Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

H4 t/m 6 Parlementaire Democratie

No description
by

Petra Molenaar

on 5 October 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of H4 t/m 6 Parlementaire Democratie

Democratie
Verkiezingen
Parlementaire
democratie

Politieke
stromingen

Democratie
'Demos' en 'cratos': het volk heeft de macht

De bevolking oefent direct of indirect
invloed uit op de politieke besluitvorming
Indirecte democratie
Geschiedenis
Nederland
Burgers hebben politieke grondrechten (art. 4, 8, 7)
Politieke besluitvorming is gebonden aan wetten en regels (art. 53, 81)
Vrije media (art. 7, 110)
Directe democratie
Het volk beslist niet zelf, maar laat zich vertegen-woordigen door gekozen volksvertegenwoordigers
Alle macht is in handen van één persoon of een kleine groep mensen
Dictatuur
Soorten dictaturen
* Op basis van ideologie: Communisme (China, N-Korea, Cuba) & fascisme (It., Sp., Du., Z-Amerika)
Stemrecht
vanaf 16 jaar?

Het parlement neemt de belangrijkste beslissingen
Tot 1848 had de koning veel macht
In 1848 werd de macht van koning Willem II ingeperkt
1919: Algemeen kiesrecht
Kenmerken
Grondwet
Vroeger:
Nu:
Correctief
referendum
Raadgevend referendum
Athene uit de Griekse Oudheid
Volk had direct zeggenschap
Volk nam belangrijke beslissingen in de vorm van volksstemmingen.
Actoren
Volkssoevereiniteit: het volk regeert
Meningsvrijheid
Tolerantie: we respecteren elkaars mening
Recht op gelijke mogelijkheden om de besluitvorming te beïnvloeden
Kenmerken
- Politieke macht is in handen van één persoon (of kleine groep)
- Grondrechten worden niet beschermd
- Geen vrije pers: censuur
- Oppositiepartijen zijn verboden
- Militairen hebben een grote politieke rol
- Verkiezingsfraude
* Religieuze dictatuur (Iran)
* Militaire dictatuur (Myanmar)
Burgers
Politieke partijen
Maatschappelijk
middenveld
Media
Belangrijke waarden
* Gemeenteraad: 1x in de 4 jaar
* Provinciale Staten: 1 x in de 4 jaar
* Tweede Kamer: 1x in de 4 jaar
(of tussentijds)
* Europees parlement 1x in de 5 jaar
- Zijn vrij & geheim
- Nederlanders vanaf 18 jaar
- Om de paar jaar
Kiesrecht
Actief kiesrecht
=
het recht om te stemmen
Passief kiesrecht
=
het recht om je kandidaat te stellen
Verkiezingsprogramma
Verkiezingsprogramma
Lijsttrekkers
Verkiezingscampagne
Internet- / tv-democratie
Opinie-peilingen
Zwevende kiezer
= politici zijn constant bezig om zo goed mogelijk in beeld te komen, bijvoorbeeld op televisie,
maar ook in de social-media.
= opiniepeilers proberen de keuzes van kiezers (voorafgaand aan de verkiezingen) in kaart te brengen en zo de uitslag te voorspellen.
= iemand die niet verbonden is met een politieke partij en die pas op het laatste moment beslist op wie hij/zij gaat stemmen.
Kieswijzers
= een gestructureerde vragenlijst om te bepalen welke partij of kandidaat het best bij je past en een vergelijking van partijprogramma's.
Politieke partijen
Ideologie
= een samenhangend geheel van ideeën over de mens en hoe de samenleving eruit moet zien.
Liberalisme
Socialisme
Confessionalisme
Geschiedenis
Principes
Partijen
- 18e eeuw Franse Revolutie
- Persoonlijke en economische
vrijheid
- Fabriekseigenaren,
rijke burgerij en kooplieden
- Terughoudende rol overheid
- Overheid bezig met kerntaken;
onderwijs, orde en veiligheid
- Individuele vrijheid
- Eigen verantwoordelijkheid
- Particulier initiatief
- Vrije markteconomie
Geschiedenis
Principes
- Actieve overheid
- Beschermen van de zwakkeren
- Gelijkheid; eerlijke verdeling
macht, kennis en inkomen
- Democratisering
- Kritiek op vrijemarkteconomie
Partijen
- eind 18e eeuw
- tegen slechte werk-
omstandigheden
- schuld vrijemarkteconomie
en kapitalisme
- eind armoede en ongelijkheid

Geschiedenis
- ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw
- reactie op de invloed van de liberalen op de staat en de opkomst van de socialisten
- gebaseerd op het geloof (niet alleen het Christendom)

