Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Doelen Rekenen (WIG 4) - Groep 5

Prezi met daarin doelen, afbeeldingen en zo nodig moeilijke woorden bij de methode WIG voor leerjaar groep 5.
by

Garmt Meulendijks

on 13 October 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Doelen Rekenen (WIG 4) - Groep 5

Begrippen
De stad in
Blok 2A
Blok 1A
In het bos
Blok 3A
WIG 4 - groep 5
Doelen en begrippen
Winterweer
Blok 4A
symmetrie
klokkijken
tafels
telrij
metertrap
positieschema
Bouwen
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 1
Week 2
Week 3
Les 1: Ik kan de getallen tot 1000 opschrijven en getallenkaartjes tot 1000 tussen goede honderdtallen hangen.

Les 2: Ik kan de tafel van 8 opschrijven doordat ik gebruik maak van de hulpsommen.

Les 3: Ik weet wat een KM is en ik weet wanneer je deze maat gebruikt.

Les 4: Ik kan min- en plussommen tot 100 verdelen in gemakkelijke en moeilijke sommen.

Les 1: Ik weet dat getallen uit honderdtallen, tientallen en eenheden bestaan.

Les 2: Ik kan een deelsom uitrekenen door een keersom te gebruiken.

Les 3: Ik weet wat 1 gram is en ik weet dat 1000gram gelijk is aan 1 kilogram.

Les 4: Ik kan een rekensom uit een verhaaltje halen.

Les 1: Ik kan bedragen tot 1000 euro gepast betalen met zo weinig mogelijk munten en briefjes.

Les 2: Ik weet welke deelsom bij welke keersom hoort.

Les 3: Ik kan bedenken wat een voorwerp is door naar het voor- en zij- en bovenaanzicht te kijken.

Les 4: Ik kan bedragen maken tot 1000 euro met briefjes van 100 en 10 en met munten van 1.

Les 1 Ik kan getallen tot 1000 ordenen in rijtjes waar ze in horen.

Les 2 Ik kan tafelsommen uit de tafels t/m 6 uitrekenen door de hulpsommen te gebruiken.

Les 3 Ik weet hoe lang 1 meter is en ik kan bedenken of iets groter of kleiner is dan 1 meter.

Les 4 Ik kan sommen tot 100 uitrekenen op de rijgende manier.

Les 1: Ik kan tot 1000 tellen met sprongen van 1 en 10.

Les 2: Ik kan de tafel van 7 opschrijven doordat ik gebruik maak van de hulpsommen.

Les 3: Ik weet hoe lang 1 minuut duurt en ik kan minuten aflezen op de klok.

Les 4: Ik kan minsommen tot 1000 op de rijgende manier oplossen.

Les 1: Ik kan tellen tot 1000 met sprongen van 1, 5 en 10 en ik kan getallenkaartjes aan de getallenlijn tot 1000 plaatsen.

Les 2: Ik kan een verdeelsom maken door aan een keersom te denken.

Les 3: Ik weet wat symmetrisch betekent en ik herken symmetrische vormen.

Les 4: Ik weet dat een optel en een aftreksom een samenhang hebben en ik kan hier een voorbeeld van geven.

Les 1: Ik kan geldbedragen tot 1000 euro neerleggen met briefjes en munten.

Les 2: Ik kan een verdeelsom maken door aan een tafelsom te denken.

Les 3: Ik weet dat plaatjes in een boek niet op ware grootte worden getekend en ik kan uitreken hoe groot een plaatje in het echt is.

Les 4: Ik kan minsommen tot 100 rijgend oplossen.

Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Les 1: Ik kan getallen tot en met 1000 tussen twee honderdtallen plaatsen.

Les 2: Ik weet welke keersom hoort bij een deelsom.

Les 3: Ik kan digitale kloktijden opschrijven.

Les 4: Ik kan plus en min sommen tot 1000 verdelen in moeilijke en makkelijke sommen.

Les 1: Ik kan aanvullen vanaf een getal naar het volgende honderdtal.

Les 2: Ik kan de tafel van 9 opschrijven door de hulpsommen te gebruiken.

Les 3: Ik weet wat oppervlakte en omtrek is en ik kan het verschil uitleggen.

Les 4: Ik kan uit een verhaal een som halen en ik weet of het een + of een - som is.

Les 1: Ik kan terugspringen op de getallenlijn vanaf 100.

Les 2: Ik weet bij een verhaaltje welke keersom en welke deelsom er bij hoort.

Les 3: Ik kan uitrekenen hoelang een route in het echt is door te meten en cm om te zetten naar km.

Les 4: Ik kan bij een plaatje met getallen zelf een vraag met een som bedenken en deze oplossen met getallen tot 1000.

Les 1: Ik kan getallen t/m 1000 op volgorde zetten van klein naar groot.

Les 2: Ik kan de tafels van 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 uitrekenen door de 10regel te gebruiken.

Les 3: Ik leer hoe ik handig uit kan rekenen hoe lang een speurtocht duurt en hoever het is.

Les 4: Ik leer hoe ik zo handig mogelijk + en - sommen t/m 1000 uit kan rekenen.

Week 1
Week 2
Week 3
Les 1: Ik kan optellen over een honderdtal.
95+8=

Les 2: Ik weet dat verschillende keersommen hetzelfde antwoord kunnen hebben.
3x8 en 4x6

Les 3: Ik kan een staafgrafiek aflezen en invullen.

Les 4: Ik kan de komma op de juiste plek zetten bij een geldbedrag.
€0,40 en €23,75

Les 1: Ik kan minsommen uitrekenen die over het honderdtal gaan door te rijgen.
415-35=

Les 2: Ik kan een deelsom uitrekenen door te denken aan de keersom die erbij hoort.

Les 3: Ik kan een kalender gebruiken en ik weet wat een kwartaal is.

Les 4: Ik kan een geldbedrag tot €1000 gepast betalen en ik kan uitrekenen hoeveel wisselgeld ik terug moet geven.
Ik gebruik hierbij mijn kladschrift.

Les 1: Ik kan bedragen tot €1000 op verschillende manieren betalen.

Les 2: Ik kan tientallentafels makkelijk uitrekenen door de tafels van 1 en tien te gebruiken.
5x4= 5x40=

Les 3: Ik weet wat een milliliter is en ik weet dat 1000 milliliter 1 liter is.

Les 4: Ik kan getallen tot 1000 op de juiste plaats op de getallenlijn zetten en getallen op de juiste volgorde zetten.
Full transcript