Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Fonologie

No description
by

Marlies van den Berg

on 4 December 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Fonologie

Fonologie
Marlies van den Berg
Marlin Buschers

Fonologie
1 tegen 100

Vraag 5
Verschillende soorten uitspraak noem je?

A:
B:
C: Allofoon
A"
Vraag 4
Antwoord:

A: Op 1 plek verschil in klank en toch verschil van betekenis
B: De minimale kracht van klanken om woorden te onderscheiden
C: Minimaal verschil waardoor de betekenis niet verloren gaat
Vraag 6
Welke term kan je koppelen aan het verschil tussen de eerste klank in kiel en de eerste klank in koel?
A: Fonemisch verschil
B: Allofonisch verschil
C: Minimaal verschil
Vraag 1
Waar staat fonologie voor?
Vraag 5
Waar of niet waar?
A: Waar
B: Niet waar
Vraag 7
Hoe kan je "allofonen" het beste omschrijven?
A: Twee fonetisch verschillende klanken die geen verschillende fonemen zijn.
B: Twee verschillende klanken die ook verschillende fonemen zijn.
C: Twee fonemen die geen verschillende klanken hebben,
Vraag 8
Een verzameling van alle fonemen van een taal vormt het....
A: Schriftsysteem
B: Klanksysteem
C: Toontalensysteem
Vraag 9
Welk begrip komt in de video naar voren?
A: Tonemen
B: Plofklank
C: Assimilatie
Vraag 10
Vraag 2
Wat bedoelen we met " distinctiviteit"?
A: Onderscheidingskracht: betekenisverschil
B:
Antwoord:
Vraag 11
Vraag 12
Vraag 2
Welk begrip past bij "betekenisonderscheidend"
A: Foneem
B: Klanksysteem
C: Distinctiviteit
A: Foneem= Betekenisonderscheidende klank
B: Klanksysteem
C: Distinctiviteit= Kracht van klanken om woorden van elkaar te onderscheiden
Vraag 14
A: De leer van de klanken als relevante eenheden van een taalsysteem
B: Herkennen klanken, klemtoon
C: Morfofonologische regels, herkennen klanken
Kies het beste antwoord:

Wat is een minimaal paar?

A: Op 1 plek verschil in klank en toch verschil van betekenis
B: De minimale kracht van klanken om woorden te onderscheiden
C: Minimaal verschil waardoor de betekenis niet verloren gaat
A: De leer van de klanken als relevante eenheden van een taalsysteem
B: Herkennen klanken, klemtoon
C: Morfofonologische regels, herkennen klanken
Niet alle klanken en niet alle combinaties van klanken zijn in elke taal mogelijk.
A: Waar
B: Niet waar
brak- mrak
A: Fonemisch verschil= verschil tussen b en p
B: Allofonisch verschil= worden op een andere plaats in de mond gemaakt
C: Minimaal verschil
Hoe kan je "allofonen" het beste omschrijven?
A: Twee fonetisch verschillende klanken die geen verschillende fonemen zijn.
B: Twee verschillende klanken die ook verschillende fonemen zijn.
C: Twee fonemen die geen verschillende klanken hebben,
Vraag 3
De onderzoeker zegt: " soms zegt de klank van een woord iets over de betekenis".
Welk begrip hoort hierbij?
A: Allofoon
B: Morfeem
C: Foneem
A: Allofoon
B: Morfeem
C: Foneem
10.00-12.00
http://www.npo.nl/het-klokhuis/28-11-2012/NPS_1208795
http://www.npo.nl/ruben-vs-geraldine/10-11-2014/BNN_101370841
26.25
A: Tonemen= toononderscheidingen
B: Plofklank
C: Assimilatie
A: Schriftsysteem
B: Klanksysteem
C: Toontalensysteem
Wat is geen distinctief kenmerk?
A: Stem
B: Nasaliteit
C: Assimilatie
A: Stem
B: Nasaliteit
C: Assimilatie
Wat wordt er bedoeld met het kenmerk nasaal?

A. Klanken worden gemaakt op een andere manier dan met een open mondholte
B. Kenmerk heeft betrekking op de manier van articulatie van klanken
C. Klanken worden geproduceerd zonder turbulentie in het spraakkanaal
A. Klanken worden gemaakt op een andere manier dan met een open mondholte
B. Kenmerk heeft betrekking op de manier van articulatie van klanken

C. Klanken worden geproduceerd zonder turbulentie in het spraakkanaal
Denk aan de klanken /b/: /m/ en /d/:/n/.
Een ‘makkelijke’ vraag tussendoor.
Wat zijn klinkers en wat zijn medeklinkers?

