Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

P ALO integrale toets 2013-2014

Corné Stoop VB-10 518835
by

Corné Stoop

on 27 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of P ALO integrale toets 2013-2014

Eisen deelname Integrale toets:
Profiel:
Propedeuse:
Stage PO
Video analyse
Conclusie en toekomst
Integrale Toets
Corné Stoop (518835) VB-10 2013-2014
Competentie bewegen binnen verschijningsvormen N1 is behaalt (alle sport vaardigheden N1 zijn behaald)

Hiernaast mijn cijferlijst waarin te zien is dat ik alle sport vaardigheden dit jaar heb behaalt.
Eis 2
Student heeft deelgenomen aan eerste jaars kamp in blok 4.

Hiernaast mijn factuur van het eerste jaars kamp in blok 4.


EIS 3
Minimaal 30 studie punten waarvan minimaal 15 EC bestaat uit de OWE's van Leraar SBO in PO (1a en of 1b) en/of Leraar SBO in VO (1a en of 1b)

Hiernaast mijn cijfer overzicht waarin te zien is dat ik de benodigde studie punten heb behaalt.
EIS 1
Ik ben Corné Stoop, 17 jaar en student aan de HAN ALO.

In mijn vrije tijd werk ik op een zeilschool en als fotograaf. Mijn grootste passie is natuurlijk sport. Ik Judo al mijn hele leven en heb naast judo ook altijd andere vechtsporten gedaan.

Wie ben ik?
Waarom ALO?
Ik vind het belangrijk dat ik later iets ga doen waar ik gelukkig van word. Dit is dan ook de reden waarom ik de ALO ben gaan studeren. Op de zeilschool waar ik werk gaf ik zo af en toe wel eens les en dat vond ik helemaal fantastisch. Niet alleen omdat ik zeilen erg leuk vind, maar ook omdat ik het leuk vind om op een sociale manier met mensen bezig te zijn. Ook training geven op mijn oude Judo vereniging vond ik erg leuk. Toen de tijd kwam dat ik me moest inschrijven voor een vervolg opleiding was de vraag dan ook niet zo zeer wat, maar waar. Uit eindelijk heb ik gekozen om in Nijmegen te gaan studeren. Dit was voor mij puur een gevoelskwestie. De eerste keer dat ik in Nijmegen kwam had ik meteen een gevoel van thuis komen en dat gevoel heb ik nu nog steeds.
Blok 1 (PO)
Blok 2 (PO)
Blok 3 (VO)
Blok 4 (VO)
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Cognitief
Het is moeilijk voor deze groep leerlingen om zich lang te concentreren. Het is vandaar dan ook dat ik mijn uitleg af en toe moet onderbreken tot ik weer centraal de aandacht heb.

Verder is het voor veel makkelijker om een direct een plaatje te zien omdat een deel van de leerlingen uit deze klas moeite heeft om een plaatje te visualiseren bij een uitleg.

Deze leerlingen hebben moeite met veel informatie onthouden, daarom vertel ik niet te veel technische details, maar zorg ik dat ik twee aandachtspunten noem en die gedurende mijn uitleg enkele keren herhaal.

Ik vraag deze punten aan het einde van mijn uitleg nogmaals na zodat ik zeker weet dat mijn leerlingen deze twee aandachtspunten hebben mee gekregen.

Het stellen van leer vragen heeft nog een doel; doordat ik vragen stel betrek ik mijn leerlingen extra bij mijn uitleg en hun eigen leerproces.
Sociaal-emotioneel
Mijn leerlingen zitten in de puberteit. In deze fase van hun leeftijd zijn veel mensen onzeker over zichzelf. Daarom moedig ik tijdens de les het verhogen van de lat voor je zelf sterk aan. Dit doe ik door leerlingen positieve feedback te geven zodat ze zelfvertrouwen krijgen.

Het contact met de ouders neemt af tijdens de pubertijd. Vrienden en vriendinnen zijn steeds belangrijker. De nadruk ligt ook niet zozeer altijd op eigenbelang, maar groepsbelang. Ik probeer daar op in te spelen als ik les geef. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat de hele groep op iemand moet wachten en dat dat niet handig is.

Enkele jongens vertonen risico gedrag. Het is zaak dat ik ze uitdaag om hun grenzen te verlegen, maar ik moet er ook voor zorgen dat ik de veiligheid bewaar en er geen ongelukken gebeuren.
Motorisch
Gedurende deze leeftijd veranderen de lichamen van mijn leerlingen erg snel. Het kan daardoor zijn dat de coördinatie van mijn leerlingen tijdelijk is afgenomen. Het is vandaar dat ik een grote diversiteit aan situaties aanbied zodat iedereen op zijn/haar eigen niveau kan deelnemen aan de les.

Ik probeer mensen te motiveren om hun grenzen te verleggen op motorisch vlak door ze extrensiek te motiveren en ze een cijfer te geven voor de uitvoering van de tipsalto.
Video Tipsalto
Stage PO
Om mijn ontwikkeling gedurende mijn stage op de Hazesprong duidelijk in kaart te brengen zal ik:

- Per competentie aangeven wat mijn doel was gedurende deze stage, of ik dat heb behaalt en waar ik aan het einde van deze stage stond in mijn ontwikkeling.

- Per handelingscriteria aangeven waar ik stond aan het begin en aan het einde van deze stage.
Les en Leidinggeven
Begeleiden
Kennis ontwikkeling
Professionele ontwikkeling
Reflectie Waar sta ik als Leraar SBO in ontwikkeling?
- Ik heb op mijn oude Judo vereniging verschillende groepen les gegeven in mijn specialiteiten (newasa & Sutemi’s)

- Op de zeilschool waar ik werk val ik in als er een instructeur uitvalt. Daarnaast leid ik vaak s’avonds de avond activiteit.

- Op mijn de middelbare school moesten wij tijdens BSM ook aan elkaar les geven. Daar heb ik mijn eerste ervaringen opgedaan met klassikaal les geven.

- Gedurende het eerste halfjaar van de ALO heb ik een dag in de week lesgegeven op de basisschool te Nijmegen.

- Gedurende het tweede halfjaar van de ALO heb ik een dag in de week lesgegeven op een middelbare school in Tiel.

Ambitie / Droom Waar wil ik naar toe als toekomstig docent SBO?
Ik vind dat sport een heel mooi middel is om hogere doelen te bereiken. Zoals het aanleren van normen en waarden. Voor mij zelf is sport belangrijk omdat sport de manier voor mij is om te ontspannen. Ik wil bereiken dat mijn leerlingen hun plaats vinden binnen de beweegcultuur waardoor hun leven word verrijkt en zij een gelukkiger persoon worden. Dit doel klinkt erg groot, maar ik geloof dat dat te bereiken is met sport. Om de leerling te helpen zijn plaats te vinden binnen de beweegcultuur geloof ik dat het belangrijk is om op een persoonlijk niveau les te geven aan je leerlingen en veel verschillende beweeg activiteiten aan te bieden zodat de leerlingen zelf kunnen ontdekken wat bij ze past.
Vertaalt sport- en bewegingsactiviteiten in de planmatige voorbereiding van lessen en trainingen.

Aan het einde van deze stage kan ik duidelijke planmatige lessen maken, maar hoe ik dit correct moet in vullen op het HAN lesvoorbereiding format is nog steeds niet duidelijk. Ik denk dat ik wel een goed idee heb hoe, maar ik heb nog geen bevestiging hiervan.

Mijn stage begeleider vind mijn lesvoorbereidingen wel erg goed, maar ik omschrijf de motoriek liever kwantitatief dan kwalitatief.

Stelt beginsituatie met passende doelstellingen vast van leerlingen.
Aan het einde van mijn stage is hier alleen maar meer onduidelijkheid over gekomen door tegenstrijdige informatie.

Mijn stage begeleider vind mijn lesvoorbereidingen wel erg goed, maar ik omschrijf de motoriek liever kwantitatief dan kwalitatief.

Schept een fysiek veilig bewegingsklimaat gericht op optimale ontwikkelingskansen voor sport en bewegingsonderwijs en sport.
Aan het einde van mijn stage ben ik instaat om standaard voorzorgsmaatregelen te nemen om de fysieke veiligheid van mijn leerlingen te verhogen.

Mijn stagebegeleider heeft me voor de beoordelingscriterium veiligheid dan ook een 7,5 gegeven.

Maakt lessen passend binnen vakwerkplan sport en bewegingsonderwijs van de stageschool.
Aan het einde van mijn stage ben ik in staat om al mijn lessen aan te laten sluiten bij het vakwerkplan van de Hazesprong.

Alle lessen die wij hebben gegeven komen uit de methode die ze op mijn stage adres gebruiken.

Legt met behulp van observatie instrumenten vorderingen van leerlingen vast.
Aan het einde van mijn stage kan ik door middel van een kwantitatieve observatie mijn leerlingen observeren.

Dit voornamelijk omdat wij de motorische aspecten kwantitatief moesten formuleren in onze lesvoorbereiding. Ik zou graag in het vervolg dit in een kwantitatieve vorm doen en dus ook kwantitatief observeren.

