Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Basisboek Marketing deel I

No description
by

Ron Weijens

on 17 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Basisboek Marketing deel I

Marketing
Wat is Marketing?

Marketing van breed naar specifiek
Macromarketing:
Welk systeem wordt gebruikt om producten en diensten te verdelen onder de bevolking
1.3 Marketingbeleid
Voorkennis:

Wie weet wat beleid is?
Voorkennis:

Wat weet je allemaal over de P van Product?
2.3 Assortiment p. 52
1. Resultaten SO
2. Wat weet je van het onderwerp Assortiment?
3. Doel: Kennis laten maken met theorie over Assortiment
Marketing is volgens:
Kottler:
"De menselijke activiteit gericht op het vervullen van behoeften en verlangens door middel van ruil"
Wat denk jij dat Marketing is.

Omschrijf dit in een paar zinnen
Welk voorbeeld is
GEEN
marketing?
Brian Norris:
als het niet de 'verkoop' stimuleert, dan is het geen marketing
Gerald Zaltman:
"Het geheel van de theorieën en technieken om producten en diensten optimaal af te zetten, door bij het aanbieden ervan zo goed mogelijk rekening te houden met de behoeften en specifieke wensen van de (potentiële) kopers."

Weijens:
"De consument wordt voorzien in zijn of haar behoefte door zijn gedrag te veranderen of te bevestigen d.m.v. een optimale onderlinge afstemming van de 4 P's"
Blijkbaar is marketing het bevorderen van de verkoop en voorzien in behoeften
Waarom is dit GEEN marketing?
Dit wordt ook wel Ideële Reclame genoemd
Kortom:

Marketing is gedragsbeïnvloeding en hoeft dus niet commercieel te zijn.

Weijens:
"De consument wordt voorzien in zijn of haar behoefte door zijn gedrag te veranderen of te bevestigen d.m.v. een optimale onderlinge afstemming van de 4 P's.
Een marketingactiviteit hoeft niet commercieel te zijn
"
Mesomarketing:
Marketing binnen een bepaalde sector
Micromarketing:
De marketing van een individuele onderneming
Hoofdstuk 1
1.2 Soorten marketing

Is er een verschil tussen marketing voor een Iphone en marketing voor de Sligro?
Marketing maakt onderscheid in specifieke situaties. De marketingactiviteiten worden aangepast aan de situatie of van de doelgroep.
Welke soorten marketing zijn er?

1. Industriële marketing - Business to business marketing
2. Consumentenmarketing of business-to-consumer marketing
3. Detaillistenmarketing of handelsmarketing
4. Dienstenmarketing
5. Overige vormen
Huiswerk:

1. Je maakt een individuele verslag
2. Hierin bespreek je de soorten marketing
3. Je geeft uitleg per soort, met minimaal 1 voorbeeld in de vorm van visuals.
4. Leg uit wat jij verstaat onder marketing. Je neemt geen zin over uit de presentatie. Je gebruikt 5 voorbeelden en legt uit waarom dit marketing is. Je gebruikt 3 commerciële en 2 niet commerciële voorbeelden.
6. Leren tot en met pag. 16

LET OP! Al je huiswerk en opdrachten bewaar je en stop je in je portfolio
Allen zijn een vorm van marketing
Marketing
Beschrijf in 3 zinnen wat
JIJ
vandaag hebt "geleerd"
Doel van les 1:

Wat is marketing
Doel van deze les:

Je kan een marketingbeleidsplan maken
De volgende stappen zijn van belang voor het maken van een marketingbeleid:

1. Missie / Visie bepalen
2. Doelstellingen omschrijven
3. Situatieanalyse (Intern en extern)
4. SWOT-Analyse
5. Keuze en uitwerking strategische opties
6. Implementatie
7. Evaluatie
Stap 1: Missie vastgelegd in een Mission Statement

In een missie legt een bedrijf vast wat zij eigenlijk wil zijn. Door een missie vast te stellen is voor iedereen duidelijk waar het bedrijf voor staat. Hierdoor onstaat er ook een onderscheid met andere bedrijven.

