Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Thema 4 erfelijkheid

No description
by

Femke Kamping

on 1 December 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Thema 4 erfelijkheid

Thema 4 Erfelijkheid
Bs 1 Genotype & Fenotype
Fenotype
Het uiterlijk van iemand, de zichtbare eigenschappen --> Fenotype
Genotype
Hoeveel chromosomen hebben mensen?
Wat staat er op die chromosomen?

Alle erfelijke eigenschappen op de 46 chromosomen --> Genotype
Hoe komt je fenotype tot stand?
Fenotype zijn je uiterlijke kenmerken.
Je genotype bepaald je uiterlijk.
Toch kan je fenotype anders zijn dan je genotype. Hoe zit dat?
Door invloeden vanuit het milieu kun je je fenotype veranderen, maar niet je genotype.
Dus...
Je fenotype komt tot stand door het genotype en invloeden uit het milieu.
Bs 2 Geslachtschromosomen
Chromosomen komen in paren voor.
We hebben 23 paar chromosomen.
Het laatste paar is het geslachtschromosomen paar.
Geslachtschromosomen bepalen je geslacht. Ook beïnvloeden ze gehaltes van geslachtshormonen in je bloed.
Vrouwelijke lichaamscel
Mannelijke lichaamscel
Elke lichaamscel van vrouw heeft twee X- Chromosomen (XX)
Elke lichaamscel van een man heeft een
X- chromosoom en een Y- chromosoom (XY)
Geslachtscellen
Lichaamscel door reductiedeling naar geslachtscel
Hoe en wanneer ligt het geslacht vast?
Bij voortplanting heb je geleerd dat na de bevruchting een embryo ontstaat.
Jongen of Meisje?
=
=
De zaadcel bepaald dus het geslacht van de embryo.
BS 3 Tweelingen
BS 4 Chromosomen en Genen
Eeneiige tweeling
Één eicel + één zaadcel = embryo
Zelfde DNA zien er dus hetzelfde uit.

Twee-eiige tweeling
Twee eicellen die beide door een zaadcel worden bevrucht.
Verschillend DNA, kunnen dus ander geslacht hebben en ander uiterlijk.
Je genotype ligt vast op het moment van bevruchting
Een gen is een stukje van een chromosoom met daarop de informatie voor 1 erfelijke eigenschap.
Chromosomen komen in paren voor, ze zijn hetzelfde en hebben dus ook dezelfde genen.
Je hebt twee genen voor 1 eigenschap
Bs 6 Kruisingen
Even terug...
Hoeveel genen hebben we voor 1 eigenschap.
Wat houdt het in als iemand een heterozygoot genotype heeft?
Hoe noemen we het volgende genotypes:
BB
bb
Bb
Opdracht
Bij mensen kan de haarlijn verschillend zijn van vorm. Het gen voor een rechte haarlijn (h) is recessief ten opzichte van het gen voor een v-vormige haarlijn (H).
Wat is het genotype van iemand die homozygoot dominant is voor de haarlijn?
Wat is het genotype voor iemand met een rechte haarlijn?
Kruisingen
Met kruisingen kunnen we de overerving van eigenschappen onderzoeken.
We letten op 1 erfelijke eigenschap bij de kruising.
Bij de kruising geven we de ouders aan met de letter P (latijnse Parentes)
De nakomelingen van de ouders noemen we de F1 (latijnse Filii)
Bij veel kruisingen planten de F1 zich weer onderling voort. Die nakomelingen noemen we de F2
Een kruising
Stap 1: wat zijn de genotypen van de ouders en geef die weer.
P. AA x aa
Stap 2: Welke genen kunnen in de geslachtscellen voorkomen?
Gesl. A a
Stap 3: Welke mogelijkheden voor versmelting van eicellen en zaadcellen zijn er?
F1. Aa
Individuen uit F1 planten zich verder voort.
F1 Aa
Aa x Aa
Gesl. A of a A of a
We kunnen nu niet in 1 keer zien welke eicel, welke zaadcel bevrucht.
A
a
A
a
AA
Aa
Aa
aa
Oplossing
Welke vachtkleur kunnen de labradors in de F2 hebben?
Hoe groot is de kans voor elke vachtkleur?
A
A
a
a
Aa
AA
Aa
aa
Zwart & Geel
Zwart 75% Geel 25%

