Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Doelen Taal - Groep 8

Doelen en woordenschat bij Taal op Maat voor taal op OBS De Kleine Wereld.
by

Garmt Meulendijks

on 10 March 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Doelen Taal - Groep 8

1
Doelen en Moeilijke woorden.
Taal op Maat groep 8
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Doel: Ik kan een officiële brief opstellen en een goede onderbouwing geven bij de klachten in de brief.

1. Ik stel een officiële brief op en ik maak gebruik van de juiste indeling en gepaste woorden. Ook kan ik mijn klachten goed onderbouwen.

2. Ik stel een brief op en ik onderbouw mijn klachten op een overtuigende manier.

3. Ik kan klachten onderbouwen.
Les 6 en 7
Moeilijke woorden:

1. onderbouwen: Een goede reden geven ?om je mening/klacht duidelijk te maken.

2. inleiding: De opening van een tekst of ?brief, waar het onderwerp in duidelijk ?wordt gemaakt.

3. slot: De afsluiting van een verhaal of ?brief.
Les 1
Het doel van de les: Ik kan een interview opstellen en afnemen.

1. Ik kan door middel van een interview de informatie achterhalen die ik wil hebben. Ik kan doorvragen en puntsgewijs of in verhaalvorm mijn interview uitwerken.

2. Ik kan vier vragen bedenken, deze stellen en ook doorvragen op de antwoorden. De antwoorden kan ik in een verslag verwerken.

3. Ik kan vier vragen bedenken, deze stellen en de antwoorden in een verslag verwerken.
Moeilijke woorden:

1. Milieu; De volledige omgeving van een mens of dier, die van invloed is op zijn/haar leven. Dit kan te maken hebben met natuur, maar ook met cultuur en de maatschappij.

2. Zuiveren; Schoon maken, reinigen. Ontdoen van ongewenste stoffen.

3. Besparen; Ergens zuinig mee zijn. kan ook betekenen; iets voorkomen.
Les 2 en 3
Doelen:

1. Ik kan samenstellingen maken met het woord verbod en ik ken alle nieuwe woorden van gisteren en vandaag.

2. Ik kan samenstellingen maken met het woord verbod.

3. Ik ken drie nieuwe woorden over het milieu.
Moeilijke woorden:

1. Katalysator: Een filter die grove roetdeeltjes filtert in de uitlaat van een auto.

2. Recycling: Hergebruiken van materiaal, zoals glas, papier, plastic.

3. Stortbak: Het waterreservoir van de wc.
Moeilijke woorden;

1. chemisch; Scheikundig. Scheikunde is de wetenschap die zich ?bezig houdt met de samenstelling van stoffen en reacties van die ?stoffen op andere stoffen.

2. illegaal: In strijd met de wet.

3. overtreding: Het overtreden van de wet/een regel/gebod.
Les 4 en 5
Doel van de les: Ik kan verschillende taalmoeilijkheden zien en oplossen.

1. Ik kan het juiste voorzetsel en het juiste bezittelijke voornaamwoord invullen. Daarnaast weet ik wat een enkelvoudig onderwerp is.

2. Ik kan het juiste bezittelijke voornaamwoord in een zin invullen.

3. Ik kan het juiste voorzetsel in een zin invullen.
Moeilijke woorden:

1. voorzetsel; een woord dat een tijd, richting of plaats aangeeft; naar (plaats/richting), na (tijd).

2. bezittelijk voornaamwoord; een woord dat aangeeft dat iets van iemand is; mijn, jouw, uw.

3. enkelvoudig onderwerp; een onderwerp dat meervoud lijkt, maar enkelvoud is; De groep kinderen.
Les 8
Les 1 Doel: Ik kan het verschil tussen huren en kopen uitleggen.

Les 2 Doel: Ik kan betekenissen van woorden achterhalen door associatie (en afleiden uit de context).

Les 3 Doel: Ik kan een soort woning aan een context koppelen.

