Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

geschiedenis experimentele film- en videokunst

AV2 kw 4 2011-2012
by

Sarah Lugthart

on 17 June 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of geschiedenis experimentele film- en videokunst

geschiedenis experimentele film- en videokunst
1900
1920
1940
1960
"Le Voyage dans la Lune" (1902),
Georges Mélies (1861-1938)
"Motion Painting No. 1" (1947),
Oskar Fischinger (1900-1967)
visual music
"Free Radicals" (1958),
Len Lye (1901-1980)

Len Lye is 1901 in Christchurch, Nieuw-Zeeland, geboren. Hij was zowel schilder, fotograaf en schrijver. Maar vooral is hij beroemd als pionier van de direct-animatie. Al op een vroege leeftijd was hij geïnteresseerd in beweging en hij wilde vooral kinetische energie in zijn kunst laten zien.
In 1926 verhuisde hij naar Londen waar hij zich snel een moderne groep van Engelse kunstenaars aansloot (Seven and Five Society). In dit groep werkte hij met een statische visuele medium waarmee hij niet erg blij was. Al snel begon hij te experimenteren met de geanimeerde film.
In 1926 begon hij tekeningen voor zijn eerste film 'Tusalava' te maken, die in 1929 gepubliceerd wordt. Hij bestaat uit 4000 tekeningen die samengevoegd een unieke geanimeerde film vormen. Hij vertelt het verhaal van het begin van leven op aarde. De weg van een eencellige organisme tot een levende wezen met een identiteit.
Kort daarna begon hij met het experimenteren van het directe schilderen op de film. Hij is pionier van deze techniek.
Len Lye wordt lid van de GPO-Unit. Zijn eerste film die hier wordt gemaakt is 'A Colour Box' (1935). In dit film is de focus niet meer op een beweging maar hij presenteert een grote massa van complexe bewegingen die ontstaan door het directe schilderen op het celluloid. Ondersteund wordt de film van moderne Cubaanse muziek.

Een andere beroemde film van hem is 'Rainbow Dance' (1936). Voor deze live-action film heeft Len Lye de danser Rupert Doone in zwart-wit gefilmd. Daarna heeft hij de film ingekleurd en uitgesneden patronen toegevoegd waardoor een kleurrijke, bewegende landschap ontstaat.

In 1944 verhuisde hij naar New York waar hij tot 1968 bleef totdat hij terug naar Nieuw-Zeeland ging.

Bronnen:
http://www.screenonline.org.uk/people/id/446754/
http://hcl.harvard.edu/hfa/films/2007novedec/lye.html
direct film
Walter Ruttman

Walter Ruttman was een Duitse filmpionier. Hij maakte voornamelijk korte (abstracte) animatiefilms en documentaires. Geboren op 28 december 1887 in Frankfurt en hij is overleden aan het Oostfront toen hij een militaire oefening filmde op 15 juli 1941.

Opgeleid als architect en schilder werkte hij voornamelijk op een grafische manier van ontwerpen en creëren. Zijn film carrière begon in de begin jaren 20 met abstracte experimenterende films onder de naam “Opus 1” en “Opus 2”. Door zijn experimenten onderzocht hij het medium film, filmtaal en creëerde vele nieuwe technieken binnen het medium.

Voor de films Opus 1-4 is er muziek voor geschreven en Walter zelf speelde cello tijdens zijn uitvoeringen. De muziek dat een bijna soort techno achtig ritme met de abstracte beelden wordt zijn werk ook wel opgenomen als “visual music”. De film is helemaal geschilderd op een klein stukje glas en maakte per frame een foto (stop motion), waarna hij zelf de film inkleurde. Zijn abstracte films inspireerde andere filmmakers zoals Oskar Fischinger.
structural film
video art
surrealisme
Stan Brakhage, VS (1933-2003)

Brakhage wilde zijn kijkers puur en alleen het avontuur van de waarneming laten beleven. Zijn doel was 'de bevrijding van het oog zelf'. Los komen te staan van bepaalde betekenissen die aan beeld gekoppeld zijn. Betekenissen die in onze waarneming gegeneraliseerd zijn. 'How many colours are there in a field of grass to the crawling baby unaware of 'green'?'
Brakhage wil een wereld creëren vóór het ontstaan van het 'woord'. Hij is zelfs van mening dat mensen getraind kunnen worden om anders te kijken.

