Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

grammatica zinsdelen

No description
by

F Schabbink

on 4 December 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of grammatica zinsdelen

oefenen
Gisteren heb ik een fiets gekocht.


Morgen geef ik jou je boek terug.


Tijdens de les speel ik met mijn telefoon.


Wat heb je geleerd?
- persoonsvorm zoeken
- zinnen verdelen in zinsdelen
- onderwerp
- werkwoordelijk gezegde
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wat zijn zinsdelen?
Zinsdelen zijn groepjes woorden in een zin die bij elkaar horen.

Met bij elkaar horen bedoelen we dat ze altijd in dezelfde volgorde bij elkaar moeten blijven staan als je de zin verandert.

Deze zinsdelen kun je vervolgens benoemen (onderwerp, lijdend voorwerp, etc..)
Hoe werkt dit ook alweer?
1. Zoek de persoonsvorm (pv). Dit is alvast een zinsdeel.

2. De woorden die / het woord dat voor de pv staan, vormen samen een zinsdeel.

3. Kijk welke woorden nog meer samen voor de pv kunnen staan, dit zijn ook zinsdelen.
bijwoordelijke bepaling (bwb)
Alle zinsdelen die overblijven.

- Geven extra informatie in een zin over tijd, plaats, reden, waarmee, waarom etc.

- Zijn vraagwoorden als waarom,wanneer, waarmee, hoe etc.

- andere korte woordjes die overblijven zoals niet, toch
grammatica zinsdelen
zinnen in zinsdelen verdelen
Elk zinsdeel heeft een functie, zoals onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling etc.
Voorbeeld
Maandag krijg ik veel cadeautjes van Sinterklaas.

Veel krijg ik cadeautjes maandag van Sinterklaas.

Veel cadeautjes krijg ik maandag van Sinterklaas.

Van krijg ik maandag veel cadeautjes Sinterklaas.

Van Sinterklaas krijg ik maandag veel cadeautjes.

Maandag / krijg / ik / veel cadeautjes / van Sinterklaas.
Full transcript