Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

de tweede industriele revolutie

Werk Geschiedenis 5de middelbaar
by

Astrid De Vriendt

on 8 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of de tweede industriele revolutie

vanaf ca. 1870
De tweede industriële revolutie
1. de rol van de wetenschap
De tweede industriële revolutie steunde hoofdzakelijk op de wetenschap. Tijdens de eerste industriële revolutie werd er vooral geëxperimenteerd op het principe ‘try and error’. De uitvinding van de stoommachine kwam daaruit voort. Deze uitvinding was echter zeer mechanisch en gebaseerd op fysica.

Tijdens de tweede industriële revolutie werd er steeds meer gewerkt met chemicaliën. Het spreekt dus voor zich dat het principe ‘try and error’ hier dus niet zonder gevaar kon toegepast worden. Men moest het verstand gebruiken om theorieën uit te denken en zo tot nieuwe uitvindingen te komen. Op deze manier werd onder meer de aspirine uitgevonden.

Een ander verschil met de eerste revolutie is de snelheid waarmee de uitvindingen zich verspreidden en aangepast werden. Een voorbeeld hiervan is de fiets. Men stelde vast dat tussen 1891 en 1914 maar liefst 3 450 000 nieuwe fietsen op de baan gezet werden. Een ander sprekend voorbeeld is de telegrafie. In 1897 kon men draadloos telegraferen over 80 meter. Vier jaar later, in 1901, maakte men een draadloze telegrafische verbinding tussen Groot-Brittannië en Amerika.

Ook qua domein waarin de uitvindingen toegepast werden was er een verandering te merken. In de eerste industriële revolutie waren de uivindingen gebaseerd op steenkool en ijzer en hadden ze vooral een grote invloed op de industrie. De tweede industriële revolutie draaide meer rond olie, elektriciteit, staal en chemicaliën. De uivindingen werden weliswaar ook gebruikt in de industrie, maar hadden vooral hun invloed in de directe omgeving van de mensen. Ze waren namelijk gebaseerd op het communiceren tussen en het transporteren van mensen. Ze hadden dus een grotere invloed op het dagelijkse leven dan het geval was tijdens de eerste industriële revolutie. Het domein waarin de uitvindingen werden toegepast, veranderde dus. De elektrische tram en de fiets zijn enkele voorbeelden van uitvindingen op vlak van transport. De telefoon is er dan een op vlak van communicatie. Er waren natuurlijk ook nog andere voorbeelden die een invloed hadden op het dagelijks leven, zoals de gloeilamp en de aspirine.

