Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Massamedia Vwo

Examenvoorbereiding Vwo maw PCC
by

Kathelijne van der Putten

on 7 March 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Massamedia Vwo

MASSAMEDIA
VOORBEREIDING CE Vwo
Door WHO & KPU
Opgave 1 Massamedia: Hoe maken we jongeren meer mediawijs?

Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje.

Inleiding
Door de komst van nieuwe media zoals internet en mobiele telefonie is de omgang met de media voor jongeren ingrijpend veranderd. In het dagelijkse leven van jongeren spelen media directer en op jongere leeftijd een belangrijke rol. Het kabinet vindt het belangrijk dat jongeren kritisch naar media leren kijken en goed met media leren om te gaan. Zo kunnen zij zich ook beschermen tegen mogelijke bedreigingen en gevaren die van de media uit kunnen gaan. De kennis, vaardigheden en mentaliteit die hiervoor nodig zijn, worden ‘mediawijsheid’ genoemd. Het kabinet wil jongeren meer mediawijs maken door een veilig en verantwoord mediagebruik te bevorderen, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatieve initiatieven zoals medialessen.nl (tekst 1 en 2). Ook wil het kabinet jongeren meer mediawijs maken door het bevorderen van een veilig media-aanbod door regelgeving en door het stimuleren van zelfregulering door de media (tekst 3).

Lees de regels 1 tot en met 62 van tekst 1.
2p 1 Leg met behulp van de tekst uit, dat bij het bevorderen van mediawijsheid door school en ouders sprake is van socialisatie. Geef eerst een omschrijving van het
begrip socialisatie.

Lees de regels 39 tot en met 74 van tekst 1.
Veranderingen in het medialandschap door de komst van de nieuwe media hebben belangrijke gevolgen voor de relatie tussen aanbieders en gebruikers van media. In dit communicatieproces spreken we ook wel van zenders en ontvangers.

2p 2 Leg uit wat er veranderd is met betrekking tot de rollen van zender en ontvanger door de komst van de nieuwe media. Licht je antwoord toe met behulp van een citaat uit tekst 1.

Lees de regels 75 tot en met 85 van tekst 1.
Hans Laroes wil kinderen bewust maken van ‘de achterkant van het nieuws’: niet alles komt in het nieuws; het dagelijks nieuws is het resultaat van een selectieproces, waarbij informatie verschillende filters passeert. Ook het voorbeeld van Hans Laroes is op te vatten als één van de filters in dit selectieproces.

3p 3 Geef twee andere filters in het selectieproces van het nieuws en leg uit waarom het begrijpen van dit selectieproces bij kan dragen tot mediawijsheid.
►►►
Lees de regels 1 tot en met 13 van tekst 2.
De berichtgeving over Marokkanen is vaak negatief, bijvoorbeeld als het over criminaliteit gaat. In de medialessen ‘Ken jij ook leuke Marokkanen?’ wordt de beeldvorming die in de media over allochtonen ontstaat, bespreekbaar gemaakt.

2p 4 Leg aan de hand van tekst 2 uit hoe dergelijke berichtgeving over allochtonen kan leiden tot stereotypering van allochtonen. Geef allereerst twee kenmerken van stereotypering.

Lees de regels 14 tot en met 46 van tekst 2.
In de medialessen ‘Webdetective’ wordt kinderen met een checklist geleerd, waar je op moet letten als je de betrouwbaarheid van informatie op internet wilt beoordelen. Met de eerste twee vragen wordt bijvoorbeeld duidelijk of de maker deskundig was en of de maker soms zelf belang had bij de gegeven informatie. De derde vraag gaat over een journalistieke kwaliteitsnorm.

2p 5 Met welke twee andere journalistieke kwaliteitsnormen kun je de betrouwbaarheid van informatiebronnen verder bevragen? Licht je antwoord toe. Naast gevaren en bedreigingen die van de media uitgaan, biedt het gebruik van media voor jongeren ook veel mogelijkheden en kansen. Zo stelt het kabinet in zijn visie over mediawijsheid dat de nieuwe media de sociale cohesie en de culturele identiteit binnen groepen kunnen versterken.

2p 6 Leg uit hoe een nieuw medium zoals internet, de sociale cohesie binnen jongerengroepen kan versterken.