Brakhage zag zijn films als metaforisch, abstract en zeer subjectief, een soort gedicht geschreven in het licht. Hij haalde dan ook inspiratie uit bekende dichters en abstract expressionistische schilderkunstenaars, met name Willem de Kooning.
Net als schilders en beeldhouwers bewerkt Brakhage zijn materiaal handmatig door erop te krassen, te verven en door het veranderen van de celluloid zelf. Ook kraste hij net als een schilder zijn signatuur op het eind van de film. In 'Mothlight' (1963) beschilderde hij lege frames en plakte hier motten vleugels op. Hierdoor leken de beestjes haast weer tot leven te komen.












Buiten het handmatig bewerken van het beeld, maakt Brakhage ook veel gebruik van vervormende lenzen. En hij verwerkte veel documentaire beelden in zijn films, zoals de geboorte van zijn eigen kind. Maar hij vervormt deze beelden m.b.v. montage en nabewerking zo erg, dat ze los komen te staan van hun context. De films van Brakhage bevatten weinig narratief. 'Videokunst' is eigenlijk niet de juiste benaming voor zijn werk, hij draaide bijna alles op 8mm en 16mm.

Op een paar uitzonderingen na, is al zijn werk gemaakt zonder het gebruik van geluid. Geluid zou volgens hem de intensiteit van de visuele ervaring bederven.

Zijn bekendste werk is 'Dog Star Man' (1964) :
Naar aanleiding van Ruttmann's werk maakte Oskar Fischinger een machine die dunne plakjes afsneed van een bol was met een mal erin. De snijmachine was weer verbonden aan een fotocamera en zo ontstond er een animatie. Fischinger schreef Ruttmann over zijn nieuwe uitvinding. Ruttmann was erg enthousiast en wilde de machine gaan gebruiken. Uiteindelijk is hier niet veel terecht van gekomen omdat volgens Ruttmann het lastig werken was met de machine omdat de was smolt door de hitte van de lampen. Toch is het Fischinger zelf wel gelukt om enkele filmopnames met de machine te maken. Enkelen van deze opnames zijn terug te vinden onder de noemer 'The Wax Experiments'.
'Berlin: Die Sinfonie der Großstadt' (1927)
Eind jaren 30 vond Ruttmann het studiowerk te beperkt worden en maakte hij een overstap naar live-action films. In 1927 produceerde hij de documentairefilm 'Berlin: Die Sinfonie der Großstadt'. Met deze film wilde hij dat de kijker de energie, dynamiek en vooruitgang van de stad zou ervaren. Ook wilde hij de toeschouwer bewust maken van de mate van objectiviteit van het medium film. Naast deze film heeft Ruttmann ook de fictieve film 'Melodie der Welt' gemaakt. Deze film is geconstrueerd als een symfonie. In de film laat hij verschillend zien in religie, gewoontes, kunst en entertainment van over de hele wereld. Ruttmann heeft na deze films een tijdje als assistent van Leni Riefenstahl gewerkt.

Bronvermelding:
http://www.ubu.com/film/ruttmann.html
http://www.ubu.com/film/ruttmann_licht.html
http://www.medienkunstnetz.de/works/berlin/
Douglas Trumbull (1942-) is een Amerikaans filmregisseur en -producent, maar heeft zich vooral weten te onderscheiden als uitvinder van een aantal innovatieve speciale effecten in science fiction films zoals '2001: A Space Odyssey', 'Star Trek: The Motion Picture' en 'Blade Runner'.

