Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

1h tijd van Grieken & Romeinen

No description
by

Yann Jousson

on 29 January 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 1h tijd van Grieken & Romeinen

Tijd van Grieken & Romeinen
3.1 De Griekse wereld
De Griekse wereld bestond uit allerlei stadstaten. Het landschap was verdeeld. Stadstaten (Polis, meervoud poleis), waren van elkaar afgesloten door water of bergachtige gebieden. Hierdoor ontwikkelde elke polis zich zelfstandig.
Elke polis had zijn eigen bestuur, eigen wetten en eigen leger.
De twee bekendste voorbeelden zijn Athene en Sparta.
In Griekenland was een landbouwstedelijke samenleving ontstaan. Dus de meerderheid van de bevolking leefde als boer en een klein deel leefde van de handel en ambachten in de steden. Vanaf de 8e eeuw v.C. groeide de bevolking en toen ontstond er een probleem. Er was te weinig landbouwgrond.
Griekenland bestaat uit veel eilanden en een bergachtig landschap. Dit is niet geschikt voor landbouw. Dus toen de Grieken landbouwgrond te kort kwamen gingen zij op zoek naar nieuwe landbouw gebieden. Dit noemen wij de Griekse kolonisatie. De gebieden rond de Middellandse en Zwarte Zee werden door de Grieken gekoloniseerd. Hierdoor verspreide de Griekse cultuur zich over dit gebied.
Door de kolonisatie ontstond er een groot systeem van handel over het hele Middellandse en Zwarte Zee-gebied. De Grieken leerden ook van andere volken die in dit gebied woonden en namen het schrift en het gebruik van geld van hen over.
Het gebied ronde Middellandse en Zwarte Zee noemen wij de Griekse wereld.
Dat de Griekse poleis heel verschillende waren blijkt wel als we de samenlevingen van Athene en Sparta met elkaar vergelijken.
Athene:
1. de vrije, volwassen mannen
2. de vreemdelingen
3. de vrouwen
4. slaven
Sparta:
1. de Spartaanse mannen
2. de omwonenden
3. de overwonnenen (slaven)
3.2 Het bestuur van de polis
Bestuursvormen gaat over politiek. Politiek is een begrip dat bij geschiedenis vaak terugkomt. Hier volgt een definitie:

Politiek gaat over hoe je een land moet besturen. Welke wetten er gelden en wie de macht heeft en de wetten mag maken.
Welke rechten heeft de bevolking? Is een typische politieke vraag.
In de Griekse wereld waren de poleis erg onafhankelijk. Ze waren van elkaar gescheiden door water en bergachtig landschap. Hierdoor hebben ze allen een aparte ontwikkeling doorgemaakt. De politiek van deze poleis verschilden dan ook enorm.
*De monarchie Hier had één persoon (de koning) de macht en deze had hij rechtmatig gekregen van zijn vader.
* De tirannie waarbij één man door middel van geweld de macht heeft gegrepen
* De aristocratie waarbij een groepje rijke mannen de polis bestuurden. (vaak van adel)
In Athene was er een andere bestuursvorm ontwikkeld. Allereerst was er in de 6e eeuw een aristocratie. Het volk was erg ontevreden over het bestuur. Eén man greep de macht en vanaf 546 v.C. was Athene dus een monarchie. De opvolger van de monarch regeerde als een tiran en in 510 v.C. werd hij verdreven.
Kleisthenes bedacht een nieuwe bestuursvorm
*De democratie: het volk had de macht. In de volksvergadering mochten alle volwassen mannen waarvan beide ouders in de Athene waren geboren stemmen. Demos= het volk. Mocht ook echt het hele volk meebesturen?
Tirannie voorkomen dmv schervengericht!
3.3 Geloven en weten
3.5 Griekse kunst
Wat is klassieke kunst.