Lees de regels 47 tot en met 65 van tekst 2.
De makers van de mediales ‘Hoe maak ik van mijn eigen leven reality-tv?’ willen leerlingen bewuster maken van het verschil tussen de getoonde werkelijkheid in reality-tv programma’s en de alledaagse werkelijkheid. Hiermee willen zij de kinderen weerbaar(der) maken tegen een mogelijke negatieve invloed van de televisie. Er bestaan verschillende theorieën over de invloed van massamedia.

2p 7 Welke theorie over de invloed van de media wijst op het gevaar dat tv-realiteit verward gaat worden met de alledaagse realiteit en welke groep kijkers zou volgens deze theorie vooral blootstaan aan dit gevaar?

Lees tekst 3.
Naast een veilig en verantwoord mediagebruik probeert de overheid een veilig en verantwoord media-aanbod te bevorderen. In haar mediabeleid gaat zij daarbij uit van een aantal belangrijke uitgangspunten.

2p 8 Welke twee uitgangspunten van het mediabeleid zijn in tekst 3 te herkennen? Geef bij beide uitgangspunten een citaat uit de tekst.

De overheid probeert kwetsbare groepen (zoals minderjarigen) te beschermen door het media-aanbod te (helpen) reguleren. Er is een Reclame Code en er zijn sponsorvoorschriften.

1p 9 Welk bestuursorgaan ziet toe op de naleving van deze regels?

Een ander aspect van het beschermen van de kwaliteit van het media-aanbod gaat over het vervullen van belangrijke maatschappelijke en politieke functies door de media. Volgens sommigen zouden deze functies door de toenemende commercialisering onder druk komen te staan.

4p 10 Geef een argument voor en een argument tegen de stelling dat door commercialisering maatschappelijke en politieke functies van de media onder druk komen te staan. Noem bij beide argumenten om welke functie het gaat.

Zie de regels 30 tot en met 32 van tekst 3.
In Nederland wordt de vrijheid van meningsuiting gegarandeerd. Toch kan de overheid achteraf strafrechtelijk optreden wanneer een programma daartoe aanleiding geeft. Dit optreden begrenst de vrijheid van meningsuiting.

2p 11 Geef twee wettelijke regels waarmee het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt.

Communicatiewetenschappers Liesbet van Zoonen en Linda Duits gaven in 2008 in het blad Socialisme en Democratie kritiek op de projecten die
mediawijsheid dienen te bevorderen. Wetenschappers zijn het erover eens dat niet zomaar alle jongeren direct negatief beïnvloed worden door de media.

2p 12 Leg uit dat de media niet alle jongeren direct negatief beïnvloeden. Gebruik in je uitleg de begrippen selectie en referentiekader.
Definities
communicatieproces
referentiekader
interpersoonlijke communicatie
massacommunicatie
BEINVLOEDINGSTHEORIEEN :


Selectieve perceptietheorie = mensen met verschillendereferentiekaders en/of cultuur interpreteren boodschappen anders. Zie ook: selectief waarnemen (je hoort/ziet alleen wat bij jouw idee past), selectief interpreteren (info wordt gekleurd), selectief onthouden en selectieve aandacht

Theorie van de Zwijgspiraal = MM veel invloed op mening. MM geven beeld van heersende opvattingen.Uit angst om sociaal geisoleerd te raken conformeren mensen zich aan de heersende opvattingen.

Cultivatietheorie = mediawerkelijkheid in plaats van echte werkelijkheid

Uses & gratificationsbenadering = invloed MM is afhankelijk van de behoefte van mensen.

Media-afhankelijkheidstheorie = invloed MM is afhankelijk van de doelen die mensen nastreven.

Agendasettingtheorie = media bepalen de onderwerpen waar we over praten maar niet onze mening daarover.

