Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Development Psychology

No description
by

Lonneke van de Weijer

on 13 March 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Development Psychology

BIOLOGY
Celdeling
Cel
Chromosoom
DNA
4 Stikstof-
basen:
-Adenine
-Thymine
-Cytosine
-Guanine
DNA ladder
gesplitst,
daarna weer gekoppeld
Mitose
Meiose
1. Interfase
-De chromosomen zijn draadvormig en niet zichtbaar.
-Er vindt DNA-replicatie plaats.
2. Profase
-De chromosomen zijn zichtbaar doordat ze zich hebben gespiraliseerd.
-Elk chromosoom bestaat uit twee chromatiden.
-Het kernmembraan (celwand) verdwijnt.
3. Metafase
-De chromosomen liggen in een vlak midden in de cel (het equatoriaalvlak).
-Er ontstaat een spoelfiguur van trek- en steundraden vanuit de tegenover elkaar liggende delen van de cel (de polen) naar de centromeren van de chromosomen.
4. Anafase
-De trekdraden trekken de chromatiden van elk chromosoom uit elkaar.
5.
-Van elk chromosoom gaat een chromatide naar iedere pool.
-Elk chromatide is een afzonderlijk chromosoom geworden.
6. Telofase
-De chromosomen worden twee celkernen.
1 lichaamscel =
46 chromosomen =
Diploid
4. Anafase 1
-De trekdraden trekken de chromosomen naar de polen van de cel.
-Van elk chromosomenpaar gaat 1 chromosoom naar iedere pool.
3. Metafase 1
-De chromosomen van een paar liggen tegenover elkaar in het midden van de cel in het equatoriaalvlak.
-Er ontstaat een spoelfiguur van trek- en steundraden.
2. Profase 1
-De chromosomen zijn zichtbaar doordat ze zich hebben gespiraliseerd.
-De chromosomen van een paar komen bij elkaar te liggen.
-Elk chromosoom bestaat uit 2 chromatiden.
-Het kernmembraan verdwijnt.
1. Interfase
-De chromosomen zijn draadvormig en niet zichtbaar.
8. Anafase 2
-In beide cellen trekken de trekdraden de chromatiden van elk chromosoom uit elkaar.
- Van elk chromosoom gaat een chromatide naar iedere pool.
10.
-In de 4 cellen zijn de chromosomen weer draadvormig en niet zichtbaar.
5. Telofase 1
-Er ontstaan 2 cellen.
6. Profase 2
-In beide cellen komen de chromosomen in het equatoriaalvlak van de cel te liggen.
7. Metafase 2
-In beide cellen ontstaan spoelfiguren van trek- en steundraden.
9. Telofase 2
-Er ontstaan kernmembramen.
-Uit elke cel ontstaan 2 cellen.
1 geslachtscel =
23 chromosomen =
Haploid
Meiose 1

1 diploide cel 2 haploide cellen
Meiose 2

2 haploide cellen 4 haploide cellen
Gen
Genotype
Fenotype
-Opgebouwd uit nucleotiden.
-Bestaat uit erfelijke eigenschappen (1 gen = 1 erfelijke eigenschap)
-Zorgen voor aanmaak van proteine en enzymen.
-Locus = plaats van gen in chromosoom
Allel
Vorm van een gen
Homozygoot
Hetrozygoot
Codominantie
Germinale/Zygote
Periode
Embryonale Periode
Foetus Periode
Week
-Celduplicatie
-Blastocyde = zygote wordt grote bal cellen
-Tropoblast = buitenkant van zygote
-Innesteling in baarmoeder vindt plaats
-Kwetsbare periode, door ontw. belangrijkste lichaamsstructuren.
-Ectoderm = ontw. zenuwstelsel & huid
-Mesoderm = ontw. spieren, skelet, bloedsomloop & interne organen
-Endoderm = ontw. verteringssysteem, longen, urinekanaal & klieren
-Spieren, organen & zenuwstelsel worden verbonden.
-Age of viability = vanaf 22 weken is kind levensvatbaar.
Teratogeen
Stof/ziekte die afwijkingen bij foetus veroorzaken.

Teras gennan = monster voortbrengen
Centraal zenuwstelsel
Hart
Bovenste ledematen
Oren
Onderste ledematen
Ogen
Tanden
Gehemelte
Externe geslachtsorganen
Groot gevaar op teratogeen
Minder groot gevaar op teratogeen
Medicijnen
Afwijkingen:
-geboortegewicht
-ledematen
-hart
-zenuwstelsel
Drugs
-Baby verslaafd
-Slecht slapen
-Geïrriteerd
-Moeite met ademhaling
Sigaretten
Straling
Luchtvervuiling
Virus/ziekte
Voeding
Emotionele stress
Alcohol
Door nicotine groeit placenta niet goed -> Overdracht voedingsstoffen beperkt.
Ophoping carbon monoxide in bloedstroom tussen moeder en kind -> zuurstof wordt gescheiden van rode bloedcellen.
Fatal Alcohol Syndrome
Beperkingen:
-Mentaal
-Motorisch
-Aandacht
-Taal
-Geheugen
Fatal Alcohol Effects
Alcohol verstoort celdeling.
Veel zuurstof nodig om alcohol af te breken, ten koste van kind.