F2
F2
BS 5 Genenparen
GENSYMBOLEN
Bij
heterozygoot
zie je dominante gen terug in het fenotype.
Dominante
gen is sterker en zien we
ALTIJD
in het fenotype.
Het gen wat 'verliest' noemen we Recessief.
Recessieve
gen zien we alleen in het Fenotype als er
GEEN
dominant gen aanwezig is.
Homozygoot Rood
Heterozygoot? of
Homozygoot?
Recessieve gen in Fenotype?
Dan
ALTIJD
Homozygoot recessief!
Dominante gen in Fenotype?
Dat heterozygoot,
OF
homozygoot dominant.
Heterozygoot
= twee ongelijke
genen
Homozygoot = twee gelijke
genen
AA =
Aa =
aa =
Hoofdletter = dominant gen
Kleine letter = recessief gen
Dus volgende combinaties...
Homozygoot Dominant
Heterozygoot
Homozygoot Recessief
HH
hh
http://biologiepagina.nl/Oefeningen/Erfelijkheid/stamboom.htm
http://biologiepagina.nl/Oefeningen/Erfelijkheid/erfelijkheidautosomaalr.htm
BS 7 Stambomen
Vierkant = man
Rondje = vrouw
= zwart haar
= blond haar
Schrijf de genotype op in de
stamboom
aa
Aa
Aa
A
A
Als ouders met een gelijk fenotype een nakomeling krijgen met een ander fenotype, zijn beide ouders heterozygoot.
Dit komt ook voor bij Leeuwenbekjes
BS 8 Intermediaire fenotypen
Homozygoot Blauw
Homozygoot Bruin
Heterozygoot
Bij heterozygoot genotype krijgen we beide eigenschappen terug te zien.
Deze persoon heeft dan een,
intermediair fenotype
.
Homozygoot rood
Homozygoot wit
Heterozygoot
We schrijven de genotypen als volgt op.
ArAr
AwAw
ArAw
Krijg je de volgende kruising
P ArAr x AwAw
Gesl. Ar Aw
F1 ArAw
ArAw x ArAw
Gesl. Ar of Aw Ar of Aw
F2
Ar
Aw
Ar
Aw
ArAr
ArAw
ArAw
AwAw
Sommige eigenschappen zijn
onvolledig dominant
.
Beide even sterk...

9. Geslachtelijk & ongeslachtelijk
Geslachtelijke voortplanting
Versmelting geslachtcellen >

bevruchting > variatie in genotype
en dus fenotype anders
Variatie maakt overlevingskans groter van de soort.
Ongeslachtelijk voortplanten
Soms is variatie niet wenselijk.
Kunstmatige selectie:
We selecteren individuen met gunstige eigenschappen om verder te kruisen.
In de landbouw probeert men alle gunstige eigenschappen in 1 nakomeling te krijgen.
Veredeling
Bij deze vormen van kruisen vind dus wel bevruchting plaats!
Er vind geen bevruchting plaats!Alleen gewone celdeling!
Geen verandering in genotype!
BS 10 Mutaties
Plotselinge verandering van genotype.
=
Er zijn één of meerdere genen veranderd.
gemuteerd
Een mutatie kan in elke cel plaatsvinden.
Oorzaken mutaties
Spontaan,het kan dus zomaar gebeuren. Het kan ook door mutagene invloeden gebeuren.
Hoe hoger de frequentie, hoe meer risico.
Sigarettenrook
Asbeststof
UV-straling
Radioactieve
straling
Röntgen
straling
Kanker
De snelheid van celdeling wordt heel precies geregeld, dit kan ongeremde celdeling worden.
Er ontstaat dan een gezwel.
Dit kan een

goedaardig gezwel
Bij kanker ontstaat er een
kwaadaardig gezwel.
zijn.
Uitzaaiing
Kanker
Full transcript