Les 4 Doel: Ik weet wanneer ik welke informatiebron ( woordenboek, encyclopedie, atlas, internet) moet gebruiken.
Doelen Blok 1
Les 5 Doel: Ik kan het verschil tussen een woordenboek en een encyclopedie uitleggen en toepassen.

Les 6 Doel: Ik weet wat een open vraag is en pas dat toe tijdens een interview met een klasgenoot.

Les 7 Doel: Ik kan aantekeningen van een interview uitwerken tot een verslag.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Doelen Blok 1
Les 1 Doel: Ik maak kennis met verschillende horecagelegenheden en weet wat een recensie is.

Les 2 Doel: Ik leer spreekwoorden en uitdrukkingen die over eten/drinken gaan.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde spreekwoorden en uitdrukkingen toepassen.

Les 4 Doel: Ik kan omgaan met een internetzoekmachine, zoals Google.
Les 5 Doel: Ik weet wat trefwoorden zijn en kan ze toepassen in een bedrijvengids, bij de bibliotheek en op het internet.

Les 6 Doel: Ik kan gegeven aantekeningen uitwerken tot een eetrecensie.

Les 7 Doel: Ik kan zelf geschreven aantekeningen uitwerken tot een eetrecensie.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer een debat te voeren en kan de verbale en de non-verbale bijdragen beoordelen.

Les 2 Doel: Ik leer woorden die met migratie te maken hebben en ik kan van een aardrijkskundige naam een bijvoeglijk naamwoord, een taal en naam inwoner maken.

bv Duitsland – Duits – Duitser

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde woorden over migratie en aardrijkskundige namen toepassen.

Les 4 Doel: Ik kan de persoonsvorm en het onderwerp in een zin vinden via : de tijdproef, de getalproef en de eenzinsdeelproef.
Les 5 Doel: Ik kan zinnen ontleden ( pv, eenzinsdeelproef en onderwerp)

Les 6 Doel: Ik leer talige trucs om humor te schrijven.

Les 7 Doel: Ik kan een korte humoristische spreekbeurt schrijven.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik kan gevoelens en hun bijbehorende gedragingen omschrijven.

bv boos - stampvoeten

Les 2 Doel: Ik leer benamingen voor gevoelens.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde benamingen koppelen aan gedrag.

Les 4 Doel: Ik kan het onderwerp en het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.
Les 5 Doel: Ik kan zinnen ontleden ( pv, eenzinsdeelproef en onderwerp).

Les 6 Doel: Ik weet wat een kettingverhaal is en kan in tweetallen een kort kettingverhaal schrijven.

Les 7 Doel: Ik kan met de kinderen in mijn groepje een kettingverhaal schrijven.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik ken de betekenis van minstens 10 begrippen die met het thema “voorgezet onderwijs” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer benamingen van soorten onderwijs en scholen.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde benamingen in volgorde waarin ze doorlopen moeten worden zetten.

Les 4 Doel: Ik kan de pv en het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.
Les 5 Doel: Ik kan de pv en het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.

Les 6 Doel: Ik leer een tekst in tweetallen te schrijven.

Les 7 Doel: Ik kan in een tweetal een kort verhaal schrijven op een logische wijze.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “kleding” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer kenmerken van kledingstukken. Bv een regenjack is dagelijkse kleding om je te beschermen.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde kenmerken toepassen.

Les 4 Doel: Ik kan het onderwerp, de pv en het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.
Les 5 Doel: Ik kan het lijdend voorwerp, het onderwerp, de pv en het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.

Les 6 Doel: Ik kan uit een voorgelezen tekst informatie verzamelen voor een recensie.

Les 7 Doel: Ik kan m.b.v. het stelschema (blz. 35) een recensie schrijven.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “uitgaan” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer woorden voor filmgenres en andere theateruitingen.

Les 3 Doel: Ik kan filmgenres in beelden beschrijven.

Les 4 Doel: Ik leer wat een persoonlijk voornaamwoord is.
Les 5 Doel: Ik kan goede, niet te korte zinnen met persoonlijke voornaamwoorden maken.

Les 6 Doel: Ik kan van gewone zinnen dialoogzinnen maken.