Signaleert binnen methodiek problemen en belemmeringen in de reguliere ontwikkeling van leerlingen (motorisch, sociaal-emotioneel en cognitief).
Aan het einde van mijn stage ben ik in staat om aan te wijzen welke leerlingen net wat “anders” zijn en kan dit vervolgens meestal goed omschrijven. Ik heb dan nu ook meer kennis over hoe ik hier het beste mee om kan gaan.

Tijdens mijn stage heb ik veel met de groepsdocenten gesproken over de juiste aanpak bij bepaalde leerlingen.

Kan evalueren op proces & product en kan reflectie toepassen op persoonlijk leerdoel(en).
Aan het einde van mijn stage kan ik mezelf redelijk goed evalueren en weet ik waar mijn leerpunten liggen.

Ik na iedere stage dag geëvalueerd met mijn stage begeleider. De feedback punten van hem kwamen 9 van de 10 keer overeen met mijn persoonlijke verbeterpunten.

Past verschillende didactische werkvormen en organisatieprincipes toe tijdens de lessen.
Aan het einde van mijn stage heb ik een meer kennis van didactische werkvormen waardoor ik nu instaat ben om hier meer in te variëren. Hierdoor kan ik nu meer verschillende werkvormen per les toepassen.

Mijn stagebegeleider droeg af en toe nieuwe methodes aan om uit te proberen.

Stuurt leerlingen aan om leersituaties veilig te laten verlopen.
Aan het einde van mijn stage heb ik een goed idee over welke maatregelen ik kan nemen om mijn les veiliger te maken.

Mijn stage begeleider heeft me dan ook een 7,5 gegeven voor veiligheid.

Competentie doel:
Signaleert binnen methodiek problemen en belemmeringen in de reguliere ontwikkeling van leerlingen (motorisch, sociaal-emotioneel en cognitief).

Aan het einde van deze stage wil ik instaat zijn om de leerlingen met methodiek problemen en belemmeringen in de reguliere ontwikkeling van de leerlingen kunnen herkennen en weten hoe ik ze kan helpen om sterker te worden in dat geen zij achtlopen.

Dit doel wil ik bereiken door gedurende mijn stage goed te opserveren en deze leerlingen te herkenen. Te overleggen wat de ervaringen zijn met deze leerlingen met de vakdocent en zo voor al deze leerlingen met een idee te komen hoe ik ze zou kunnen helpen om sterker te worden in het geen waar in zij achter lopen en hoe ik daarmee het beste kan omgaan.

Competentie doel behaald?
Reflectie
1. Wat wilde ik?
Ik wilde iedereen met een achterstand probleem extra aandacht geven en helpen beter te worden.
2. Wat voelde ik?
Ik voelde dat ik dit belangrijk vond om op een persoonlijke manier les te kunnen geven. (Ik merk dat als ik persoonlijk les geef sneller het overzicht kwijt ben.
3. Wat dacht ik?
Hoe moet ik bepaalde personen aanpakken?
4. Wat deed ik?
Ik vroeg aan de groepsdocent en stagebegeleider hoe zij dit zouden aanpakken en vond daar in mijn eigen weg die ik uitvoerden.
5. Wat wilde de leerlingen?
Bij de groep horen.
6. Wat voelde de leerlingen?
De drang om net zo goed te zijn als hun leeftijd genootjes.
7. Wat dachten de leerlingen?
Ik wil dat ook kunnen.
8. Wat deden de leerlingen?
De kinderen deden over het algemeen hun uiterste best om beter te worden in het geen zijn achterlopen.

Feedback
Mijn stage docent vond het sterk dat ik overlegde met de groepsdocenten om te overleggen wat de juiste aanpak was voor bepaalde leerlingen. Mijn stage docent gaf ook aan dat het duidelijk te zijn was dat ik verschillende leerlingen op verschillende manieren benader.
Vervolg doel
Aan het einde van mijn volgende stage wil ik leerlingen met een achterstand extra aandacht geven zonder de andere kinderen te benadelen. Ik wil dat iedereen aan het einde het getoetste onderdeel met een voldoende kan afsluiten.

Dit wil ik bereiken door een goede positie te hebben waardoor ik altijd overzicht houd en tips te geven op het niveau van de leerling.
Maakt contact met leerlingen door voor, tijdens of na de les gesprekken met hen aan te gaan.
Aan het einde van mijn stage heb ik +/- 6 persoonlijke gesprekjes met leerlingen tijdens een les.

Mijn stage begeleider gaaf ook aan dat hij tevreden is met de hoeveelheid interactie, maar dat ik wel moet op passen dat ik tijdens zo’n gesprek ook de rest van de klas nog in de gaten houd.

Is in zijn handelen gericht op het bevorderen van zelfstandigheid.
Aan het einde van de stage gaf ik mijn leerlingen steeds meer opdrachten om de zelfstandigheid te bevorderen.

Ik heb dit nog niet veel gedaan maar het beviel me zeker wel. Dus in de toekomst wil ik dit zeker meer gaan doen.

Heeft kennis van het sociaal klimaat in een groep.
Aan het einde van mijn stage heb ik een goed idee van het sociale klimaat binnen de groepen die ik les heb gegeven.

De meeste docenten bevestigden dan ook mijn observaties.

Analyseert sport en beweegmotieven van groepjes leerlingen.
Aan het einde van mijn stage stel ik geregeld (na het uitvoren van een oefening) vragen of mijn leerlingen iets leuk vonden en wat ze er dan leuk aan vonden.

Ik merk dat de kinderen het al snel erg leuk vinden.

Benute coachmomenten tijdens de lessen en heeft kennis van meerdere leidinggevende stijlen.
Aan het einde van mijn stage probeer ik ieder complimentje ook een tip mee te geven. Soms kies ik ervoor om een klassikale tip te geven als ik denk dat dat ten goede komt van de uitvoering van de oefening.

Mijn stage begeleider gaf dit vaak als aandachtspunt dus daar heb ik extra aan gewerkt.

Kan specifieke situaties inschatten en weet hoe te handelen.
Aan het einde van mijn stage heb ik een beter idee over welke problemen ik tijdens mijn les ga tegen komen. Ik heb nu vaak van te voren al na gedacht over hoe ik die problemen ga oplossen en dat zorgt voor meer duidelijkheid.

Dit heb ik vooral verbeterd door met de groepsdocenten te praten.

Gebruikte observatie- en evaluatie-instrumenten.
Aan het einde van mijn stage gebruik ik de observatie- en evaluatie-instrumenten die worden aangeboden door de HAN ALO.

Daarnaast gebruikte mijn stagebegeleider het paprika model om mij te
Competentie doel
Heeft kennis van sociale klimaat in een groep:

Aan het einde van deze stage wil ik van elke klas die ik les geef een goed idee hebben over hoe het sociale klimaat in die groep ligt.

Dit wil ik doen door tijdens de lessen die ik geef goed mijn leerlingen te observeren en te kijken wie met wie en hoe ze met elkaar omgaan. Om te kijken of ik mijn doel heb bereikt wil ik aan het einde van mijn stage van een klas uit werken wie wat voor relaties met elkaar hebben binnen een klas en dit doorbespreken met de vakdocent van die klas.

Competentie doel Behaald?
Reflectie
1. Wat wilde ik?
Ik wilde een goede kennis hebben over het sociale klimaat in een groep.
2. Wat voelde ik?
Ik voelde dat ik dit belangrijk vond om op een persoonlijke manier les te kunnen geven.
3. Wat dacht ik?
Hoe moet ik achter de onderlinge relaties komen?
4. Wat deed ik?
Als een oefening/les liep stapte ik even uit de oefening/les om op mijn gemak te kijken na hoe er word samengespeeld.
5. Wat wilde de leerlingen?
Meestal vooral zelf spelen.
6. Wat voelde de leerlingen?
De drang om beter te zijn dan de mede leerlingen.
7. Wat dachten de leerlingen?
Ik wil …
8. Wat deden de leerlingen?
Vooral zelf spelen, pas bijeen oefening waar ze verplicht samen moesten spelen en zelf tweetallen moesten maken kon je zien wie graag samenwerkten.

Feedback
Mijn stagedocent vind dat ik een goed idee heb over hoe de onderlinge sociale verhoudingen liggen. Hij geeft wel aan dat ik deze kennis nog meer mag gebruiken tijdens het maken van groepen en dergelijke situaties.
Vervolg doel
Aan het einde van mijn volgende stage wil ik weten wie boven aan de rangorde staat in de klas en wie onder aan de rangorde staat. Met als doel het verbeteren van mijn les omdat ik dan groepen slimmer kan indelen en personen gepaster kan aanspreken.

Dit wil ik bereiken door persoonlijke gesprekken met mijn leerlingen aan te gaan tijdens de les en mijn bevindingen te controleren bij de groepsdocent.
Gebruikt nationale vakkennis en aangedragen vakliteratuur om uitspraken te onderbouwen.
Aan het einde van mijn stage heb ik wel de beschikking over de juiste vakliteratuur en weet ik in de meeste gevallen waar ik de correct idee informatie uit moet halen en hoe ik dit moet vermelden en omschrijven.

