Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

2M/H/V NaSk H7 Bewegen

No description
by

Sjaak Groenewoud

on 14 May 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 2M/H/V NaSk H7 Bewegen

H7 Bewegen
7.1 Bewegingen vastleggen
en beschrijven

7.2 Gemiddelde snelheid
7.4 Remmen en botsen
7.6 De fietsversnelling
7.3 Versneld - eenparig
vertraagd

Sport en Verkeer
http://www.freezeray.com/flashFiles/distanceMultiplier1.htm
Fietsversnelling in aktie
Winnaars, records...
Hoe snel moet zo'n vliegtuig opstijgen?
En stoppen?
Precieze waarneming
van tijd en afstand
Stroboscopische foto: 1 foto in het donker met meerdere flitsen van een stroboscooplamp.
Hiermee kun je afstand, tijd, gemiddelde snelheid en versnelling bepalen.
Maar hoe pak je dat aan?
Aanpak:
Bepaal tijdsduur tussen flitsen
Tussen elke 2 ballen zit de tijdsduur tussen de flitsen
Bepaal positie eerste bal
Bepaal positie volgende ballen t.o.v. eerste bal
Vul gegevens in een s,t-tabel
Maak een s,t diagram

Legenda:
s staat voor afstand (space) (in cm of m of km)
t staat voor tijd (time) (in sec of min of uur)
Zwemmen: 3,86 km
Fietsen: 180 km
Hardlopen: 42,2 km
tijd: 44:51 min
tijd: 4:28:47 uur
tijd: 2:36:49 uur
Triathlon -> bepaal v-gem per onderdeel en voor alles tesamen
doe dit in km/h en in m/s
Vul de tabel met je metingen
Vul de tijd-kolom door voor elke stap de tijd tussen de flitsen te nemen

Vul de afstand-kolom door nauwkeurig (en op schaal)
de afstand van elke bal tot de eerste bal te meten. Gebruik
hierbij iedere keer dezelfde plek op de bal.
=> in dit geval altijd de voorkant/rechterkant van de bal,
dit is de beste keuze omdat dit bij bal A gelijk is met het 0-punt
van de lineaal.
Breng de gegevens uit de tabel over in het (s,t)-diagram
32
54
82
2,5
2,0
54
2,0
82
32
2,5
Breng tijd naar de juiste plek op de horizontale as
en afstand naar de juiste plek op de verticale as.
Waar die twee samenkomen zet je een punt
(bijv. B - tijd op 0,5 en afstand op 4,5)
alle punten verbind je met een vloeiende lijn.
A
B
C
D
E
F
Gemiddelde snelheid
is vaak niet gelijk aan de snelheid
op dat moment (zoals hier bij de finish)
Maar als ze de hele race deze gemiddelde
snelheid hadden gereden hadden ze er
net zolang over gedaan.
Gemiddelde snelheid berekenen:

totale afstand : totale tijd

Grootheden:
Voor snelheid schrijven we voortaan: v
Voor afstand : s
Voor tijd : t

De formule wordt dan:
v = s : t
gem
Snelheid omrekenen:

Hoe kom je van kilometer / uur naar
meter / seconde of andersom?

1 km = 1000 meter
1 u = 3600 seconden (60 x 60)

Van km/u naar m/s => delen door 3,6
Van m/s naar km/u => vermenigvuldigen met 3,6

Bijv.
27 km/uur => 27 : 3,6 = 7,5 m/s
13 m/s => 13 x 3,6 = 47 km/u
1 Reken om van km/h naar m/s.

a) 36 km/h = m/s

b) 72 km/h = m/s

c) 100 km/h = m/s

2 Reken om van m/s naar km/h.

d) 5 m/s = km/h

e) 10 m/s = km/h

f) 25 m/s = km/h

3

a) Een schaatser schaatst de 500 meter in 35 seconden. Wat is zijn gemiddelde snelheid, in km/h?

b) Een wielrenner fietst 225 km in 4 uur en 20 minuten. Wat is zijn gemiddelde snelheid, in km/h?
Opgave gestructureerd beantwoorden:

Stel gegeven: afstand van 10 km in 30 minuten. Gevraagd gemiddelde snelheid in km/h.