Beschadigt DNA
Hormonen geactiveerd
-die lichaamsdeel klaar maken voor actie. Kost veel energie en voedingsstoffen. -> Bep. lichaamsdeel van kind gaat te veel groeien (hazenlip)
-beïnvloeden ook hartritme van foetus
-immuunsysteem van moeder verzwakt -> vatbaarder voor ziektes
Chromosoom afwijking
Normaal als zygote mislukt, sterft het af. Soms niet, dan groeit het door met een afwijking. (downsyndroom)
Afwijking in
geslachtschromosoom
X of Y chromosoom te veel in 23e paar.
Vaak beperking in vaardigheden. Blijkt pas in puberteit.
Fragile
X-Sydrome
Supermale
Syndrome XYY
Superfemale
Sydrome XXX
Klinefelter
Syndrome XXY
Turner
Syndrome X0
Een van de diploide chromosomen is misvormd.
-Extreem lang
-Acne
-Lange tanden
Beperkte verbale
intelligentie
-Beperkte verbale intelligentie
-Jongens extreem lang & vrouwelijk postuur
-Incompetente ontw. in sex eigenschappen
-Mannen zijn onvruchtbaar
-Beperkte ruimtelijke intelligentie
-Incompetente ontw. in sex eigenschappen
-Onvruchtbaarheid
DEVELOPMENT
PSYCHOLOGY

Jean Piaget
Lev Vygotsky
Cognitive-
Developmental
Theory

Kinderen leren door zelf te ontdekken
1.
Sensorimotor
Stage (0-2)
-Beweging/actie & gevoel ontdekken.
-Ontdekken via zintuigen.
1.
Reflex Activity
-Maand 1
-Gezichtsuitdrukkingen
-Zuigen (borst --> alles)
2.
Primary Circular
Reactions
3.
Secondary Circular
Reactions
4.
Coordination of
Secondary Schemes
5.
Tertiary Circular
Reactions
6.
Internalization of Schemes/
Symbolic Problem Solving
-Maand 2-4
-Toevallig ontdekken --> herhalen
-Gefocust op zichzelf, niet omgeving
-Maand 4-8
-Focus op omgeving
-Acties imiteren
-Maand 8-12
-Mean-Ends Behaviour (actie + doel)
-Object Permanence
-Maand 12-18
-Experimenteren met objecten en omgeving
-AB Search Error (steeds op dezelfde plek zoeken)
-Maand 18-24
-Mentaal experimenteren (Make-Believe-Play)
-Symbolen herkennen





2.
Preoperational
Stage (2-7)
Preconceptional
2-4
Inuitive Thought
4-7
Egocentrisme
Animisme
Semiotic
Function
Precausual
Reasoning
Appearance
Distinction
Reservibility
Centration
Focus on
States
Conservation
Task
Geen onderscheid kunnen maken tussen eigen perspectief en ander perspectief.
Denken dat objecten leven.
Symbool, woord of object gebruiken om ergens naar te verwijzen.
Het wordt 's nachts donker, omdat we dan gaan slapen.
Kat met hond masker = hond
Juf --> verkleed als stklaas = stklaas
Focus op 1 van de eigenschappen
(glazen met water)
Mentale rotatie niet mogelijk
(glazen met water)
Gerelateerde gebeurtenissen niet met elkaar in verband brengen
3.
Concrete Operational
Stage (7-11)
4.
Formal Operational
Stage (vanaf 11)
-Logischer redeneren
-Focus op verschillende eigenschappen van objecten.
Horizontal
Decalage
Mental
Seriation
Transivity
Spacial
Reasoning
Op volgorde zetten van objecten.
Conclusie begrijpen dmv logisch redeneren.
Oplossing voor probleem A ook gebruiken voor probleem B.
Perspectief: als iets ver weg is, is het niet kleiner.
-Logisch redeneren
-Fantasie & werkelijkheid onderscheiden.
-Idealistic egocentrisme (tot 15 jaar)
Invariant
Universeel
Vaste volgorde
Overal ter wereld
Kritiek:
-4e fase niet altijd haalbaar.
-Geen rekening gehouden met cultuur en educatie.
-Experimenten niet goed uitgelegd aan kinderen.
-Cognitieve ontw. van kinderen onderschat.
Sociaal-Cultureel
Perspectief

