ze pas echt een groentje.
Hij knikt, het hoofd schuin. "Dan moet jij Jutta zijn."
Zijn krullen springen alle kanten uit. Ze kan alleen maar mompelen, als een dwaze koe. Geen enkel leuk en spits antwoord wil haar te binnen schieten. Ze laat zich door Veer de schuur in duwen. De rugzak trekt aan haar schouders terwijl ze de ladder opklimt. Of is het zijn blik die haar naar beneden zuigt? Hij staat vlak achter haar op de ladder. Zijn hand raakt even haar enkel. Ze weet zeker dat het geen toeval is.
Full transcript