Klassieke kunst is een voorbeeld voor latere tijden. Klassieke muziek heeft dus invloed op de muziek van latere tijden. Ook de muziek van nu heeft nog elementen van klassieke muziek in zich. De Grieken hebben op verschillende culturele aspecten invloed gehad. We gaan naar wat voorbeelden kijken.
De Griekse tempels werden volgens een vast patroon gebouwd. Elke tempel had een zuilen die een dak ondersteunden. Tussen het dak en en de zuilen was een fries aangebracht dat versierd was met beeldhouwwerken. Ook in het fronton (driehoek) was rijkelijk versierd. De tempels waren ook bont gekleurd, van de kleuren is niks meer over.
De bouwkunst
De beeldhouwkunst
Van de Griekse beeldhouwkunst is ook veel bewaard gebleven. De Grieken konden prachtige beelden maken. Ze zorgden dat ze heel realistisch waren (studie nodig!) en altijd waren het beelden van naakte mensen. De Grieken probeerden de perfecte mens uit te beelden.
Theater
Van de Griekse schilderkunst is helaas weinig bewaard gebleven. Enkel wat schilderingen op vazen en ander servies. Wel weten we veel over de Griekse toneelstukken. In geschreven bronnen kunnen we deze blijspelen (komedies) en treurspelen (tragedies) teruglezen.
Door de gehele geschiedenis zien we kunstwerken of gebouwen die geïnspireerd zijn op de Griekse oudheid. Daarom spreken van de klassieke oudheid.
We hebben geleerd dat de Grieken verdeeld waren. Elke polis had zijn eigen manier van besturen, zijn eigen leger en zijn eigen wetten.
Toch spreken we van één Griekse wereld. Men sprak er allemaal Grieks, ze schreven hetzelfde en ook op religieus gebied vormde de Grieken een eenheid. Dus één taal, één schrift en één cultuur.
Cultuur
Tot de Griekse cultuur rekenen we de vele mythen (godenverhalen), sagen (heldenverhalen) en de legenden (wonderlijke verhalen).

Om de wereld om hen heen te verklaren gebruikten de Grieken deze verhalen. Een voorbeeld is de mythen van de godin Demeter.

Door te offeren wilden de Grieken de goden tevreden houden. Een orakel kon daarbij helpen.
Wetenschap
Vanaf de 6e eeuw v.C. gingen enkele Grieken op zoek naar andere verklaringen voor natuurverschijnselen.

Door logisch nadenken en onderzoek doen zochten ze naar verklaringen. De Grieken die dit deden noemen we filosofen. Alle wetenschappen hoorden daarbij. Zoals natuurkunde, geneeskunde, geschiedenis en wijsbegeerte (filosofie).

Iemand die arts wil worden legt nu nog altijd de 'eed van Hippokrates' af.
Drie beroemdheden
Socrates

Hij was een filosoof die op zoek was naar de waarheid. Hij stelde constant vragen. Uiteindelijk vonden de Atheners hem een lastpak en moest hij een gifbeker leegdrinken.
"Ik weet dat ik niets weet."
Plato was een leerling van Socrates. Hij wilde weten hoe je tot echte kennis kon komen. Op je zintuigen kon je volgens Plato niet vertrouwen. Dus moest je door logisch na te denken tot ware kennis komen.
Aristoteles was weer een leerling van Plato. Hij vond juist wel dat waarneming nuttig was. Wetenschap begon volgens hem met goede waarneming en daaruit kon je dan conclusies trekken.
De filosofen waren vaak ook leermeesters. Aristoteles was bijvoorbeeld de leermeester van Alexander de Grote.
De Romeinen hebben veel van de Grieken overgenomen. Ze hadden veel respect voor de Griekse kunst en de Griekse denkers.

Ook de Romeinse goden zijn gebaseerd op de Griekse goden.