Principes
Partijen
- Overheid aanvullende rol
- 'Maatschappelijk middenveld'
- Harmonie
- Samenwerken
- Gespreide verantwoordelijkheid
- Naastenliefde
- Rentmeesterschap
Populisme
Andere partijen
Principes
- Afkeer gevestigde orde
- Naar de wil van het volk
- Charismatische leider
- Eenheid
- Nationalisme
Partijen
Doelgroepenpartij:
50 +
One-issuepartij:
Partij voor de Dieren (PvdD)
= vooruitstrevend / voor verandering
= behoudend / zoals het nu is
- vrijheid
- eigen verantwoor-
delijkheid
- passieve overheid
- gelijkwaardigheid
- gelijke kansen
- bescherming van de zwakkeren
- actieve overheid
Regering
& Parlement

Verzuiling
& Ontzuiling

Besluitvorming
Invloed van de Media
Europese Unie
Nederland is een
parlementaire democratie
= het parlement staat boven de regering
Parlement (Staten-Generaal)
:
volksvertegenwoordiging (Eerste en Tweede Kamer)
Regering
:
Koning & ministers
Nederland is een
constitutionele monarchie
= de politieke macht van de koning ligt vast in de grondwet (en is beperkt)
KABINET = ministers en staatssecretarissen
Kabinetsformatie
=
het vormen van het kabinet
* Informateur
:
onderzoekt welke partijen samen een meerderheid in het parlement hebben en of ze een
coalitie
kunnen vormen
* Formateur
:
probeert een kabinet met een
regeerakkoord
samen te stellen (wordt later vaak minister-president)
Belangrijke personen bij de formatie:
Staten-Generaal:
* Tweede Kamer
= rechtstreeks gekozen

150 leden
(verdeeld over fracties)
* Eerste Kamer:

= niet rechtstreeks gekozen
via Provinciale verkiezingen

75 leden
(verdeeld over fracties)
Taak: Controleren van de regering
(de Tweede Kamer heeft rechten)
Het recht om (mondelinge en schriftelijke)
vragen te stellen
aan de ministers en staatssecretarissen (“vragenuurtje”)
Recht van interpellatie
= aanvragen van een spoeddebat met minister
Recht van enquête
= instellen van een onderzoek wanneer men ontevreden is over de uitvoering van regeringsbeleid (verhoren van getuigen vinden plaats onder ede)
Recht van motie
= eisen van een uitspraak over het gevoerde beleid van de regering
Taak: wetgeving
1) Wetsvoorstel door minister
2) Goedkeuring door Ministerraad
3) Bespreking in de Raad van State
4) Bespreking door de fractiespecialisten
5) Stemming in 2e Kamer

-
Recht van amendement
= delen van wetgeving veranderen

-
Recht van initiatief
= het recht om zelf een wetsvoorstel te maken

-
Stemrecht
= het recht om te stemmen over alle wetsvoorstellen

6) Stemming in 1e Kamer
7) Ondertekening van wet door minister en koning
8) Publicatie in Staatscourant = wet treedt in werking

De Koning
Nederland kent géén gekozen staatshoofd (president / republiek),
maar een door erfopvolging benoemd staatshoofd
Functies staatshoofd:
- symbolisch
- representatief
Theorie:
dualistische relatie
tussen parlement en regering
Het parlement controleert de regering en keurt de door de regering voorgestelde wetgeving

De relatie tussen regering en parlement:
Praktijk (meestal):
monistische relatie
: de meerderheid in het parlement (regeringspartijen) is loyaal t.o.v. de regering

1848
1917
1990
1965
1813
"De almachtige koning"
Aristocratie
(bestuur door ‘den besten’)
Nieuwe grondwet Thorbecke
Grondwet:
- Vrijheid van meningsuiting
- Parlement staat boven de regering
- Ministeriële verantwoordelijkheid
- Censuskiesrecht
Verzuiling
DE DOORBRAAK:
Bijzonder onderwijs wordt gelijkgesteld aan openbaar onderwijs
--> t.g.v.
confessionelen
Invoering van mannenkiesrecht
--> t.g.v.
socialisten
Districtenstelsel wordt vervangen door kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging
--> t.g.v.
liberalen

Ontzuiling
Poldermodel
--> Consensus
Huidige politieke situatie
hernieuwde polarisatie
opkomst populisme (“simpele oplossingen voor complexe problemen” + “charismatische leider spreekt namens het volk”)
grote kloof tussen burger en politiek

2000
Onvoorspelbaar politiek klimaat, “zwevende kiezer”
Grote invloed van peilingen
Wegvallen van ideologieën
Monisme i.p.v. dualisme (regering wordt nauwelijks meer “gecontroleerd” door parlement)

