Loading presentation...
Prezi is an interactive zooming presentation

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Levensloop/doelgroepen

Ontwikkelingspsychologie
by

Isabelle van Alebeek

on 1 December 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Levensloop/doelgroepen

Ontwikkelingspsychologie
Kijk op de ontwikkeling van baby en kind
De ontwikkelingsfasen volgens Freud
Orale fase: orale activiteiten zoals zuigen en eten geven voldoening.
De baby heeft nog geen ik-besef.
De opvoeder is de bron van veiligheid. De relatie is symbiotisch (onlosmakelijk met elkaar verbonden).
Basisvertrouwen: positief of wantrouwend de wereld inkijken.
Wanneer deze fase niet goed verloopt: roken, overeten, nagelbijten
Anale fase: ontlasten levert voldoening op, leren om behoefte op te houden en voldoening uit te stellen.
Peuterleeftijd, 1-3 jaar.
Ervaren dat je zelf dingen kan doen of kan laten gebeuren, exploratiedrang.
Ontwikkeling ik-besef: seperatie-individualisatieproces.
Hoe ga je er als opvoeder mee om? (gevolg conflictvermijdend, sadistisch of overdreven net kind)
Wanneer deze fase niet goed verloopt: volgens Freud 'rommelkonten'
Fallische/oedipale fase: ontdekking van verschillende geslachten, interesse voor eigen geslachtsorgaan.
Kinderen in de leeftijd van 3-6 jaar
Masturberen en doktertje-spelletjes.
Penisnijd en castratieangst
Oedipus- en Electracomplex: jaloezie, uiteindelijk identificatie met ouder van hetzelfde geslacht
Latentiefase: seksuele verlangens zijn latent aanwezig (verborgen, op de achtergrond)
Schoolkinderen 6-12 jaar oud
Psychische energie zet zich om in sociaal wenselijk gedrag (conformeren aan de groep)
Spelen met zelfde geslacht ander geslacht is dom/stom interesse voor andere geslacht
Genitale fase: Seksueel contact wordt een verlangen
Begint in de adolescentie
Wat in vorige fasen niet goed ging, werkt door tot in de volwassenheid. Zijn andere fasen goed doorlopen, dan nu een 'geestelijke gezonde' volwassene
Regressie: ‘terugvallen’ naar een vorige fase: gedrag laten zien wat past bij een eerdere fase
Orale fase
Anale fase
Fallische fase
Latentiefase
Genitale fase
Theorie van Erikson
Erikson behoorde net als Freud tot de psycho-analytische stroming
Erikson voegde sociale factoren toe aan de ontwikkelingsstadia van Freud
Een mens doorloopt in zijn leven 8 stadia, waarbij in ieder stadium een andere crisis centraal staat
Basisvertrouwen vs wantrouwen:
1e jaar/orale fase; kind moet natuurlijk vertrouwen ontwikkelen met behulp van het gedrag van de moeder.
Autonomie vs schaamte en twijfel:
1e tot 3e jaar/anale fase; gevoel van autonomie ontwikkelen. Wordt de exploratiedrang geremd dan loopt de ontwikkeling schade op: "niet te veel beschermen".
Initiatief vs schuld
: 4e tot 6e jaar; identificeren met en leren van ouders. Kind stelt zichzelf doelen en probeert deze te bereiken. Internaliseren waarden ouders, schuldgevoel als dit niet lukt of als hij doelen niet weet te bereiken en geen plezier heeft in wat hij doet.
Bedrijvigheid vs minderwaardigheid:
6e jaar tot puberteit/latentie fase; cruciaal voor ontwikkeling Ego. Kind voltooit cognitieve en sociale vaardigheden die belangrijk zijn in zijn cultuur en leert samenwerken.
Identiteit vs rolverwarring
: adolescentie tot jongvolwassenheid; adolescentie is erg belangrijk omdat Erikson dat ziet als een kritiek moment in identiteitvorming
Intimiteit tegenover isolement
