Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Het oog Biologie, Natuurkunde, Scheikunde

Door: Colana van Klink, Roxanna Hiemstra, Dionne Herder en Suze Berghuis.
by

suze berghuis

on 14 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Het oog Biologie, Natuurkunde, Scheikunde

Casus zien
Colana van Klink, Roxanna Hiemstra, Dionne Herder en Suze Berghuis
2. Wat kan er gebeuren als licht door een lens gaat?
In het iris zit je pupil, je pupil is een gaatje in je oog. Over je iris en je pupil heen zit je hoornvlies. Het hoornvlies is een heel erg klein vliesje wat je oog beschermt. Het licht gaat door het hoornvlies heen en raakt de lens. De lens breekt de lichtstralen.
De gebroken lichtstralen worden op de achterkant van het oog geprojecteerd. Daar zit het netvlies. Op het netvlies zie je een verkleind beeld op zijn kop. In deelvraag twee vertel ik wat er op het netvlies gebeurt. De pupil wordt groter en kleiner als er meer of minder licht in komt.
Inhoudsopgave
De berekening:
1. Wat kan er gebeuren als er licht op een voorwerp valt?
Inleiding
1.Wat kan er gebeuren als er licht op een voorwerp valt? Colana van Klink
2.Wat kan er gebeuren als er licht door de lens gaat? Roxanna Hiemstra
3.Wat kan er gebeuren als er licht in het oog komt? Suze Berghuis
4.Wat gebeurt er met het signaal van je oog naar je hersenen? Dionne Herder
5. Onze practicum Iedereen
Bronnen
Inleiding
1.1 Hoe stellen we in de wetenschap ons licht voor ?
Het bestaat uit stralen die altijd recht door gaan daar bestaat licht uit. Bijna altijd behalve als er iets tussen staat. Dat is de meest eenvoudige vorm. Maar als er iets tussen komt schijnt het licht daarop dan zie je niet meer wat er achter zit. Licht bestaat uit trillingen. Het licht zit vaak aan de rechter of de linker kant. Het licht aan de trillingen iedere kleur heeft namelijk andere trillingen. Het licht spectrum telt niet mee die zitten allemaal in het midden. Als je nog verder gaat kijken kunnen ze zeggen dat het allemaal energie pakketjes zijn. Of elektrische stralingen. Het licht breekt als het door het glas heen na het breken gaat het licht weer rechtdoor. Maar soms kan het ook weerkaatsen.

1.2 Wat voor verschijnselen kun je allemaal waarnemen als licht op een voorwerp valt?
Dan zie je kleur schaduw vorm en weerkaatsing. Een schaduw achter het voorwerp het verschil tussen kleuren laten zien het kan gebroken worden. En het licht kan verdwijnen. Bij glas heb je vooral weerkaatsing. Dat zie je wel eens als de zon er op schijnt. De schaduw wordt ook gevormd door het licht omdat er dan een voorwerp zit voor de lichtstralen.

1.3 Hoe komt het dat niet elk voorwerp dezelfde kleur heeft als er wel hetzelfde licht op valt?
Als het zonlicht op een kleur schijnt bijvoorbeeld rood. Dan wordt het licht teruggekaatst maar wel alleen de rode kleur. Dat licht komt dan in onze ogen. Hierdoor zien we dan dat bijvoorbeeld het gordijn rood is. Welke kleur je dus ziet hangt er van af van welk licht er op schijnt. Je neemt een wit bord. En je schijnt er blauw licht op. Dan weerkaatst dus het blauwe licht naar je ogen en daardoor lijkt het alsof je bord blauw is. Het witte licht van de zon bestaat uit meerdere kleuren. Dat zijn: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Kaars licht bevat heel veel rood licht.
1.4 Wat is schaduw en waarom is niet elke schaduw even donker, zelfs als er evenveel licht in de ruimte aanwezig is?
Schaduw krijg je als er licht is. De licht stralen worden dan tegengehouden door een voorwerp bijvoorbeeld je hand. Als je hand voor een lichtstraal zit dan komt er een schaduw op de grond of op de muur. Delen die niet helemaal zijn belicht heetten kernschaduw en door een deel van een lichtbron heet halfschaduw. En als je meer licht hebt dan krijg je meer halfschaduw. Kernschaduw komen bijna niet meer voor. Als je meer verschillende lichtbronnen hebt heb je meer verschillende schaduw soorten.
Een lens is meestal gemaakt glas of plastic. De lens heeft een vorm waardoor de lichtstralen die eerst uit elkaar gaan weer naar elkaar toe worden gebracht.
2.1 Welke invloed heeft een lens op lichtstralen?
Wanneer een lichtstraal door een glas gaat wordt de lichtstraal afgebogen. Hier maken de foto’s gebruik van. Een objectief bestaat uit een aantal achter elkaar geplaatste transparante oppervlakken in de vorm van geslepen lenzen. Door de verschillende lenzen in een objectief verschillend te slijpen (hol, bol of vlak) worden lichtstralen die objectief in gaan op een sensor of het negatief achterin de camera geprojecteerd. Belangrijk hierbij is dat alle kleuren in het licht een lichtstalen die op verschillende plaatsen het objectief ingaan op dezelfde manier worden afgebogen. Alleen dan wordt het onderwerp goed op het negatief geprojecteerd.
2.2 Is het verschil in lenzen, en hoe merk je dat aan de eigenschappen die de lens heeft?
Je hebt een verschil in lenzen. Als er lichtstralen door een bolle lens gaan worden ze naar elkaar toe gebroken. De evenwijdige lichtbundels snijden elkaar in één punt. Dit punt heet het brandpunt. De afstand tussen het midden van de lens en het brandpunt heet de brandpuntafstand. Deze afstand is niet altijd hetzelfde. Bij een nog bollere lens is de brandpuntafstand kleiner. Dit komt doordat de lichtstralen sterker worden gebroken.