Nederland wordt een eenheidsstaat
nieuwe
grondwet van Thorbecke
start
verzuiling
De Koningen van Oranje (Willem I, II & III) werden achtereenvolgens staatshoofd. Zij accepteerden de grondwet, maar wilden hun macht niet laten inperken.
Vb. 1e Kamer benoemd door de koning

Aristocratie wordt
oligarchie
(bestuur ‘door rijken’)
2e Kamer: 1 zetel per 45.000 inwoners (
districtenstelsel
)
Verzuilde maatschappij
: Nederlanders leefden sterk gescheiden van elkaar in katholieke, protestantse, socialistische en liberale zuilen
start
ontzuiling
Pacificatiedemocratie
: democratie waarin politici in harmonie het land besturen
Ontzuilde maatschappij
: Mensen gaan niet meer leven volgens de regels van de zuil waartoe ze behoren.
Polarisatiedemocratie
: democratie waarin meningsverschillen tegenover elkaar worden gezet.
Alles werd ter discussie gesteld, zoals bijvoorbeeld het koningshuis
Roep om meer (directe) democratie
Meer protestbewegingen --> de roerige jaren '60
Meer politieke partijen (vb D66, Boerenpartij)
Overlegdemocratie
: Politici regeren in voortdurend overleg met elkaar en maatschappelijke groeperingen.
--> Links tegen Rechts
poldermodel
hernieuwde
polarisatie
H4
H5
Wie heeft de macht in Nederland?
1. Europese Commissie
Taken:
* UITVOERING Europese wetgeving
* Voorstellen voor Europese wetgeving
28 leden
voorzitter = Barrosso
Brussel
elk eigen terrein
Namens Nederland:
Neelie Kroes
(Eurocommissaris digitale agenda)
2. Europees Parlement
Taken:
* Keuren van wetsvoorstellen: WETGEVING
* CONTROLEREN van de Commissie
766 leden
1x per 5 jaar gekozen door Europese bevolking
Brussel & Straatsburg
georganiseerd in fracties
Namens Nederland:
26 Euro-
parlementariërs,

verdeeld over
de fracties
3. Europese Raad
Taken:
* Keuren van wetsvoorstellen: WETGEVING
* leden hebben
vetorecht
28 leden
1x per 3 maanden
in Brussel (Europese Top)
Regeringsleiders
lidstaten
Namens Nederland:
Mark Rutte
(Minister President)
4. Europese Hof van Justitie
Taken:
* Uitspraken over Europese wetgeving
* Bestraffen nationale regeringen als zij zich niet houden aan Europese wetten
28 onafhankelijke rechters
Luxemburg
Bindende uitspraken
Hoe moet de EU
ingericht worden?
Federatieve staatsvorm
Intergouvernementele organisatie
één centrale overheid,
maar deelgebieden hebben ook hun eigen regering met eigen bevoegd-heden en eigen wetgeving en met redelijk veel eigen belasting- inkomsten.

samenwerking waarin elk individueel land volledige zeggenschap behoudt.

Subsidiariteitsbeginsel:
Europa bemoeit zich alleen
met zaken
die een nationale regering
niet alleen kan oplossen.

Linkse partijen
meer inspraak voor burgers,
--> meer macht voor EP
Midden-partijen
meer macht voor de
Europese Commissie
Rechtse partijen
meer macht voor
individuele lidstaten

H6
Barrière-model
Macht
Doelmatigheid & Rechtmatigheid
“Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Een model geeft een schematische voorstelling van die werkelijkheid en wordt dus gebruikt als hulpmiddel om die werkelijkheid te begrijpen”
AGENDAVORMING
Iets wordt op de
publieke agenda
en ver-volgens op de
politieke agenda
geplaatst
BELEIDSVORMING
BESLUITVORMING
TERUGKOPPELING
WENSEN
GEVOLGEN
Wensen van burgers moeten herkend en erkend worden als politieke wensen
Vergelijken van wensen en eisen --> prioriteiten stellen
Er moet besloten worden wat er met het onderwerp gebeurt
Discussie over mogelijke oplossingen en een beslissing nemen
Politiek agendapunt
Politieke besluiten
Het besluit moet uitgevoerd worden, dat noemen we beleid
Het uitvoeren van besluiten
Wat zijn de resultaten? Leidt dat tot nieuwe / andere wensen?
POORTWACHTERS
Machtsbronnen
: een factor waarop macht berust
Vb. kennis / geld / wapens / netwerk / ervaring / aantal / etc.
Machtsmiddel
: instrument dat je in kan zetten om je doel te bereiken
1)
Electorale participatie
,
vb stemmen / burgerinitiatief
2)
Gespreksparticipatie
,
vb lobbyen / mailen
3)
Protestparticipatie
,
vb demonsteren /
actievoeren / handteke-
ningen ophalen
3 machtsmiddelen
om aan de politiek deel te nemen