Private Speach
Inner Speach
Hardop
Mentaal
-Meer geaccepteerd dan Egocentrisme (Piaget)
-Ondersteunt Taal ontw.
Zone of Proximal
Development
-Maximum aan leercapaciteit.
-Leraar helpt om verder te komen.
Scaffolding
Leraar moet aanpassen aan niveau van kind.
-Hoog niveau: weinig helpen
-Laag niveau: veel helpen
Intersubjectivity
Brainstormen:
2 visies worden samen 1
Buds & Flowers
of Development
Leren met hulp van anderen
Fruits of
Development
Leren uit jezelf
--> Make-Believe
Nurture
Nature
Kritiek:
-Zegt niks over biologische processen.
-Geen compleet beeld van ontw. van de mens.
Leermethodes
Reciprocal
teaching
-Vragen
-Samenvatten
-Uitleggen
-Voorspellen
Scaffolding
Leraar moet aanpassen aan niveau van kind.
-Hoog niveau: weinig helpen
-Laag niveau: veel helpen
Cooperative
Learning
Ongoing
Assessment
Comunity of
Learners Model
-Zelf ontdekkend leren
-Scaffolding:
Leraar mag niks voorkauwen:
past aan aan niveau van kind
-Klaslokaal moet ontdekkingsruimte worden
(geen boeken en tafels)
Niet kijken naar toets-uitslag maar naar leerproces
Samenwerken in groepen
Kinderen ontwikkelen door leerplan heen
Adaption
Schema's maken om wereld te begrijpen.
Schema's aanpassen aan nieuwe schema's.
Gebruiken van bestaande schema's.
Assimilatie
Accomodatie
Cognitief
Equilibrium
Balans: Kennis, gedachten & omgeving
Disequilibrium
Cognitief Conflict
Organisation
Schema's aan elkaar koppelen om wereld te begrijpen
Gender
Verschillen
Fysiek
Cognitief
Sociaal
-Meer spiermassa
-Vatbaarder voor ziektes door 'fout' in ontw.
-Fysiek actiever
-Geslachtskenmerken
-Bij geboorte verder ontwikkeld (eitjes)
-Minder vatbaar voor stoornissen:
-hersenen beter ontw. bij geboorte
-XX ipv XY
-Beter in mentale rotatie & abstract redeneren
-Beter in wiskunde: algebra
-Hersenmassa groter
-Beter in onthouden van landmarks, matching items
-Sneller leren van taal
-Beter in wiskunde: verhaaltjesvorm
-Grotere verbinding hersenhelften: bevordert communicatie
-Dominanter
-Agressiever
-Anti-socialer
-Nemen meer risico (fysiek, financieel etc.)
-Emotioneel gevoeliger -> onzekerheid -> depressie
-Beter in emoties herkennen en tonen
-Meegaander
-Terughoudender
-Tactvoller
-Aardiger
-Glimlachen uit sociaalheid
-Angstiger
-Indirect Agressief: negeren
Theorieën
Biologisch
Evolutie
Theorie
Genetisch
Bepaald
Hormonen
Mannen jagen
Vrouwen zorgen
Aangeboren aanleg
Androgeen
: Mannen hebben dit meer.
Vrouwen met meer androgeen gedragen zich mannelijker.
-> aangemaakt in
Hypofyse
->
Hypothalomus
: groter bij man (=groter libido)
-> bij homo's kleiner

Hormonen -> gedrag
Gedrag -> hormonen
Testosteron
: hoe meer, hoe mannelijker
Oestrogeen
: hoe meer, hoe vrouwelijker


Money-Erhhart
Biosocial Theory
Corpus Collosum
: verbinding hersenhelften, bij vrouwen groter.
-Mannen: rechterhelft groter dan linker
-Vrouwen: beide ong. even groot
Linker-Cortex
: Bij vrouwen groter, bij man wordt groei onderdrukt door
androgeen
.
Hersenen
Vr./Mn. voorkeuren bepaald door:
Prenatal
: Blootstelling aan hormonen
Postnatal
: Benadering door omgeving
Cognitief
Sociaal
Bandura's Social
Learning
Selffulfilling
Prophecy
Gender
Intensification
-Observational: Rolmodellen
-Diretuition: Straffen/belonen van gender-appropriate gedrag
-> als gezin weinig stereotypisch funcioneert, heeft kind later minder stereotype kenmerken.
Gedragen naar verwachting van omgeving
-> stereotypen
= Cultuur afhankelijk
In puberteit wordt druk groter om je stereotype te gedragen.
Gender
Segregation
Geslachtgenoten zoeken elkaar op (spelen)
Eerst cognitie, dan gedrag.
Tegenhanger van sociale theorie.
Cognitive Development Theory (Goldberg)
Gender Identity/
Gender Labelling
Gender Stability
Gender
Consistency
Gender Schema
Schema gebruiken voor indeling Jongens/Meisjes.
-> Same/opposite sex Schema
-> Own-sex Schema
Volledig begrijpen dat geslacht niet verandert.
(kleding, kapsel etc.)
Gender Understanding
Kohlberg
Kunnen labelen van eigen en andermans geslacht.
Gender permanentie maar deels begrijpen.
Moeite met labelen als iemand verkleed is naar ander geslacht.
1e Fase
2e Fase
3e Fase
Instrumental
Traits
Expressive
Traits
Mannelijke kenmerken
Vrouwelijke kenmerken
Taal
Organizational
Rules
1.
Phonology
2.
Semantics
3.
Morphemes
4.
Syntax
5.
Pragmatics
Geluidssysteem van taal +
Geluiden combineren =
Betekenis
Phonemes
: basisgeluiden van taal
(G / CH is zelfde klank = 1 phoneme)
-> Klankvolgorde (sp, niet zx)
Betekenis van woorden en zinnen.
Klein stukje inf. met betekenis:
Moeder is anders dan moeder
s
S = morpheme
Volgorde/structuur
Woorden combineren in volgorde = betekenis
Tegen kind anders praten dan tegen volwassene. Taal aanpassen om effectief te communiceren.