Trumbull werkte mee aan de speciale effecten van de film 'To the Moon and Beyond' uit 1964, en werd daarna
gevraagd door filmregisseur Stanley Kubrick om mee te werken aan de film '2001: A Space Oddysey' uit 1968, waarin Trumbull
verantwoordelijk was voor een aantal grensverleggende effecten, waaronder de gekleurde lichten in de
"Star Gate"-sequentie, die tot stand kwamen door slitscanfotografie van bewegende beelden van schilderijen, maar
ook effecten werden bereikt met kleurenfilters en chemicaliën. Trumbull ontwierp speciaal voor de film een machine,
die deze techniek tot stand kon brengen voor film. Begin jaren tachtig was hij betrokken bij de film 'Blade Runner' van Ridley Scott, en creëerde hij de denkbeeldige versie van Los Angeles. Rond deze periode ontwikkelde Trumbull ook de zogenaamde Showscan, waarmee beelden in een veel hogere definitie kunnen worden gegenereerd, en het daarom in zijn beweging veel duidelijker en realistischer overkomt. Trumbull verliet een tijd de filmindustrie, maar bleef hierin wel technieken ontwikkelen op het gebied van speciale effecten. In 2011 keerde hij echter terug met de film 'The Tree of Life' van Terrence Malick, waarin oude (niet digitale) technieken zoals uit 2001 opnieuw werden gebruikt.

"Everything in a movie is an illusion, beginning with the simple idea of photographing and projecting photographs in rapid succession to create the illusion of motion."

http://douglastrumbull.com/
http://www.guardian.co.uk/film/2011/jul/09/douglas-trumbull-special-effects
De bekende 'Star Gate Sequence' uit 2001: A Space Oddysey
Videovolt.net
John Whitney
Geboren op 8 april 1917
Overleden op 22 september 1995

Hij groeide samen met zijn broer James in de jaren zestig en zeventig uit tot grootmeesters van de abstracte film. John Whitney Sr. ontwikkelde ideeën over visuele muziek en het omzetten van beeld in geluid, en van geluid in beeld. Hij begon zijn zoektocht naar de versmelting van beeld en geluid al in de jaren veertig. Samen met James Whitney ontwikkelde hij toen op basis van afgedankte militaire apparatuur (luchtafweerkanonnen), een technische set-up waarmee zij abstracte beelden genereerden. Het was feitelijk een analoge computer. In 1960 richtte John Whitney Motion Graphics Inc. op, dat filmsequenties voor film en televisie programmeerde. Zijn filmexperimenten uit die tijd werden verzameld onder de titel 'Catalogue' (1961). In de jaren zeventig ging hij digitaal werken, wat resulteerde in computerfilms als 'Arabesque' (1975) en een verdere uitdieping van wat hij 'digitale harmonie' noemde.

Wat een paar jaar geleden nog wat ge-VJ was bij dansmuziek in hippe of ondergrondse clubs was, is inmiddels een levendige scene van beeld-en-geluidmakers. Ze manifesteren zich niet alleen op podia en festivals, maar brengen evengoed werk uit op dvd, of maken installaties voor tentoonstellingen. Veel van deze vertegenwoordigers van wat wel live cinema, of realtime cinema wordt genoemd, werken abstract, sommige minimaal. De films van de Whitney's zijn zeker een belangrijke inspiratiebron voor deze huidige generatie computerkunstenaars, die beeld en geluid realtime genereren.

Hier wordt door John zelf uitgelegd hoe en waarmee hij te werk gaat:








Bronnen:
Wikipedia
YouTube
dada
'L'Etoile de Mer' (1928), Man Ray
'Le Ballet Méchanique' (1924), Fernand Léger
'Anemic Cinema' (1926), Marcel Duchamp
'Entre-acte' (1924), René Clair
Cinema 16
Filmmakers Cooperative (NY)
Canyon Cinema (SF)
Amos Vogel
Jonas Mekas
Bruce Baillie
Film Culture
WASSILY KANDINSKY
Wassily Kandinsky was een kunstschilder afkomstig uit Rusland. Eerst schilderde hij vooral expressionistisch. Hij was een van de schilders die vorm en filosofische ondergrond gaf aan de abstracte kunst in het begin van de 20e eeuw.
In 1911 richtte Kandinsky samen met Franz Marc de kunstenaarsvereniging ‘Der Blaue Reiter’op. Zij brachtten het belangrijke essay uit: Über das Geistige in der Kunst’.
In 1922 werd hij professor aan het Bauhaus.