(18-35). In deze fase staat de mens voor de ontwikkelingstaak een wederkerige en intieme relatie op te bouwen.
Openstaan voor verandering tegenover stagnatie
(35-55/65). Het doorgeven aan de volgende generatie van wat men belangrijk en waardevol vindt aan waarden, normen, geloof, ontwikkeling, staat centraal.
EGO-integriteit tegenover wanhoop
(55/65-dood). Kernbegrippen hierbij zijn ontwikkeling, verantwoording en aanvaarding
De cognitieve ontwikkeling volgens Piaget
Piaget is een constructivist: hij gaat er vanuit dat kinderen leren door voort te bouwen op wat ze eerder geleerd hebben.
Volgens Piaget hebben kinderen geen extrinsieke motivatie nodig om tot leren te komen. Het leren zelf is al motiverend genoeg! Daardoor zijn kinderen intrinsiek gemotiveerd om te leren.
Proces van adaptatie bestaat uit:
Assimilatie: nieuwe informatie wordt door het kind vertaald naar wat hij kan begrijpen (man met 2 plukken haar aan de zijkant = een clown)
Accommodatie: het kind past zich aan aan zijn omgeving. Het kind stelt zijn denkschema bij op basis van de nieuwe info om de wereld beter te kunnen begrijpen.
Sensomotorische fase (0-1,5/2 jaar)
Oefenen van reflexen / coördinatie
Handelingen sturen
Kruipen, dingen kunnen herinneren
Objectpermanentie
Intentioneel handelen (doelgericht)
Taal maakt nadenken over voorwerpen mogelijk
Fantaseren, probleempjes oplossen, doe-alsof spelletjes (symbolisch denken)
Van grijpen naar begrijpen
Pre-operationele fase: (2-7 jaar)
Wel concreet denken, nog niet abstract (bijv. niet reversibel kunnen denken, conservatieprincipe nog niet begrijpen of iets in gedachten kunnen uitvoeren)
Tot ong. 4 jaar nog niet kunnen verplaatsen in de denkwereld van een ander
Animisme, magisch en realistisch denken lopen nog door elkaar
Heden en verleden worden onderdeel van het denken
Concreet-operationele fase: (7-11 jaar)
Wereld ordenen en organiseren door logisch en objectief denken
Classificeren, reversibel denken, conservatie-begrip, optellen/aftrekken, van concreet naar al iets meer abstract kunnen denken (bijv. in cijfers)
Je kunnen redden in het dagelijks leven
Formeel-operationele fase: (11-15 jaar)
Van concreet waarneembaar naar hypothetisch denken
Analyseren, alternatieven bedenken, abstract redeneren
Niet iedereen zal deze fase bereiken, mede afhankelijk van wat nodig is in het dagelijks functioneren
Senso-motorische fase
Pre-operationele fase
Concreet-operationele fase
Formeel-operationele fase
Kritiek op Piaget:
Invloed van taal op denkprocessen en andersom
Hulp/stimulering vanuit omgeving
Eerder inleven, objectpermanentie mogelijk eerder
De morele ontwikkeling
volgens Kohlberg
Morele ontwikkeling verloopt volgens Kohlberg in stadia
Preconventioneel stadium
(0-12): krijgen van een beloning en vermijden van straf
Conventioneel stadium
(12-18): je gedraagt je zoals de groep van je verwacht
Post-conventionele stadium
(Vanaf 18 jaar): je gaat nadenken over de normen en waarden die je hebt meegekregen en kiest welke je wilt houden
Kohlberg heeft deze ontwikkeling onderzocht
door mensen van verschillende leeftijden dilemma's
voor te leggen. Een bekend dilemma gaat over Heinz.
De stadia zijn onderverdeel in verschillende fasen:
1.1 Fase van beloning en straf
1.2 Fase van lust en onlust
2.1 Fase van ‘goede jongen, lieve meisje’
2.2 Fase van wet en orde
3.1 Fase van opstellen van eigen waardenschaal
3.2 Fase van het universeel ethisch beginsel
Manieren van leren