Mijn stagebegeleider is hier tevreden over, maar gaf wel als tip toch het basishand boek er toch nog wat vaker bij te pakken.

Heeft vakinhoudelijke kennis.
Aan het einde van mijn stage heb ik al meer inhoudelijke vakkennis dan aan het begin.

Dit zal gedurende de mijn tijd op de HAN alleen maar nog groter worden.

Competentie doel
Gebruikt nationale vakkennis en aangedragen vakliteratuur om uitspraken te onderbouwen.

Aan het einde van deze stage wil ik in staat zijn om uitspraken te onderbouwen met vakliteratuur en nationale vakkennis.

Dit wil ik bereiken door mijn lesvoorbereidingen te maken volgens het HAN lesvoorbereidingen model en alle informatie die ik hierin opschrijf uit vakliteratuur te halen. Zodat ik aan einde van deze stage een goed idee heb over waar ik welke vak inhoudelijke informatie kan vinden.

Competentie doel behaald?
Reflectie
1. Wat wilde ik?
Een duidelijke lesvoorbereiding maken die vooral mij moest helpen de les beter uit te voeren.
2. Wat voelde ik?
Ik voelde dat de manier waarop ik de lesvoorbereidingen moest maken van mijn stage begeleider voor mijn niet werk.
3. Wat dacht ik?
Vervelend dat mijn stage begeleider het anders heeft geleerd dan ik.
4. Wat deed ik?
Aan geven hoe ik heb had geleerd, maar wel door gaan op de manier hoe mijn stagebegeleider dat graag zag omdat die mij dan beter zou beoordelen.
5. Wat wilde de leerlingen?
De leerlingen wilde duidelijkheid en een leuke, actieve les.
6. Wat voelde de leerlingen?
De leerlingen voelde misschien soms dat ik nog even zoek was naar de kernpunten van een vak tijdens mijn uitleg.
7. Wat dachten de leerlingen?
Ik wil lekker bewegen.
8. Wat deden de leerlingen?
Braaf luisteren en daarna helemaal losgaan.

Feedback
Mijn stage begeleider gaf aan dat hij liever lesvoorbereidingen ontving waar het motorische doel kwantitatief was om schreven.

Mijn tutor gaf juist aan dat zij liever lesvoorbereidingen zag waarbij het motorische doel kwalitatief was omschreven.
Vervolg doel
Aan het einde van mijn stage wil ik tijdens mijn inleidende uitleg maar +/- 2 belangrijke punten noemen van het spel en daarna tijdens de oefening pas dieper op de stof in gaan.

Dit wil ik doen door in mijn lesvoorbereiding de belangrijkste spelregels te benoemen.

Ook wil ik nogmaals aan het einde van van mijn volgende stage in staat zijn om uitspraken te onderbouwen met vakliteratuur en nationale vakkennis.

Dit wil ik bereiken door mijn lesvoorbereidingen te maken volgens het HAN lesvoorbereidingen model en alle informatie die ik hierin opschrijf uit vakliteratuur te halen. Zodat ik aan einde van deze stage een goed idee heb over waar ik welke vak inhoudelijke informatie kan vinden.
Heeft een goed beeld van persoonlijke ontwikkeling op alle ALO competenties.
Aan het einde van mijn stage heb ik een gedetailleerd beeld van waar ik sta in mijn persoonlijke ontwikkeling op alle ALO competenties.

Mijn stagebegeleider vind dat ik goed betrokken ben bij mijn eigen ontwikkeling.

Competentie doel
Heeft een goed beeld van persoonlijke ontwikkeling op alle ALO competenties.
Aan het einde van deze stage wil ik een compleet en kwalitatief hoog beeld hebben van mijn ontwikkeling op alle ALO competenties.

Dit wil ik bereiken door aan het einde van elke les dag mijn lessen goed te evalueren en mijn evaluatie te vergelijken met de evaluatie van mijn stagebegeleider. Zodat ik aan het einde van mijn stage een goede verzameling evaluaties heb waar in alle ALO competenties staan omschreven. Van deze evaluaties wil ik een grote “stage evaluatie” maken waarin alle leerpunten aan bod komen. Deze evaluatie zal ik ook weer doornemen met mijn stagebegeleider.

Competentie doel behaald
Reflectie
1. Wat wilde ik?
Ik wilde iedere week goed evalueren.
2. Wat voelde ik?
Ik voelde dat ik dit belangrijk vond om goed te weten waar ik sta in mijn lesgeven.
3. Wat dacht ik?
Waar legen mijn belangrijkste leerpunten.
4. Wat deed ik?
Na een evaluatie altijd vragen/aan geven wat mijn belangrijkste leerpunten waren.
5. Wat wilde de leerlingen?
Lekker bewegen.
6. Wat voelde de leerlingen?
De drang om te bewegen.
7. Wat dachten de leerlingen?
Ik wil bewegen.
8. Wat deden de leerlingen?
Lekker bewegen.

Feedback
Mijn stagedocent vind dat ik goed betrokken ben bij mijn eigen leerproces en ik een goed beeld heb van waar ik sta in mijn ontwikkeling. Wel vind hij dat ik het soms er moeilijk voor mezelf maak door te streven naar het behalen van moeilijke doelstellingen.
Vervolg doel
Aan het einde van mijn vervolg stage wil ik dat ik net zo’n goed idee heb over waar ik sta in mijn lesgeven als ik nu heb.
Stage VO
Stage VO
Om mijn ontwikkeling gedurende mijn stage op de RSGlingecollege duidelijk in kaart te brengen zal ik:

- Per competentie aangeven wat mijn doel was gedurende deze stage, of ik dat heb behaalt en waar ik aan het einde van deze stage stond in mijn ontwikkeling.

- Per handelingscriteria aangeven waar ik stond aan het begin en aan het einde van deze stage.
Les en Leidinggeven
Begeleiden
Kennis ontwikkeling
Professionele ontwikkeling
Vertaalt sport- en bewegingsactiviteiten in de planmatige voorbereiding van lessen en trainingen.

Aan het einde van deze stage kan ik duidelijke planmatige lessen maken en weet ik hoe ik dit correct moet invullen op het HAN lesvoorbereiding format.

Gedurende deze stage heb ik enkele lessen series gegeven waarbij ik mijn thema lessen op een logische manier heb opgebouwd over meerdere lessen.

Volgens mijn stage docent was mijn opbouw van de activiteiten logisch en duidelijk weer gegeven in mijn lesvoorbereidingen. Ik ben het eens met de feedback van mijn stage begeleider en denk dat ik mijn gedachte duidelijk kan weergeven via het HAN lesvoorbereiding format.

Stelt beginsituatie met passende doelstellingen vast van leerlingen.
Aan het einde van mijn stage lukt het mij om realistische doelen te stellen voor mijn leerlingen.

Soms wil ik net wat meer bereiken binnen een les dan mijn leerlingen aan kunnen, maar richting het einde van mijn stage ben ik de lat iets lager gaan legen wat betreft doelen voor mijn leerlingen.

Mijn stage docent heeft aangegeven dat hij het goed vind dat ik duidelijke doelen stel, maar dat ik het mijzelf en mijn leerlingen niet altijd te moeilijk hoef te maken. Ik denk dat hij daar ook zeker een punt heeft. Als ik te veel ga les geven om mijn doelen te bereiken wordt de beleving minder dus daar moet ik een balans in zien te vinden.

Schept een fysiek veilig bewegingsklimaat gericht op optimale ontwikkelingskansen voor sport en bewegingsonderwijs en sport.
Aan het einde van mijn stage ben ik instaat om standaard en activiteit specifieke voorzorgsmaatregelen te nemen om de fysieke veiligheid van mijn leerlingen te waarborgen.

Tijdens mijn stage heb ik een lessenserie Judo gegeven waarbij veiligheid een van mijn belangrijkste doelstellingen was, omdat ik het belangrijk vind dat leerlingen positieve ervaringen op doen met voor hun nieuwe sporten. Mijn stage docent gaf als feedback op deze lessen dat het goed is dat ik duidelijk laat weten wat ik van mijn leerlingen verwacht en direct corrigeer als leerlingen afweken van mijn opdracht. Het is ook één keer voorgekomen dat er een bal werd raak getrapt tijdens een activiteit en die tegen iemands hooft aan knalde. Toen heb ik mijn klas een speech gegeven over veiligheid en verantwoordelijkheid.

Mijn stage begeleider gaaf aan dat hij het sterk van mij vond dat ik iedereen daarmee weer even op scherp zette wat betreft veiligheid.

Maakt lessen passend binnen vakwerkplan sport en bewegingsonderwijs van de stageschool.
Aan het einde van mijn stage ben ik in staat om al mijn lessen aan te laten sluiten bij het vakwerkplan van mijn stageschool.

Alle lessen(series) die ik heb gegeven sloten aan bij vakwerkplan van mijn stageschool. Mijn examenklassen moeten nog veel onderdelen afsluiten waardoor we ons aan een strakke planning moesten houden om aan de cijfers te komen die ze nog nodig hadden om LO af te sluiten en dat is gelukt.