Les 7 Doel: Ik kan een verhaal herschrijven tot een hoorspel.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “tijd” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer benamingen voor de beginfase, de middenfase en de eindfase van gebeurtenissen.

Les 3 Doel: Ik leer uitdrukkingen met tijd toe te passen in een zin.

Les 4 Doel: Ik kan woordsoorten ( ww, zn, lw, tw etc.) in een zin benoemen.
Les 5 Doel: Ik kan zinsdelen en woordsoorten benoemen.

Les 6 Doel: Ik kan lange, moeilijke zinnen herschrijven, zodat een leerling uit groep 5 ze kan begrijpen.

Les 7 Doel: Ik kan een tekst herschrijven voor kinderen uit groep 5.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “huishoudbudget” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer de betekenis van enkele spreekwoorden.

Les 3 Doel: Ik leer een aantal begrippen rondom de bank.

Les 4 Doel: Ik maak kennis met samenstellingen van het type zn+bn (zoutarm).
Les 5 Doel: Ik kan zelf woorden maken van het type ge- + stam (geklets).

Les 6 Doel: Ik weet wat een levensloop is.

Les 7 Doel: Ik kan mijn eigen levensloop schrijven.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “een tolerant land” te maken hebben. Hierover kan ik een discussie voeren.

Les 2 Doel: Ik leer begrippen uit verschillende religies.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde begrippen toepassen.

Les 4 Doel: Ik leer de betekenis van de voorvoegsels her- en wan-.
Les 5 Doel: Ik kan woorden met her- en wan- toepassen.

Les 6 Doel: Ik leer door associatie een gedicht te schrijven.

Les 7 Doel: Ik kan een associatief gedicht schrijven.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “lik op stuk” te maken hebben. Hierover kan ik discussiëren.

Les 2 Doel: Ik leer benamingen voor soorten straffen en beloningen.

Les 3 Doel: Ik kan de in les 2 geleerde benamingen toepassen.

Les 4 Doel: Ik kan persoonsnamen in twee groepen, mannen en vrouwen, verdelen.
Les 5 Doel: Ik kan persoonsnamen voor mannen en vrouwen maken die afgeleid zijn van werkwoorden.

Les 6 Doel: Ik oefen het schrijven van stapelzinnen.

Les 7 Doel: Ik kan stapelzinnen schrijven en uitbouwen.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “sorry en pardon” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik weet wat leenwoorden zijn.

Les 3 Doel: Ik leer Franse en Engelse leenwoorden.

Les 4 Doel: Ik oefen het gebruik van hoofdletters en leestekens.
Les 5 Doel: Ik kan zinnen ontleden en woordsoorten benoemen.

Les 6 Doel: Ik leer een mening te onderbouwen met uitleg of met een voorbeeld.

Les 7 Doel: Ik kan een recensie schrijven met feiten en onderbouwde meningen.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “stad en land” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer verschillende betekenissen van het woord cultuur.

Les 3 Doel: Ik leer dat woorden een letterlijke en figuurlijke betekenis kunnen hebben.

Les 4 Doel: Ik weet wat voegwoorden zijn en leer ze te gebruiken.
Les 5 Doel: Ik kan zinnen ontleden en woordsoorten benoemen.

Les 6 Doel: Ik verzamel materiaal voor een fantasieverhaal.

Les 7 Doel: Ik schrijf met het in les 6 verzamelde materiaal een fantasieverhaal.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik leer begrippen die met het thema “derde wereld” te maken hebben.

Les 2 Doel: Ik leer samenstellingen met het woord “nood”.

Les 3 Doel: Ik leer uitdrukkingen met het woord “helpen”.

Les 4 Doel: Ik weet wat voegwoorden zijn en kan ze gebruiken.
Les 5 Doel: Ik maak nader kennis met krantenkoppen.

Les 6 Doel: Ik kan een persoonsbeschrijving maken.

Les 7 Doel: Ik schrijf verder aan het fantasieverhaal uit thema 14.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Les 1 Doel: Ik kan een betoog houden met een pakkende openingszin.

