Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Untitled Prezi

No description
by

Sophia Kingma

on 12 June 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Untitled Prezi

Opdracht 13
Jonker Jan van der Noot
P.C. Hooft
Constantijn Huygens
En ist de liefde niet, wat ist dan dat my quelt?
En ist de liefdé ooc, wat mach de liefde wesen?
Is sy soet ende goet, hoe valt sy hert in desen?
Is sy quaet, hoe is dan soo suete heur ghewelt?
Brande ic met mynen danc, hoe ben ic dan ontstelt?
Ist teghen mynen danc, sal tsuchten my genesen?
O vreucht van pynen vol, pyne vol vreucht geresen
O droefheyt vol ioleyts! o blyschappé verfelt!
Leuende doot hoe moecht ghy teghen mynen danck
Dus velé ouer my? maer ben ick willens cranck,
My claghende tonrecht, de liefde ick tonrecht blame.
Liefde goet ende quaet, my leet en aenghename,
Gheluck en ongheluck, suer en soet ick gheuule:
Ic suke vryicheyt, en om slauen ick wule.
'Sonet' van Jonker Jan van der Noot
Gezwinde grijsaard die op wakkre wieken staag*
De dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken*
Altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken,
Doodsvijand van de rust, die woelt* bij nacht, bij dag,
Onachterhaalbre Tijd, wiens hete honger graag*
Verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken
En keert en wendt en stort Staten en Koninkrijken;
Voor iedereen te snel, hoe valt gij* mij zo traag?
Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijve* ik met mishagen
De schoorvoetige Tijd, en tob de lange dagen
Met arbeid avondwaarts; uw afzijn valt te bang.
En mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen*.
Maar ‘t schijnt* verlangen daar zijn naam af heeft gekregen,
Dat ik de Tijd die ik verkorten wil, verlang*.
'Gezwinde grijsaard [...]' van P.C. Hooft
Of droom ik, en is 't nacht, of is mijn Ster verdwenen?
Ik waak, en 't is hoog dag, en zie mijn Sterre niet.
O Hemelen, die mij haar aangezicht verbiedt,
Spreek mensentaal, en zeg, waar is mijn Sterre henen?
De hemel slaat geluid, ik hoor hem door mijn stenen,
En zegt, mijn Sterre staat in 't heilige gebied
Waar zij de Godheid, waar de Godheid haar beziet,
En, voegt het lachen daar, belacht mijn ijdel wenen.
Nu Dood, nu snik, meteen verschenen en voorbij,
Nu, doorgang van een steen, van een gesteen ten leven,
Dun schutsel, staat naarbij; 'k zal 't u te dank vergeven;
Kom, Dood, en maak mij korts van deze koortsen* vrij:
'k Verlang in 't eeuwig licht tezamen te zien zweven
Mijn Heil, mijn Lief, mijn lijf, mijn God, mijn Ster, en mij.
'Op de dood van Sterre' van Constantijn Huygens
AENVECHTINGE
Ick heb om u genaed' o grote God, gebeden,
Maer och! ghy hebtse my in mijnen druck ontseyt.
Ick heb geroepen om u milde goedicheyt,
Maer hebse niet gevoelt in mijn ellendicheden.
Ick heb om uw liefd'geworstelt en gestreden
Maer hebbe te vergeefs daer lange nae gebeyt.
Ick hebbe dick gesocht u mede-dogentheyt,
Maer en verneemse niet tot op den dach van heden.
Hoe licht kon u genae bekeren mijn gemoet.
U liefd' en goedicheyt mij trecken tot het goed'.
Uw mede-dogentheyt vant quade my bevrijden.
Eylaes! wat seg'ick Heer! dewijl mijn herte tracht
Na uwe soeticheyt, so heeft daer in gewracht
U goetheyt, u genae, u liefd', uw medelijden.

Jacobus Revius
Full transcript