Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM


Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.



No description

Inne Eysermans

on 10 January 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of SONGWRITING (1)

SONGWRITING (1) Zou je eens een popnummer willen maken, of maak je al graag songs maar wil je meer weten over verschillende technieken om variatie te brengen in je song?

In deze lessenreeks wordt kennis gemaakt met harmonie, melodie, arrangementen, tekst en klank binnen een song, geïllustreerd met songs uit verschillende muziekgenres. Het experiment zoeken we op in het muziekprogramma Garageband. Songwriting is immers geëvolueerd van het schrijven van songs naar de productie ervan, waarbinnen de Do-It-Yourself-methode centraal is komen te staan. Door software zoals Garageband heeft iedereen meer dan ooit de mogelijkheid om eigen producties te maken en ze online te verspreiden. => songwriting =
writing + production OF creating + shaping

=> elementen:
- harmonie
- melodie
- arrangementen
- structuur
- tekst
- sound

=> artiest in referentiekader :

artiest – mens
artiest – publiek (profilering)
artiest – maatschappij
artiest – technologie / opnamemedia
(vb. tape, digitaal, midi)

song binnen een album
‘songwriter’ VS ‘songwriter achter...’ => theoretische, maar ook intuïtieve aanpak =>
theorie VS emotie / intuïtie (artikel DS: nadenken VS trance) ‘there is no right or wrong’ – Iron & Wine geen eenduidige theorie binnen songwriting,
wel kunnen stijlen en terugkerende vormen, progressies of klanken in de popgeschiedenis begrepen worden, vanuit de analyse van nummers, tijdgeest en de visie van de songwriter – met deze informatie in het achterhoofd kan de songwriter een visie creëren over hoe hij/zij zichzelf ziet in het heden: iemand die songs maakt, nadenkt over klanken en hoe dit alles binnen onze tijdgeest kan passen. - hoe maakt(e) groep X (nu) een nummer? VS hoe maak ik nu een nummer?

- welke werkwijze hanteert groep X? VS welke werkwijze hanteer ik?

- welke instrumenten gebruikt groep X? VS welke instrumenten kies ik?

- welk opnamemateriaal gebruikt groep X? VS welk opnamemateriaal kies ik?

- waar haalt groep X inspiratie? VS waar haal ik inspiratie?

- wat eerst: tekst of muziek?
- ... Retromania - Simon Reynolds (2011) - quotes: Earlier eras had their own obsessions with antiquity, of course, from the Renaissance's veneration of Roman and Greek classicism to the Gothic movement's invocations of the medieval. But there has never been a society in human history so obsessed with the cultural artifacts of its own immediate past. (introduction - XII-XIV) It's not that nothing happened in the music of the 20000s. In many ways, there was a manic bustle of micro-trends, subgenera and recombinant styles. But far the most momentous transformations related to our modes of consumption and distribution, and these have encouraged the escalation of retromania. We've become victims of our ever-increasing capacity to store, organize, instantly access, and share vast amounts of cultural data. Not only has there never before been a society so obsessed with the cultural artifacts of its immediate past, but there has never before been a society that is able to access the immediate past so easily and so copiously. (introduction - XXI)
This kind of retromania has become a dominant force in our culture, to the point where it feels like we've reached some kind of tipping point. Is nostalgia stopping our culture's ability to surge forward, or are we nostalgic precisely because our culture has stopped moving forward and so we inevitably look back to more momentous and dynamic times? But what happens when we run out of past? Are we heading towards a sort of cultural-ecological catastrophe, when the seam of pop history is exhausted? And out of all the things that happened this past decade, what could possibly fuel tomorrow's nostalgia crazes and retro fads? (introduction - XII-XIV) Pitchfork writer Eric Harvey recently observed that the 2000s may be destined to be 'the first decade of pop music… remembered by history for its musical technology rather than the actual music itself'. Napster Soulseek Limewire Gnutella iPod YouTube Last.fm Pandora MySpace Spotify … these super-brands took the place of super-bands such as Beatles Stones Who Dylan Zeppelin Bowie Sex Pistols Guns N'Roses Nirvana … (411) The content begging mediated is unchanging (it's a mixture of old music and contemporary music that is either 'new old' or that tweaks established forms). What is unprecedented is the way that the content gets distributed through the new networks and playback devices, which in turn creates the 'message': the distinctive sensations and affects of our time, a mesh of connectedness, choice, abundance, speed. That is the 'rush' of the 2000s: a frictionless, near-instantaneous transit within networks, archival systems, and so forth, as opposed to the future-rush of the sixties (outward bound, into the unknown). (412) Retromania - Simon Reynolds (2011) - quotes: What was lacking in the 2000s was movements and movement. (407)
But the problem wasn't just the failure of new movements and mega-genres to emerge, or the sluggishness of the established ones. It was the way that recycling and recursion became structural features of the music scene, substituting novelty for genuine innovation. It seemed like everything that ever was got its chance to come back into circulation at some point during the 2000s. Decades usually have a retro twin: the seventies looked to the fifties; in the eighties you had multiple different versions of the sixties vying for attention; and then seventies music started to get rediscovered in the nineties. True to form, and right on cue, the noughties kicked off with an eighties electropop renaissance and was soon followed by a separate but parallel retro craze for post-punk. (…) The pop present was caught in the crossfire of revival simultaneity, with shrapnel from multiple different pasts whizzing past our ears at any given point. (408) <=> retromania ? hoe zie ik mezelf als iemand die songs maakt, nadenkt over klank en hoe die past binnen de tijdgeest - in essentie folk (verhalen over zaken en emoties, iets dat we collectief beleven, eigen is aan een volk)