Bijvoorbeeld:

1. Waarom bestaat dit bedrijf eigenlijk? Wat voegt het toe?
2. De waarden en normen van de organisatie
3. De manier waarop de organisatie omgaat met belanghebbenden (intern en extern)
Visie:

Heeft te maken met de toekomst, missie met het heden.
Wat wil de organisatie bereiken?
Opdracht:

Lezen pagina 25 - Missie en Visie
Stap 2: Doelstellingen omschrijven

Dit doe je aan de hand van het
Abell Model
. Hierin geef je antwoord op 3 vragen:

Wie
Wat
Hoe

Abell Model >>
Doelstellingen
kunnen gemaakt worden op het gebied van:

Continuïteit
Winst
Groei
Andere (Diervriendelijk etc.)
Stap 3: Situatie analyse (in- en extern)

Hierin wordt gekeken naar;

Ontwikkelingen buiten het bedrijf die invloed op het bedrijf hebben (Extern)
De sterke en zwakke punten van de organisatie zelf (Intern)
Opdracht:

Lees pag. 28 Externe en Interne analyse
Stap 4: SWOT analyse

S
trength
W
eaknesses = Intern
O
pportunities
T
hreats = Extern
Opdracht:

Lezen pag. 29 en 30 tot Kansen en Bedreigingen
Kansen en Bedreigingen

Hier gebruik je de informatie die je eerder hebt verzameld in je externe analyse
Alles verzameld?

Confrontatiematrix - Pag. 31
Lees pag. 32 "Uitleg Matrix"
Stap 5: Keuze en uitwerking strategische opties

Vanuit de SWOT analyse bepaal je de strategie van je bedrijf. Deze strategie geeft aan hoe de doelstelling behaald gaat worden
Strategieën (1):

Generieke concurrentiestrategieën van
Porter

Cost leaderstrategie:
Lage prijs - Gehele markt - Scapino
Differentiator:
Hoge kwaliteit - Gehele markt - Volvo
Focus Cost Leader:

Lage prijs - Deel van de markt - Spijkerbroekenboerderij
Focus differentiator:
Hoge kwaliteit - Deel vd markt - vd Pigge
Strategie (2):

Groeistrategieën van
Ansoff

Marktpenetratie - BP op BM
Marktotwikkeling - BP op NM
Productontwikkeling - NP op BM
Diversificatie - NP op NM

Denk vanuit het bedrijf, is het voor het bedrijf een bestaand of nieuw.

Schema >>
Stap 6: Implementatie

Invoeren van gekozen strategie aan de hand van je marketingmix

Product:
Welk product ga je verkopen? Hoe ziet je assortiment eruit?
Prijs:
Wat is de kost- verkoopprijs? Wat gaat tussenhandel eraan verdienen?
Plaats:
Waar te koop? Hoe komt het bij de klant?
Promotie:
Hoe zorg je voor bekendheid? Wat is de gewenste beleving van jouw product?
Stap 7: Evaluatie

Omzet- en Kostencontrole
Strategische controle
Tijdscontrole

Al deze zaken meten door middel van een
marketing audit

Opdracht:

Lees de definitie van Marketing audit op pag. 34
Huiswerk:

1. Vragen en opdrachten maken p. 34 en 35 of 35 en 36
2. Alle toepassingsvragen p. 37 t.m. 40 of 38 t.m. 42 (vraag 9 niet)
3. Neem volgende week je boek en laptop mee
4. Let op, je hebt deze week je samenvatting af!!

Tijdens de eerst volgende les van het vak praktijkleer komt de docent terug op de stof van het marketingbeleid!!

Wat gebeurt er de komende 2 weken?

1. Herhaling van Hoofdstuk 1 met hoogtepunten.
2. 2e week SO over hoofdstuk 1. Hoe maak je een SO / Toets?
3. De antwoorden van het opgegeven huiswerk staan in week 8 online, deze controleer je
4. Je werkt regelmatig aan je huiswerk, of leert deze, in deze 2 weken

Na het SO is dit een individuele opdracht, je bekijkt de documentaire op je laptop verder.

EXTRA OPDRACHT!

Welke theorie heb je herkend in deze half uur durende documentaire?

http://www.documentairenet.nl/review/metropolis-over-reclame/

1. Welke theorie heb je herkend?
2. Wat betekent deze theorie?
3. Waarom is deze theorie van toepassing op de documentaire?
LET OP:

Een doelstelling moet altijd
SMART
zijn geformuleerd.