Sociolinguistic Knowledge
: Taal in cultuur, sociale contexten.
Perspectives
Ontwikkelings-
Fasen

Hersenstructuren
1.
Learning
Perspective
2.
Nativist
Perspective
3.
Cognitive
Perspective
4.
Interactionist
Perspective
Empiristic/Behaviouristic
Reinforcement
(
Skinner
)
Belonen bij goede taal.
-> eerst goede woorden
-> dan goede gramm.
Imitation
(
Bandura
)
Luisteren -> Imiteren
Kritiek:
+ Kinderen spreken taal van ouders.
- Ouders belonen op waarheid, niet op gramm.
- Geen imitatie: kinderen creëren zelf woorden.
- Kinderen leren meer en sneller woorden dan wat ouders alleen zeggen.
Nurture
Nature
Chomsky
Slobin
Language Acquisition Device:
Aangeboren mechanisme voor taal.
Universal Grammar:
Elke taal heeft klank, gramm. en communicatie regels.
Geen aangeboren kennis van taal, maar ander systeem:

Language-Making Capacity
:
Set van cognitieve en perceptuele vaardigheden voor taal te leren.
Kritiek
:
+
Linguistic Universals
: Kinderen leren overal taal in zelfde periode.
+ Taal is organisme-specifiek: dieren kunnen geen taal leren door gebrek aan LAD of LMC.
+ Bepaalde plaats in brein is actief
-> Jong: losse delen
-> Oud: een geheel
+
Sensitive-period hypotheses
: Taal wordt best en snelst geleerd tussen geboorte en puberteit -> hersenen specialiseren
linguistische functies
.
- Universele Gramm. bestaat niet.
- LAD & LMC wordt niet uitgelegd, alleen gezegd dat het er is.
- LAD geldt niet alleen voor mensen. Apen kunnen ook fonologische onderscheidingen maken.
- Hersenen blijven flexibel: men kan op latere leeftijd ook taal leren.
Nature & Nurture
-
Piaget
- Cog. ontw. beinvloedt taal
-
Semiotic Function:
woorden leren door inbeelding.
Nature & Nurture
5.
Inf. Processing
Theories
Child-Directed
Speach
Turn About
Turn Taking
Beurt nemen in geprek.
Baby begijpt
korte zinnen
met
hoge toon
beter
->
Motherese
: herhalen van deze zinnen
???
Expansion
Recast
Topic Extension
Gramm. correctie
'Doggie go.'
'Yes, the doggie is going away.'
Nieuwe gramm. correcte zin maken:
'Doggie eat.'
'What is the doggie eating?'
'Yes, the doggie is hungry.'
Kind was correct -> verder gaan met conversatie.
1.
Pre-Linguistic
Period
2.
Holophrastic
Period
3.
Telegraphic
Period
4.
Pre-School
Period
5.
Middle Childhood
& Adolescence Period
Nog niet
Productive Language
,
wel
Receptive Language
(begrijpen).
3 dagen
1-2 maanden
2-6 maanden
6-12 maanden
14-15 maanden
18-24 maanden
18-24 maanden
2,5 - 5 jaar
6-14 jaar
-Herkennen moederstem
-Moederstem van andere gluiden onderscheiden
Onderscheid maken tussen medeklinker klanken (ba ta ra)
-Zelf geluiden maken
-Begrijpen dat verschillende toonhoogten verschillende betekenissen hebben.
Cooing
: ooooh aaaah oeeeh
Babbling
(4 maanden): mamamama papapapa rararara -> Heeft geen betekenis
-
Vocables
: bep. geluiden voor bep. situatie: poepbroek -> huilen
-
Declarative Gestures
: aandacht sturen (wijzen)
-
Imperative Gestures
: aanzetten tot actie (aan broek trekken voor optillen)
-
Pragmatiek regel
: stil zijn als ander praat
-
Nominals
: eerste woorden zijn van objecten.
-Ong. 10 woorden
-
Naming explosion
->

Beseffen dat voor alles een woord is.
-
Referential Style
: personen/objecten
-
Expressive Style
: Please, Thank you.
-
Mutual Exclusivity Bias
: 2 woorden voor 1 ding, niet begrijpen (telefoon/mobiel)
-
Fast Mapping
: betekenis van woord uit context halen.
-
Underextension
: alleen zwarte honden zijn hond
-
Overextension
: alles met vacht is een hond
-
Syntactical Bootstrapping
: betekenis van woorden uit context halen.
-
Semantical Bootstrapping
: gramm. regels uit context halen.
-Relaties tussen woorden begrijpen
-Gramm. begrijpen (woordvolgorde)
-Kleine zinnen maken
-Voorzetsels & vervoegingen etc.
-Vragen stellen
-Lijdende vorm
-Overregularization: generaliseren van gramm. (banks, ipv banken)