Framingtheorie = doordat journalisten sommige onderwerpen keer op keer op dezelfde wijze aan bod laten komen zullen ook de ontvangers op deze wijze over het onderwerp gaan denken.
Onderzoek naar politieke gevolgen
Per artikel is vastgesteld op welke manier er
precies over integratie en minderheden gesproken
wordt. Elk artikel werd ingedeeld bij één van de vijf categorieën (zogenaamde frames):
multiculturalisme, emancipatie, restrictie,
slachtofferrol en islam-als-bedreiging.
Deze laatste categorie blijkt de grote winnaar. Iets meer dan de helft van de artikelen die je in de krant leest gaat over de gevaren van de islam.
Framingtheorie
Selectief waarnemen =
http://player.omroep.nl/?aflID=3278149
Werkblad bij docentenuitleg hoofdstuk 4 massamedia De pers

Pluriformiteit = ………………………………………………………………………………………………
Tegenovergestelde pluriformiteit = …………………………………………………………………………

Twee soorten pluriformiteit:
1: ………………………………………………………………………………………………
2: ………………………………………………………………………………………………

Vroeger, in de tijd van de verzuiling, bestond er veel pluriformiteit maar door:
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
Ontstond er persconcentratie en monopolievorming. Hierdoor nam de pluriformiteit af.

De overheid streeft met haar mediabeleid naar:
1: ………………………………………………………………………………………………
2: ………………………………………………………………………………………………
3: ………………………………………………………………………………………………
4: ………………………………………………………………………………………………

Deze kenmerken van het mediabeleid kunnen met elkaar botsen, want: ..................................................................................................................................................................................
.........................................................................................
.........................................................................................

Linkse politieke partijen vinden uit het mediabeleid kenmerk … belangrijker. Rechtse politieke partijen vinden uit het mediabeleid kenmerk … belangrijker.

De overheid realiseert de doelstellingen uit het mediabeleid door maatregelen als:
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………
- ………………………………………………………………………………………………………………

Conclusievraag: Kun je op basis van deze maatregelen stellen dat er in Nederland censuur plaatsvindt?
Censuur = ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Ja, want: ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Nee, want: ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….......
Verzuiling - ontzuiling
PLURIFORMITEIT

Journalistieke regels:
- Discriminatie of belediging via de mm is verboden.
- Opruiing is verboden
- Zaken publiceren die in strijd zijn met de goede zeden is verboden
- Roddels publiceren is verboden
- Staats- en bedrijfsgeheimen publiceren is verboden
Journalistieke normen:
- Binnengekomen informatie controleren
- Hoor en wederhoor toepassen
- Informatie en feiten zoveel mogelijk gescheiden houden
- Meerdere informatiebronnen gebruiken
- Een juiste weergave van de feiten weergeven
Socialisatie =
overdragen van cultuur:
waarden
normen
regels

Functies mm individu:
1. Informatie
2. Educatie
3. Opvoeding
4. Opiniërend
5. Gedragsbeïnvloeding
6. Amusement/Verstrooiing
7. Sociale functie (meepraten)
Functies mm samenleving:
1. Informerende functie = democratie:
Politieke informatiefunctie: overheid MM> burgers
Agendafunctie: burgers MM> overheid
Waakhond/controlerende functie
Opinierende functie
Onderzoeksfunctie
Educatieve functie
2. Socialiserend functie
3. Amusement functie
4. Sociale cohesie functie
Commerciele omroep
- marktgericht
- hoe meer kijkers, hoe meer adverteerders
- veel amusement om grote groep kijkers te trekken
- geen geld van de overheid, dus ook minder overheidsregels
nieuwe media
minder vrijheid van meningsuiting
Sociaal-democraten:
voor het bestaan van de publieke omroep, want door de representatieeis wordt er ook tv gemaakt voor minderheden.
Confessionelen:
voor het bestaan van de publieke omroep, want door de representatieeis wordt er ook tv gemaakt voor de gelovige groepen
liberalen:
we kunnen minder belasting geld in de publieke omroep stoppen. De amusementsfunctie kan de commerciele omroep overnemen. Liberalen zijn voor marktwerking en privatisering (kleine overheidsbemoeienis) waar mogelijk.
publieke omroep is belangrijk omdat de mm een functie heeft in onze samenleving
mediahypes
Maatschappelijke veranderingen:
- Cultureel gebied: individualisering en ontzuiling
- Economisch gebied: liberalisering en internationalisering
- Technologisch gebied: ontwikkelingen van ict leiden tot onbegrensd aanbod
- Politiek juridisch gebied: moet de publieke omroep gefinancieerd blijven
door de overheid?
Kranten
Kaderkranten/kwaliteitskrant:
- gericht op een doelgroep
- Volkskrant, NRC, Touw
- veel achtergrond info
- veel politieke+beleidsinfo
Populaire kranten:
- marktgericht > zoveel mogelijk lezers willen trekken
- Telegraaf
- veel human interest
- nadruk op sensatie
Overheid streeft met mediabeleid naar:
- pluriformiteit
- democratie
- uitingsvrijheid
- vrijemarkt principe

referentiekader:
geheel van waarden, normen, ervaringen en overtuigingen
Publieke omroepen