Mijn stage docent heeft aangegeven waar hij nog punten voor nodig gehad en wij hebben invulling gegeven aan de lessen zo dat hij de zaken kon beoordelen die hij nog moest beoordelen.

Legt met behulp van observatie instrumenten vorderingen van leerlingen vast.
Aan het einde van mijn stage kan ik door middel van een kwantitatieve en kwalitatieve observatie mijn leerlingen observeren.

Mijn stage docenten hebben mij eerst laten meekijken met hoe zij het beoordelen aanpakken. De laatste maand van mijn stage heb ik iedere stage les wel een groep beoordeeld op een bepaalde activiteiten. Mijn stagedocenten vertrouwen mijn oordeel blind en laten mij dan ook zelf mijn leerlingen beoordelen tijdens het afsluiten van beweeg activiteiten.

Mijn stagedocenten geven aan het altijd eens te zijn met mijn beoordeling. Ik vind het fijn dat zij mij dit toe vertrouwen. Zelf vind ik het wel moeilijk om cijfers te geven. Ik geef dan iemand ook pas een cijfer als ik mijn keuze volledig kan onderbouwen soms duurt dat best lang en heb ik twee lessen nodig om iedereen te beoordelen op een bepaalde beweeg activiteit voordat ik er uit ben met mezelf wat voor punten ik toeken.

Signaleert binnen methodiek problemen en belemmeringen in de reguliere ontwikkeling van leerlingen (motorisch, sociaal-emotioneel en cognitief).
Aan het einde van mijn stage ben ik in staat om aan te wijzen welke leerlingen net wat “anders” zijn en kan dit vervolgens duidelijk omschrijven. Door lastige gevallen te bespreken met mijn stagebegeleiders lukt het om om te gaan met leerlingen die een beperking hebben.

Op mijn stageadres zitten er in iedere klas wel 2/3 leerlingen waarbij de ontwikkeling net wat anders loopt dan bij de rest van de klas. Meestal lukt het me om hier goed mee om te gaan. Door soms bepaalde leerlingen te bespreken met mijn stagedocenten werd voor mij ook veel duidelijk waarom leerlingen soms een bepaald gedrag vertoonden en ook hoe ik daar rekening mee kon houden om ze vooruit te helpen.

Mijn stage docenten vinden dat ik prima met persoonlijke verschillen omga maar vinden dat ik soms wel iets harder mag zijn voor leerlingen die altijd wel iets heb.

Kan evalueren op proces & product en kan reflectie toepassen op persoonlijk leerdoel(en).
Aan het einde van mijn stage kan ik mezelf redelijk goed evalueren en weet ik waar mijn leerpunten liggen.
Het is voor mij duidelijk dat ik nooit klaar zal zijn met leren.

Hoewel mijn stagedocenten zelden een punt van kritiek hebben voor mij vind ik dat ik er nog lang niet ben.

Ik vind persoonlijk dat mijn sterke punten ook meteen mijn zwakke punten zijn en dat ik altijd opzoek moet gaan naar de juiste ballans, iedere les weer.

Past verschillende didactische werkvormen en organisatieprincipes toe tijdens de lessen.
Het lukt me de juiste organisatie en didactische werkvorm te kiezen per activiteit.

Aan het einde van mijn stage heb ik een meer kennis van didactische werkvormen waardoor ik nu instaat ben om hier meer in te variëren. Hierdoor kan ik nu meer verschillende werkvormen per les toepassen.

Mijn stage docenten vinden de keuzes die ik hier over maak dan ook prima. De werkvormen die ik kies spreken voor hun voor zich en hebben geen uitleg nodig.

Stuurt leerlingen aan om leersituaties veilig te laten verlopen.
Aan het einde van mijn stage ben ik bewust bezig met het creëren van sociale en fysieke veiligheid in mijn les.

Ik heb bijna iedere klas die ik les geef als een van de eerste lessen een of enkele lessen Judo gegeven. Ik heb het idee dat gedurende deze lessen hebben geholpen om de leerlingen weer bewust te maken van onderlinge verschillen en hoe daarmee om te gaan.

Mijn stage docenten vinden dat ik door mijn duidelijkheid erg makkelijk een veiling leerklimaat schep en dat ze dit ook kunnen zien aan hoe de leerlingen meedoen met mijn lessen.

Competentie doel:
Aan het einde van mijn stage wil ik door goed te observeren en ondersteunende informatie op te zoeken in vakliteratuur wil ik aan het einde van deze periode instaat zijn om passende doelstellingen vast te stellen.

Dit wil ik bereiken door goed te observeren en te overleggen met mijn stage docenten over het niveau van de leerlingen.
Competentie doel behaald?
Reflectie
Feedback
Mijn stagedocent geeft mijn les doelen aansluiten bij wat de leerlingen moeten kunnen, maar dat ik mijn leerlingen nog meer kan motieveren als ik mijn lessen nog laagdrempeliger maak. Mijn les doelen zijn realistisch, maar voor de moeilijk te motieveren groep is iets al snel te moeilijk.
Vervolg doel
Ik heb geleerd dat ik in eerste instantie mijn lesdoelen laagdrempelig moet houden zodat iedereen in ieder geval mee kan doen om vanaf daar mensen te motieveren om meer uit zichzelf te halen en hun grenzen te verlegen.

=> Ik wil mijn leerlingen laten nadenken over wat ze in mijn les willen leren en dat gebruiken om mijn leerlingen te motieveren en actief deel te nemen aan mijn les en daar mijn lesdoelen op aanpassen.

Dit wil ik doen door simpel weg vragen te stellen aan het begin van de les van: "hey jongens, ik wil dat je nu even voor je zelf bedenkt wat je vandaag bij mij in de les komt halen".
En aan het einde van de les te vragen of ze hun doelen hebben bereikt.


Maakt contact met leerlingen door voor, tijdens of na de les gesprekken met hen aan te gaan.
Aan het einde van mijn stage benut ik iedere mogelijkheid tot een persoonlijk gesprekje met leerlingen tijdens een les.

Het leiden van een les lukt nu. Nu moet ik persoonlijker les geven en ik merk hoe meer persoonlijk contact ik heb met mijn leerlingen hoe fijner mijn lessen lopen. Ik vind het ook erg leuk hoe leerlingen tegenwoordig eerder komen of na de les even blijven plakken om een babbeltje te houden.

Mijn stage begeleider merkt op dat ik het respect van mijn leerlingen heb verdiend en dat ze mij accepteren als les gever. Ik ben erg blij met mijn verhoudingen met mijn leerlingen. Zeker als ik kijk hoeveel moeite mijn stage genootje er mee heeft. Doordat zij mij respecteren op persoonlijk niveau kost het mij minder moeite om les te geven en nemen ze makkelijker dingen van mij aan.

Is in zijn handelen gericht op het bevorderen van zelfstandigheid.
Aan het einde van de stage geef ik mijn leerlingen steeds meer opdrachten om de zelfstandigheid te bevorderen.

Ik heb er voor gekozen om mijn eerste lessen erg strak te leiden. Op het moment dat mijn leerling gewend waren aan mij heb ik ze steeds meer verantwoordelijkheid gegeven. Zo laat ik ze tegenwoordig zelf de belevingskern leiden en (soms) organiseren.

Mijn stagedocenten geven aan dat het zelfstandig werken door mijn leerlingen goed gaat, omdat ik de eerste weken de al mijn lessen strak heb georganiseerd en duidelijk regels heb gesteld. Ik denk zeker dat dit erg heeft geholpen wel moet ik altijd wel blijven opletten hoe de activiteit loopt op kritieke momenten. Soms hebben ze toch mijn leiding nog even nodig.

Heeft kennis van het sociaal klimaat in een groep.
Aan het einde van mijn stage heb ik een goed idee van het sociale klimaat binnen de groepen die ik les heb gegeven.

Ik zie wie ik goed kan laten samenwerken en tussen wie ik een confrontatie beter kan vermijden.

Mijn stagedocenten geven aan te zien dat ik snap hoe de groepen in elkaar steken en weet wie met wie samen kan werken.

Analyseert sport en beweegmotieven van groepjes leerlingen.
Aan het einde van mijn stage heb ik goed overzicht in de sport en beweeg motieven van mijn leerlingen.

Ik heb namelijk een enquête afgenomen om te kijken wat mijn leerlingen nu zoeken in sport.

Mijn stagedocenten gaven aan dat het altijd handig is om te weten wat je leerlingen bezig houd. Wel vinden ze beide dat de leerlingen van alle soorten sport en beweeg activiteiten moeten proeven. Daar ben ik het ook mee eens. Wel heb ik de bij de vrije lessen activiteiten gekozen die aansloten bij de beweegmotieven van de leerlingen.

Benute coachmomenten tijdens de lessen en heeft kennis van meerdere leidinggevende stijlen.
Aan het einde van mijn stage wissel ik persoonlijke en klassikale tips af. Mijn leidinggeefstijlen pas ik bewust aan op de groep en activiteit.