Composition VII
Dit schilderij van Kandinsky is een 1913 gemaakt. De afmetingen zijn 2 bij 3 meter. Het is een geheel abstract werk, met een enorme thematische complexiteit. Na heel veel studie gedaan te hebben naar welk materiaal hij moest gebruiken en welke composities zouden kloppen, heeft Kandinsky dit schilderij binnen een paar dagen geschilderd.
Hij wilde waarheden en echte emoties portretteren in dit schilderij. Zijn kunst moet de toeschouwer meteen in het hart raken zoals muziek dat kan doen. Hij gebruikte ook op veel manieren muzikale metaforen in zijn kunstwerk. Hij ‘componeerde’ de vormen en kleuren in het schilderij. Geen kleur in het schilderij is alleen. Kandinsky zette alle kleuren in een bewuste volgorde, zodat de combinatie van de kleuren weer een bepaalde energie weergaf. Kandinsky creëerde als het ware een symfonie op het doek.
guerilla video
Jonas Mekas is geboren in America maar is van Litouwen in 1922. Hij wordt gezien als filmmaker en schrijver.

Hij en zijn broers zijn opgepakt en naar werkkampen gebracht in de 2de wereldoorlog in de buurt van Hamburg. Later ontsnapte hij uit het werkkamp en verstopte hij zich tot de oorlog voorbij was in een boerderij bij de grens van Denemarken.

Na de oorlog ging hij filosofie studeren in Mainz en ging in 1949 samen met zijn broer emigreren naar America (New-York). In zijn eerste week kocht hij met geleend geld een film camera. (Bolex 16-mm) En in 1953 screende hij zijn eerste film.

Jonas Mekas was onderdeel van New American Cinema (Avant-Garde/Experimental film) samen met Lionel Rogosin. Hij werkte ook veel samen met andere kunstenaars zoals: Andy Warhol, Nico, Allen Ginsberg, Yoko Ono, John Lennon, Salvador Dalí, George Maciunas.

Jonas Mekas is nog steeds levend en maakt nog steeds films. Zijn films bestaand uit oud materiaal en knipt alles bij elkaar. Zijn werkt lijkt wel op een soort van dagboek idee. Vaak praat hij erover met poëtische of filosofische teksten. Hij heeft ook video installaties gemaakt en zijn films worden nog steeds gedraaid op diverse film festivals.

Bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Jonas_Mekas
http://jonasmekasfilms.com/pieces/
Maya Deren

Maya Deren is 1917 in de Ukraine geboren maar haar familie is 1922 naar de Verenigde Staten gevlucht. Al vroeg ging zij literatuur studeren. Nadat ze 1939 in New York met een Master afsloot werkte zij eerst voor een grote dansgroep.

Voor haar films gebruikte zij een 16mm-Bolex Kamera. Haar eerste film "Meshes Of The Afternoon" (1943) wordt ook als haar belangrijkste gezien. Hij geldt als een van de invloedrijkste Amerikaanse avantgardefilms. Het is een experimentele film die niet laat weten waar droom begint of eindigt. Er wordt gespeld met mystiek, illusie en horror. Het gaat om een nachtmerrie van een vrouw. De vrouw wordt van Maya Deren persoonlijk gespeeld. Uiteindelijk pleegt ze in de film zelfmoord. Er is een grote aantal van motieven en symbolen gebruikt woorden zoals een bloem, een broodmes, een telefoon, de zee… Er wordt veel geëxperimenteerd met visuele effecten waardoor de sfeer van een droom beter ter voorschijn komt. Splitscreen, stop-motion, slow-motion maar ook snelle montage en een mistige sfeer versterken het gevoel. Door alle deze factoren is het een surreële film geworden, die alle logica achter zich laat.

Ze heeft nog een aantal avantgardistische films gemaakt (bvb. Ritual in Transfigured Time. 1946). Maar deze hebben nooit het succes van haar eerste films gehad.

Verder was ze erg geïnteresseerd in de Haïtiaanse voodoo. Ze is vaak naar Haïti gereisd om zich met de voodoo te bevatten. Ook heeft ze daar meerdere films en documentaires over gedraaid. Maar vooral haar boeken over dit thema zijn bekend geworden.

