Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Verbranding en Ademhaling

HAVO en VWO 2 - Thema 1, Verbranding en Ademhaling
by

Stef Pluijmakers

on 6 May 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Verbranding en Ademhaling

Verbranding en Ademhaling
Wat is verbranding?
Bij verbranding wordt brandstof omgezet in verbrandingsproducten
Maar waarom doet een organisme aan 'verbranding'?
Door verbranding wordt energie vrijgemaakt!
Deze vrijgemaakte energie in organismen kan worden gebruikt voor:
Beweging
Warmte

(constant houden van de lichaams-temperatuur)
Opbouw van cellen
Elektrische energie
(impulsen van zenuwcellen en schokken (van de aal)
Lichtenergie
(uitstralen van licht, bijv. glimwormen)
Welke brandstoffen zijn nodig voor verbranding in een organisme?
Glucose +
een suiker,
dit haal je uit je voeding
Zuurstof
haal je uit de lucht
door te ademen
Welke verbrandingspoducten ontstaan door verbranding in een organisme?
Koolstofdioxide +
Water
+ (Energie)
Glucose (suiker) + zuurstof koolstofdioxide + water + energie

Oftewel

C6H12O6 + O2 CO2 + H2O + energie
De formule voor verbranding:
Niet ieder organisme verbruikt evenveel energie aan de productie van warmte.
Sommige dieren besparen energie door geen constante lichaamstemperatuur aan te houden. (Mensen doen dat wel)

Deze dieren worden
koudbloedig
genoemd.

Zij
verbruiken dus minder energie
en hebben dan ook
minder energierijkvoedsel
nodig om te overleven.
Warmbloedig:
Dieren met een constante lichaamstemperatuur

Bijvoorbeeld:
Zoogdieren en vogels
Koudbloedig:
Dieren passen hun lichaamstemperatuur aan, aan hun omgeving

Bijvoorbeeld:
Reptielen, amfibieën en vissen
Slimme aanpassingen van warmbloedige dieren om toch slim met hun energie om te gaan bij voedselgebrek en kou:
Sommige dieren gaan in
winterslaap of winterrust
En leggen een
voedselvoorraad
aan.
In rust (slaap) verbruik je veel minder energie.
Dikke speklaag,

wintervacht of verenpak
opbouwen
(isolatiemateriaal)
Migratie:
vertrekken naar plekken waar het warmer is en waar meer voedsel beschikbaar is
De verbranding in cellen is afhankelijk van de temperatuur.

Daarom zijn koudbloedige dieren minder actief als het koud is
en warmen ze graag op in het zonnetje.

In de winter is het voor hen te koud om te verbranden
en gaan ze ook in
winterslaap
.
Vaak
graven ze zich diep in
, in de grond om zich te beschermen tegen de vrieskou:

De hartslag daalt
De ademhaling daalt
Het energieverbruik daalt enorm



Wat gebeurt er met de verbrandingsproducten: koolstofdioxide, water en energie?
Het verschil tussen ingeademde en uitgeademde lucht
Energie
wordt verbruikt.

Koolstofdioxide
is een afvalstof en adem je weer uit

Water
is een afvalstof en adem je weer uit (in de vorm van waterdamp)
Waterdamp:

temperatuur:
Waterdamp:

temperatuur:
weinig

laag
veel

hoog
Hiervoor heb je de
indicator
helder kalkwater nodig.

Helder kalkwater wordt troebel als er koolstofdioxide bij komt.
Dus:
Je kunt bewijzen dat je koolstofdioxide uitademt.
Een auto verbrandt benzine om te rijden...
Een kaars verbrandt kaarsvet om te branden...

helder kalkwater is de indicator voor koolstofdioxide
Het ademhalingsstelsel
A = Middenrif
B = Longblaasje
C = Neusholte
D = Zuurstofarm bloedvat (slagadertje)
E = (Linker) Long
F = Zuurstofrijk bloedvat (adertje)
G = Strottenhoofd
H = Luchtpijptakje
I = Keelholte
J = Luchtpijp
K = (Rechter) Long
L = Bronchie
M = Trosje longblaasjes

Neusholte

Is bekleed met
neusslijmvlies
dat
slijmproducerende cellen
bevat.

Neusharen
:
Groeien vooraan in de neusholte.
Houden grote stofdeeltjes tegen

Trilhaarcellen
:
Groeien diep in de neusholte.
Voeren slijm met fijne stofdeeltjes met een golfbeweging naar de keelholte.
Reukzintuig (boven in de neusholte)
Neusharen
Trilhaarcellen
Ademen door
de mond
Ademen door
de neus
In de neus wordt de lucht gekeurd door het reukzintuig
In de neus wordt de lucht vochtig gemaakt door de slijmproducerende cellen
In de neus wordt de lucht verwarmd door de vele kleine bloedvaatjes onder het neusslijmvlies
In de neus wordt de lucht gefilterd door de neusharen en de trilhaarcellen
De mondholte doet dit niet..
Een droge, koude lucht die in de longblaasjes komt kan longontsteking veroorzaken
Keelholte en strottenhoofd
Luchtpijp en bronchiën
De
luchtpijp
is een holle buis die aansluit op de onderkant van het strottenhoofd. Deze bevat stevige
hoefijzervormige kraakbeenringen
.