Mijn stagedocenten vinden dat ik goed op persoonlijk niveau tips en complementjes geef. Ze vinden mijn leidinggeefstijl duidelijk en vinden dat een van mijn sterkste punten.

Ik ben het zelf zeker eens dat duidelijkheid een van mijn sterke punten is, maar vind het ook meteen een van mijn grootste zwaktes. Soms heb ik het idee doordat ik erg duidelijk ben ook soms onpersoonlijk over kom. Ik probeer dat wel te compenseren door veel persoonlijke gesprekjes aan te gaan en mijn leerlingen persoonlijk te coachen.

Kan specifieke situaties inschatten en weet hoe te handelen.
Aan het einde van mijn stage weet ik waar de struikelblokken liggen voor bepaalde leerlingen en weet ik hoe ik daarmee moet omgaan.

Mijn stagebegeleiders vinden dat ik soms nog wat harder mag zijn en leerlingen er nog sneller uit moet sturen.

Ik zelf vind dat lastig, omdat ik dan nog steeds niet mijn doel heb bereikt. Ik streef er toch altijd na iedereen zo goed mogelijk deel te laten nemen aan mijn les. Ook als iemand zijn dag niet heeft, maar ik ben het wel met ze eens dat ik me soms te veel laat afleiden door leerlingen die moeilijk te motiveren zijn.

Gebruikte observatie- en evaluatie-instrumenten.
Aan het einde van mijn stage gebruik ik de observatie- en evaluatie-instrumenten om meer inzicht te krijgen in de groep en leerlingen te beoordelen.

Ik heb een enquête afgenomen en geef leerlingen zelf cijfers voor onderdelen die ze in mijn lessen afsluiten.

Mijn stagedocenten vertrouwen mijn oordeel en vinden dat ik eerlijk beoordeel. Ikzelf vind het moeilijk om een cijfers te geven, maar merk wel door dat ik systematisch te werk ga dat het me steeds makkelijker af gaat.

Competentie doel
Aan het einde van mijn stage wil ik een goed idee hebben over de beweegmotieven van de groepjes leerlingen.
Competentie doel Behaald?
Reflectie
• Fase 1: handelen (=fase 5 vorige cyclus)
o Wat wilde ik bereiken?
Ik wilde dat ik mijn leerlingen mijn lessen kan aanpassen op de sport en bewegingsmotieven van mijn leerlingen.
o Waar wilde ik op letten?
Ik wilde er op letten dat ik leerlingen motieveer door ze stof aan te bieden die aansluit bij hun beweeg doel.
o Wat wilde ik uitproberen?
Ik wilde uitproberen hoe leerlingen reageren op verschillende verschijningsvormen.
• Fase 2: Terugblikken op het handelen
o Wat gebeurde er concreet?
 Leerlingenperspectief
 Wat wilde ik?
Als ik een activiteit doe ben ik meer gemotiveerd als ik het leuk vind.
 Wat deed ik?
Ik doe beter mee met activiteiten die ik leuk vind.
 Wat dacht ik?
Als ik het leuk vind doe ik beter mijn best.
 Wat voelde ik?
Ik voelde dat het makkelijker was om actief deel te nemen aan de les als we iets doen wat ik leuk vind.
• Fase 3: Bewust worden van essentiële aspecten
o Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Leerlingen doen beter hun best als je ze stof aanbiedt die aansluit bij hun beweeg motieven.
o Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
Als ik weet wat mijn leerlingen zoeken in een les kan ik ze dat aanbieden.
o Wat betekent dit nu voor mij?
Ik wil leerlingen extra motieveren door mijn stof zo aan te bieden dat de stof aansluit bij de beweeg motieven van mijn leerlingen.
o Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)?
Iedereen vind andere sport en bewegingsaspecten belangrijk. Hoe kom ik er achter wat de gemiddelde leerling zoekt in sport en bewegen?
• Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven
o Welke alternatieven zie ik?
Als ik een enquête houdt krijg ik duidelijk inzicht in de sport- en beweegreden ban mijn leerlingen.
o Welke voor en nadelen hebben die?
De resultaten zijn van de gemiddelde leerling en gelden dus niet voor alle leerlingen.
o Wat neem ik mee nu voor de volgende keer?
Ik neem een enquête af om een globaal beeld te krijgen wat leerlingen zoeken in sport en bewegingsactiviteiten, maar zorg er voor dat ik alle verschijningsvormen aanbod laat komen zodat er voor iedereen wat wils in mijn lessen zit.

Feedback
Mijn stagedocenten hebben de zelfde visie als ik: het is goed om te weten wat de leerlingen bezighoud, maar uiteindelijk moet er voor iedereen wat wils worden aangeboden en moet er veel gevarieerd worden in de activiteiten die we aan bieden.
Vervolg doel
Ik wil een duidelijk beeld krijgen wat de sport en bewegingsmotieven zijn van mijn leerlingen, maar wil alle verschijningsvormen aanbod laten komen zodat ik voor iedereen wat wils aanbied.

Mijn stagedocenten hebben de zelfde visie als ik: het is goed om te weten wat de leerlingen bezighoud, maar uiteindelijk moet er voor iedereen wat wils worden aangeboden en moet er veel gevarieerd worden in de activiteiten die we aan bieden.

Dit wil ik bereiken door een enquete te houden onder mijn leerlingen en zo overzichtelijk in kaart te brengen wat de beweegmotiven zijn van mijn leerlingen.

Gebruikt nationale vakkennis en aangedragen vakliteratuur om uitspraken te onderbouwen.
Aan het einde van mijn stage heb ik beschikking over de juiste vakliteratuur en weet ik in waar ik de correcte informatie uit moet halen en hoe ik dit moet vermelden en omschrijven.

Voor het voorbereiden van mijn lessen gebruik ik geregeld didactische werkvormen die ik uit literatuur hal. Ik vermeld deze echter zelden in de bronnenlijst in apa-stijl, omdat ik dat persoonlijk minder belangrijk vind in een lesvoorbereiding.

Mijn stage docenten snappen de keuzes die ik maak in mijn lesvoorbereidingen en vinden het sterk dat ik het kan onderbouwen met literuur als ze aan mij vragen waarom ik een bepaalde keuze heb gemaakt. Ik vind zelf dat ik goed gebruik maak van de kennis die ik op doe. Ik zou het nog wel netter kunnen vermelden in mijn lesvoorbereidingen.

Heeft vakinhoudelijke kennis.
Aan het einde van mijn stage heb ik al meer inhoudelijke vakkennis dan aan het begin. Dit zal gedurende de mijn tijd op de HAN alleen maar nog groter worden.

Mijn stagedocenten vinden dat ik voor een eerste jaars goed op weg ben en goed op de hoogte ben van belangrijke les geef aspecten.

Ik zelf vind dat ik goed op weg ben, maar er nog veel te leren valt. Ik kan les prima leiden, maar wil nog persoonlijker leren lesgeven.

Competentie doel
Aan het einde van mijn stage wil ik instaat zijn om iedere lesvoorbereiding te maken en te onderbouwen aan de hand van vakliteratuur.
Competentie doel behaald?
Reflectie
• Fase 1: handelen (=fase 5 vorige cyclus)
o Wat wilde ik bereiken?
Ik wilde dat ik keuzes die ik maak in mijn lesvoorbereiding kon onderbouwen met vakliteratuur.
o Waar wilde ik op letten?
Ik wilde er opletten dat ik mijn organisatievorm en leiderschapstijl aanpas op de activiteit en groep die ik lesgeef.
o Wat wilde ik uitproberen?
Ik wilde uitproberen of mijn lessen door juiste keuzes beter werden.
• Fase 2: Terugblikken op het handelen
o Wat gebeurde er concreet?
 Leerlingenperspectief (ik zelf)
 Wat wilde ik?
Ik wilde mijn onderbouwen aan de hand van vakliteratuur om mijn lessen te verbeteren.
 Wat deed ik?
Ik bedacht thuis hoe ik de les ging aanpakken en voerde dit op stage uit.
 Wat dacht ik?
Als ik bewust lesgeef aan de hand van theorieën worden mijn lessen beter.
 Wat voelde ik?
Ik voelde dat theorieën niet altijd van toepassing zijn en er ik naar de situatie moest kijken.
• Fase 3: Bewust worden van essentiële aspecten
o Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Het is goed om nagedacht te hebben over mijn les, maar ik moet ook blijven kijken en reageren op wat er gebeurt in mijn les.
o Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
Ik werk met mensen mensen zijn allemaal anders en situaties zijn altijd anders weten hoe is een, maar correct reageren is twee.
o Wat betekent dit nu voor mij?
Blijf opserveren en reageren op de situatie.
o Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)?
Kennis uit de literatuur helpt bij het verstaan van het vak en snappen waarom dingen gebeuren.
• Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven
o Welke alternatieven zie ik?
Ik kan mijn leerlingen meer leren als ik zelf meer weet.
o Welke voor en nadelen hebben die?
Meer kennis komt met de tijd en ik moet het nu doen met de kennis die ik heb.
o Wat neem ik mee nu voor de volgende keer?
Blijf leren, blijf vooruit gaan, daar word ik een beter lesgever van.