Les 2 Doel: Ik kan zelf een woordweb bij dit thema maken.

Les 3 Doel: Ik kan werken met het morse-alfabet.

Les 4 Doel: Ik vergelijk het Nederlands met het Duits, Engels en Frans.
Les 5 Doel: Ik vertaal enkele Duitse woorden in het Nederlands.

Les 6 Doel: Ik weet wat redigeren is .

Les 7 Doel: Ik maak het fantasieverhaal uit thema 14 af.

Les 8 Doel: Ik oefen het geleerde van les 1 t/m 7 nog eens.
Doelen Blok 2
Doelen Blok 2
Doelen Blok 3
Doelen Blok 3
Doelen Blok 4
Doelen Blok 4
Doelen Blok 5
Doelen Blok 5
Doelen Blok 6
Doelen Blok 6
Doelen Blok 7
Doelen Blok 7
Doelen Blok 8
Doelen Blok 8
Doelen Blok 9
Doelen Blok 9
Doelen Blok 11
Doelen Blok 11
Doelen Blok 12
Doelen Blok 12
Doelen Blok 13
Doelen Blok 13
Doelen Blok 14
Doelen Blok 14
Doelen Blok 15
Doelen Blok 15
Doelen Blok 16
Doelen Blok 16
kopen
huren
de hypotheek
de aflossing
de huur
de huisbaas
de makelaar
het onderhoud
de onderhuur

eigen opgang

het huurhuis

de kale huur

het koophuis

de hypotheek

de senioren-woning

de makelaar

de woningmarkt

de woning-corporatie
de bistro
het eetcafé
de lunchroom
het botel
het restaurant
het strand-paviljoen
de bar
de kroeg
de herberg
het hotel
de grillroom
de tapperij
de moskee

de kolonie

de (politieke of economische)
vluchteling

de gastarbeider

inburgeren

de allochtonen

de autochtonen

het vaderland
de minaret
de vluchteling
de kolonie
de gastarbeider
de gevoelens
innerlijk
uiterlijk
eenzaam
boos
verliefd
ongelukkig
verdrietig
intiem
de perfectionist

intiem
het lesrooster
de (con)rector
de rooster-wijziging
het blokuur
het kluisje
de garderobe
de klassen-mentor
het vmbo
de havo
het gymnasium
het atheneum
de universiteit
de agenda
het rooster
de mentor
de rector
de conrector
het telaatbriefje
de kantine
lich. opv.
de gelegenheidskleding

de sportkleding

de werkkleding

de cap

de scheen-beschermers

het masker

de sluier

de hoge hoed

het jacquet
de rijlaarzen

de skeelers

de valhelm

de elleboogbeschermers
de uitgaansmogelijkheid

de disco

het pretpark

het theater

het museum

de uitagenda

reserveren

de voorstelling
de expositie
(tentoonstelling)
keramiek
de persfoto
het ballet
de choreografie
o.l.v.
e.v.a.
de mime
de parodie
het ensemble
de wereldmuziek
de aanvang