Bij 5 jaar:
-Gramm. goed
-Ontkennende zinnen maken
-
Metalinguistic Awareness
: analytisch naar taal kijken / taal bekritiseren
-
Semantic Integrations
: Diepere/dubble betekenis begrijpen (sarcasme)
-
Morphological Knowledge
: Details begrijpen en toepassen (moeder is anders dan moeder
s
.)
Apen
-Begrijpen meer dan dat ze kunnen produceren.
-Gebruiken symbolen om objecten te benoemen.
-Vragen om items die ze niet zien (bubbels).
-Gebruiken symbolen om dingen uit het verleden te beschrijven (pijnlijke ervaring, zoals snee in hand).
-Vragen om originele acties (of personen achter elkaar aan willen gaan rennen)
Broca's Area
Wernick's Area
Afasie
-Linderhersenhelft -> frontale kwab
-Spraak + spierbeweging hiervoor
-Linkerhersenhelft -> temporale kwab
-Taal begrijpen
Schade -> Taalfuncties verloren.
Jonge kinderen herstellen, ouderen niet.
Expressive
:
Gramm. vergeten / door elkaar halen.
Receptive
:
Woorden vergeten, wel herkennen.
Lateralisatie
Voordat kinderen kunnen praten is hele brein actief, later alleen linkerhersenhelft gespecialiseerd in taal.
SES
SocioEconomic Status
-Inkomen
-Beroep
-Opleiding
Gezondheid
Sociaal-Emotionele
Ontwikkeling
Intelligentie &
Academische
Prestatie
Collectieve
-Voeding
-Toegang tot gezondheidszorg
-Woonconditie/-omstandigheden
-Gezond gedrag/levensstijl (alcohol, roken)

Mediator
Moderator
A C B
SES
Uitkomst
Verklaring voor B
A C B
SES
Versterkt/verzwakt
Uitkomst
VB.
Kapitalistische
landen zijn
rijker
dan de rest.
-> Als een land
kapitalistisch
is wordt het
rijker
dan de rest.
=
Social Causation
-> Als een land
rijker
is dan de rest wordt het
kapitalistisch.
=
Social Selection
-Prestaties
-Laag = Stereotyper
-Broers/zussen (oudste = slimst door aandacht + verwachting)
-Laag = minder naar school
-Cognitief stimuleren (omgeving + gesprekken)
-Verwachting ouders
-Verwachting leraar
->
Self Fulfilling Prophecy
-Etniciteit
-
Relatieve Deprivatie
: ontevredenheid bij jezelf vergelijken met de rest (individueel & groep)-> criminaliteit
-Dorp vs Stad
-Veilige vriendelijke omgeving -> goede ontwikkeling.
-Onveilige onvriendelijke omgeving -> ontevredenheid & stress -> slechte ontwikkeling
Vooral in USA, hier zijn de verschillen minder groot.
VB.
Hoge SES zijn slimmer dan de rest.
-> Als je van hoge SES bent, ben je slimmer.
=
Social Causation
-> Als je slim bent, wordt je hoge SES.
=
Social Selection
-Stress ->
Allostatic Load
(chronische stress)
-> biologische- en gedragsverandering
->
Biological Embedding:
Ervaringen uit omgeving -> Biologische ontw. -> invloed op gezondheid, leren & gedrag.
-Psychische aandoeningen (laag -> stress-> depressie)
-Social Causation
: als een groep een bep. eigenschap versterkt.
-Social Selection
: als je een bep. eigenschap krijgt/hebt, ga je bij een bep. groep horen.
Onderzoeks-
methoden

Cross-sectional
Development
Design
Longitudinal
Design
Longitudinal
Sequential
Design
Groep individuen geobserveerd op verschillende leeftijden.
Kritiek:

+ Ontdekken gemeenschappelijke ontw. patronen.
+ Ontdekken individuele verschillen.
+ Onderzoeken vroeger gedrag & later gedrag.

- Kost veel geld en tijd.
-
Biased Sampling
: individuen niet representatief
-
Selective Attrition
: PP haken af -> extra biased sampled.
- Niet valide door:
-
Practice Effects
: PP krijgen de test door door herhaling (
Test-Wise People
).
-
Cultural-Historical Change / Cohort Effects
: PP geboren in zelfde periode kan cultureel beinvloed zijn (= niet representatief). Later geboren = niet beinvloed.
Bestuderen van individuen van verschillende leeftijd in zelfde periode.
Kritiek:

+ Geen nadelen van
Longitudinal Design
: PP een keer getest, dus geen
Selective Attrition & Practice Effects
.
+ Kost weinig tijd en geld.

- Beperkte inf. over ontw.
- Minder valide door
Cohort Effects
: 5 jaar en 15 jaar vergelijken geeft geen leeftijds-gerelateerde verandering weer.
Onderzoek van combinatie Longitudinal & Cross-sectional:
PP geboren in verschillende perioden en lange tijd getest.
Kritiek:

+
Cohort Effect
testen bij PP geboren in verschillende peroiden wanneer ze even oud zijn.
+ Vergelijken van
Longitdinale en Cross-selectioneel
. Beide uitkomsten gelijk = betrouwbaar.
+ Kost minder tijd & geld dan
Longitunale
.
+ Veel data.
Ethologie
1.
Specifiek
aangeboren gedrag
2.
Evolutionair
Perspectief
3.
Learning
Predispositions
4.
Ethologische
Methodologie
Voorwaarden aangeboren gedrag:
1. Stereotype gedrag, zoals iedereen
2. Aanwezig zonder aanleren
3. Komt bij iedereen van bep. soort voor
4. Kan niet aanpassen/veranderen door aanleren
Reflexen
-Zuigreflex (Niet verhongeren)
-Grijpreflex (Spieren oefenen, moedervacht vasthouden)
-Stapreflex (Lopen oefenen, in baarmoeder trappelen voor juiste geboortehouding)
Fixed Action
-> aangeboren
gedrag