Feedback
Mijn stagedocenten vinden dat ik goed op weg ben en dat ik naar mijn leerlingen weet uit te stralen dat ik verstand heb van zaken.
Vervolg doel
Ik wil kunnen verklaren waarom dingen gebeuren aan de hand van vakliteratuur.

Dit wil doen door mijn lesvoorbereidingen te onderbouwen met vak literuur en de bronnen te vermelden volgens apa richtlijnen.
Heeft een goed beeld van persoonlijke ontwikkeling op alle ALO competenties.
Aan het einde van mijn stage heb ik een gedetailleerd beeld van waar ik sta in mijn persoonlijke ontwikkeling op alle ALO competenties.

Mijn stage docenten vinden dat ik goed en bewust bezig ben met mijn ontwikkeling. Ze zijn het ook eens met de leerpunten die ik voor mezelf benoem na de les als ik deze heb gegeven.

Competentie doel
Aan het einde van mijn stage wil ik een goed beeld hebben van mijn persoonlijke ontwikkeling.
Competentie doel behaald
Reflectie
• Fase 1: handelen (=fase 5 vorige cyclus)
o Wat wilde ik bereiken?
Ik wilde dat ik bewust ben van waar ik sta in mijn ontwikkeling als professional.
o Waar wilde ik op letten?
Ik wilde er opletten dat ik mijn lessen systematisch evalueer.
o Wat wilde ik uitproberen?
Ik wilde proberen mijn leerdoelen van de voorgaande les mee te nemen naar de komende lessen.
• Fase 2: Terugblikken op het handelen
o Wat gebeurde er concreet?
 Leerlingenperspectief (ik zelf)
 Wat wilde ik?
Ik wil dat ik leerlingen kan motieveren om hun plaats te vinden in de beweegcultuur.
 Wat deed ik?
Ik probeerde mijn leerlingen kennis te laten maken met zoveel mogelijk activiteiten.
 Wat dacht ik?
Hoe beter ik les kan geven hoe meer leerlingen ik aan het bewegen krijg buiten school.
 Wat voelde ik?
Ik voelde dat om beter te worden ik moet weten waar ik sta in mijn ontwikkeling.
• Fase 3: Bewust worden van essentiële aspecten
o Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Ik moet weten waar ik aan moet werken zo dat ik er aan kan werken en beter kan worden.
o Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
School zorgt dat ik de kennis krijg om een goede lesgever te worden.
o Wat betekent dit nu voor mij?
Het is aan mij de taak om deze kennis eigen te maken en toe te passen in het werkveld.
o Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)?
Om beter te worden moet ik bewust zijn van waar mijn aandachtpunten liggen.
• Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven
o Welke alternatieven zie ik?
Ik luister naar de mening van mijn leerlingen, stagebegeleider en mezelf en daar een conclusie uit halen.
o Welke voor en nadelen hebben die?
Mijn sterktes zijn ook mijn grootste zwaktes. Het niet zwart het is niet wit, het is grijs en allemaal maar relatief.
o Wat neem ik mee nu voor de volgende keer?
Ik moet bewust blijven van mijn zwaktes en daar aan werken.

Feedback
Mijn stagedocenten vinden dat ik een goed beeld heb over waar ik sta in mijn ontwikkeling als professional. Ze vinden ook dat ik soms er hard ben vorm mezelf wat ik prima vind, want ik hoef niet altijd mijn doen binnen een les te kunnen halen, zolang ik er maar naar streef.
Vervolg doel
Aan het einde van mijn stage wil ik een goed beeld hebben van mijn persoonlijke ontwikkeling.

Dit wil ik bereiken door iedere dag minstens één keer te evalueren met de stage docent en zelf thuis de evaluatie uit te werken.
• Fase 1: handelen (=fase 5 vorige cyclus)
o Wat wilde ik bereiken?
Ik wilde dat ik gepaste doelstellingen kan formuleren voor mijn leerlingen.
o Waar wilde ik op letten?
Ik wilde er op letten dat iedereen kan participeren aan de activiteit die ik aanbied en dat het niveau van de activiteiten hoog genoeg is dat mijn leerlingen nieuwe dingen kunnen leren en daardoor gemotiveerd worden.
o Wat wilde ik uitproberen?
Ik wilde uitproberen waar de balans ligt tussen doel en persoonsgericht les geven.
• Fase 2: Terugblikken op het handelen
o Wat gebeurde er concreet?
 Leerlingenperspectief
 Wat wilde ik?
Ik wil tijdens mijn les lekker bezig zijn en uitgedaagd worden om mijn grenzen te verlegen.
 Wat deed ik?
Als de activiteit de makkelijk was ging ik zelf op zoek naar iets om mezelf te vermaken. Als een activiteit de moeilijk was had ik geen motivatie om actief deel te nemen aan de les.
 Wat dacht ik?
Ik wil nieuwe dingen leren, maar ik wil het ook vooral leuk hebben.
 Wat voelde ik?
Ik voelde dat ik gemotiveerd werd om nieuwe dingen op het moment dat ik een doel kreeg die ik kon halen als ik mijn best er voor deed.
• Fase 3: Bewust worden van essentiële aspecten
o Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?
Leerlingen willen een activiteit die ze uitdaagt, maar met inzet wel haalbaar is.
o Wat is daarbij de invloed van de context/de school als geheel?
Leerlingen doen alleen moeite als ze van te voren weten dat ze hun doel kunnen halen.
o Wat betekent dit nu voor mij?
Ik moet mijn doelen nog meer afstellen per persoon en zorgen dat ze gemotiveerd worden door dat zij zelf iets willen bereiken.
o Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)?
Het verschil tussen mijn leerlingen is een norm. Ik als lesgever moet met alles wat ik doen meerdere op meerdere niveaus les geven en mijn leerlingen motiveren om zichzelf uit te dagen en zo succes te laten beleven.
• Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven
o Welke alternatieven zie ik?
Persoonlijker les geven en leerling helpen met het stellen van een doel voor de les.
o Welke voor en nadelen hebben die?
Leerlingen zullen doordat ze zelf een doelstellen voor de les zichzelf gemotiveerder deelnemen aan mijn lessen.
o Wat neem ik mee nu voor de volgende keer?
Ik wil mijn leerlingen bewust voor zichzelf een doel
excuses voor de kleine letters
Excuses voor de kleine letters
Excuses voor de kleine letters
Excuses voor de kleine letters
LETOP! => In han sis is volleybal is een 5 ipv een 6 dit moet nog gewijzigd worden door Appie.
zelfreflectie:
Sterke punten
Ik eis stilte door leerlingen persoonlijk aan te spreken op het de gevolgen van hun daden voor de groep en ze bewust te maken van mijn gevoel.

Ik leg uit aan de hand van een plaatje.

Ik benoem aandachtspunten voor de beweging.

Ik verwijs terug naar mijn eigen regels: als ik praat zijn jullie stil.

Ik benoem voor af de consequenties die ik neem als de leerlingen mijn regels overtreden.

Ondanks de drukke groep die mij telkens onderbreekt blijf ik rustig en straal ik rust uit. Ik blijf de leerlingen ook belonen door complimentjes als ze wel stil zijn.

Ik gebruik lichaamsbewegingen om mijn uitleg te verduidelijken.
Zwakke punten
Mijn uitleg duurde langer dan de spanningsboog van mijn leerlingen groot was.

Als ik iemand aanspreek doe ik dan zonder de naam te gebruiken. Als ik iemands naam noem is het meen al een stuk persoonlijker.

Ik had er voor kunnen kiezen om aan het begin van mijn uitleg er even iemand uit te knikkeren of om een leerling te verplaatsen zodat het voor de leerlingen duidelijk was wat ik van ze verwachte.

Organisatie stond nog niet 100% klaar waardoor de leerlingen net iets langer moesten wachten en ik de leerlingen de rug toe moest keren om de situatie klaar te zetten.

Ik vind dat ik best wat meer mag lachen.
Conclusie
Al met al vond ik het niet mijn beste les met deze klas. Dit doordat zij drukker waren dan normaal omdat ze deze dag 3 proefwerken hadden en het vrijdag was. Didactisch gezien ben ik wel tevreden. Mijn uitleg duurde te lang, maar het is bij deze groep erg belangrijk dat ik aangeeft tot waar ze kunnen gaan en wacht tot dat ik de aandacht weer heb voordat ik verder ga met mijn uitleg. De belangrijkste verbeter punten liggen voor in het inkorten van de uitleg door minder te praten om de uit eindelijke opdracht heen. Direct het plaatje er in knallen en aandachtspunten benoemen om vervolgens snel aan de bak te kunnen gaan.
Koppeling beroepsprofiel:
Door op de juiste wijzen les te geven en te coachen stimuleer je de sportparticipatie van je leerlingen. Het gedrag verandert en de leerlingen krijgen een gezondere levensstijl. Om op de juiste wijze les te geven en te coachen moet de sportdocent de juiste bestuurs en management vorm gebruiken en actief ondernemen en innoveren om zijn sport en bewegingslessen aan te laten sluiten bij de wensen en behoeftes van de leerlingen.