Samengevat:
Hoe boller de lens, des te:
•Sterker is de lens
•Kleiner is de brandpuntafstand
•Dichter ligt het beeld bij de lens
2.3 Hoe stellen we het ons in de wetenschap voor dat licht door een lens een beeld vormt?
In sommige apparaten zitten bolle lenzen. De bolle lens geeft een beeld. Dat beeld kan vergroot zijn. Dit heb je bijvoorbeeld bij een projector. Het beeld kan ook verkleinend zijn. Dit heb je bijvoorbeeld bij een videocamera.
Een puntvormige lichtbron (bijvoorbeeld een gloeilamp) bestaat uit één lichtpunt. Het licht vanuit een puntvormige lichtbron kan door het optisch midden gaan of breken. Het optische midden is een punt in de lens. Dit punt kun je alleen aanwijzen bij een hele dunnen lens. Als de straal door het optisch midden komt dan gaat de straal ongebroken verder.
De afstand tussen optisch midden en het brandpunt wordt vastgelegd door de vorm waarin de lens wordt geslepen. Hoe sterker de lens hoe dichter bij het brandpunt bij het optisch midden komt.
Het punt waar het beeld gevormd word heet het beeldpunt. Als het beeldpunt precies op het scherm ligt, is het beeld scherp: een lichtpunt. Als het beeldpunt iets voor of achter het scherm ligt, zie je op het scherm een lichtvlek. Dan is het beeld op het scherm onscherp. Je kan een onscherp beeld scherper maken met een diafragma voor of achter de lens . Een diafragma is een scherm met een
2.4 Op wat voor soort manier kun je berekenen/construeren waar en hoe groot het beeld gevormd wordt?
Je kan berekenen waar het beeldpunt is door gebruik te maken van het brandpunt en het optisch midden. Het brandpunt en het optisch midden is bij een lens gegeven. Door 3 lichtstralen op een bepaalde manier te tekenen kan je erachter komen waar het beeldpunt is.

Als je met een bolle lens een beeld maakt, geld:
•Bij een grote v hoort een kleine b en een kleine vergroting (een klein beeld)
•Bij een kleine v hoort een grote b en een grote vergroting (een groot beeld)
•Bij een andere lens hoort een bepaalde v een andere b en een andere vergroting
•Bij gelijke een v en b is de vergroting precies 1
De vergroting N bereken je als volgt:
Grootte van het beeld A*B*
N = =
Grootte van het voorwerp AB