Billboard’s Top 5000 hits in rockgenre: 80% over liefde, 20% uit sociale kritiek of gaat over entertainment, vaak geschreven of gericht in/naar derde persoon geschreven

- tijdsgebonden (is eigen aan tijd; economie, politiek, gebeurtenis,...), elke periode heeft een eigen verhaal en sound (popgeschiedenis)

Folk ontstond wanneer de mensheid ontstond (Egyptenaren die in de velden, steden zongen over dieren, goden, politieke en emoties => blues: ontstaan uit de slavernij (worksongs, call & response, soort van protestsongs) => jaren ’60: anti-oorlog, feminisme, dierenrechten,... = protestsong => jaren ’70: anarchie, anti-autoritair

- intro

- strofe / verse

- refrein / chorus

- pre-chorus

- brug / bridge

- outro

=> vorm: A-B-C-D-...

- toonaard

- akkoorden (mineur - majeur)

- progressies = akkoorden-opeenvolging melodie arrangementen tekst sound - centrale noten

- strofe VS refrein

- ritmiek harmonie structuur - ritmesectie

- opbouw (=> dynamiek)

- riffs

- herhaling

- plaats en ruimte (=> sound) blues (1860 - , zuiden USA)
gospel (eind 1800, USA)
Tin Pan Alley (= uitgeverij + songwriters + producers, 1885 - begin 20ste eeuw, NYC)
ragtime (eind 19de eeuw - begin 20ste eeuw, New Orleans)
broadway theatre (NYC)
songwriters => crooners (vanaf 1930, uitvinding microfoon/versterking, USA)
Allan Freed (midden tot eind jaren '50 DJ => blues, country, rhythm & blues => 'rock 'n roll')
doo-wop (1920, USA)
rhythm & blues (ontstond uit jazz, gospel en blues, vanaf 1940)
rock 'n roll (jaren '50 en '60)
dans: jive, twist, boogiewoogie
hillbilly <=> rockabilly
ska (eind jaren '50, Jamaica)
folk (= vooral Engelstalige traditionele muziek, jaren '50, '60, '70 - )
country (= verzameling Amerikaanse muziekstijlen, vanaf 18de eeuw, zuiden USA)
soul (ontstond uit gospel en r&b, jaren '50 en '60, zuiden USA)
surf (1960, Zuid-Californië)
teenybopper (jaren '50 & '70)
The Beatles (1957 - 1970, Liverpool)
rap (1960 - , USA)
Motown (1959 - 1988, succes: midden jaren '60 - begin '70)
girlgroups (jaren '60)
funk (midden jaren '60, USA)
hardrock (midden jaren '60, UK)
bubblegum / teen pop (eind jaren '60 - begin jaren '70)
dub (eind jaren '60, Jamaica)
reggae (eind jaren '60, Jamaica)
art rock (eind jaren '60)
softrock (jaren '60, '70, '80, '90)
krautrock (begin jaren '70, West-Duitsland)
metal (begin jaren '70, UK)
punk (midden jaren '70, UK)
ambient (midden jaren '70, Brian Eno (UK))
hip hop (jaren 70 - , The Bronx)
gothic (eind jaren '70)
dancehall / raggamuffin (eind jaren '70, Jamaica)
indie / independent (eind jaren '70, UK)
disco (jaren '70 - begin jaren '80)
new wave (eind jaren '70 - eind jaren '80)
R&B (pop, begin jaren '80, USA)
MTV (1981)
synthpop (jaren '80 -)
grunge (midden jaren '80, Seattle)
EBM (electronic body music, eind jaren '80 - jaren '90) => new beat (eind jaren '80, België)
house (eind jaren '80, Chicago)
techno (eind jaren '80, Detroit en Frankfurt)
industrial (eind jaren '80 -)
lo - fi (eind jaren '80 -)
math rock (midden jaren '90 -)
post rock (midden jaren '90 -)
britpop (jaren '90, UK)
emo (eind jaren '90)
alternative (post-punk: midden jaren '80 - midden jaren '90)
dubstep (jaren '00, UK) - opname (vb. hi- versus lo-fi)

