Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Werkwoordspelling

No description
by

B Aarts

on 27 November 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Werkwoordspelling

Een zoektocht naar antwoorden Werkwoordspelling Wat is een werkwoord? De persoonsvorm Het onderwerp van de zin moet in
overeenstemming zijn met de persoonsvorm Werkwoorden vormen een woordsoort die een actie (doen/fietsen), gebeurtenis (sterven/glinsteren) of toestand (zijn/staan) uitdrukken of helpen uitdrukken. De persoonsvorm is een werkwoordsvorm. Meestal is de persoonsvorm het eerste werkwoord in een zin. De persoonsvorm geeft ons veel grammaticale informatie over de zin: hij geeft aan of de zin in het enkelvoud of meervoud staat, of de zin in de eerste, tweede of derde persoon staat, en in welke tijd de zin staat. De persoonsvorm is nauw verbonden aan het onderwerp van de zin; als het onderwerp een enkelvoud is, moet de persoonsvorm dat ook zijn; is het onderwerp een meervoud dan is de persoonsvorm dat ook:

1.De jongen fietst naar school. (onderwerp (de jongen) en persoonsvorm (fietst) zijn beide enkelvoud)
2.De jongens fietsen naar school. (onderwerp (de jongens) en persoonsvorm (fietsen) zijn beide meervoud) Voorbeelden zijn: aankleden, bakken, dromen, eten, fietsen, geven, houden, irriteren, juichen, koken, lachen, maken, nakijken, opereren, proesten, roepen, snoepen, trouwen, uitkijken, vissen, werken, zijn. 1. De zin vragend maken.
2. De zin in een andere tijd zetten.
3. De zin veranderen van enkelvoud naar meervoud.

Voorbeeld:
1. Joris moet daar vreselijk om lachen. Bepalen wat het onderwerp van de zin is, is in de meeste gevallen vrij makkelijk. Het onderwerp en de persoonsvorm moeten grammaticaal met elkaar overeenkomen; beide moeten bijvoorbeeld de eerste persoon enkelvoud zijn. Dat wordt ook wel congruentie genoemd. Als de persoonsvorm van enkelvoud naar meervoud verandert, verandert het onderwerp mee: De tegenwoordige tijd 1. Controleer of de zin daadwerkelijk in de tegenwoordige tijd staat. De tegenwoordige tijd is nu.
2. Controleer daarna of het werkwoord de persoonsvorm is. Dit doe je door de zin vragend te maken of de zin in meervoud/enkelvoud te veranderen.
3. Als dit beide klopt, zoek je het onderwerp van de zin. Kijk in het schema w.w.-spelling welke vervoeging bij je onderwerp hoort. De regels van de tegenwoordige tijd Onderwerp Vervoeging Enkelvoud Meervoud schema w.w.-spelling (cc) image by anemoneprojectors on Flickr ik
jij
hij, zij, het, men wij
jullie
zij alleen de ik-vorm / de stam ik-vorm + t ik-vorm + t het hele werkwoord het hele werkwoord het hele werkwoord Uitzondering:
Als je of jij achter de persoonsvorm staat, krijg je alleen de stam.
Controleer of je van het woordje je jij kan maken.

Werk jij op zondag?
Werkt je vader op zondag? De verleden tijd Er zijn 2 soorten werkwoorden in de verleden tijd:
1. De regelmatige werkwoorden
2. De onregelmatige werkwoorden De verleden tijd van regelmatige werkwoorden (cc) image by anemoneprojectors on Flickr hij, zij, het, men ik
jij wij
jullie
zij Enkelvoud Meervoud ik-vorm + de of te* ik-vorm + den of ten* Onderwerp Vervoeging * Je krijgt -te of -ten als de ik-vorm eindigt op een van de medeklinkers uit TaXi KoFSCHiP voorbeeld: ik fiets (de -s staat erin, dus ik fietste). Voorbeeld van -te:

1. Zijn vader (werken) vorig jaar
als conducteur.

De ik-vorm is werk (de letter -k
zit in TaXi KoFSCHiP, het
onderwerp (zijn vader) is
enkelvoud, dus er komt -te
achter.

1. Zijn vader werkte vorig jaar
als conducteur. 1. De jongen (beantwoorden) zojuist de vraag goed. Voorbeeld van -de
De ik-vorm is beantwoord (de
letter -d staat niet in het TaXi
KoFSCHiP, het onderwerp
(De jongen) is enkelvoud, dus
komt er -de achter.