De luchtpijp vertakt in twee
bronchiën
, die elk naar een long toe gaan. Ook deze bevatten zulke
kraakbeenringen

Nog kleinere vertakkingen worden
luchtpijptakjes
genoemd. Deze bevatten
geen kraakbeenringen
, maar spiertjes
Luchtpijp
(voorkant)
Hoefijzervormige kraakbeenring
Slokdarm
(achterkant)
Spierband
De binnenwand van de luchtwegen is bekleed met slijmproducerende cellen en trilhaarcellen.

Stofdeeltjes en ziekteverwekkers blijven hier aan kleven. De trilhaartjes verplaatsen het slijm richting de keelholte.
neusholte
mondholte
keelholte
luchtpijp
slokdarm
kraakbeenringen
kraakbeenringen
kraakbeenringen
slokdarm
slokdarm
slokdarm
Wat is de voorkant?
De luchtpijptakjes vertakken in hele fijne luchtpijptakjes. Aan de fijnste luchtpijptakjes zitten kleine trosjes, deze worden
longblaasjes
genoemd.

Om deze longblaasjes liggen hele kleine bloedvaatjes, de
longhaarvaten
.

Tussen de longblaasjes en de longhaarvaten vindt
gaswisseling
plaats.
Welke gassen worden hier uitgewisseld?
Zuurstof, koolstofdioxide en water(damp)
longhaarvaatjes
trosje longblaasjes
De gaswisseling tussen de longblaasjes en de longhaarvaten:
de longhaarvaten geven
koolstofdioxide en water af aan de longblaasjes
de longblaasjes geven
zuurstof af aan de longhaarvaten
zuurstofarme lucht verlaat de longblaasjes
zuurstofrijke lucht komt de longblaasjes binnen
Vul de juiste termen in bij de pijlen
koolstofdioxide rijk
en
zuurstofarm
bloed
koolstofdioxide arm
en
zuurstofrijk
bloed
lucht
4 = zuurstof
5 = koolstofdioxide + water
Hoe heet het proces waar deze gaswisseling voor nodig is?
Verbranding
Inademen en uitademen
Ribademhaling
(borstademhaling)

Inademen:
ribben omhoog

Uitademen:
ribben omlaag
Middenrifademhaling
(buikademhaling)

Inademen:
middenrif omlaag

Uitademen:
middenrif omhoog
Gezonde longen en luchtwegen
Door verschillende oorzaken kunnen je longen en luchtwegen soms minder goed functioneren
Astma
en COPD

Hooikoorts
(allergische reactie)

Andere allergische reacties
(voedsel, stof, huisdieren etc.)

Roken
Bij astma en COPD is er sprake van een ontsteking aan de luchtwegen
Een patiënt ervaart hevige aanvallen van benauwdheid en kortademigheid.

Bij astma komt dit doordat de spiertjes in de wand van de luchtwegen samentrekken en de slijmvliezen verdikt zijn.

Bij COPD is er sprake van een opzwelling van het slijmvlies in de luchtwegen en is de wand van de luchtwegen beschadigd.
Filmpje astma
Filmpje COPD
Iemand met hooikoorts is allergisch voor de stuifmeelkorrels van bepaalde planten.

Je bent dan als het ware allergisch voor de mannelijke voortplantingscellen van planten.

Stuifmeelkorrels hechten zich aan
de slijmvliezen van de luchtwegen
waardoor deze geïrriteerd raken

Kleine pollen (oftewel stuifmeelkorrels) dringen
makkelijker het luchtwegenstelsel binnen omdat ze
niet worden tegengehouden door de neusharen
en het slijmvlies
Naast allergieën voor stuifmeelkorrels kunnen mensen ook allergisch zijn voor andere stoffen die de luchtwegen irriteren, zoals:

stofdeeltjes
rook
chemicaliën in make-up
haren van huisdieren
uitwerpselen van huisstofmijt
vervuilde lucht
Opdracht - long- en luchtweg aandoeningen

De klas wordt verdeeld in verschillende groepjes met specialisten:

Astma
COPD
Hooikoorts
Allergieen
Roken

Van ieder onderwerp wordt een groepje gekozen die het onderwerp aan de rest van de klas zal uitleggen
Schadelijke bestanddelen van tabaksrook:
Naast een hoop kankerverwekkende stoffen zitten ook de volgende stoffen in tabaksrook:
Teer
Nicotine
Koolstof-monoxide
Vormt een aanslag laagje over het slijmvlies van de luchtwegen waardoor trilhaarcellen en longblaasjes hun werk niet meer kunnen doen.

Dit zorgt voor een verminderde zuurstofopname!
Is een verslavende stof.
Zorgt er voor dat spiertjes en bloedvaten vernauwen waardoor de doorbloeding in het lichaam verslechterd
Is een dodelijk gas dat de plaats van zuurstof inneemt.
Normaal gesproken vervoeren de rode bloedcellen zuurstof,
maar nu koolstof-monoxide!
Hierdoor ontvangen de cellen veel minder zuurstof en kun je minder verbranden of zelfs sterven.

Ook dit zorgt voor een verminderde zuurstofopname!
Vitale capaciteit
Ademvolume:
De hoeveelheid lucht die een volwassen persoon normaal in- en uit ademt (0,5 liter)

Vitale capaciteit:
De hoeveelheid lucht die maximaal kan worden in- en uitgeademd.

Longvolume:
De inhoud van de longen. Ook na een diepe uitademing blijft zo'n 1,5 liter lucht in de longen achter.
Full transcript