Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Grammatica blok 2

No description
by

Susanne Moolenaar

on 27 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Grammatica blok 2

Grammatica blok 2
Je hebt geleerd hoe je de persoonsvorm moet vinden: zet de zin in een andere tijd -> het werkwoord dat verandert, is de
pv
.
Je hebt ook geleerd dat er andere werkwoorden in een zin kunnen staan. De vormen van dit werkwoord kunnen zijn:
-
heel werkwoord
-
voltooid deelwoord


Alle werkwoorden in de zin samen heten het
werkwoordelijk gezegde (wwg).

Werkwoordelijk gezegde
Piet
is
naar school
gelopen
.
Pv = is.
Welke andere werkwoorden staan er in de zin? -> gelopen.
Het
wwg
= is gelopen, want ALLE werkwoorden in de zin, dus ook de pv horen bij het wwg.

Hanna
heeft
een boek gelezen.
Pv = heeft
Wwg = heeft gelezen.

Job heeft een lied gezongen.
pv = heeft
wwg = heeft gezongen.


Schrijf altijd eerst de
pv
op bij het
wwg
: dan vergeet je hem nooit per ongeluk!
Zinsdelen maken
Je hebt geleerd wat het
wwg
is. Nu is het belangrijk om de zin te kunnen opdelen in zinsdelen. Dit doe je door strepen te zetten tussen de delen die bij elkaar horen.

Stap 1: zet altijd een streep voor en na de
pv
Piet | is | naar school gelopen. -> Alles voor de pv hoort bij
elkaar.
Wat is het laatste woord van het
wwg
? -> Zet daar ook
een streep voor (en eventueel achter)
Piet | is | naar school | gelopen.
Je ziet dat de zin meteen verdeeld is.
Zinsdelen maken
Als je bij een langere zin zinsdelen moet maken, kijk je wat er voor de pv gezet kan worden.

Onze hond | heeft |
vorige week puppy's
| gekregen.
Pv = heeft
wwg = heeft gekregen

Kijk wat er voor de pv gezet kan worden in plaats van onze hond. Verander de zin zo dat er steeds iets anders vooraan komt. vorige week heeft onze hond puppy's gekregen.
Als je een goede zin kunt maken, zet je het deel dat je vooraan had staan ook tussen strepen.

Onze hond | heeft | vorige week | puppy's | gekregen.
Onderwerp vinden
Je hebt geleerd om de pv en het wwg te vinden. In een zin is er altijd iets of iemand die iets doet. Die "iets of iemand" noem je het onderwerp. Om het onderwerp te vinden, stel je de volgende vraag: wie of wat + wwg. Het antwoord op die vraag is het onderwerp.

Piet is naar school gelopen. wwg = is gelopen
ond = wie of wat + wwg wie of wat is gelopen? antwoord op deze vraag is Piet.
ond = Piet

Hanna heeft een boek gelezen. wwg = heeft gelezen
ond = wie of wat heeft gelezen? Hanna
ond = Hanna

Onderwerp vinden
Het onderwerp kan ook bestaan uit meerdere personen of dingen.

Piet en Henk zijn naar school gelopen.
Wie of wat zijn gelopen? Piet en Henk
De leerlingen uit klas 1P hebben een boek gelezen.
Wie of wat hebben gelezen? De leerlingen uit klas 1P
Job en zijn ouders zongen een lied.
Wie of wat zongen? Job en zijn ouders
De schilderijen hangen aan de muur.
Wie of wat hangen? De schilderijen
Full transcript