S
pecifiek
M
eertbaar
A
cceptabel
R
ealistisch
T
ijdsgebonden

Opdracht:
Beschrijf jouw persoonlijk SMART doelstelling voor dit schooljaar
Huiswerk:

1. Maak van een bedrijf naar keuze een SWOT analyse met daarbij behorende confrontatiematrix.
2. Zoek van dat bedrijf de mission statement en vergelijk dit met de punten die staan op p. 25. Geef je mening of de mission statement voldoet aan deze punten.
3. Teken het Abell model en vul deze voor het gekozen bedrijf in. (let op de: wie wat en hoe vragen)
4. Maak voor dit bedrijf een zelf bedachte doelstelling beschreven op p. 27 en die SMART geformuleerd is.
5. Leren tot en met p. 31 SWOT

Tijdens de praktijkleerles zal de docent nogmaals met jullie de besproken modellen, Abell en SWOT bespreken.

Punten 1 tot en met 4 komen in je portfolio onder "Marketing"
Vooraf lessen marketing:

- Je bent op tijd
- Geen eten en drinken
- Geen mobiele telefoon
- Geen lagere school excuses
- Vragen stellen, hand omhoog
- Waarom collegezaal?

- Geen laptop, je maakt aantekeningen
- Docent geeft aan wanneer laptop wordt gebruikt
- Je maakt een portfolio
- Beoordelingen / Eindcijfer


De volgende stappen zijn van belang voor het maken van een marketingbeleid:

1. Missie / Visie bepalen
2. Doelstellingen omschrijven
3. Situatieanalyse (Intern en extern)
4. SWOT-Analyse
5. Keuze en uitwerking strategische opties
6. Implementatie
7. Evaluatie
Les

4
Herhaling: Individuele opdracht:

Je beschrijft in minimaal 2 A4 met minimaal 900 woorden een samenvatting . In die samenvatting komen de volgende onderwerpen voor:

De marketingmix
Soorten marketing
De stappen van het marketingbeleid

Je gebruikt minimaal 5 visuals als voorbeeld ter verduidelijking. De visuals uit het boek mag je NIET gebruiken.

Dit heb je in week 5 af. Deze samenvatting komt in je portfolio


Extra opdracht:

Je beschrijft in minimaal 2 A4 met minimaal 800 woorden een samenvatting van de .
In die samenvatting komen de volgende onderwerpen voor:

De marketingmix
Soorten marketing
De stappen van het marketingbeleid

Je gebruikt minimaal 5 visuals als voorbeeld ter verduidelijking. De visuals uit het boek mag je NIET gebruiken.

Dit heb je in week 5 af. Deze samenvatting komt in je portfolio


Hoofdstuk 2 / Product
Doel van deze les:

Producteigenschappen en Levenscyclus
Product:

Je doet onderzoek naar behoeften en wensen consument
Daarna consument overtuigen jouw product te kopen

Kortom: Een product is het geheel van materiële en immateriële eigenschappen van een goed of dienst. Dit betreft alles wat kan worden aangeboden op een markt voor consumptie, verbruik, gebruik of attentie, waarmee in een specifieke behoefte kan worden voorzien!
Eigenschappen van een product:

Fysieke: tastbaar, kleur, afmeting
Symbolische: Niet tastbaar, bijv. status
Combinatie van deze 2: Koffie is niet alleen een poeder waar je een drankje mee maakt, maar is ook gezelligheid

Sommige aanbieders blijven bij het fysieke >>
Was deze commercial
fysiek, symbolisch
of beide

Productmix:

Is de feitelijke inzet, combinatie en afstemming van de productinstrumenten ten behoeve van een specifieke doelgroep door een bepaalde organisatie.
Dez mix bestaat uit:

Assortiment >> Breed smal diep ondiep
Merk
Verpakking >> Ook een glas is verpakking
Service en garantie >> Service > Bijv. Klant bepaalt
Kwaliteit >> In reclame al kwaliteit verbergen > Soft selling >>
Product wordt op de markt gebracht en loopt fasen door. Van een onbekend product naar een product dat iedereen kent en waardeert. Deze fasen noemen wij de Levencyclus van een product

De Productlevenscyclus:

Is het verloop van de afzet van een bepaald product in de tijd.
Over de PLC heen leg je het Adoptieproces. Op welk moment tijdens de PLC stapt een consument in om het product te kopen? Dit is een beslissing. Dit besluit valt in een beslissingsproces:

Bewustwording
Belangstelling
Evaluatie
Probeeraankoop
Adoptie (opgenomen)

Bij de aankoop worden de consumenten ingedeeld in de volgende fasen van het Adoptieproces >>
Adoptieproces
Hoe ziet PLC in combinatie met Adoptieproces eruit?
Huiswerk:

1. Maken vragen en opdrachten p. 51
2. Deze week is de nieuwe versie van Iphone uitgebracht. Bepaal in een werkelijke tijdslijn de PLC voor dit product
3. Je mag ook de PLC bepalen voor Covergirl >> VOORBEELD!!!!
4. Daarnaast bepaal je het Adoptieproces. Wie stapt op welk moment in en koopt het product.
5. Leren t.m. p.50
Covergirl:
Opdracht Marketing Week 6

Welke theorie heb je herkend in deze half uur durende documentaire?

http://www.documentairenet.nl/review/metropolis-over-reclame/

Dit komt in je portfolio

Een assortiment is het totaal aan producten of diensten dat wordt aangeboden door een bedrijf.

Eigenschappen van een assortiment:

Breedte
Diepte
Hoogte
Consistentie
Breedte assortiment:

Verwante artikelen < bijvoorbeeld koffiemerken - koffiemelk - filters > vormen samen een artikelgroep.

Alle artikelgroepen samen vormen het assortiment. Veel artikelgroepen vormen een breed assortiment.


Wat is een artikelgroep?

Het aantal verschillende artikelen binnen een artikelgroep, noem je de diepte van een assortiment

De HEMA verkoopt 3 soorten plakband
Een kantoorspecialist verkoopt er 20

Hema = Ondiep
Specialist = Diep
Bijenkorf - Breed - Ondiep
Het gemiddelde prijsniveau zegt iets over de hoogte van het assortiment

Lidl en Aldi aan onderkant vd markt > laag assortiment
Biologische winkel bovenkant > hoog assortiment

Breed - Hoog - Diep - KMart USA
Consistentie van het assortiment : Op welke manier zijn artikelgroepen met elkaar verbonden?

Productieverwantschap
Koopverwantschap
Consumptie- of gebruiksverwantschap
Productieverwantschap:

Bijvoorbeeld fruit, brood, kleding, schoenen etc.
Koopverwantschap:

Deze producten worden op dezelfde manier gekocht. Voor kopen van smeerkaas en kattebakvulling ga je naar een supermarkt. Je hebt hierbij namelijk geen speciale hulp nodig.
Wat is Consumptie- of gebruiksverwantschap?

Lees pagina 57
Aanboddifferentiatie versus Vraagdifferentiatie

Een detaillist brengt een nieuw product in zijn assortiment. Welke differentiatie, ofwel verschillen in het assortiment, is beter?
Wat weet je nu meer over assortiment dan hiervoor?
Huiswerk:

1. Vragen maken pag. 59
2. Je noemt van alle soorten assortimenten van 2.3 een voorbeeld en benoemd daarin welke strategie deze detaillist volgt volgens de generieke concurrentie strategieën van Porter.
A. Wat voor soort assortiment volgen zij
B. Welke strategie volgen zij
C. Waarom denk je dat?
3. Leren tot en met Vraagdifferentiatie en SO t.m. pag. 59


2.4 Merk p. 59
Wat is een merk? Wat heeft allemaal met een merk te maken?
Een merk
is belangrijk om je te kunnen onderscheiden van een concurrent (USP). Een merk heeft nog de volgende aspecten:

1. Imago
2. Logo
3. Merkvoorkeur en merktrouw
4. Merkbekendheid
Imago

Als een merk een sterk imago heeft dan is consument bereid er meer voor te betalen. Je hoort dan immers tot een groep. Hierin speelt status een grote rol.