1) Gegeven:
s = 10 km
t = 0,5 uur
formule: v = s : t

2 Uitwerking
v = 10 : 0,5 = 20 km/h
Uitwerking Triathlon:
Gegeven:
s-zwemmen = 3,86 km, t-zwemmen = 44min51sec
s-fietsen = 180 km, t-fietsen = 4u28min47sec
s-hardlopen = 42,2 km, t-hardlopen = 2u36min49sec

formule: v = s : t
Tijd moet omgerekend worden naar uren
=> minuten delen door 60 (60 minuten per uur),
seconden delen door 3600 (60x60 seconden in een uur)

Uitwerking:
v-zwemmen = 3,86 : ((44:60 (van min naar uur) + 51:3600 (van sec naar uur))
= 3,86 : 0,7475 = 5,16 km/u
in m/s is dat 5,16 : 3,6 = 1,4 m/s

v-fietsen = 180 : (4 + 28:60 + 47: 3600) = 180 : 4,48 = 40,2 km/u
in m/s is dat 40,2 : 3,6 = 11,2 m/s

v-hardlopen = 42,2 : (2 + 36:60 + 49:3600) = 42,2 : 2,6 = 16,1 km/u
in m/s is dat 16,1 : 3,6 = 4,5 m/s

Hele triathlon:
Valkuil is het optellen van de gemiddelde snelheden van zwemmen,
fietsen en hardlopen en te delen door 3.
Dit geeft een verkeerd antwoord doordat deze 3 onderdelen geheel andere afstanden kennen
en daarom de gemiddelde snelheden niet zomaar bij elkaar opgeteld mogen worden.

Juiste aanpak:
Alle afstanden optellen: 3,86 + 180 + 42,2 = 226,06 km = s-triathlon
Alle tijden optellen: 0u44min51sec + 4u28min47sec + 2u36min49sec =
7u50min27sec = t-triathlon
v = s-triathlon : t-triathlon = 226,06 : 7u50min27sec = 226,06 : (7u + 50:60 + 27:3600)
= 226,06 : 7,84 = 28,8 km/h
in m/s is dat 28,8 : 3,6 = 8,0 m/s
gem
Eenparig => snelheid is constant
en dus v = v
Geen verandering van snelheid dus
geen versnelling: a = 0 m/s

Versneld => snelheid neemt toe
v > v
Positieve verandering van snelheid dus
wel versnelling: a > 0 m/s

Vertraagd => snelheid neemt af
v < v
Negatieve verandering van snelheid dus
vertraging: a < 0 m/s
gem
eind
begin
2
2
Misschien wel bekendste vorm
van versnelling komt door de
zwaartekracht.
De valversnelling door de zwaarte-
kracht is op Aarde gemiddeld
9,81 m/s

Je valt dus elke volgende seconde met een
snelheid die 9,81 m/s hoger is dan in de
vorige seconde.
Een versnelling of vertraging kan alleen optreden
als er een kracht uitgeoefend wordt.

Dit is beschreven in de tweede wet van Newton.

Zwaartekracht is zo'n kracht.
F = m . a
(kracht = massa maal versnelling)
Als de versnelling constant is dan
komt er elke seconde evenveel
snelheid bij.

Voorbeeld: Vanuit stilstand een
versnelling van 2 m/s elke seconde.
Elke volgende seconde ga je dus
2 m/s sneller.
versneld; in het s,t-diagram
zit een bocht omhoog
vertraagd; in het s,t-diagram
zit een bocht 'omlaag'
eenparig; het s,t-diagram
is een rechte lijn
Hoe snel valt een kogel eigenlijk?
valversnelling = 9,8 m/s
2
Wat beïnvloedt de remweg?
De remweg neemt niet gelijkmatig toe
maar kwadratisch: als de snelheid n-keer
zo groot is wordt de remweg n - keer zo groot.

Voorbeeld: Bij 40 km/h is remweg 10 m
Bij 80 km/h (twee keer zo hard dus n = 2)
wordt de remweg 2 = 4 keer zo groot,
dus bij 80km/h is de remweg 4 . 10m = 40 meter.
2
Invloed van het wegdek
Kreukelzone verlengt de
remweg voor de inzittende
Hierdoor minder kracht op
het lichaam en dus minder
schade
Airbag zorgt voor nog
meer bescherming
verlengt remweg en
'zacht' oppervlak
Eenparig -> zelfde afstand in zelfde tijd
Wie beweegt versneld, eenparig of vertraagd?
Antwoorden:
1 Reken om van km/h naar m/s. (dus delen door 3,6)

a) 36 km/h = 36 : 3,6 = 10 m/s

b) 72 km/h = 72 : 3,6 = 20 m/s

c) 100 km/h = 100 : 3,6 = 27,8 m/s

2 Reken om van m/s naar km/h. (dus vermenigvuldigen met 3,6)

d) 5 m/s = 5 . 3,6 = 18 km/h

e) 10 m/s = 10 . 3,6 = 36 km/h

f) 25 m/s = 25 . 3,6 = 90 km/h

3
a) Een schaatser schaatst de 500 meter in 35 seconden. Wat is zijn gemiddelde snelheid, in km/h?
Antw: s=500m, t=35s, v= s:t => 500 : 35 = 14,28 m/s omrekenen: 14,28 . 3,6 = 51,4 km/h

b) Een wielrenner fietst 225 km in 4 uur en 20 minuten. Wat is zijn gemiddelde snelheid, in km/h?
Antw: s= 225km, t=4 + 20:60 uur = 4,33h, v = s:t => 225 : 4,33 = 51,9 km/h
2
begin
eind
Eenparige beweging is met een constante snelheid

Versnelling geeft de verandering van snelheid
per seconde weer

Vertraging is negatieve versnelling,
de snelheid neemt dan dus per seconde af.