Ze is 1961 in New York overleden.
Jean Cocteau
Geboren: 8 juli 1889
Overleden: 11 oktober 1963

Alhoewel Cocteau op meerdere terreinen actief was, vond hij dat hij in de eerste plaats dichter was en al zijn werk poëzie was, of het nu een roman, een film, een toneelstuk of een schilderij was. Hij was één van de belangrijkste personen binnen het surrealisme. Zijn werk was van grote invloed op vele artiesten, waaronder de bekende Les Six-componisten. Zijn bekendste werken zijn het boek: Les Enfants terribles (1929), het toneelstuk: Les parents terribles en de film: La Belle et la Bête (1945). Hij stond bekend als een van avant-garde filmmakers. Hij beschouwde film dan ook als een middel wat iedereen zou moeten kunnen hanteren. "Film will only become art when it's materials are as inexpensive as pencil and paper."
In 1929 schreef hij zijn bekendste werk, het toneelstuk: Les Enfants terribles.

In 1930 maakte hij zijn eerste film,Le Sang d'un Poète (Blood of a poet). Deze film was een commentaar op zijn eigen mythologie en gaat over een jonge avontuurlijke dichter die verdoemd is om eeuwig de hallen van een hotel te bewandelen nadat hij een standbeeld tot leven heeft gewekt.

In 1945 heeft Cocteau zijn eigen versie van La Belle et la Bete geregisseerd.
Deze film betekende de triomfantelijke terugkeer van Cocteau naar het witte doek, na een aantal jaren verslaafd te zijn geweest aan opium. Jean Marais, de partner van Coctreau speelt de prominente rollen in deze film.

Eind jaren veertig, vertaalde Cocteau twee van zijn toneelstukken naar het witte doek; The Eagle with Two Heads en The Storm Within

In 1950 regisseert hij de film: Orpheus met weer Marais in de hoofdrol ook in deze film gaat het over een dichter.

In 1959 regisseert Cocteau zijn laatste film: The Testament of Orpheus. In deze uitgebreide “home movie” komt Cocteau zelf ook voorbij, veel andere bekende vrienden spelen gastrollen, onder andere: Pablo Picasso, Yul Brynner en Jean-Pierre Leaud.
MARCEL DUCHAMP (1887-1968)



Marcel Duchamp was een Franse beeldende kunstenaar. Hij is de eerste kunstenaar die een alledaags voorwerp presenteerde als een kunstwerk. Zijn werken behoren tot het Dadaïsme, het Surrealisme en Conceptuele kunst.



In de kunstwerken van Duchamp is het relevant dat hij vaak een humoristische manier heeft van kunst maken.


Marcel Duchamp werd geboren in een kunstenaarsgezin met zijn aanvankelijk even bekende broers Raymond Duchamp-Villon en Jacques Villon. In 1902 begon hij te schilderen in neo-impressionistische stijl. Vanaf 1910 begon hij de stijl van Paul Cézanne aan te hangen en sloot hij zich aan bij de Puteaux-groep van zijn broer Jacques, ook schilderde hij een tijd in de stijl van het Kubisme. In januari 1912 werd Duchamp echter gedwongen zijn Nu descendant un escalier(“Naakt de trap aflopend”) te verwijderen uit een tentoonstelling van de Salon des Indépendants in Parijs, waarna hij zich uit de Puteaux-groep terugtrok. Een jaar later in veroorzaakte “Nu descendant un escalier” grote ophef op de Armory Show in New York, waardoor Duchamp internationaal bekendheid verwierf.

Naast zijn humoristische werken heeft hij ook film gemaakt. Dit heet Anemic Cinema. Anemic Cinema wisselt foto’s van het verplaatsen van spiralen en foto’s van teksten gemonteerd op schijven in licht reliëf. De onzinteksten zijn te lezen van buiten naar binnen.

De Anemic Cinema laat ons denken aan een ruimte met een verhalende wereld, die niet getoond wordt.

De spiralen creëren een bijna hypnotiserend effect.
Norman McLaren (1914)
McLaren was een van de belangrijkste
abstracte filmmakers van de Britse interbellum.
Geboren in 1914 in Stirling, Schotland, ging hij
naar de Glasgow School of Fine Arts in 1932.
Daar raakte hij geïnteresseerd in film en werd
lid van de School Kine Society. Zijn vroegste nog
bestaande film, ‘Seven Till Five’ (1933), 'one day
in the life of an art school", werd duidelijk
beïnvloed door Eisenstein en geeft een sterk
formalistische houding.

