Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Soorten verbanden

No description
by

marshall chiaruttini

on 5 September 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Soorten verbanden

Soorten verbanden
Gemaakt door: Marshall chiaruttini, Jessy van Egmond
Opsommend verband:
Met dit verband kondig je een opsomming aan. De signaalwoorden staan nooit op zichzelf, dat betekent dat er minimaal één signaalwoord bij een opsomming hoort.
Signaalwoorden:en, ook, niet alleen... maar ook, bovendien, verder, ten eerste, enz...
Voorbeeldzin: ik heb NIET ALLEEn goed geslapen, MAAR OOK goed gedroomd.

Oorzakelijk verband:
Dit verband koppelt een oorzaak aan een gevolg. Als iets het gevolg is van wat buiten de menselijke vrije wilt ligt,
Dus als er geen menselijk besluit ten gronde ligt spreek je van een oorzaak, niet van een reden.
Signaalwoorden: doordat, daardoor, zodat, waardoor,hierdoor, ten gevolge van, enz...
Voorbeeldzin:Gisteren heeft het veel gesneeuwd, WAARDOOR ik niet naar school hoef te gaan.


Uitleggend(of toelichtend) verband:
Met dit verband leg je iets uit, hoe bijvoorbeeld iets eruit ziet en je licht het een en ander toe je wilt mensen iets uitleggen waardoor ze je begrijpen wat je bedoeld of waarover je het hebt.

Signaalwoorden: dat wil zeggen, zo, met andere woorden, bijvoorbeeld, ter illusratie, enz...
Voorbeeldzin: Juf van Dorst vindt het leuk om haar leerlingen veel huiswerk te geven; ZO kwam ze op het idee om haar leerlingen te pesten door ze een Prezi te laten maken.
Tegenstellend verband:
Een tegenstellend verband geeft een tegenstelling aan(dus het tegenovergestelde van iets.)
Je kan ook een standpunt benadrukken met een tegenstelling.
Signaalwoorden:maar, daarentegen, doch, echter,terwijl enz.......
Voorbeeldzin: Ik was eerst heel erg ziek, MAAR nu niet meer.



Redengevend Verband:
Met dit verband kondig je een reden aan.
Een reden leidt, anders dan een oorzaak, niet noodzakelijk tot een gevolg: Iemand kan bepalen als de reden een gevolg heeft of niet.
Signaalwoorden: omdat, want, daarom, immers, namelijk, hierom, zodoende, enz...
Voorbeeldzin: De school is gesloten vanwege verbouwing, DAAROM hoe ik niet naar school te gaan.
Met toelichtingen en voorbeelden!
Full transcript