Grootheid versnelling is a (acceleratie)
versnelling = (eind snelheid - beginsnelheid) : (eindtijd - begintijd)

=> versnelling = (v - v ) : (t - t )

=> versnelling = (verandering v in m/s) : (verandering in tijd (in sec)

=> eenheid van versnelling is daardoor: m/s : s
=> verkort opgeschreven is dit m/s
begin
eind
begin
eind
2
In één s,t-diagram kunnen eenparig, versneld en
vertraagd alle drie achter elkaar voorkomen!
2
Ook bewegingen van 2 personen naar elkaar toe kun
je in een s,t-diagram zichtbaar maken
De ene persoon laat je op s = 0 starten
de andere op s = afstand tussen beide personen
In dit voorbeeld dus op 40 meter.
2
Hoeveel keer gaat het achterwiel rond
als de trappers 1 keer rond zijn?
Dit getal noemen we de 'fietsversnelling'
Met schakelaars aan het stuur
stel je de versnelling in.
Tegenwind? Kleine versnelling = klein verzet
=> met weinig kracht komt je een kleinere afstand vooruit.

Meewind? Grotere versnelling = groter verzet
=> met elke trap leg je een grote afstand af.
Versnelling = aantal tandjes tandwiel trapas
________________________
aantal tandjes tandwiel wielas
Bij achterwiel een klein tandwiel levert daarom
een grote versnelling op, een groot tandwiel levert een
kleine versnelling op.

Als je bij je trapas kunt kiezen uit een groter tandwiel
levert dit juist een grotere versnelling op, een kleiner
tandwiel levert dan een kleinere versnelling op.

Check nog even met bovenstaande formule of je snapt
waarom dit zo is!
Verzet = versnelling . wielomtrek
Verzet geeft dus aan welke afstand je aflegt
door 1 maal de trappers rond te trappen.
Verzet is aan te passen door van versnelling te veranderen
of door de wielmaat aan te passen. Aangezien het laatste
niet zo snel gaat zul je meestal voor de versnelling kiezen.
De tandjes van de tandwielen zijn allemaal
net zo groot. Als de ketting op de trapas (voor) één tandje opschuift dan doet de ketting dat ook één tandje op de wielas (achter).

Doordat het tandwiel vóór (trapas) meer tanden heeft dan het tandwiel achter (wielas) moet het tandwiel achter meer ronddraaien om net zoveel tanden te verplaatsen. Hoeveel keer meer noemen we de 'versnelling'.
Voorbeeld: Tandwiel trapas heeft 40 tanden,
tandwiel wielas heeft 10 tanden.

Één keer rond met de trappers is dus 40 tanden
verplaatsing. Om 40 tanden te verplaatsen
moet het tandwiel wielas 4 keer rond.
4 maal 10 tanden is immers 40 tanden.

Versnelling is dus 4.

Dit betekent dat één keer rond met je trappers
zorgt voor 4 keer rond op de wielas. Dit is dan
het zelfde als 4 keer het achterwiel rond.

Met één rondje trappen verplaats je je dus met
4 maal de omtrek van je achterwiel. Dit noemen we
het 'verzet'.
Dergelijke tekeningen moet je kunnen 'lezen' en uitleggen!

De voetganger beweegt 'eenparig' want je ziet bij elke foto evenveel verplaatsing
De fietser beweegt 'versneld' want je ziet bij elke volgende foto meer verplaatsing
De auto beweegt 'vertraagd' want je ziet bij elke volgende foto minder verplaatsing
+ 2 m/s etc
+ 2 m/s
Eenparig - snelheid constant
Versneld
Vertraagd
Je ziet dat de auto bij elke flits evenveel verplaatst is, de snelheid is dus constant oftewel eenparig.
De wielomtrek is gelijk aan de omtrek van een cirkel met de diameter van het wiel.

Het verzet is dan versnelling maal diameter maal (afgerond 3,14)
Stopafstand = remweg + reactieafstand

Remweg = afstand nodig om tot stilstand te komen vanaf
moment van remmen.

Reactieafstand = afstand die afgelegd wordt in de tijd
dat er gereageerd wordt. Hierbij gebruik je de
formule s = v . t
Omzetten formules:
Als geldt dat
=> v = s : t
dan geldt ook dat
=> s = v . t en ook
=> t = s : v
gem
gem
gem
Versneld
Eenparig
Vertraagd
Welk plaatje hoort bij welk diagram hoort bij welk woord?
Full transcript