In zijn volgende film ‘Camera Makes Whoopee’ (1935) ging hij uitgebreid in op thema's die hij onderzocht in ‘Seven Till Five’, geïnspireerd door de overname van een Cine-Kodak camera, die hem in staat stelde om een aantal van de 'truc' shots uit te voeren. McLaren gebruikt pixillation effecten, ‘superimpositions’ en animatie. McLaren heeft nog twee abstracte films gemaakt in 1935: Colour Cocktail (waar niks van bewaard is gebleven) en Polychrome Fantasy, dat dansen met kleur abstracties verweeft.

Het volgende jaar raakt McLaren betrokken bij politieke kwesties en was op een gegeven moment lid van een Communistische Partij. Deze belangen kwamen naar voren in Hell Unltd. (1936), samen geregisseerd met beeldhouwster Helen Biggar. De film is een van de meest opmerkelijke in het interbellum, een complex mengsel van ‘found footage’, animatie en graphics, gecombineerd in een snelle montage voor didactische doeleinden. Dergelijke verbintenissen zorgden ervoor dat hij als cameraman werkzaam was op de Ivor Montagu's Defence van Madrid (1936), die de Republikeinse weerstand documenteerde in de Spaanse hoofdstad.

John Grierson was geïnteresseerd geraakt in het werk van McLaren nadat hij Beste Film Award in 1935 kreeg van het Schotse Amateur Film Festival voor Colour Cocktail. McLaren werd vervolgens lid van de GPO Film Unit.

McLaren verhuisde in 1939 naar Amerika en twee jaar later gingen ze samen met Grierson naar het National Film Board in Canada. Daar regisseerde hij een aantal educatieve films. Hij bleef na de oorlog bij de Raad van Bestuur, en in tegenstelling tot bij de GPO, genoot hij in grote mate van zijn artistieke vrijheid bij het maken van een aantal innovatieve geanimeerde en abstracte films en het verwerven van een internationale reputatie als beeldend kunstenaar.
Kenneth Anger, VS (1927)

Kenneth Anger is een onafhankelijke 'underground' filmmaker en heeft een aantal van de meest verontrustende, mooie, gekke en invloedrijkste films ooit gemaakt. Enkel korte films waarin surrealisme, homo-erotica en occult centraal stonden. Zijn carrière spant zich van de jaren 40 tot nu. Hoewel er nog maar een aantal films van hem beschikbaar zijn (vernietigt of nooit voltooid), hebben zijn films een enorme kritische belangstelling aangetrokken en worden ze gezien als belangrijke werken in de filmische en culturele ontwikkeling.
Kenneth Anger beschrijft zijn levenswerk als 'magic' en zijn 'magical weapon' is de cinematografie. In navolging van Aleister Crowley, is Anger een serieuze aanhanger van occulte magie, hij ziet de vertoning van zijn films als een plechtigheid waarbij hij in staat is om een beroep te doen op spirituele krachten. Cinema, zegt hij, is een slechte kracht. Het oefent controle uit over mensen en gebeurtenissen en dat is precies het doel waarmee Anger zijn films maakt.

Anger's films worden vaak als voorbeelden gezien van verschillende stromingen binnen de avant-garde film, maar ze zijn allen verbonden door een unieke visie van de regisseur: vanuit een koele, ironische afstand reageerde hij op de grillen van de hedendaagse cultuur. Vaak met een vooruitziende blik, zowel in stijl als in thema.
Zijn oudst bewaard gebleven film is 'Fireworks' (1947) waarin hij een homo-erotische droom van een jonge man op een symbolische wijze verfilmt. Na de release van de film werd hij gearresteerd wegens beschuldigingen van obsceniteit. De rechter verklaarde de film echter tot kunst waarmee Anger vrij werd gesproken. Dit was drie jaar voor het baanbrekende homo-erotische meesterwerk van Jean Genet: 'Un Chant d'Amour'. Waarin (heel toevallig?) veel visuele verwijzingen zitten naar Anger's film.