2. nieuwe energie vormen
3. nieuwe industrietakken
3.1 groeiende industrietakken:
5. industriële en financiële integratie
1. horizontaal en verticaal integreren?
-automobielindustrie ( aardolie)
-aluminiumindustrie (elektriciteit)
-chemische industrie (aardolie en elektriciteit)
-opgang van staalindustrie (------------)
3.2 verklaring opkomst industrietakken
- de automobielindustrie door het ontstaan van de lopende band -> gevolg: veel tewerkstelling en veel nevenbedrijven + handig voor de oorlogvoering
- Aluminium was oorspronkelijk te duur voor algemeen gebruik, maar door het elektrolytische proces werd het commercieel haalbaar. Aluminium was ook belangrijk voor de bouw van vliegtuigen.
- chemische industrie: Door de opkomst van het kapitalisme en het ontstaan van elektriciteit
- vroeger: beperkte productie
nu: grote productie door uitvindingen van Siemens, thomas en Bessemer + kwaliteit staal verbeterde door nikkel toe te voegen.
3.3 Sprekende groeicijfers
staalindustrie
- in de VS: + 86.35 % van 1890 - 1913
- in Groot-Brittanië : + 41.18 % van 1890 - 1913
- In Duitsland: + 80.35 % van 1890 - 1913
- in Frankrijk: +61.0 % van 1890-1913
- in Rusland: + 77.43 % van 1890 - 1913
- in België: + 68.02% van 1890-1913
--> gemiddelde van 69.06 % van 1890-1913
4. inplanting van de industrie
en het industriële landschap
1. invloed van de nieuwe energievormen op de inplanting van de industrie aan
- elektriciteit zorgde voor een spreiding van activiteiten
- was in harmonie met de natuurlijke omgeving (geen stof en rook)
- van klein gereedschap tot de grootste machines
- in ateliers, in woningen
- geurloos, kleurloos en zonder warmte
- landen zonder steenkool kunnen nu ook meedraaien in de industrie
4.2 landen die er vroeger niet bijhoorden
- Noord- Spanje, Zwitserland, Noord-Italië, Scandinavië
Canada en Japan
4.3 verklaring
deze landen hadden geen steenkool
--> nu elektriciteit: wel industrie
4.4 Koplopers
Noord-West Europa was het kerngebied met Duitsland (Ruhr), Engeland met Liverpool en Londen
Ook Japan met Tokio, De VS met Pittsburgh en New York --> Belangrijk
4.5 effect van de inplanting van de industrie
-in harmonie met de natuurlijke omgeving (geen stof of rook)
- Fabrieken niet langer bij steenkoolbekkens geplaatst.
4.6 algemeen bekende
verzamelnaam voor brandstoffen
fossiele brandstoffen
4.7 klimatologische gevolgen van de energiebronnen
- versterken van het broeikaseffect
- opwarming van de aarde
...
4.8 3-tal alternatieven voor deze energievoorzieningen
-groene energie: windmolens, zonnepanelen, waterkrachtcentrales
2. staalindustrie : integratie?
3.staalindustrie = verticale integratie?
4. United States Steel Corporation = integraties?
- horizontaal: De bakker bakt niet enkel brood, maar specialiseert zich ook in chocolade en patisserie in verschillende afdelingen. Deze 'afdelingen' worden door horizontale integratie tot een bedrijf gevormd.
- Verticaal: wanneer de bakker een compromis sluit met een melkboer of een maalderij om zo goedkoper aan zijn basisproducten te raken, kunnen we spreken van verticale integratie. Dit heeft ook zijn voordelen voor deze melkboer of maalderij, want zo is hij zeker dat zijn producten verkocht zullen worden. Vaak wordt de melkboer dan ook mede-eigenaar van deze maalderij of melkboerderij. Een andere vorm van verticale integratie kan ook op de omgekeerde manier: de bakker sluit een deal met de Lidl, waar hij elke dag vers brood kan leveren.
- mijnen, hoogovens, staalfabrieken en staalwalserijen werkten samen in een groot economisch systeem.
mijnen --> grondstoffen--> hoogovens--> ijzerertsen --> staalfabrieken --> halffabrikaten --> staalwalserijen.
- de staalfabrieken werken samen en leverden staal aan de Federal Steel company --> deze werkten dan weer op horizontale integratie met het maken van stalen buizen en draden. Deze hele groep van economische onderdelen vormen samen een groep, bedrijf, namelijk J.P. Morgan.
- Deze groep is door verticale integratie verweven met de united states steel corporation. de groep JP Morgan is dan weer door horizontale integratie verweven met de groep canegie en de groep moore die samen dan via verticale integratie leiden tot de united states steel corporation
6. Arbeidsorganisatie
Tijdens de tweede industriële revolutie was er niet enkel sprake van een verandering op vlak van uitvindingen, maar er was ook een verandering op vlak van energievormen. Vroeger was de hoofdenergiebron steenkool, maar dat veranderde in de tweede industriële revolutie. Elektriciteit en petroleum of aardolie vonden hun weg.

Aardolie is een primaire energiebron, het was dus hoofdzakelijk een brandstof. Vooral in de VS was er tussen 1900 en 1913 een zeer grote petroleumproductie, waarvan een groot deel geëxporteerd werd naar andere delen van de wereld. Ook op wereldvlak was er toen een zeer grote vooruitgang in petroleumproductie. Tussen 1900 en 1913 steeg de productie met maar liefst 31 miljoen ton. Petroleum werd dan ook gebruikt voor vele nieuwe niet-industriële uitvindingen, zoals de petroleumlamp of als verwarming door middel van de petroleumkachel.