de ontwikkeling

de afsluiting

het ontslag

de opname

de aankomst

het verblijf
de ondergang

de oogst

de opening

de inleiding

het toernooi

de bouw

het vertrek

de afwerking
de inkomsten

de uitgaven

sparen

het pensioen

de uitkering

het salaris

de telefoontarieven

de acceptgiro

het rekeningafschrift
het pensioen

het salaris

het abonnement

de tarieven

de prijzenoorlog

de acceptgiro

het rekening-afschrift

de geldautomaat

de pinautomaat
de milieumaatregelen

verbieden

zuiveren

besparen

de katalysator

de geluidsoverlast
het milieu

de recycling

besparen

de energie

de luchtverontreiniging

de filters

de spaarlampen

isoleren
de geloofsovertuiging

de crematie

de mohammedanen

de protestanten

de moskee

de islam

de katholieken
islamitisch

katholiek

protestant

de crematie

de imam

de ramadan

de ontkerkelijking

buitenkerkelijk

de dominee

de bijbel

joods

hindoestaans
de overtreding

de bekeuring

de boete

straffen

de lasergun

de flitskast

invorderen

in beslag nemen
de overtreding

de lasergun

de flitskast

de bekeuring

de rollerbank

de wielklem

lik op stuk
het leenwoord

zuiver Nederlands

de purist
het sportcomplex

het groengebied

het milieu

de bereikbaarheid
de binnenstad

de buitenwijk

de rondweg

de bebouwde kom

het industrieterrein

het parkeerterrein

het sportterrein

het sportcomplex

de begraafplaats

het volkstuinencomplex

het recreatiegebied

het natuurgebied

het tuinbouwgebied
de derde wereld

de ramp

het tentenkamp

de kinderarbeid

de inenting

het drinkwater

de hulpverlening
de armoedegrens

de wereld-bevolking

de medische voorzieningen

de kinderarbeid

de vaccinatie
de mondelinge communicatie

de schriftelijke communicatie

de communicatiemiddelen
het spijkerschrift

het perkament

de telegraaf

het telegram

de telex

de teletekst

de mobilofoon
Dieren woningen
til
leger
kot
hok
legbatterij
kennel
nest
hol
stal
box
burcht
aquarium
kom
volière
kooi
rots
ren
korf
Woningbenamingen
kast van een huis
krot
blokkendoos
op stand wonen
driehoog achter
optrekje
Soorten woningen
penthouse
galerijwoning
villa
landhuis
herenhuis
bungalow
drive-in woning
twee-onder-een-kap
tussenwoning
Moeilijke woorden
Informatiebron = een bron van informatie. Een plek waar je informatie kunt vinden, bijvoorbeeld een boek of het internet.
Synoniem = een woord dat hetzelfde betekent als een ander woord. Voorbeeld: muur is een synoniem voor wand.
Open vraag = een vraag waar je geen kort antwoord op kunt geven. Meestal een W-vraag.
Gesloten vraag = een vraag waar je met één woord antwoord op kunt geven.
Interview = vraaggesprek
Trefwoord = een woord waarmee je belangrijke informatie kort kunt noteren.
hospita
hospitaal
reserveren
reserve
reservaat
hostess
Clusterwoorden
reservoir
Zoekmachine
treffer
hit
trefwoord
informatie
zoekbalk
Moeilijke woorden
Recensie = een kritische beschouwing van een bepaald product of dienst. Iemand geeft zijn mening.
Eetrecensie = een kritische beschouwing van het eten in een bepaalde eetgelegenheid.
culinair = alles wat met koken te maken heeft.
migreren
verhuizen
verplaatsen
emigreren = weg gaan
immigreren = binnenkomen
vluchteling
vluchten
de vlucht
oorlog
honger
politiek
gevaar
de immigrant
immigratie
de emigrant
emigratie
Negatief
wanhopig
somber
boos
chagrijnig
beschaamd
jaloers
ontsteld
in de put
geïrriteerd
sip
ziedend
woedend
nijdig
witheet
razend
Positief
opgetogen
blij
uitgelaten
ontspannen
gelukkig
jolig
in je sas zijn
verheugd
Neutraal
beducht
gedreven
geestdriftig
hartstochtelijk
nerveus
trots
Werkwoorden
toejuichen
schreeuwen
huilen
glunderen
piekeren
knarsetanden
lachen
giechelen
kermen
zuchten
wegkijken
Dagelijkse kleding
Werkkleding
Sportkleding
Gelegenheids
kleding
Sluitingen
uniform
toga
spitzen
keepersmasker
avondjurk
regenjack
reflecterend hesje
reflecterend hesje
clubtenue
clubtenue
doktersjas
keppeltje
stola
laarzen
chador
lange handschoenen
lieslaarzen
Speelfilm
Komedie
Actiefilm
Drama
Horror
Thriller
Romantische film
Western
Sciencefiction
Animatiefilm
Documentaire
Dans
Cabaret
Toneel
Muziektheater
Muziek
volksdans
ballet
opera
operette
musical
komedie
drama
thriller
pop
klassiek
jazz
wereldmuziek
Full transcript