(eekhoorn begraaft eikels)
-Wel
Phylogenetic Change
(veranderingen door generaties = evolutie)
-Niet
Ontogenetic Change
(verandering in individu leven)
-Leren vanuit de natuur (rechtop staan, ontwijken van roofdieren etc.)
-Aangeboren neiging om te leren.
-
Imprinting
(
Lorenz
): leren om te overleven =
Fixed Action
-Pre-Adaptive Characteristics
-Observatie
-Lab experimenten
Attachment
John Bowlby
Attachment
Theory

1.
Ongerichte Responsiviteit /
Pre-Attachment Phase
2.
Gericht op bekende verzorger /
Attachment in making Phase
3.
Hechting door Afhankelijkheid /
Phase of Clear Cut Attention
4.
Partnerschap in hechting /
Formation of Reciprocal
- 0-3 mnd
- Herkennen stem + gezicht ouders
- Reflexen
- Geen sprake van hechting
- 3-6 mnd
- Selectief met gedrag (lachen en reflexen) -> alleen bij bekenden, ingehouden bij vreemden.
- Troosten door vreemden helpt niet.
- Protest als kind alleen gelaten wordt.
- 6 mnd - 3 jaar
- Eerst
Stranger Anxiety
- Later
Separation Anxiety
(tot bewust van object-permanentie)
- Hechten aan ouders
-
Synchronized Interaction
- vanaf 3 jaar
- Hechting: weet dat ouders altijd weer terugkomen, mede door:
- Taal 'Ik kom terug'
- Hechting aan anderen
- Onderhandelen (verhaaltje lezen voor weggaan)
Internal Working Model:
Door schema's + inbeelden & interactie, weet een kind wat er gaat gebeuren
Monotroptie:
Vroegere opvatting: alleen hechten aan moeder
Nu opvatting: meerdere hechtingen
Strange Situation
Experiment
1. Secure
Attachement
2. Avoidant
Attachment
3. Ambivalent/
Resistant
Attachment
4. Disorganized
Attachment
- 65 %
- Op onderzoek als moeder er is
- Huilen als ze weg is
- Makkelijk te troosten
- Wil fysiek contact
- 20 %
- Boeit niet of moeder er wel of niet is
- Moeder negeren
- Geen positieve of negatieve emoties bij kind
- 10-15 %
- Weinig ontdekken
- Huilen als moeder weggaat
- Boos als ze terugkomt = moeilijk troosten
- Wil geen fysiek contact
- Bang voor vreemden
- Door inconsistent gedrag van moeder,
kind weet niet waar het aan toe is.
- 5-10 %
- Gestressed en onzeker als moeder weggaat
- Verward als ze terugkomt
- Kind wordt mishandeld/misbruikt
- Geen vertrouwen in ouders
- Insecurely Attachment
- A-Kinderen
- Insecurely Attachment
- C-Kinderen
- Insecurely Attachment
- A-Kinderen
B-Kinderen
Meten van
Hechting

Attachment Q-Set
(AQS)
Gedrag observeren in huiselijke situatie.
Problemen in Hechting:
Reactive Attachment Disorders
Maternal Deprivation Hypothese
Social Stimulation Hypothese
Geen moederfiguur -> sociaal gemis
Weinig contact & reactie op kind.
Learned Helplessness
: Kind weet dat huilen geen zin heeft door geen reactie ouders = niet huilen, maar stress blijft wel
Effect
Kinderdagverblijf

-
Belsky
'88: Jonger dan 1 jaar meer dan 20 uur per week KDV -> onveilig gehecht.
Kritiek: -Te weinig pp
-Lage kwaliteit KDV
-
Andersson
'92: Betere sociaal emotionele ontw. ik KDV
-
Miller
: Voors en tegens. Hangt van kwaliteit KDV af.

-Dual Risk Model of Development
: Ontw. wordt van 2 kanten beinvloedt: thuis & KDV.
ADHD
Autisme
Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Symptomen
Symptomen/
Problemen
Soorten
Soorten
Problemen
Testen
Behandeling
Behandeling
- Onoplettendheid
- Hyperactiviteit
- Impulsiviteit