Kortom alles staat met elkaar in verband. Nu verschilt "de juiste wijze" per leerling en is er geen vaste regel voorgeschreven in de literatuur, alleen richtlijnen.

Deze uitleg was dan ook niet ideaal als je kijkt naar het beroepsprofiel. Nu ik het bij het VMBO ook zaak dat je de leerlingen duidelijkheid bied en een stukje opvoed met normen en waarden uit de sport. Deze uitleg zal dan ook zeker niet direct de sportdeelname van mijn leerlingen verhogen, maar was op dit moment voor deze groep wel nodig.
Conclusie
Het afgelopen jaar heb ik alles gehaald. Er staat geen een onvoldoende op mijn cijferlijst alle studie punten zijn binnen.

Ik vind het moeilijk om weer te geven wat ik allemaal heb geleerd het afgelopen jaar, dit omdat ik heel veel heb geleerd. Het beheersen van de theorie is één, daar ligt de basis. Theorieën helpen mij bij het inschatten van mensen en mijn gedrag daarop aan te passen zodat doelen kunnen worden bereikt.

Doordat ik het afgelopen jaar veel over de ontwikkeling (sociaal emotioneel, cognitief, motorisch) van mensen (kinderen specifiek) snap ik steeds beter waarom zaken zo lopen als dat ze lopen in een les. Ik herken steeds vaker gedrag en weet sneller hoe ik er mee om moet gaan.

Wat voor mij een belangrijke ontdekking was dit jaar is dan ook dat lesgeven een sociale wetenschap is. Klinkt misschien stom, maar voor mij was het best wel een dingetje toen ik realiseerde dat de perfecte les/lesgever niet bestaat. Mijn grootste sterkte, mijn duidelijkheid is ook meteen mijn grootste zwakte.

Ik denk dat ik mijn propedeuse verdien niet eens omdat ik al mijn studie punten binnen heb en overal een voldoende voor heb gehaald dit jaar, maar omdat ik de kennis die ik heb op gedaan al grotendeels toepas in de praktijk. Ik heb nog veel te leren en zal ook nooit uitgeleerd raken, maar de basis is het afgelopen jaar gelegd.
Toekomst
Zoals ik net al aangaf heb ik nog een lange weg te gaan en zal ik nooit uitgeleerd raken. Ik wil volgend jaar nog meer kennis op doen en zorgen dat ik een echte vak idioot word (als ik dat nog niet ben..).

Ik wil een sportdocent worden die niet alleen leuke lesjes gym geeft, maar ook leerlingen inspireert. Sport zie ik als middel om mooie dingen te bereiken. Sport kan gebruikt worden om structuur te bieden in een leven, om normen en waarden aan te leren of om gezonder te worden. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Ik hoop later leerlingen te kunnen inspireren om deel te nemen aan de sportcultuur. Niet omdat ik vind dat iedereen moet sporten omdat sport goed is, nee. Ik hoop dat leerlingen iets in sport vinden wat ze gelukkiger maakt.

Mijn jeugd was niet altijd even prettig. Sport hielp en helpt mij nog steeds te ontspannen. Sport helpt mij altijd om even uit de drukte van het dagelijkse leven te stappen zodat ik daarna weer met volle energie problemen kan tackelen die ik tegen kom in mijn leven.

Ik zeg niet dat sport voor iedereen de zelfde diepe betekenis moet hebben als dat sport die voor mij heeft. Wel ga ik graag op zoek mijn toekomstige leerlingen wat er voor hun in de sport te halen valt.

Ja ik weet het van mezelf ik een idealist, maar ik vind dat doelen niet altijd behaald hoeven te worden. Als je al je doelen haalt in je leven leg je gewoon weg de lat niet hoog genoeg.
The End
Leraar SBO in het PO 1
Beroeps taak: Les en leiding geven
Competenties: Alle
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE heb ik kennis gemaakt met klassikaal les geven en het leiden van een spel activiteit. Deze OWE was vooral oriënterend, een eerste kennismaking met lesgeven in het sport en bewegingsonderwijs.

Simpele aspecten zoals positie, praatje plaatje daadje werden hier behandeld. Eingelijk sprak alles voor zich, maar het is toch goed om het een keer gehoord te hebben.

Deze OWE was niet erg diepgaand, maar wel erg belangrijk voor mijn persoonlijke ontwikkeling als lesgever.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 6
Projectmatigwerken
Beroeps taak: Management en organisatie
Competenties: Samenwerken, Professionele ontwikkeling & Kennis ontwikkeling
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE heb ik kennis gemaakt met hoe er word samengewerkt tijden projecten op een HBO. Dit is gedurende dit jaar erg van pas gekomen aangezien we iedere periode wel een project hebben gehad waar we moesten samenwerken.

Later als ik zelf binnen een sectie LO kom te werken of als combinatie functionaris is dit ook een skill die van pas zal komen. Door dat je je werk gestructureerd aan pakt krijg je meer gedaan in minder tijd en kom je professioneel over.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 8.0
Leraar SBO in het PO 2
Beroeps taak: Les geven en coaching
Competenties: Alle
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE heb ik veel geleerd over de ontwikkeling van kinderen. Zo kwamen in deze OWE onder andere de volgende ontwikkelingstheorieën van de volgende mensen aan bod:

- Piaget
- Vygotsky
- Freud
- Erikson
- Freud

Door deze theorieën werd het voor mij nog duidelijker hoe kinderen een les ervaren en hoe daar op in te spelen. Het is belangrijk als toekomstig docent SBO om te snappen hoe kinderen zich ontwikkelen zodat je snapt waar gedrag vandaan komt zodat je daarop kan inspelen.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 6
Innovatief speel plein
Beroeps taak: Ondernemen en Innovatie
Competenties: Samenwerken, Kennisontwikkeling & professionele ontwikkeling
Bestudeerde literatuur:

Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE ben ik nog bewuster geworden van het feit dat alle leerlingen anders zijn. Ook heb ik geleerd hoe ik een project waarbij verschillende groepen een belang hebben aanpakt en hoe je een afweging maakt zodat iedere groep tevreden blijft.

Hieronder een video van het eindresultaat. Dit schoolplein heb ik samen met Hilde Maurits voor de Hazesprong ontworpen. Let op er zit audio bij.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 7.0
Leraar SBO in het VO 1
Beroeps taak: Les geven en Coaching
Competenties: Alle
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd:
Tijdens deze OWE is mijn visie op wat SBO zou moeten voor mij persoonlijk bij gesteld en verduidelijkt. Verder zijn we tijdens deze OWE verder ingegaan op ontwikkelingstheorieën van:

- Piaget
- Selman
- Elkind
- Sternberg

Door deze theorieën is het voor mij nog duidelijker geworden waarom leerlingen op een bepaalde manier reageren en hoe ik daar het beste mee om kan gaan. Ik vond dit een van de moeilijkste OWE's van het jaar, maar ook zeker een van de belangrijkste en leerzaamste OWE's van het jaar.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 6.0
Sport, Bewegen en Gezondheid
Beroeps taak: Onderzoek, Presenteren en Gezondheid.
Competenties: Kennisontwikkeling en professionele ontwikkeling
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE heb ik een trainingsschema geschreven voor mezelf om de zevenheuvelenloop te lopen. Om dit te kunnen doen moest ik kennis krijgen over energiesystemen, spieren en trainingswetenschappen. Persoonlijk vond ik dit erg interessant. Ik snap nu waarom je bepaalde zaken ervaart als je aan het sporten bent en hoe daar mee om te gaan. Ook snap ik dat iedereen anders is een weet hoe ik trainingsschema's moet opbouwen die daar rekening mee houden.

Ik heb deze OWE afgesloten met een 7.0
OWE's in de propedeuse:
In de propedeuse hebben ik verschillende OWE's gehad om aan de weg te timmeren in mijn ontwikkeling als professional. Ik heb er voor gekozen om kort toe te lichten welke OWE's ik heb had, wat in de OWE's centraal stond en wat ik het belangrijkste vond wat ik er van heb geleerd.

Natuurlijk doe ik hierbij de OWE's een te kort, maar het gaat mij er vooral om dat ik laat zien dat ik snap waar de OWE's van de propedeuse over gaan en wat het nut van deze OWE's is.

Persoonlijk vind ik mijn ontwikkeling als lesgever nog belangrijker. Met andere worden, hoe pas ik de theorie die ik op de ALO leer in praktijk toe. Het is dan ook van daar dat ik straks dieper inzoom op de ontwikkeling die ik tijdens mijn stages heb ervaren en tijdens mijn video analyse terug koppel naar de ontwikkelingstheorieën die ik het afgelopen jaar heb geleerd.
Leraar in SBO in het VO 2
Beroeps taak: Les geven en Coaching
Competenties: Alle
Bestudeerde literatuur:
Wat heb ik geleerd?
Tijdens deze OWE heb ik geleerd hoe ik leerlingen kan stimuleren om deel te nemen aan mijn lessen. Dat kan ik nu doordat ik weet wat de behoeftes zijn van mijn leerlingen en ik nu daarop in kan spelen. Ook heb ik mijn kijk op sport verandert. Wat sport eigenlijk is en hoe breed dit geïnterpreteerd kan worden. Theorieën van de volgende mensen hebben mij daarbij geholpen:

- Crum
- Bax
- Steenbergen
- Van Heij
- Van Reusel

Veranderingen in de maatschappij zorgen voor veranderingen in de sportcultuur. De sportcultuur hoe wij die nu in Nederland kennen is ontstaan daar een serie maatschappelijke veranderingen die gedurende de geschiedenis hebben plaats gevonden.