Anger maakte geen gebruik van woorden of tekst. Wat hem erg uniek maakte t.o.v. andere makers uit zijn tijd, was dat hij (pop)muziek verving voor de dialoog.
'Scorpio Rising' (1963) was een van de eerste films die een compilatie van popmuziek bevatte, hij deed dit om een ironisch commentaar te leveren op het beeldmateriaal. Het gebruik van popmuziek in deze film moedigde makers als Martin Scorsese in 'Mean Streets' (1973) en David Lynch in 'Blue Velvet' (1986) aan om popmuziek in te zetten voor het vertellen van een verhaal.

Het werk van Anger was in zijn tijd erg innovatief, in thematiek maar ook in vorm, het werd vaak als visuele hoogstandjes beschouwd o.a. door zijn krachtige iconografie. In 'Invocation of My Demon Brother' (1969) creëerde hij dit door een verwevenheid van documentaire footage beelden en geënsceneerde gebeurtenissen. Van rockmuziek optredens tot politiek activisme en occulte symboliek.
Anger heeft veel invloed gehad op andere filmmakers en veel mensen zijn lovend over zijn werk: 'Zijn werk is zowel oogverblindend poëtisch in zijn visuele intensiteit als innovatief in zijn narratieve structuur.' Volgens Tony Rayns (filmcriticus) heeft Anger een ongelofelijk instinctief gevoel voor alle elementen van het filmaken, zijn films laten in de praktijk zien wat Eisenstein in theorie over film beschreef.

In een interview kreeg Anger ooit een interessante vraag: Heeft u ooit naar, neem bijvoorbeeld 'Lucifer Rising' (1972) gekeken en zich afgevraagd 'wat the hell it's all about?'. Waarop hij antwoorde: 'They are close to being dreams - and in dreams, you don't have to analyse wat everything means.'
Joseph Cornell

Als kunstenaar was Joseph Cornell (1903-1972) op meerdere terreinen actief, maar hij heeft zich
voornamelijk weten te onderscheiden als een pionier in de wereld van de film, en wel in de experimentele zin. Cornell begon in de jaren twintig met het verzamelen van 16mm film materiaal. Vervolgens raakte hij geïnteresseerd in het bewerken van de bestaande beelden, onder meer door tussen een bestaande volgorde van beelden, ander materiaal te plakken, of de oorspronkelijke eindes van films te veranderen, dan wel het geheel in een andere
context te plaatsen. Hij was hiermee een van de eerste die met het begrip 'found footage' (gevonden film materiaal) bezig was en er iets nieuws mee creëerde.

Dit leidde in 1936 tot zijn meest doorbrekende werk in deze categorie met de film 'Rose Hobart', vernoemd naar de gelijknamige actrice Rose Hobart, voor wie Cornell een ware obsessie had. In deze twintig minuten durende collage film, die in alle zin als surrealistisch wordt beschouwd, gebruikte hij beelden van de B-film 'East of Borneo' uit 1931, waarin Hobart de hoofdrol speelde. Cornell hermonteerde de film compleet en combineerde het met beelden van natuur documentaires. Door zijn aantrekkingskracht
voor de hoofdrolspeelster, waren de beelden uit 'East of Borneo' bijna exclusief die van Rose Hobart zelf,
waardoor het idee werd gewekt alsof ze constant haar eigen tegenspeelster was en er in die zin een soort droste-effect onstond (ze kijkt herhaaldelijk naar zichzelf). Cornell bracht daarnaast subtiele veranderingen aan, als het wijzigen van de afspeelsnelheid of de beweging van het beeld. Minder subtiel was de blauwe filter die hij toevoegde, om
op die manier een nachtelijk effect te creëren. Uiteindelijk bracht het geheel een compleet andere betekenis naar voren en wist Cornell hierdoor het andere context te plaatsen, dan wel gelaagdheid te geven.