(een ander woord voor deelnemen is participeren):
Waar ligt de macht?
* Volgens de
representatietheorie
ligt de meeste macht bij regering en parlement
* Volgens de
pluralismetheorie
ligt de macht bij zowel regering als parlement als bij allerlei pressiegroepen
* Volgens de
elitetheorie
ligt de meeste macht bij een kleine groep (grote ondernemers en belangrijke ambtenaren)
4e macht
Helpt het overheidsbeleid bij het oplossen van maatschappelijke problemen?
Succesvol overheidsbeleid
Rechtmatigheid
= Heeft de overheid zich aan de wet gehouden?

Dus: iets is rechtmatig als het volgens de regels is verlopen
Doelmatigheid
= Heeft het beleid van de overheid zijn doel(en) bereikt?
4 criteria voor een goede evaluatie:
1.
Eindresultaat
: Is het beleidsdoel gehaald?
2.
Effectiviteit
: Is dit doel gehaald door beleid?
3.
Efficiency
: Is er een goede verhouding tussen
kosten en baten?
4.
Neveneffecten
: heeft het gevoerde beleid ook
bijwerkingen?
Politici stoppen in de praktijk meer energie in nieuwe ideeën/beleid dan in een grondige evaluatie van beleid

Falend overheidsbeleid
1. Bureaucratie
= besluitvorming gaat via zeer veel instanties, waardoor er meer nadruk komt op rechtmatigheid (“heeft men zich wel aan de regeltjes gehouden”) dan op doelmatigheid…..
2. Verkokering
= ambtenaren van het ene departement weten niet wat collega-ambtenaren van een ander departement doen
2 REDENEN:
Representativiteit
Nederland is een representatieve democratie: burgers worden vertegenwoordigd door politici
maar... worden burgers wel goed vertegenwoordigd?
Indirecte democratie is niet ideaal:
1. de ideale partij bestaat niet
2. er moeten in Nederland altijd compromissen gesloten worden
3. politici vormen geen afspiegeling van de bevolking (Nederland is een ‘diploma-democratie’)

ideale partij
Ostrogorski paradox:
Een politieke partij die op belangrijke punten een minderheidsstandpunt inneemt, kan bij de verkiezingen toch de meerderheid van stemmen behalen……

mogelijk gevolg =
de meerderheid van de bevolking denkt anders dan de meerderheid van het gekozen parlement

Kloof
: de afstand tussen burgers en politici is te groot
Verdeling kiezers
Onverschilligen 23 %
Ontevredenen 30 %
stemmen niet
Geïnteresseerden 31 %
stemmen 'populistisch'
Gezagsgetrouwen 16 %
stemmen met name christelijke partijen
stemmen vaak ideologisch bepaald
Burgerlijke ongehoorzaamheid
= geweldloos, maar illegaal protest
Kenmerken:

1) Je overtreedt de wet
2) Je doet het openlijk (niet stiekem)
3) Je gebruikt geen geweld
4) Je doet een beroep op je geweten (principieel)
5) Je handelt niet uit eigen belang (‘eigen gewin’)
6) Je werkt vrijwillig mee aan vervolging

Tv-democratie
Men stemt op personen, “image is everything”
Politiek wordt infotainment
(combinatie van informatie en ontspanning)
Debatten tussen lijsttrekkers worden als een soort sportwedstrijd verslagen (“wie won er?” “wie heeft de beste indruk achtergelaten?”)
“Uit angst voor lezers- of kijkersverlies
zijn nieuwsvoorzieningen verworden tot ‘slapstickjournalist’: uitglijders, scheldkanonnades en versprekingen zijn hoofdzaak geworden en geen bijzaak. Meningsvorming is geen zorgvuldig proces meer, maar een soort opiniedwangbuis geworden. Vind nu, denk later.”

De Deskundige Die Nergens Iets Van Weet: Jan Mulder, Jort Kelder en Marc-Marie Huijbregts.

Functies van de media (voor de politiek):
1. Spreekbuis (namens de bevolking)
4. ‘Waakhond voor de democratie’ (controle-functie)

2. Geeft informatie aan de bevolking
3. Geeft commentaar (meningsvorming)
mediacratie
= democratie waarin de invloed van de media héél groot is

Invloed van de media
Populistische partijen
Full transcript