A. Klinkers zijn consonanten, medeklinkers zijn sonoranten
B. Klinkers zijn sonoranten, medeklinkers zijn vocalen
C. Klinkers zijn vocalen, medeklinkers zijn consonanten
A. Klinkers zijn consonanten, medeklinkers zijn sonoranten
B. Klinkers zijn sonoranten, medeklinkers zijn vocalen
C. Klinkers zijn vocalen, medeklinkers zijn consonanten

Bij de distinctieve kenmerken van vocalen bevinden zich een aantal kenmerken die betrekking hebben op de plaats in de mondholte. Waarin is het vocaalsysteem juist weergeven?
A. Als je uitspreekt i – e – a – o – u, merk je dat je voorin je mond begint met je tong en steeds verder naar achter gaat. Ook zit je bij de a het laagst in je mond.
A
B
Vraag 13
Een ‘makkelijke’ vraag tussendoor.
Wat zijn klinkers en wat zijn medeklinkers?

A. Klinkers zijn consonanten, medeklinkers zijn sonoranten
B. Klinkers zijn sonoranten, medeklinkers zijn vocalen
C. Klinkers zijn vocalen, medeklinkers zijn consonanten
D. Klinkers zijn consonanten, klinkers zijn vocalen
A. Klinkers zijn consonanten, medeklinkers zijn sonoranten
B. Klinkers zijn sonoranten, medeklinkers zijn vocalen
C. Klinkers zijn vocalen, medeklinkers zijn consonanten
D. Klinkers zijn consonanten, klinkers zijn vocalen
Vraag 13
Vraag 14
Vraag 15
Vraag 16
Vraag 17
Vraag 18
Bij morfofonologie worden processen die optreden bij het aan elkaar plakken van morfemen bestudeerd. Wat is geen morfofonologisch proces?
A: Insertie
B: Assimilatie
C: Articulatie
A: Insertie
B: Assimilatie
C: Articulatie
is geen morfofonologisch proces. Voor de toets hoef je alleen het morfonologisch proces assimilatie te kennen.
Wat gebeurt er met het volgende woord als je het uitspreekt?
Voetzoeker /vut/ + /zuk +'r/
A [vutzuk'r]
B [vutsuk'r]
C [vudsuk'r]
A [vutzuk'r]
B [vutsuk'r]
C [vudsuk'r]
Het foneem /z/ krijgt de stemloze uitspraak [s].
Wat gebeurt er met het volgende woord als je het uitspreekt?
Platvoeten /plat/ + /vut + 'n/

A. [platfut']
B. [platvut'n]
C. [platfut'n]
A. [platfut']
B. [platvut'n]
C. [platfut'n]
Door de plofklank van t wordt de /v/ een [f]
Bij welk van de volgende woorden is er geen sprake van assimilatie?

A: Bankstel
B: Opzadelen
C: Dekzeil
A: Bankstel
B: Opzadelen
C: Dekzeil
Veel schriftsystemen zijn alfabetisch.
Dat betekent dat elke klank correspondeert met een apart letterteken. Is dit het geval met het Engels?

A: Ja

B: Nee
A: Ja

B: Nee
In het filmpje zie je verschillende lettertekens, maar deze lettertekens komen niet overeen met het aantal fonemen.
0.00-0.25
Wat is bij "zoek" een morfeem en een allomorf?
Zoek /zuk/ > [zuk], [suk]

A: Morfeem /zuk/ allomorf [zuk] , [suk]

B: Morfeem [zuk], [suk] allomorf /zuk/
A: Morfeem /zuk/ allomorf [zuk] , [suk]


B: Morfeem [zuk], [suk] allomorf /zuk/
Morfemen zijn de abstracte betekenisvolle eenheden waar de feitelijke vorm van wordt afgeleid. Allomorfen corresponderen met de vormen die we feitelijk horen.
Vraag 17
Veel schriftsystemen zijn alfabetisch.
Dat betekent dat elke klank correspondeert met een apart letterteken. Is dit het geval met het Engels?

A: Ja

B: Nee
A: Ja

B: Nee
In het filmpje zie je verschillende lettertekens, maar deze lettertekens komen niet overeen met het aantal fonemen.
0.00-0.25
Full transcript