Diagnose:
-6mnd lang symptomen voor 7e jaar
-school en thuis.
ADHD-I
(Inattentive)
ADHD-HI
(Hyperactivity
Impulsivity)
ADHD-C
(Combined)
-
ADD
-Onoplettendheid
-Geen Selectieve aandacht
-Geen langdurige aandacht
->
Continues Performance Task
(op knop drukken bij stimuli)
-
Inattention
: minder/niet reageren
-
Sustained Attention
: langzamer + meer fouten
-Hyperactief & impulsief
-Jongens
-Op school veel aandacht nodig
-
Stop Signal Task
->Letters zien + op knop drukken, maar soms niet.
ADHD moeite met soms niet =
BIS
(gedrag remmen)
-
Matching Familiar Figures Task
-> 1 originele foto -> 6 andere versies -> welke matcht?
ADHD snelle keuze + veel fout = impulsiviteit
-Combinatie
-Meest voorkomend
-Meisjes
Oorzaken
Oorzaken
-
Inhibitieproblemen
: gedrag remmen =
BIS & Stop Task
-Intelligentie en leerproblemen: lage score IQ-test
-
Moeilijk te testen door aandachtsprobleem
-Uitvoerende Functies: kan niet plannen & organiseren
-Sociaal Gedrag & Relaties: Moeite om ongepast gedrag in te houden. Negatieve behandeling door familie & school
-Ongelukken: Breken vaker botten, snelheidsovertredingen in verkeer -> motoriek slecht door impulsiviteit
-Motivatieproblemen: meteen belonen -> structuur
-Angst- & humeur afwijking: Door agressie omgeving -> depressie
-Door aandachtsprobleem -> slecht werkgeheugen + slechte mentale representativiteit.
-> BIS: Behavioral Inhibition System = gedrag remmen (angst voor straf)
-> BAS: Behavioral Activation System = gedrag activeren (gevoelig voor beloning)


-Niet per definitie door hersenschade
-Afwijking in
Frontale Kwab
aan:
->Aandacht geven
->Uitvoerende functies
->Motorische functies
-Hersendelen kleiner dan normaal:
->
Right Frontal Area
->
Caudate Nucleus
->
Globus Pallidus
-Gemeten:
->
SPECT
: Minder bloedtoevoer naar deze delen
->
EEG
: vertraagde hersengolven
->
MRI
: klein brein-volume
-
Neurotransmitters
:
Noradrealine, Serotonine
(slaapproblemen) &
Dopamine
(underarousal, dus op zoek naar arousal)
-> medicijnen verhoogt aantal neurotransmitters
Theory of Inhibition
Neurologisch
Overig
-Genetisch: 80%
-Zwangerschap & geboorte:
-Alcohol & roken
-Lange bevalling -> zuurstof tekort -> hersenschade -> ADHD

-Ritalin
:
geeft extra dopamine -> geen underarousal meer
-Concerta
:
Nadelen: Verslavingsgevoelig, slapeloosheid & geen eetlust
-Gedragstherapie:
Straffen + belonen = structuur
PDD: Pervasive Development Disorder
-Sociale interactie:
Social Clues & Social Action
-Communicatie:
->
Joint Attention Interaction
(mate van aandacht op iets)
->
Echoalia
(herhalen van geluiden)
->
Pronominal Reversal
(in 3e persoon praten over jezelf)
-Motoriek: gezichtsuitdrukking & ritueel gedrag
-Prikkelverwerking
-Intellectueel
->
Savant Ability
(extreem goed in 1 ding)
->
Splinter Skills
(paar dingen normaal kunnen)
-Beperking in Executive Functions
-Beperkt, herhaaldelijk, stereotype gedrag & interesses.

PDD
Asperger
Syndroom
PDD-NOS
-
Pervasive Development Disorder
-Sociale interactie
-Communicatie
-Beperkte en herhaling van gedrag, interesses en activiteiten
-Abnormaal functioneren voor 3 jaar
-
Pervasive Development Disorder Not Otherwise Specified
-Alle niet
PDD
of
Asperger
gevallen
-Sociale interactie
-Taal
-Stereotyp interesses & gedrag
-Sociale interactie
-Hoog begaafd, vaak in taal. Juist niet emoties en humor/dubbelzinnigheid van taal.
-Stereotype interesses en gedrag
-Medicatie: tegen agressie en antipsychotica
-Gedragstherapie: Communicatie, Hugg/Holding, Psychomotorieke vaardigheden
-
TOM: Theory Of Mind
->
First Order Abilities
: vanaf 4 jaar moeten kunnen inleven in anderen
->
Second Order Abilities
: vanaf 6 jaar inleven in wat een ander denkt dat een ander denkt:
Sally-Anne Test
->
Faux Pas
: Niet herkennen dat bep. emotioneel gedrag soms ongepast is

-Klinisch:
-> Geen verband SES
-> Ouders' persoonlijkheid geen invloed
-> Zwangerschapsproblemen wel invloed: bloedingen, infecties, medicatie
-Genetisch:
-> 90% door erfelijkheid
-> Afwijking in chromosomen
-Familie:
-> Vroeger: opvoeding is oorzaak = fout
-Neurologisch: (onzeker)
-> Afwijking in
Cerebrale Cortex, Cerebellum & Limisch Systeem
-> Kleinere hersens door: Minder cellen & hogere celdichtheid
-> Te veel aan neurotransmitter:
Serotine

