Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Formuleren

No description
by

Jenneke van der Kolk

on 8 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Formuleren

Formuleren
Dubbelop-fouten
Onjuiste herhaling
Op zo'n partij als de PVV zou een mensenrechtenactivist niet op moeten stemmen.
Tautologie
Zij is niet in staat te kunnen komen.
Ik ben gedwongen u dit te moeten meedelen
2 x dezelfde betekenis
bij verbetering maakt het niet uit welk woord je weglaat
Pleonasme
deel van de betekenis van een woord wordt herhaald
bij verbetering kan je maar een woord weglaten
Hij heeft je vooraf gewaarschuwd.
De grote reus stond bij de ingang van de kroeg.
Contaminatie
2 woorden of uitdrukkingen worden verward
Hij rookt als een ketting.
We doen het overnieuw.
Ik zal dat even nachecken.
Het kost te duur.
Dubbele ontkenning
Gebeurt wel in het Engels, mag niet in het Nederlands
De leerlingen deden veel moeite om te voorkomen dat er in hun werkstuk geen spelfouten zouden staan.
Opdracht: zoek de fout en benoem deze
1. De verbeteringen kwamen de herstart van het restaurant ten goede.
2. Als je de voordeur nooit op het nachtslot doet, is er een potentiële kans dat er vroeg of laat wordt ingebroken.
3. Het dode lijk is gisteravond gevonden onder een geparkeerde auto.
4. De politie beperkt zich uitsluitend tot het opmaken van een proces-verbaal.
5. Ik lees graag boeken over de toekomst, zoals bijvoorbeeld Brave new world.
6. Ik heb toestemming van de docent om dit gevaarlijke proefje te mogen uitvoeren.
7. De Arena behoort tot een van de mooiste stadions in Nederland.
Onjuist verwijswoord
de -> deze, die De toren die daar staat.
het -> dit, dat Dit huis wil ik wel, maar dat daar is te klein.

Hen of hun?
Hun is nooit onderwerp ( hen of zij gebruiken)
Hun is alleen maar:
- bezittelijk vnw.
- meewerkend voorwerp (zie voorbeelden)
Ik geef hen een brief. (x)

Hun hebben dat gedaan (x) -> Zij hebben dat gedaan.
Dat of wat?
Wat gebruik je:
- als je wilt verwijzen naar de voorgaande zin
Ik heb een boek gekregen, wat ik leuk vind.
- als je wilt verwijzen naar iets onbepaalds (iets, alles etc.)
- bij een overtreffende trap als er geen zelfst. nw. volgt (zie voorbeeld 1)
1 Dat is het mooiste wat ik ooit gezien heb.
2 Dat is het knapste meisje dat ik ooit gezien heb.
Wie of waar...?
Voor dingen en dieren: waarmee, waarover, waaraan, etc.

Voor personen: aan wie, met wie, voor wie, etc.
Opdracht : vul in
1. Onze generatie laat zich tegenwoordig nog nauwelijks leiden door zijn/haar idealen.
2. Het gemeentebestuur is ... beloften voor de zoveelste keer niet nagekomen.
3. Carmen is het mooiste meisje ... meedeed aan de modellenwedstrijd.
4. Dat nieuwe restaurant in ... prachtige Antwerpen is opnieuw gekozen tot beste eetgelegenheid van het jaar.
5. De vriendin ... ik op vakantie ben geweest, heeft haar been gebroken.
6. Het middel ... de oude man de moord pleegde is illegaal verkregen.
7. De pas verbouwde mediatheek van onze school heeft ... deuren geopend.
8. Dat is het interessantste ... ik in de hele les gehoord heb.
Incongruentie
Onderwerp enkelvoud -> pv enkelvoud
Onderwerp meervoud -> pv meervoud
Foute zinnen:
De berichten over de komst van een nieuw asielzoekerscentrum aan de rand van de gemeente, zorgde voor veel commotie.
De deelnemers worden gevraagd een kleine bijdrage te leveren.
Op het feest kwamen een massa jongeren af.
Een aantal leerlingen werden geschorst.
De bewoners belden de brandweer, die gelukkig meteen kwamen.
Let op: wat is onderwerp en wat is meewerkend voorwerp!
Opdracht
1. Een deel van de leerlingen kwamen te laat.
2. Het kleine aantal mensen dat een donatie deed, kregen een presentje.
3. De boosaardige zwerm bijen staken dwars door de kleding van de imker.
4. Ooggetuigen worden verzocht contact op te nemen met de politie.
5. Twee vijfde van alle wintersporters die naar Oostenrijk op vakantie gaan, breken een been.
Incongruentie
Ook fout:
omdat/wanneer, zodat/als, omdat/als etc.
De schoolleiding heeft besloten dat wanneer leerlingen gaan staken, zij dan de lessen moeten inhalen.


