Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

HRC the present and past simple

Uitleg van de 2 tijden
by

engels hondsrugcollege

on 1 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of HRC the present and past simple

Present and Past simple !
Het vervoegen van een werkwoord!
Een werkwoord, zoals je misschien al wist, verandert niet zomaar. Ze gedragen zich volgens regels; natuurlijk uitzonderingen daargelaten.

De stam in het Engels is gelijk aan het hele ww zonder 'to' ervoor. Dit vereenvoudigt de zaak enorm. Wanneer je namelijk het hele werkwoord weet, dan weet je ook de stam!

Er is maar één werkwoord dat totaal zijn eigen gang gaat, en dat is 'to be'! Dit is het enige werkwoord met 3 vormen in de tegenwoordige tijd en 2 vormen in de verleden tijdcn.
The present simple
Vorm: (kale) stam+ (-s) -> alleen bij 3e persoon enkelvoud!
Gebruik: NU -> vaak, meestal, regelmatig zo!

Voorbeelden:
I work every day. / He work
s
every day.
Maar: I am happy. / He is happy. / They are happy.
I go to school every day. / He goes to school every day.

Zoals je misschien is opgevallen, is de spelling niet zo gemakkelijk als de vorm doet vermoeden. Daarom nu iets over de spelling!
Spelling!
de vorm: ww (+-s)!
Er zijn een aantal werkwoorden die qua spelling afwijken:
to be (am, are, is)
to have (have, has)
to do/go (do, does en go, goes)
Wanneer een werkwoord eindigt op een sis-klank, dan + -es!
Wanneer een woord eindigd op medeklinker+-y -> -ies.

Bijvoorbeeld:
He sta
ys
home all the time. / He often fl
ies
to London.
She always tr
ies
to dress beautifully.
She usually dash
es
off, she's always in a hurry.
My daughter always splash
es
water in my face in the pool.
He watch
es
snakes all day!
Vragende en ontkennde zinnen.
Wanneer je zinnen vragend en ontkennend maakt zonder dat je gebruik maakt van een hulpwerkwoord, dan maak je gebruik van '
to do
'. To do geeft dan de tijd aan en
het werkwoord
alleen nog maar wat! Let op, na
to do
, volgt de
kale stam
!
Eric plays football. /
Does
Eric
play
football? / He
doesn't

play
football.

They go out a lot. /
Do
they
go
out a lot? / They
don't

go
out a lot.

Let op bij to be!
He is silly. / Is he silly? / He isn't silly.
They are smart. / Are they smart? / They aren't smart.
Vorm: (kale) stam+ -ed of 2e kolom Onregelmatige Werkwoorden

Alle personen dezelfde vorm!
Gebruik: Toen -> vaak, meestal, regelmatig zo!
let op!: Door middel van een
bepaling van tijd
of een andere
persoonsvorm
kun je zien dat je past simple moet gebruiken!

Voorbeelden:
I work
ed
there
last year
. / He work
ed
there
last year
.
I
went
to school
yesterday.
/ He
went
to school
yesterday
.
She
said
she
felt
horrible! (hier geeft said aan dat het past simple is)
Maar: Alleen 'to be' heeft 2 vormen in de past simple!
Last week
I
was
ill.
We
were
there when they
called.
The past simple
Net zoals bij de present simple, gebruik je, wanneer er geen hulpwerkwoord gebruikt wordt of vorm van to be, het hulpwerkwoord 'to do' om zinnen vragend en ontkennend te maken. Let wel, na
to do
, volgt de
kale stam
!

Eric played yesterday. /
Did
Eric
play
yesterday? / Eric
didn't

play
yesterday.

They went out on Saturday. /
Did
they
go out
on Saturday? / They
didn't

go out
on Saturday.

Let dus op bij to be!
He was home last night. / Was he home last night? / He wasn't home last night.
They weren't there then. / Were they there then? / They weren't there then.
Vragende en ontkennende zinnen
En nu oefenen!
Vul de correcte vorm van het werkwoord in!
Susan and Peter often ...... (to go) out together.
...... you ...... (to forget) to ask the teacher yesterday?
He ...... (not say) where he was going.
...... you .... (to talk) to him yesterday or the day before?
The teachers often just ...... (to ignore) me.
He ...... (not to know) what he is talking about.
...... your Mum and Dad also ...... (to talk) about the past all the time?
The answers
Susan and Peter often go out together.
Did you forget to ask the teacher yesterday?
He didn't say where he was going.
Did you talk to him yesterday or the day before.
The teachers often just ignore me.
He doesn't know what he is talking about.
Do your Mum and Dad also talk about the past all the time?
www.prezi.com
HRC the Present and Past simple
Any Questions?
Full transcript