- gefinancieerd door de overheid, dus ook veel overheidsregels:
representatieeis
vaststaand percentage cultuur, informatie en amusement
- overheidsregels worden gecontroleerd door Commissariaat voor de Media
Verzuiling en ontzuiling in Nederland


Zuil = Samenhangend geheel van maatschappelijke organisaties en instellingen op basis van een levensbeschouwing/levensovertuiging. Mensen leefden in, van en voor hun eigen zuil. De anderen waren gevaarlijk, eng, ongelovig, dom ….etc. Daarmee moest je zeker geen contact hebben. Bijvoorbeeld: trouwens met iemand van een andere zuil was bijna onmogelijk; het was een vorm van verraad (“Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.”). Er waren vier zuilen te herkennen:
1. (Rooms) Katholieke zuil
2. Protestantse zuil
3. Socialistische zuil
4. Liberale zuil

De verzuiling
Al sinds de hervorming (16e eeuw) staan katholieken en protestanten tegenover elkaar. Na de Tachtigjarige Oorlog krijgen de protestanten de macht in handen en worden de katholieken tweederangs burgers. In de 19e eeuw, als de Industrialisatie begint, hebben vooral liberalen (de hogere klasse) veel invloed. Arbeiders worden achtergesteld. Om die achterstelling op te heffen gaan katholieken, protestanten en arbeiders (socialisten) zich zoveel mogelijk verenigen om sterker te staan en zo verbetering van hun maatschappelijke positie af te dwingen. Katholieken en protestanten willen o.a. graag eigen scholen om hun kinderen gelovig op te voeden, maar de overheid betaalde alleen openbare scholen. Arbeiders wilden o.a. graag algemeen kiesrecht om politieke invloed te krijgen; er bestond toen alleen kiesrecht voor mensen met een bepaald inkomen.

De ontzuiling
De ontzuiling, het afbreken van de vier zuilen, zette in vanaf het begin van de jaren ’60. Er zijn globaal drie oorzaken van de ontzuiling te noemen:
1. De komst van de televisie. In 1950 was er maar één tv-net. Er keken dus zowel katholieken, liberalen, socialisten als protestanten naar programma’s van alle zuilen. Men ontdekte dat het bij de andere zuil lang niet zo erg was als altijd werd gezegd.
2. De autoritaire maatschappelijke structuren werden doorbroken. De stijging van het opleidingsniveau van de gehele bevolking zorgde niet allen voor een stijging van de welvaart, maar ook kregen de (geestelijke) leiders hierdoor minder invloed.
3. De deconfessionalisering (confessie = geloof) en de ontkerkelijking zetten in de jaren ’70 door; de gelovige zuilen slonken.
Selectieve perceptietheorie
Theorie van de Zwijgspiraal
Uses & gratifications-benadering
Media-afhankelijkheidstheorie
Agenda-settingtheorie
Cultivatietheorie
http://www.kennislink.nl/publicaties/framen-om-de-verkiezingen-te-winnen
Framing en het Kabinet Rutte I
http://www.eenvandaag.nl/gezondheid/37376/hoe_verandert_het_internet_ons_van_binnenuit_
Sociale cohesie = sociale samenhang in de maatschappij (solidariteit).
intermedierende factoren
ontvangers zijn individuen
geen directe relatie inhoud en effecten van het aanbod
grote invloed MM op leven mensen
mensen zijn irrationeel
zware kijkers
realiteit kwijt
media doelgericht gebruiken
publiek is actief
selectieve perceptie
personen kiezen ervoor MM niet te gebruiken
MM zijn middel / hulpbron
actief publiek
mensen kiezen bewust of ze MM gebruiken
niet beinvloeding van gedrag; alleen van gespreksonderwerp
5 frames:
economisch
conflict
machteloosheid
human impact
moraliteit
Full transcript