Foutieve samentrekking
Samentrekking: woorden weglaten in plaats van herhalen
Zij ging eerst naar huis en daarna naar school.
Zij ging eerst naar huis. Zij ging daarna naar school.
'Zij ging' is dus weggelaten
.
Kijk of 'zij' en 'ging' dezelfde vorm, betekenis en functie heeft.
Je mag alleen een gedeelte weglaten als het:

* dezelfde vorm heeft (de/het, enkelv./meerv.)
Ik heb een nieuwe dynamo en achterlicht gekocht.
Ik heb nieuwe schoenen en kleren gekocht.

* dezelfde betekenis heeft
Hij maakte een vergissing en vervolgens dat hij wegkwam.
Hij maakte appeltaart en cake.

* dezelfde grammaticale functie
Die fiets heb ik tweedehands gekocht en bevalt mij goed.
Samentrekking:
1. Maak twee zinnen.
2. Wat is weggelaten?
3. Heeft dit dezelfde vorm, betekenis en functie?
4. Nee --> foutieve samentrekking

Beknopte bijzin:
1. Zoek de beknopte bijzin.
2. Zoek het onderwerp van de hoofdzin
3. Bedenk het onderwerp van de beknopte bijzin.
4. Onderwerp is niet hetzelfde --> foutief beknopte bijzin
Foutieve beknopte bijzin
Vrolijk liedjes zingend werden de aardappels geschild.
Een beknopte bijzin heeft geen onderwerp en persoonsvorm.
Je moet dus zelf het onderwerp bedenken (denk logisch na).
Dit onderwerp moet hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin. Als dat niet zo is, klopt de zin niet.

Verbeteren: het helpt vaak als je de zin begint met 'Terwijl' of 'Toen'.

Na een half uur in de oven te hebben gestaan, aten zij de pizza op.

Eenmaal op de camping aangekomen, begon eindelijk de vakantie.
Losstaand zinsgedeelte
Let op: een zin mag niet met een voegwoord beginnen.

Voorbeelden van voegwoorden:
want, omdat, hoewel, nadat, ofschoon
Ik ben naar de nieuwste James Bondfilm geweest. Hoewel ik niet van actiefilms houd.
Verwijswoorden
Dat/als constructie
* De-woorden zijn mannelijk of vrouwelijk, het-woorden zijn onzijdig.


* Namen van landen en steden zijn bijna altijd onzijdig.
Vrouwelijke woorden eindigen op:
- schap, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -ica, -theek, -teit, -tuur, -ture, -ide, -ode,
-ing (achter ww: wandeling)

ze of zij?
Naar niet-personen (spullen) verwijs je altijd met ze, naar personen met zij.

1. De spullen, waar heb je
ze
gelaten?
2. De regering is er voor
haar
onderdanen en
ze
moet naar hen luisteren.
3. Het comité zal
zijn
rapporten bekend maken.
4. Het meisje was op zoek naar
haar
broer.
Oefening
1. Streekromans interesseren me niet en lees ik dus niet.

2. De computer is stuk en naar een reparateur gebracht.

3. Wachtend op het perron bleek de trein al vertrokken.

4. Na drie uur gewacht te hebben, gingen de hekken eindelijk open.

5. De hond werd voortdurend gepest en daardoor ziek.
Goed of fout?
1. Het team die als eerste over de finish is, wint.
2. Het meisje die daar loopt, ken ik wel.
3. Hem werd een contract aangeboden die nogal wat fouten bevatte.


Voorbeelden:

Ik geef aan hen een brief
Ik geef hun een brief
Ik geef aan hun een brief (x)
Wat of dat?
a) Ik zoek iets ... weinig ruimte inneemt.
b) Dat is het enige ... ik nog wilde zeggen.
c) Het museum ging failliet, ... een grote strop voor hem was.
enkelvoud: breuken, een aantal..., een groep... etc.
Zijn de zinnen goed of fout?
1. Zij wordt lerares en in Utrecht opgeleid.

2. In onze straat wordt een verkeersdrempel aangelegd en huizen gebouwd.

3. Zij heeft haar vriendin opgebeld en gezegd dat ze niet komt.
Alle fouten
onjuiste herhaling
tautologie
pleonasme
contaminatie
dubbele ontkenning
onjuiste verwijswoorden
slordig verwijzen
incongruentie
dat/als constructie
foutieve samentrekking
foutieve beknopte bijzin
losstaand zinsgedeelte
Dat gebruik je:
- als je precies weet waar je naar verwijst (zie voorbeeld 2)
Dat is het meisje ... ik heb samengewerkt.
Ik weet niet ... je het hebt.

De schoolleiding heeft besloten dat leerlingen de lessen moeten inhalen als zij gaan staken.
.
* Naar het-woorden verwijs je altijd met 'zijn', behalve als het biologisch vrouwelijk is (zie voorbeeld 4).
Full transcript