1. De jongen beantwoordde
zojuist de vraag goed. De verleden tijd van onregelmatige werkwoorden Sommige woorden veranderen van klank en schrijfwijze. Hier zit geen
regelmaat in. We noemen deze woorden onregelmatig. http://www.muiswerk.nl/WRDNBOEK/ONREGELM.HTM http://www.fourlangwebprogram.com/fourlang/es/ww_nl_A.htm Wil je nog meer werkwoorden weten?
Klik dan op de onderstaande link. Hier staan alle 11901 werkwoorden uit de Nederlandse taal. Voltooid deelwoord Gisteren Vorige week 3 uur geleden in 1993 zojuist daarnet = geweest afgelopen weekend Het voltooid deelwoord of verleden deelwoord is in termen van taalkundige ontleding een deelwoord dat wordt gebruikt om het voltooide karakter van een toestand of handeling uit te drukken. Het voltooid deelwoord wordt hiertoe gecombineerd met de persoonsvorm van een hulpwerkwoord (in het Nederlands is dit hebben of zijn).

Voorbeelden:
Hij heeft die vraag beantwoord.
Hij wordt door de douane gecontroleerd.
Dat is vorige week gebeurd.
Joris heeft het hele stuk gefietst.
De minister heeft hard aan zijn voorstel gewerkt. NU op dit moment Wanneer krijg je een -d en wanneer een -t aan het einde van het woord?
Gebruik ook hier de regels van het TaXi KoFSCHiP --> -t.
Bekijk de ik-vorm van het woord bijvoorbeeld van het werkwoord pakken = ik pak. De -k staat in het TaXi KoFSCHiP, dus hij heeft dat cadeau gepakt. UITZONDERING Als de medeklinker uit het hele werkwoord verandert bij de ik-vorm van een -v naar een -f of van een -z naar een -s.
Je krijgt dan een -d aan het einde van het voltooid deelwoord. Hij heeft geverfd. Z S v f Dat heeft hij verwaarloosd. Een voltooid deelwoord wordt ook wel eens gebruikt
als bijvoeglijk naamwoord. Het is dan geen werkwoord meer, maar
vergelijkbaar met woorden als "lang", "groen", "sterk": het zegt iets over het woord dat erna komt.

De groene trui.
De lange weg.






Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord Wat is een bijvoeglijk naamwoord? Bijvoeglijke naamwoorden geven een eigenschap of toestand aan van een zelfstandig naamwoord. Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak direct voor het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen, maar kunnen ook als apart zinsdeel voorkomen. Enkele voorbeelden:

•de blonde jongen
•de dronken vrouw
•de ovale tafel
•de gemaakte opdracht
•het gouden kettinkje
•de kapotte trui
•de beantwoorde vraag Engelse werkwoorden in de Nederlandse taal
http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden klik op de link faxte ge-e-maild gamede gebreakdancet gerecycled 1.a. Sam en Milan spelen verstoppertje.
b. Sam speelt verstoppertje.

2.a. De kinderen bakken een cake.
b. Lysanne bakt een cake.

3.a. Gisteren oefenden de bandleden tot diep in de nacht.
b. Gisteren oefende het bandlid tot diep in de nacht.

4.a. De wekkers gingen af.
b. De wekker ging af. Zin:
De politie (bieden) hulp aan alle burgers. 1. Nico is dol op gerookte paling. 2. De geplukte aardbeien kun je meteen opeten. 3. De uitgeputte mannen liggen in het gras. 4. Hoeveel gebrande cd's heb jij? 5. Het gestrande schip moest worden gesloopt. uitgepute Uitzondering
Als in de stam/ik-vorm de -Z verandert in een -S
en de -V verandert in een -F

Krijg je altijd -de(n) Voorbeeld:
Gisteren (verven) hij het hek blauw, vandaag (verven) hij het rood.

De jongens (bonzen) vorige week keihard tegen de muur. TaXi-KoFSCHiP is voltooid een vorm van verleden tijd Het schip strandde op de kust. (gewoon verleden tijd)
Het schip is gestrand. (voltooid deelwoord)
Het gestrande schip trekt veel aandacht. (bijvoeglijk gebruikt)

De vijand verwoestte het gebouw. (gewoon verleden tijd)
Het gebouw is verwoest. (voltooid deelwoord)
Het verwoeste gebouw staat er verlaten bij. (bijvoeglijk gebruikt) ZO KORT MOGELIJK OPSCHRIJVEN Bij werkwoorden is de regel: 1. Het (trouwen) stel ging op huwelijksreis.

2. De (faxen) brief werd met spoed verstuurd.
Full transcript