Verbanden leggen, bijv. het flesje zien betekent dat er lekker eten aankomt
Stimulusgeneralisatie: ieder flesje leidt tot de verwachting dat er eten aankomt
Onbewust is er iets geleerd: het verband tussen het een en het ander
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Bekrachtigen van gedrag wanneer het zich voordoet middels belonen en straffen
Partieel bekrachtigen (inconsequent) -> gedrag doet zich nog sterker voor
Door zelf actief te experimenteren en te begrijpen hoe iets in elkaar zit, is men minder afhankelijk van de omgeving om iets te leren
Wat je op deze manier leert wordt niet snel vergeten en ook de veranderingen die volgen kun je makkelijker plaatsen
Leren door inzicht
Sociaal leren
Zien dat het gedrag iets oplevert
Iemand het gedrag zien vertonen tegen wie men opkijkt
Iemand die in zekere mate op jou lijkt
Conditionering en sociaal leren kunnen elkaar versterken of juist tegenwerken
Voorbeeldgedrag
Leren door nabootsing
Hechting
Belangrijke ontwikkelingstaak voor jonge kinderen
Vormt het basisvertrouwen waarmee het kind later relaties in gaat
Responsieve ouders: deze reageren op de behoeften van het kind, het kind mag er zijn!
Het gaat om kwaliteit, als er maar mogelijkheid tot hechting met belangrijke personen is
Een stoornis als autisme beperkt de hechtingsmogelijkheden. Dit maakt het ook voor ouders extra moeilijk om goed te reageren!
Trend tegenwoordig: hyperparenting (er te veel bovenop zitten, alles draait om het kind)
Voorbeeld tentamenvraag
Lotte is 6 jaar oud. Haar oudere broer Tom is 12 jaar oud. Tom vindt het leuk om Lotte een beetje te plagen. Hij pakt twee brede glazen en schenkt hier limonade in voor hem en zijn zus. Vervolgens pakt hij een derde glas, een lang smal glas, en schenkt hier de limonade uit een van de glazen in over. Vervolgens pakt hij snel het lange glas, tot verdriet van Lotte, die er nu van overtuigd is dat haar broer meer limonade heeft. Wanneer hun moeder Tom waarschuwt om te stoppen met het geklier, geeft hij snel het lange smalle glas aan Lotte. Moeder geeft hem een compliment en Tom straalt.

a) Welk begrip is al wel bij Tom aanwezig, maar nog niet bij Lotte, kijkend naar het verdriet van Lotte?
b) In welke ontwikkelingsfase zal Lotte zich volgens Piaget bevinden? Leg je antwoord uit.
c) In welk stadium van de morele ontwikkeling zal Tom zich waarschijnlijk bevinden volgens Kohlberg? Waarom denk je dat?
Hechting
Bowlby
Veilig gehecht
Responsieve ouders
Objectpermanentie - persoonspermanentie
Bekijk
Freud en Erikson vergeleken
Verwerkingsvraag
a) In welke leeftijdsfase kan het zogenaamde ‘hyperparenting’ volgens Erikson problemen in de ontwikkeling geven?
b) Wat kan dit betekenen voor de psychosociale ontwikkeling van het kind?
c) Geef hiervan een voorbeeld rondom 'zindelijk worden'.
Verwerkingsvraag
Welke relatie is er tussen objectpermanentie en scheidingsangst?
- Leg beide begrippen in je antwoord uit.
- Leg daarna uit welke relatie er is.
Leren door spel
Oefenspel (sensomotorisch spel)
Experimenteerspel
Constructiespel
Rollenspel
Regelspel
Receptief spel
Behaviorisme - Humanisme
Gedragstheorie: gedrag is zichtbaar
Humanistische psychologie: het gaat om wat er achter het gedrag ligt (motieven, behoeften)
Operante conditionering: belonen -
straffen - time-out
Behoeftepiramide van Maslow, hechtingstheorie van Bowlby: sensitief-responsieve ouder
Directief: opvoeder en kind zijn niet gelijkwaardig, ouder bepaalt
Non-directief: écht luisteren, invoelend reageren, veiligheid en geborgenheid (ouder weet/kan maar maar posities zijn gelijkwaardig)
Supernanny
How2talk2kids
Opvoedingsstijlen
Full transcript