De Grieken waren dus het grote voorbeeld voor de Romeinen. Maar de Grieken waren slechte strijders. Dat konden ze, volgens de Romeinen, niet zo goed. Daarin waren zij, de Romeinen, veel beter
4.1 Van stad tot wereldrijk
Rome was tot 509 v.C. een koninkrijk. De laatste koning Tarquinius Superbus heerste als een tiran en werd afgezet. Daarna werd Rome een republiek. (tot 27 v.C.)
Twee consuls werden benoemd door de Romeinse volksvergadering. De belangrijke besluiten werden genomen door de senaat. In de senaat zaten de rijkste burgers van Rome, de patriciërs.
Rome lag gunstig aan de rivier de Tiber. Hierdoor kon Rome uitgroeien tot een rijke en machtige stadstaat. Langzaam groeide het gebied dat onder de macht van Rome viel.
Door de handel kon Rome veel rijkdom vergaren. Hiermee konden ze een groot leger op de been brengen en geleidelijk een groot rijk veroveren. Zoals de oorlog tegen Carthago.
Door Carthago te verslaan kreeg Rome meer controle over de Middellandse Zee. Zij noemde deze zee 'Mare nostrum' (onze zee).
Gebieden die werden veroverd kregen een Romeinse bestuurder, een gouverneur. Uit de provincies haalden de Romeinen soldaten en belastingen. Hierdoor werd Rome nog welvarender.
Naast rijkdom stond ook militair succes in hoog aanzien. Legeraanvoerders konden daarom veel macht krijgen in Rome.
Julius Caesar was zo'n machtige legeraanvoerder die veel macht kreeg. Uit angst dat hij een dictator werd, werd Caesar vermoord door de senatoren.
Uiteindelijk kreeg zijn adoptief zoon Octavianus na een burgeroorlog de macht. Hij werd keizer Augustus genoemd en zorgde voor een lange periode van vrede in het Romeinse keizerrijk (tot 476 nC). Pax Romana!
4.2 De Romeinse samenleving
Het RR was een landbouwstedelijke samenleving. Het merendeel van de bevolking leefde als boer op het platteland of was in dienst bij een grootgrondbezitter. Naast de boeren waren er ook steden waar mensen leefden van handel het ambachten.
De Romeinse veroveringen konden plaatsvinden dankzij een groot en sterk leger. De soldaten waren veelal de boeren. Doordat de boeren dan vaak lange tijd van huis waren, konden de achtergebleven vrouwen met moeite het land onderhouden. Dit leidde vaak tot armoede. Vrouwen vertrokken dan vaak naar de stad op zoek naar geld en werk.
Een stad kan alleen maar bestaan als er handel is van het platteland naar de stad. Waarom is dat?
In het RR was er veel handel mogelijk. Dit kon door:

1. een goed wegennet (voor troepenverplaatsing.)
2. Pax Romana.
3. Eén munteenheid, sestertie
De rijke bovenlaag van de Romeinse samenleving had de macht in handen, vooral de patriciërs.
De grote arme onderlaag, de proletariers, werden door de rijke tevreden gehouden door gratis 'brood en spelen'.

In het RR was het houden van slaven heel gewoon. Voor klusjes rond het huis tot leraren.
4.3 De cultuur van het rijk
Dankzij de vele veroveringen werd het RR een multiculturele samenleving. Om het grote rijk goed te besturen waren wetten nodig. Er werden twee groepen onderscheiden:
1. Wetten voor iedereen
2. Wetten voor mensen met burgerrechten.
Het hebben van burgerrechten was een voordeel en vele inwoners van het RR wilden dit dan ook graag bezitten.
De Romeinse religie leek op die van de Grieken. Voor bijna alles hadden de Romeinen aparte goden. Hierdoor ontstond er een grote godsdienstige verdraagzaamheid. Je mocht jouw goden blijven vereren, zolang je ook maar de Romeinse goden en de keizer eerde.
De Romeinen hadden veel eerbied voor de Griekse cultuur. (alleen vechten, dat konden de Grieken niet!) Hierdoor namen zij veel van de Griekse cultuur over. Zo ontstond de Grieks-Romeinse cultuur. --> Antieke of klassieke cultuur.
4.4 De opkomst van het christendom
4.5 Romeinen, Germanen en Kelten
In het gebied Judea dat door de Romeinen werd veroverd in 63 vC leefden de Joden. Zij waren monotheistisch. (wat betekend dat?)
De joden hoefde lange tijd alleen belasting te betalen. Toen ze niet meer konden opbrengen en ook nog eens weigerden de Romeinse keizer te eren in hun tempel, kwamen de joden in opstand.
Deze opstand werd in 70 nC neergeslagen en de joden werden over het Romeinse rijk verspreid.
Ongeveer 30 nC was er in Judea een joodse boodschapper die rondtrok en zijn boodschap verkondigde. Jezus van Nazareth was zijn naam.