Moral
Development

Piaget's Theory
Kohlberg's Theory:
Stages of Moral Understanding
Pre-Moral Period
Heteronomous
Morality
Autonomous
Morality
- 0-5
- nog geen moreel besef
- 5-10
- 'moraliteit' = autoriteit gehoorzamen
-
Immanent Justice
: Alle wandaden zullen bestraft worden.
- vanaf 10
- zelf moreel besef
- regels zijn flexibel
-
Reciprocity
: even bezorgd over anderen als over jezelf
1. Pre-Conventional
Level
2. Conventional
Level
3. Post-Conventional
Level
Fase 1
:
Punishment & Obedience Orientation
-> Geen besef van moraliteit. Angst voor straf = gehoorzaam aan autoriteit
Fase 2
:
Instrumental Purpose Orientation
-> Bewust van verschillende perspectieven & regels
->
Naif Hedonisme
: 'moreel' voor eigen genot = beloning = motivatie
Fase 3: Good Boy - Good Girl Orientation
-> Goede intenties inzien
-> Moreel voor behoud van relaties
Fase 4: Social-Order-Maintaining Orientation
-> Aan de wet houden voor orde = maatschappelijk belang
-> Geen uitzondering, ook al is intentie goed
Fase 5: Social-Contract Orientation
-> Wetten & regels zien als flexibel. (Wetten moeten de maatschappij beschermen. Als dit niet gebeurt, kunnen ze veranderd worden.)
Fase 6: Universal Ethical Principle Orientation
-> Universeel geweten/moraal (niet doden)

Voorbeelden van Kohlberg's Dilemma's
Joey wil graag op kamp maar heeft hiervoor 40 euro nodig. Zijn vader belooft hem dat hij mag gaan als hij zelf die 40 euro bij elkaar verdient. Joey doet dit, maar vlak voordat hij op kamp gaat, verandert zijn vader van gedachten. Zijn vader wil op een speciale vis-reis met zijn vrienden en heeft hier niet genoeg geld voor. Hij wil dat Joey hem dit geeft. Joey weigert, want hij wil zelf op kamp.

Judy, een meisje van 12, wil graag naar een concert. Het kaartje kost 15 euro. Haar moeder belooft dat ze mag gaan als ze zelf het geld bij elkaar verdient. Judy verdient vervolgens 20 euro. Dan verandert haar moeder van gedachten en zegt dat ze schoolkleding moet kopen ipv een concert kaartje. Judy vertelt dat ze maar 5 euro heeft verdient en geeft de overige 15 euro toch uit aan het concert kaartje. Op de avond van het concert liegt ze tegen haar moeder dat ze bij een vriendin blijft slapen. Judy vertelt alles vervolgens aan haar zusje. Haar zusje weet niet of ze dit geheim moet houden of toch tegen hun moeder moet zeggen.

Twee broers, hans en pieter, zaten in grote problemen. Hierdoor moesten ze de stad verlaten. Ze hadden dringend geld nodig hiervoor. Hans besloot in te breken in een winkel en stal hierbij 1000 euro. Pieter besloot naar een ouder rijke man in het dorp te gaan. Hij vertelde hem dat hij ziek was en of hij voor de operatie 1000 euro mocht lenen. De oude man gaf hem dit geld. Pieter was natuurlijk niet van plan dit terug te betalen. Zo verlieten de broers de stad met beide 1000 euro op zak.
Wat is erger: stelen of liegen?
Kritiek:
-Je zit niet altijd in 1 fase, hangt van de context af
-Level 3 vaak niet haalbaar
-Moraliteit hangt samen met scholing
-Gebaseerd op westerse cultuur: individualisme, niet collectivisme
-
Gender Bias
: alleen mannen getest
->
Morality of Justice
: mannen kijken meer naar de wet
->
Morality of Care
: vrouwen kijken meer naar menselijk welzijn
-Er wordt alleen gekeken naar moraal redeneren en niet naar moraal effect.
-Piaget onderschat moreel besef van kinderen (Piaget onderschat alles bij kinderen)
Psychoanalytic Theory
Freud
-
Oedipus & Electra complex
-Bang voor straf en verlies van liefde van ouders
-
Super-Ego/Conscience
: identificeren met ouders -> morele waarden
- 'Schuldgevoel is motivatie voor morele actie.'

Kritiek:
-Schuldgevoel is niet verbonden met
morele internalisatie
(mate waarin je morele eigenschappen eigen maakt)

Induction:
Vertellen hoe kind zich moet gedragen, hoe anderen zich daarbij voelen en uitleggen waarom.
Recente ideeen
-Positieve ouder-kind relatie versterkt morele ontw.
-
Commited Compience
: kinderen houden aan regels van ouders + eigen regels
-Super-ego vertelt niet alleen wat NIET moet, maar ook wat WEL moet.
-
Moral Affect
: Emotioneel: schuldgevoel, schaamte, trots.
-
Moral Reasoning
: Cognitief: verzetten als iets fout gaat.
-
Moral Behavior
: Gedrag: consistent met morele standaard als deze aangevallen wordt.
Social Learning
Theory

Aangeleerd gedrag dmv reinforcement & modeling (Bandura)
1. Importance
of Modeling
-
Operant Conditioning
(actie -> beloning)
-Warmth & Responsiveness
-Competence & Power
-Consistency between assertions and behavior
(regels en daden van ouders moeten consistent zijn)
2. Effects of
Punishment
Alternatieven:
->
Time Out
-> Consistent zijn -> structuur
-> Warme ouder-kind relatie
-> Goed & slecht uitleggen aan kind
3. Positieve
Discipline
Belonen bij goed gedrag.
Full transcript