De vergroting heeft geen eenheid.
De vergroting heeft geen eenheid
3. Wat kan er gebeuren als licht in het oog komt?
3.1 Beschrijf langs welke onderdelen van het oog licht binnenkomt
3.2 Hoe werkt het onderdeel van het oog waarmee we licht kunnen waarnemen?
Zoals ik net al vertelde bevind het netvlies achterin je oog, en vangt het gebroken lichtstralen op. Het netvlies is een laag lichtgevoelige cellen. Je hebt twee soorten cellen op het netvlies, namelijk de staafjes en de kegeltjes. De staafjes komen meer voor dan kegeltjes. Staafjes merken op hoeveel licht er in het oog komt, met de staafjes kun je een beeld zien. Je kunt hier alleen geen kleuren mee zien. De kegeltjes zorgen ervoor dat je kleuren ziet. Aan de achterkant van het netvlies zit een lichtgevoelige laag waar zich alleen kegeltjes bevinden. Dit is het gebied waar je de kleinste details mee kan waarnemen.
Eerst verlaten je oogzenuwen je netvlies door de blinde vlek . De blinde vlek is een plaats op je netvlies waar geen zintuigcellen zitten. Op de blinde vlek ben je dus ook blind, maar daar merk je niets van omdat je hersenen die ruimte opvullen met kleuren. Via de impulsen gaan de oogzenuwen naar je hersenen.. Wat je ziet aan de linkerkant van het netvlies, gaat naar de rechter hersenhelft. Het beeld wat je ziet met de rechterkant van het netvlies gaat naar de linker hersenhelft. De ogen zijn eigenlijk een verlengstuk van de hersenen.
3.3 Welke spieren zitten er rond het oog en welke functie hebben deze spieren?
Voor het oog is het niet alleen nodig om goed te kunnen zien. Ook zijn er spieren nodig om het oog goed te laten werken. De oogspieren zijn aan het oog verbonden, zodat de spieren in allerlei richtingen kunnen bewegen. Het is door de spieren ook mogelijk om zich te richten op dingen die op een grotere afstand staan, zo is het ook op een kortere afstand. Je kunt ze dus zo zowel gebruiken om auto te rijden en om een boek te lezen. Elk oog heeft zes oogspieren. Hierin zijn 4 rechte en twee schuine spieren. De vier rechte spieren zitten aan de bovenzijde, onderzijde en de twee zijkanten van het oog. Hiermee kun je naar boven naar onderen en opzij kijken. Met de schuine oogspieren kun je schuin naar beneden kijken, en schuin naar boven kijken.
plaatje bij: 1.1
plaatje bij: 1.3
plaatje bij: 1.4
plaatje bij: 3.1
plaatje bij: 3.3
plaatje bij: 3.2
Bronnen:

http://www.oogartsen.nl/oogartsen/het_oog/oogspieren_bewegingen/
https://119de0ad-a-cabb8681-s-sites.googlegroups.com/a/vathorstcollege.nl/science-vathorstcollege/database/database-science-3de-klas/database-natuurkunde/berekeningen%20met%20een%20lens%20%281%29%2C%20vergroting.pdf?attachauth=ANoY7cq1D6FOyJBVGHIhZgl_w_LbvqTi3Z4FYxa1a_cY2lNbh2bBOonmW4BWTYAfS23mFBjb0fB0gqjKVeeYO2ouG1OyqMT8apxHckcW4OLCr9Q-GgXdXc-GCsK0sVia7wZ-6smEKoZrKV51z2tgGZ0u9tO4QJ1qtta-mv7tFOvm18e7VSghuuAVDoxDLranEdeuqF3FTmJcUQrJp7HIwnRQn_UjAH-_JRwfhCPJL6sB3-M9sD7qcnshjER1_6HYQOna3UXKvf4Cby3mG_Q_DZLVE4X7d6JnJlIT3v3fUJ_IJfEfxK-Gg-bEXjAllT2WMTQcMbeFWG10Cm3MfSx1TQdr8GNu21IxiPuBTzDZz0iRTtvHxkiI9F4%3D&attredirects=0
https://119de0ad-a-cabb8681-s-sites.googlegroups.com/a/vathorstcollege.nl/science-vathorstcollege/database/database-science-3de-klas/database-natuurkunde/berekeningen%20met%20een%20lens%20%282%29%2C%20sterkte%20lens.pdf?attachauth=ANoY7coqrWmiyKwy2WCr7Cn33glv8ttc0JwAlzv44kJroZ2T5DFc6BCzlVvtlf7fD9-vapz8yUVCtQboKHL46MyHWTyFGftxRuFcgJUW5OoVF85h2QqCn5EFhmlQoj9-oAp22KGUWlACTBa0U65GRTFSFgIwlJHNgieSOInarWcdLOEexX7yPvPdeCQxMTNE1MvCtMk-s42jStup8NsfK4sV6RdLI_XfAMyaV4op5Yig9VxPXHceq-491S6B_Zc092Lwepr2-UbTvQGORqhldIZAVbITi99zoqr8u5l50Msn_0l5BQSMxD__1LinnyPttzuWzSQFkB8fsW-Va2YqcfjFZeyufVnoQiGBn1Mr9aUT_9F1tTWDUwg%3D&attredirects=0