Het verhaal van Jezus is dat hij de boodschapper van god was. In de heilige boek van de joden, de Tenach, stond dat op een dag een verlosser (messias) op aarde zou komen. De volgelingen van Jezus dachten dat hij dat was.

Niet elke jood geloofde dat Jezus de messias was. (vele wachten nog steeds!) Bovendien was Jezus een bedreiging voor de positie van de joodse priesters. Daarom werd Jezus uiteindelijke ter dood veroordeeld.
Dankzij de goede verbindingen in het Romeinse rijk kon de boodschap van Jezus makkelijk verspreid worden. Het boek waar het verhaal van god en Jezus in stond noemde men de Bijbel.

Het christelijke geloof behandelde iedereen gelijk. Ook was er een kans op een beter leven na de dood. Daarom was het geloof erg aantrekkelijk voor vrouwen, armen en slaven.

De christenen wilden niet de Romeinse goden en de Romeinse keizer vereren. Daarom zagen de keizers de christenen als een gevaar. Het christendom werd verboden en christenen werden vervolgd. Vele stierven als martelaar.
Keizer Nero gaf de christenen de schuld van een grote brand in Rome. Het gaat dat Nero zelf de brand had aangestoken en daarna spelend op zijn harp de stad zag branden.
Keizer Constantijn dacht zelf dat hij met behulp van de christelijke god een belangrijke slag in zijn rijk had gewonnen. Hij gaf daarop de christenen in 312 nC godsdienstvrijheid.

Zijn opvolger Theodosius maakte in 380 nC van het christendom zelf de staatsgodsdienst.
De godsdienstige verdraagzaamheid was ten einde.
In het Romeinse rijk ontstond in de 4e eeuw een systeem van bisdommen met aan het hoofd een bisschop. De hoogste bisschop was de Paus, het hoofd van de rooms-katholieke kerk in Rome.
In 16 nC besloot keizer Tiberius om de Rijn als noordgrens van het Romeinse rijk te hebben. Een grens noemen we limes.

Keizer Augustus was al begonnen met het creëren van natuurlijke grenzen. Welke?

Langs de grens bouwde de Romeinen forten en legerplaatsen. Ook in Alphen stond zo'n zo'n Romeinse grensfort (castellum).

Dankzij goede wegen en bruggen (infrastructuur) konden de Romeinen snel communiceren.
In het Romeinse rijk woonden vele volken. Door 'Romeins' te leven kreeg je betere kansen. Zo had je kans om het burgerrecht te verkrijgen.

Vele namen de gewoontes en gebruiken van de Romeinen over. Zoals het geld, goden en het Latijn. Het overnemen van de Grieks-Romeinse cultuur nemen wij romanisering.

Dankzij de romanisering ontstond er in Nederland een landbouwstedelijke samenleving. Met veel handel en een geldeconomie.
Vanaf de 1e eeuw nC drongen de Hunnen Germaanse stammen het Romeinse rijk binnen. Germaanse stammen, zoals de Franken en de Saksen, sloten bondgenootschappen met de Romeinen. Samen verzorgde zij de grensverdediging. Het Romeinse bestuur en leger werden daardoor verzwakt.

Door de volksverhuizingen kwam het bestuur van de Romeinen onder druk. Keizer Diocletianus splitste in 285 het rijk om het beter bestuurbaar te maken.

Het West-Romeinse rijk duurde tot 476. In dat jaar veroverde Germanen de stad Rome en kwam het Romeinse bestuur ten val.






Het Oost-Romeinse rijk bestond tot 1453. De hoofdstad van dit rijk was Constantinopel (Istanbul).
Full transcript