De andere energievorm die toen zijn intrede deed, was elektriciteit. Heel veel van de uitvindingen die toen gedaan werden, werden mogelijk gemaakt door elektriciteit, zoals de telefoon of de elektrische tram. Dit zijn voorbeelden van niet-industrieel gebruik van elektriciteit, want dit kwam het meeste voor. De elektrische toestellen kregen hun plaatst in de huiskamers, waardoor het privéverbruik steeg en we uiteindelijk zelf kunnen zeggen dat het privégebruik een groter aandeel had dan het industrieel gebruik van elektriciteit. Als we de groeicijfers van elektriciteit in zijn geheel bekijken kunnen we besluiten dat het tussen 1902 en 1912 een groei van maar liefst 18 783 000 miljoen kWh kende. Er was dus sprake van een zeer grote groei, waar de toepassingen van elektriciteit in het dagelijks leven er aan de oorsprong van stond

De tweede industriële revolutie zorgde ook voor een verandering in de arbeids-organisatie. De arbeid werd nu wetenschappelijk georganiseerd. Het scientific management, met het taylorisme aan de basis, leidde tot een efficiënte bedrijfsvoering. Aandeelhouders, banken en trustleiders van n.v.’s stelden daarom professionele managers aan, die ze ook controleerden. Het management werd ook onderworpen aan enkele wetenschappelijke principes.

De ingenieur Taylor bereikte door tijd- en bewegingsstudie de meest efficiënte werkmethode. Met behulp van een chronometer en fototoestel bestudeerde hij immers het arbeidstempo, de arbeidspauzes, de planning van arbeid en de productie. De arbeider werd gezien als een machine of robot. Zijn taak was immers monotoon en geestdodend. Het vergde dus geen scholing, waardoor de arbeiders makkelijk vervangbaar waren.

Deze nieuwe wetenschappelijke werkwijze had als doel een hogere productiviteit en lagere kosten te bekomen. Het ultieme doel was dus hogere winsten boeken. Deze nieuwe ontwikkelingen in de arbeidsorganisatie werden ook in de hand gewerkt door de toenemende bedrijfsconcentratie en schaalvergroting. Deze methode was echter niet de beste methode. Door het ontstaan van een nieuwe wetenschap, de bedrijfspsychologie, werd motivatie van de arbeider belangrijker.

Ook in de Fordfabrieken wilde men een zo efficiënt mogelijke werkmethode. Ford paste dan ook de procedés van het taylorisme toe. Men hanteerde het principe dat een werkman zich niet meer dan één pas mocht verplaatsen en dat de arbeiders zich zo weinig mogelijk mochten bukken. Dit verkregen ze doordat de arbeiders de wagen ter plaatse monteerden. Men bracht ook het werk naar de arbeider i.p.v. de arbeider naar het werk. Door de lopende band moesten de arbeiders zich niet meer bukken, niets meer verplaatsen en niets meer optillen. Dit gebeurde immers allemaal automatisch via de transportband.

Al deze vernieuwingen zorgden ervoor dat de arbeider niet meer hoefde na te denken en dat hij een minimum aan bewegingen moest uitvoeren, nl. voor elke opdracht slechts één beweging. De arbeid die Taylor en Ford van hun werknemers verwachtten, voldoet dus helemaal niet aan de definitie van arbeid volgens Karl Marx. Deze zei immers dat arbeid een synthese is van denken en handelen. Dit gaf de arbeid immers een menselijke dimensie. Ook de arbeiders en arbeidsbewegingen waren niet akkoord met het nieuwe systeem van werken. Onder leiding van de vakbondsman kwamen ze vaak in opstand. Men moest immers aan een zeer hoge snelheid werken, het was niet goed voor de gezondheid en er was geen goed beloningssysteem.
Full transcript