http://www.goeievraag.nl/vraag/wetenschap/biologie/onderdeel-hersenen-licht-waarnemen.394675
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zenuwcel
https://www.google.nl/search?q=WELKE+DELEN+VAN+HET+ZENUWSTELSEL+SPELEN+EEN+ROL+BIJ+HET+REAGEREN+OP+DE+WAARNEMING%3F&oq=WELKE+DELEN+VAN+HET+ZENUWSTELSEL+SPELEN+EEN+ROL+BIJ+HET+REAGEREN+OP+DE+WAARNEMING%3F&aqs=chrome.0.57.314&sugexp=chrome,mod=9&sourceid=chrome&ie=UTF-8




Uitleg Jan
Biologie voor jou
Internet
Andere bronnen:

4.Wat gebeurt er met het signaal van je
oog naar je hersenen?
4.1 Vanaf waar wordt de informatie naar je brein gestuurd?
De informatie word vanaf je ogen naar de achterkant van het brein gestuurd. Ook als je droomt gebeurd het daar achter in je hersenen. Dingen zoals herinneringen en bepaalde beelden voor je halen gebeuren daar.
Dus eigenlijk zijn alle dingen waarbij er een beeld en voorkomt achter in je hersens verwerkt. Ook komen de beelden ondersteboven in via je ogen binnen. Je hersens draaien dat beeld dan om.
Kijk maar een keer in een lepel. Dan zie je jezelf ondersteboven. Zo zien je ogen ook alle beelden.
plaatje bij:4.1
4.2 In welk onderdeel van de hersenen kunnen we licht waarnemen?
De hersenen kunnen licht waarnemen op dezelfde plek in de hersenen waar ook de rest van alle informatie uit het oog terecht komt. Deze plek noem je de primaire visuele hersenschors of cortex. Dit ligt achteraan in de groothersenschors
Het oog vangt tevens trillingen via een licht en daar wordt een beeld van gemaakt in de hersens in de occipitale kwab.
In dit gedeelte van de hersenen worden afbeeldingen van gezichten en andere voorwerpen verwerkt.
4.2
4.3 Welke delen van het zenuwstelsel spelen een rol bij het reageren op de waarneming?
In het algemeen zijn de zenuwen die reageren op een waarneming de zenuwen die dicht op je huid liggen. Dit komt doordat die alles voelen en heel snel doorsturen naar je hersens.
Bij je ogen voornamelijk het deel dat zich bevindt in het centraal zenuwstelsel. Dit zijn namelijk ook de hersenen en een groot gedeelte van de hersenen wordt ook gebruikt om beelden te kunnen vormen.
4.4 Hoe kunnen zenuwcellen de informatie doorgeven?
Een mens heeft zo'n 100 miljard zenuwcellen! Het grootste deel hiervan bevindt zich in het centraal zenuwstelsel. In het centraal zenuwstelsel horen de ruggenmerg en de hersenen. Dus ook voor het zien zijn er veel zenuwcellen nodig.

Een zenuw kan een signaal ontvangen en zonder verlies van signaal sterkte weer doorgeven. Deze informatie wordt via de ruggenmerg doorgestuurd naar de hersens. Het maakt dus eerst nog een hele omweg. Dit komt doordat het door het centraal zenuwstelsel gaat.
5. Het practicum
Behalve het oog te onderzoeken hebben we
ook een oog ontleedt. Dit vonden we heel erg interessant en we zijn meer te weten gekomen over hoe een oog er nou echt uit ziet van binnen. Hieronder zie je een plaatje van het oog wat we moesten ontleden. Hier op hebben we de onderdelen van de buitenkant van het oog
aangegeven.
Dit was onze presentatie, bedankt voor
het bekijken!

Groeten,
Roxanna Hiemstra, Dionne Herder, Colana van Klink en Suze Berghuis
Toen we de opdracht kregen van 'Casus zien' zijn we gelijk aan de slag gegaan. Iedereen heeft zijn eigen deelvraag gekregen, die ook terug te vinden is in de inhoudsopgave. Aan de hand van deze deelvragen hebben we een presentatie gemaakt.

Veel plezier met lezen!

(Als iets niet goed te lezen is kun je inzoomen met de knoppen die verschijnen als je je muis naar rechts beweegt)
Full transcript