Cijfer moet nog volgen
Sportstimulering:
Beroeps taak: Samenwerken en sportstimulering
Competenties: Samenwerken, kennisontwikkeling & Professionele ontwikkeling
Bestudeerde literatuur: Diverse wetenschappelijke artikelen.
Wat heb ik geleerd?
Later zal ik veel moeten samenwerken als docent SBO. Tijdens dit project hebben we veel samengewerkt en leren onze argumenten te onderbouwen met de juiste literatuur.

Uit eindelijk is het doel van de HAN ALO een leven lang sport. Door te snappen wat er speelt binnen de sportcultuur kunnen wij hier op inspelen en zorgen dat ons hogere doel bereikt word. Dit gaat natuurlijk niet van zelf en het is dan ook zaak dat wij als toekomstig docenten SBO snappen wat de behoeftes zijn van onze leerlingen zodat wij hierop in kunnen spelen.

Cijfer moet nog volgen
Piaget: Abstract-logisch denken
Deze groep leerlingen zijn instaat om abstract-logisch te denken. De aandacht punten die ik aan de groep mee geef zijn hier op gebaseerd. Ik vertel namelijk waar ze op moeten letten en laat ze zelf beredeneren wat daarvan de gevolgen zijn. Dit kan kunnen alleen leerlingen die in de Formeel operationele stadium zitten.

De toets: "de ontwikkeling van het kind" heb ik met een voldoende afgesloten. Ik snap de theorie en kan deze toepassen in de praktijk.
Dit is het einde van deze prezi. Ik hoop dat ik u er van heb kunnen overtuigen dat ik het het halen van de propedeuse waardig ben. Bedankt voor het lezen en beoordelen van deze presentatie.

Met vriendelijke groet,


Corné Stoop
Sport vaardigheden
Tijdens dit blok kwamen de onderstaande sport vaardigheden aan bod:
(*voor de sport het behaalde cijfer)

- 6.0 Volleybal PO
- 7.0 Klimmen PO
- 8.0 Atletiekspelen PO
- 9.0 Stoei judo PO
Sport vaardigheden
Tijdens dit blok kwamen de onderstaande sport vaardigheden aan bod:
(*voor de sport het behaalde cijfer)

- 9.0 Turnen PO
- 8.0 Balspelen PO
- 7.0 Bewegen op muziek PO
- 6.0 Korfbal PO
Sport vaardigheden
Tijdens dit blok kwamen de onderstaande sport vaardigheden aan bod:
(*voor de sport het behaalde cijfer)

- 8.0 Circus VO
- 6.0 Squash-Tennis VO
- 8.0 Zwemmen VO
- 8.0 Turnen VO

Sport vaardigheden
Tijdens dit blok kwamen de onderstaande sport vaardigheden aan bod:
(*voor de sport het behaalde cijfer)

- 7.0 Basketbal VO
- 7.0 Softbal VO
- 7.0 Atletiek VO
- 8.0 Rugby/Flagfootball VO

Video analyse
Cognitief
Deze leerlingen nemen alleen informatie in een keer op als er verder geen afleidingen zijn.

Aan het einde van mijn uitleg vat ik deze kort samen zodat ik mijn leerlingen alles twee keer hebben gehoord en zeker op de hoogte zijn van alle regels.

Het stellen van leer vragen heeft nog een doel; doordat ik vragen stel betrek ik mijn leerlingen extra bij mijn uitleg en hun eigen leerproces.

tijdens de les zelf leg ik af en toe het spel stil om een uitleg te geven aan de hand van een spel situatie die voor is gekomen in het spel.
Sociaal-emotioneel
Mijn leerlingen zitten in de puberteit. In deze fase van hun leeftijd zijn veel mensen onzeker over zichzelf. Daarom moedig ik tijdens de les het verhogen van de lat voor je zelf sterk aan. Dit doe ik door leerlingen positieve feedback te geven zodat ze zelfvertrouwen krijgen en door mooie acties te complimenteren.

Het contact met de ouders neemt af tijdens de pubertijd. Vrienden en vriendinnen zijn steeds belangrijker. De nadruk ligt ook niet zozeer altijd op eigenbelang, maar groepsbelang. Ik probeer daar op in te spelen als ik les geef. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat de hele groep op iemand moet wachten en dat dat niet handig is.

Enkele jongens vertonen risico gedrag. Het is zaak dat ik ze uitdaag om hun grenzen te verlegen, maar ik moet er ook voor zorgen dat ik de veiligheid bewaar en er geen ongelukken gebeuren.
Motorisch
Gedurende deze leeftijd veranderen de lichamen van mijn leerlingen erg snel. Het kan daardoor zijn dat de coördinatie van mijn leerlingen tijdelijk is afgenomen. Het is vandaar dat ik tijdens het spel vooruit kijk naar de volgende 5 leerlingen die op de bank zitten en soms kies om wat leerlingen te wisselen.
Video Tsjoekbal
zelfreflectie:
Sterke punten
Ik vertel duidelijk wat ik van mijn leerlingen verwacht en wat de consequenties zijn als ze dat niet doen.

Ik geef vraag gestuurd mijn uitleg waardoor ik iedereen bij mijn uitleg betrek.

Ik gebruik lichaamsbewegingen om mijn uitleg te verduidelijken.

Ik speel in op de op de persoonlijke relatie die ik heb met de leerlingen door zo nu en dan mee te lachen en leerlingen te betrekken bij mijn uitleg.

Ik denk dat ik erg enthousiast over kom dit overdraag aan de groep.
Zwakke punten
Ik maak tijdens deze uitleg niet direct gebruik van een plaatje.

Ik was de buiten spel regel vergeten. Gelukkig was dit na een minuut makkelijk op te lossen door even kort het spel stil te leggen, iets toe te lichten en door te gaan.

Ik liet tijdens het namen controleren iemand drie keer moeten waarschuwen. Ik had deze jongen de eerste keer strenger aan moeten pakken zodat ik er daarna geen last meer van had gehad.
Conclusie
Deze leerlingen zijn ook drukker dan normaal omdat het vrijdag is en ze in een periode met veel toetsen voor de vakantie zitten. Toch vond ik dit een erg leuke les en heb ik goed met deze groep kunnen samen werken. De leerlingen houden van een dolletje, maar respecteren mij als lesgever om de momenten dat ik daar om vraag. Ik heb het spel niet direct in een plaatje laten zijn tijdens deze uitleg, maar heb de leerlingen bij de uitleg proberen te betrekken door het stellen van vragen. Ik denk dat dit in dit geval de goede keuze is geweest.
Koppeling beroepsprofiel:
Door op de juiste wijzen les te geven en te coachen stimuleer je de sportparticipatie van je leerlingen. Het gedrag verandert en de leerlingen krijgen een gezondere levensstijl. Om op de juiste wijze les te geven en te coachen moet de sportdocent de juiste bestuurs en management vorm gebruiken en actief ondernemen en innoveren om zijn sport en bewegingslessen aan te laten sluiten bij de wensen en behoeftes van de leerlingen.

Kortom alles staat met elkaar in verband. Nu verschilt "de juiste wijze" per leerling en is er geen vaste regel voorgeschreven in de literatuur, alleen richtlijnen.

Deze uitleg was wederom niet perfect, maar ik had zeker het gevoel dat de leerlingen van deze les vandaag op een positieve manier lekker bezig zijn geweest met sport. Ik denk ook dat dit toch wel een momentje van ontspanning was in deze voor hun drukken weken. De les die ik heb gegeven was op dit moment voor deze groep op de juiste vorm vormgegeven waardoor de leerlingen positieve ervaringen krijgen met sport. Dat zorgt er weer voor dat er stappen worden gezet in de richting van een leven lang bewegen, het doel van de HAN ALO.
Erikson: Identiteit versus rol verwarring
Deze leerlingen gaan door een periode waarin veel verandert en de sociale zekerheid af neemt. Leerlingen zijn niet altijd zeker van hun zaak. Ik probeer tijdens mijn lessen veel complimentjes te geven zodat de leerling zich gewaardeerd voelt voor wie ze zijn en wat ze kunnen. Hierdoor krijg ik een persoonlijkere band met de leerlingen en lopen ze uit eindelijk harder voor me. (letterlijk en figuurlijk) Dit doe ik ook tijdens de uitleg door mensen simpel weg te bedanken wanneer ze iets doen op de manier dat ik het graag zie.

De toets: "de ontwikkeling van het kind" heb ik met een voldoende afgesloten. Ik snap de theorie en kan deze toepassen in de praktijk.
7,5
7,0
Full transcript