Imago kan tijdelijk zijn - Nokia - HTC >
Imago kan tijdloos zijn - Porsche - 80's tot heden
Banned commercial Porsche 2013
Een
LOGO
is een symbool of een beeldmerk. Dit is erg belangrijk voor merken want ze zorgen voor herkenbaarheid. Een logo moet aan de volgende eisen voldoen:

Origineel
Herkenbaar
Functioneel
Duurzaam
2.4.3
Merkbekendheid

Een product verkoopt goed als het een goede naamsbekendheid heeft. Twee soorten merkbekendheid:

Actieve of spontane merkbekendheid
Passieve of geholpen merkbekendheid
Merkvoorkeur
en
Merktrouw

Wat is het verschil?
Er zijn verschillende soorten merken:

Distribuantenmerk:
Winkelmerk / Private label / Eigen merk
Individueel merk:
Binnen de organisatie ieder een ander merk - Unilever voert Omo, Robijn, All etc.
Fabrikantenmerk:
Merk van een fabrikant: Heineken, De Ruijter

Er zijn
A, B of C
merken


A Merk:
Bekend merk bij consument. Makkelijk te verkrijgen product.
B Merk:
iets minder bekend bij consument. Iets moeilijker te verkrijgen
C Merk:
Meestal een fabrikantenmerk, huismerk. Wel redelijk goed verkrijgbaar
Huiswerk:

1. Lezen p. 67, 68 tot de vragen
2. Maken vragen p. 68
3. In deze les zijn voorbeelden genoemd van het A, B en C merk. Jij bedenkt voor iedere categorie een merk en product. Dus Coca Cola en Coca Cola Zero. Het product plaats je in de groeistrategieën van Ansoff en benoem je waarom juist daar.
4. Leren tot en met p. 67 / 68 tot de vragen
Wat weet je tot nu toe meer van Merk dan voorheen?
Week 11 - 2.5 Verpakking

Wat is een verpakking?
Verpakking
heeft twee functies:

Technische en een Commerciële
Technische functie:

Beschermen van het product. Maar ook transport en opslag behoren tot de technische functie.

Met een verpakking bescherm je een product tegen:

Verlies
Beschadiging
Diefstal
Temperatuur
Vocht


Verder kan je met verpakking:

De houdbaarheid verlengen
Goede verpakking kan beter opgeslagen worden
En ook beter vervoeren (Transport)
Naast de tecnische functie, is er ook de
commerciële functie
. Deze bestaat uit:

Herkenbaarheid
Aandacht trekken
Imago versterken
Productinfo kan erop
Verkoop stimulerend (extra produkt binnen de verpakking, extra zakjes chips bijv.)
Wat weet je nu meer over verpakking?
Huiswerk:

1. Lezen p. 67, 68 tot de vragen
2. Maken vragen p. 68
3. In deze les zijn voorbeelden genoemd van het A, B en C merk. Jij bedenkt voor iedere categorie een merk en product. Dus Coca Cola en Coca Cola Zero. Het product plaats je in de groeistrategieën van Ansoff en benoem je waarom juist daar.
4. Vragen en opdrachten pagina 72
5. Toepassingsvragen pag. 74 tot en met en 79
6. Leren Hoofdstuk 1 en 2


Herhaling van lessen. Eind van deze periode krijgt iedereen éénmalig de kans om de toets marketing te herkansen. Het hoogste cijfer telt.

BLIJF MEEDOEN!!!!!
Minteken in uitkomst geeft aan dat het verband tussen de prijs en de vraag negatief is.
Dit betekent:
als de prijs stijgt de vraag daalt
als de prijs daalt de vraag stijgt
Uitkomst -2 wil zeggen, bij een prijsdaling van 1% de vraag met 2% stijgt etc.

Uitkomst


------Elastisch--------\---Inelastisch----
<___/____/____/____/____/____/
-4 -3 -2 -1 0


Schema Elasticiteit van prijs

1
Nieuw-Oud
--------------- x 100% =
Oud

Gebruik je bij verandering vraag EN verandering prijs

2

Procentuele verandering van de vraag
------------------------------------------------------ =
Procentuele verandering van de prijs


2 Formules

Elastische vraag
Inelastische vraag

Elastisch als een afzet reageert op een prijsverandering
Inelastisch als een afzet NIET reageert op een prijsverandering

Prijselasticiteit gevraagde hoeveelheid

Overige theorie H. 3:

Psychologische prijzen:

* Prijsdrempel = 1,99 ipv 2,00
* Gebruikelijke prijs = Welk bedrag heeft comsument er voor over
* Prijzen vergelijken = Als je produkt 1,50 prijst van 2,00 maar altijd 1,50 is geweest
* Meervoudige prijzen = Bijv. 3 artikelen voor prijs van 2
* Snob pricing = Ofwel Veblen goederen, prijs omhoog, meer verkoop > Status goederen
Hoofdstuk 4: Distributie / Plaats