- productie: blend, ruimte, effecten

- mix en mastering: compressie - equalizing - effecten - titel

- verhaal

- tijdsgebonden relevantie VS tijdloos

- taalgebruik garageband - noten + benaming + voortekening
- toonladders (grote en kleine tertstoonladder)
- intervallen
- soorten akkoorden (drieklanken mineur - majeur)
- benoemen van akkoorden
- omkering van akkoorden intervallen 1 toontrap = prime

2 toontrappen = secunde
=> klein = 1 halve toon
=> groot = 1 hele toon

3 toontrappen = terts
=> klein = 1 hele toon en 1 halve toon
=> groot = 2 hele tonen

4 toontrappen = kwart
=> rein = 2 hele tonen en 1 halve toon
=> overmatig = 3 hele tonen soorten akkoorden: drieklanken - drieklank = 2 tertsen op elkaar
- 1ste terts interval bepaalt of een akkoord majeur of mineur is

- in grote tertstoonladder is terts groot => majeur
- terts bestaat uit 2 hele tonen (tweede terts is klein)

- in kleine tertstoonladder is terts klein => mineur
- terts bestaat uit 1 hele en 1 halve tonen (tweede terts is groot) toonladders: kleine tertstoonladder

=> elke grote terts-toonladder heeft een parallelle kleine terts-toonladder met dezelfde tonen
=> paralleltoonsoorten hebben dezelfde voortekening
=> de grondtonen van parallelle toonladders liggen een kleine terts uit elkaar 5 toontrappen = kwint
=> verminderd = 2 hele tonen en 2 halve tonen
=> rein = 3 hele tonen en 1 halve toon

6 toontrappen = sext
=> klein = 3 hele tonen en 2 halve tonen
=> groot = 4 hele tonen en 1 halve toon

7 toontrappen = septiem
=> klein = 4 hele tonen en 2 halve tonen
=> groot = 5 hele tonen en 1 halve toon

8 toontrappen = octaaf
=> rein = 5 hele tonen en 2 halve tonen VB. toonladder van Do (of C) groot
=> een kleine terts lager dan Do is La
=> de kleine tertstoonladder van Do is dus La klein
=> Do groot en La klein noemen we dan parallelle toonladders toonladders: grote tertstoonladder voortekening:

- de kruisen of mollen die nodig zijn voor de toonsoort worden aan de sleutel gezet, zij gelden voor alle maten en in alle octaven

- de kruisen en mollen uit de voortekening hebben betrekking op laddereigen tonen, tonen die behoren tot de toonladder van de toonsoort omkering van akkoorden benoemen van akkoorden (graden + majeur + mineur) basis progressies I - IV - V bluesschema turnaround I - VI - II - V uit jazz II - V - I = a DAW basis harmonieleer referentiekader - biografie

- tijd

- bezetting

- nummer: algemeen

toonaard / maatsoort / toonladder / drieklanken / ... structuur
sound noten: benaming: noten- en rustwaarden (notatie en vorm) maatsoort 2 => aantal kwartnoten per maat = 2
4 => notenwaarde: 4 = kwartnoot 3 => aantal kwartnoten per maat = 3
4 => notenwaarde: 4 = kwartnoot 6 => aantal achtsten per maat = 6
8 => notenwaarde: 8 = achtsten noten: benaming: kruisen / mollen - een kruis (#) voor een noot geeft aan dat de noot een halve toon hoger is dan zonder kruis. - een mol (b) voor een noot geeft aan dat de noot
een halve toon lager is dan zonder mol. 4 => aantal kwartnoten per maat = 4
4 => notenwaarde: 4 = kwartnoot noten: benaming + hele / halve toonsafstanden inhoud / aanpak lessen Songwriting 1 vraag: wat is de rol van een bepaalde artiest binnen zijn geschiedenis ? elementen:

- harmonie
- melodie
- arrangementen
- structuur
- tekst
- sound artiest in referentiekader :

artiest – mens
artiest – publiek (profilering)
artiest – maatschappij
artiest – technologie / opnamemedia
(vb. tape, digitaal, midi)

song binnen een album
‘songwriter’ VS ‘songwriter achter...’

vraag: wat is de rol van een bepaalde artiest binnen zijn geschiedenis ? => analyse - leadsheet analyse
Full transcript