Wat betekent Plaats in de 4 P's?
Plaats
heeft te maken met de plaats van het product in het
distributiekanaal
. Hierin zijn de volgende begrippen van belang:

Distributie
= Het geheel van activiteiten dat betrekking heeft op het voortstuwen van de productenstroom van de producent naar de klant
Distributiekanaal
= Bestaat uit de opeenvolgende distribuanten van een bepaald product
Distributieproces = Bestaat uit volgende processen: Transport, opslag, informatieverschaffing, promotie, onderhandelen, bestellen, financieren, risico nemen, betalen en eigendom overdragen


4.2.2

Detailhandel = verkoopt producten aan consumenten voor persoonlijk gebruik.

Soorten:

Zelfstandige winkels
Webwinkels > Voorbeeld
In- verkoopcombinaties >
Franchises >
Vrijwillig filiaalbedrijf > C1000 (onderdeel Jumbo)
Grootwinkelbedrijf >
Ken de definities van pag. 126
Veel handel via internet.
Dit distributiekanaal kan verschillende vormen hebben:

Alleen om te communiceren met de klant (Bol.com)
Een distributiekanaal voor de tussenhandel
Rechtstreeks verkoopkanaal aan consumenten
Een combinatie van deze vormen
Voordelen webwinkel:

Groot bereik
Koopgemak
Besparingen
Minder verkeer in de stad

Nadelen:

Groothandel profiteert niet van webwinkel
Goede webwinkel opzetten is duur
Door webwinkels ontstaat er leegstand in de stad
4.3 Lengte distributiekanaal

Je kan kiezen uit:

Directe distributie
Indirecte distributie
Duale distributie of Multichanneling
Directe distributie

Je levert als fabrikant direct aan de eindgebruiker

Voordelen:
* De weg is kort en overzichtelijk
* Je hebt veel grip op het proces
* Je ziet direct reacties van de klant
* Alle winst is voor jou

Nadelen:
* Hoge kosten om verkooporganisatie op te zetten
* Het kan je afzetmogelijkheden beperken

Indirecte distributie:

Indien er één of meer schakels tussen de fabrikant en eindgebruiker zijn. Zoals:

Importeur
Groothandel
Supermarkt
Indirect kort kanaal - Levert direct aan Mediamarkt
Indirect lang kanaal.
Minimaal 2 tussenschakels. Dit noemt men indirect lang, ofwel: de klassieke keten.


Indirect lang - Sinaasappel naar PLUS
Opdracht:
Lees Duale distributie of Multichanneling op pag. 132
Cross channeling:

Als een bedrijf een webwinkel heeft, maar ook een fysieke winkel en de klant ook contact op kan nemen met de klantenservice.

De verschillende distributiekanalen werken samen binnen één bedrijf.

Bijv. > H&M
Reminder:

1. Mail van gisteren > Studieplanning > Toetsboom
2. Deze week inleveren Ondernemingsplan
3. Eventueel SO Media
4. Portfolio periode II is later, zie studieplanning
5. Toets Marketing H. 1, 2 en 3
6. Toets Media H. 1 en 2
7. Praktijkleer > Uitstroom
8. Marketing en Media veel theorie
9. Nu starten orie H. 3 Marketing
Resultaten Toets > Periode 2
Resultaten t.m. periode 2
Wat te doen? Contact SLB-er
Inhalen Toets Marketing / Toets Media tijdens SLB
Alle toetsen geven één gemiddelde
Welke functies heeft distributie?

- Transport
- Opslag
- Voorraadbeheer
- Informatieverschaffing
- Afstemming vraag en aanbod
- Promotie
- Bestellen
- Financieren
- Risico dragen
- Eigendom overdragen
- Service
Wat is een bedrijfskolom?
Groothandel:

Groothandel verkoopt producten die door anderen zijn gemaakt. De kopers zijn bedrijven die de producten niet bedrijfsmatig gaan gebruiken maar verkopen ze verder.


Soorten groothandels:

Importeurs
Exporteurs
Import Exportbedrijven
Handelshuizen
Binnenlandse groothandel
Grossiers
Lezen pagina 148 - 149 Groothandel
Full transcript