De film werd in 1936 getoond voor publiek, en in een beroemd incident waarin collega kunstenaar Salvador Dali zijn woede uitte jegens Cornell voor het stelen van zijn idee, gooide hij de projector op de grond. Deze beschuldiging is ook op een meer poëtische manier uitgelegd, waarin Dali zei "Hij heeft mijn dromen gesloten!". De film bleef jarenlang in de kast en werd pas eind jaren zestig weer vertoond. Cornell had inmiddels de blauwe filter vervangen door roze teint.
Scene uit 'Rose Hobart' uit 1936
Fernand Léger

Fernand Léger was een kunstenaar die zich bezig hield met verschillende stijlen en disciplines.
Hij is onder andere schilder, architect, beeldhouwer, decormaker en filmmaker geweest. Zijn bekendste werken zijn zijn kubistische schilderijen. Ook al paste hij verschillende stijlen toe, zijn werk had altijd wel een grafische grondslag met een voorkeur voor primaire kleuren. Hij maakte veel gebruik van abstracte vormen en menselijke figuren in actie, een verwijzing naar de dynamiek in het dagelijkse leven.

In 1914 werd hij verplicht om deel te nemen aan WO I waardoor zijn carrière als schilder onderbroken werd. In 1916 keerde hij terug nadat hij was afgeschreven vanwege een verwonding aan zijn hoofd. Hij pakte het schilderen weer op, dit keer met meer sociaal-maatschappelijke onderwerpen, maar al snel begon hij meer interesse te tonen in theater en cinema. Hij maakte kostuums en decors voor ballet- en theatervoorstellingen. In 1924 maakte hij in samenwerking met componist George Antheil, co-regisseur Dudley Murphey, de film 'Ballet Mécanique'.

Ballet Mécanique is een aaneenschakeling van beelden van dagelijkse objecten die transformeren, samensmelten en elkaar onderbreken. Léger experimenteerde vooral met licht en het veranderen van een dagelijks object in iets abstractst door het heel dicht bij te filmen of vanuit een ander perspectief te laten zien. Deze film was belangrijk stuk voor de ontwikkeling van montagetechnieken binnen de filmwereld. Leger was geïnspireerd door de opkomst van machines in die tijd zoals de auto. Hij wilde de de dynamiek, het lawaai en de snelheid van deze machines omzetten in visuele beelden. Werkend met diverse thema's en cyclussen vormde hij een beeld van de mens in beweging. Leger is meer beïnvloed geweest door het kubisme en futurisme dan door de dada beweging. Daarnaast worden zijn schilderwerken gezien als een voorloper op de pop-art.

Bronvermelding:
http://www.theartstory.org/artist-leger-fernand.htm
http://www.ubu.com/film/leger.html
http://www.mit.edu/~bhdavis/BalletMech.html
Futurisme
1940
1950
videokunst
1960
John Baldessari

Baldessari is een Amerikaanse kunstenaar. Hij is geboren in 1931. John Baldessari woont en werkt in Los Angeles, Californie. Hij is een van de eerste kunstenaars die als eerste video als medium ging gebruiken. Dit was in het eind van de jaren zestig. Doordat de draagbare videocamera op de markt kwam, konden kunstenaars vanaf toen heel veel nieuwe creatieve mogelijkheden ontdekken op filmgebied.

In het werk van Baldessari zie je duidelijk de invloed van de filmindustrie en van populaire media zoals kranten, tijdschriften en televisie. Hij richt zich vooral op de relatie tussen woord en beeld. Dit doet Baldessari op een speelse en humoristische manier.
Baldessari maakt veel gebruik van simpele, herkenbare dingen. Door deze op een onverwachte wijze te combineren, probeert hij de blik van de toeschouwer te veranderen.

Een videowerk van Baldessari uit 1971 heet ‘I am making art’. Dit is een zwart-wit videokunstwerk. In deze video verplaatst Baldessari zich en beweegt telkens een beetje op een andere manier, terwijl hij na elke verplaatsing zegt: ‘I am making art’. Hiermee wil hij de spanning tussen een bewering en het geloven in die bewering laten zien. In de late jaren 60 en de begin jaren 70 begonnen kunstenaars gebruik te maken van hun eigen lichaam en bewegingen in videobeelden. In het werk van Baldessari gebruikt hij zichzelf ook in het beeld. Door het eindeloze herhalen van de zin ‘I am making art’, waarbij Baldessari enkel een beetje onhandige nutteloze bewegingenmaakt, is dit videowerk redelijk absurd om naar te kijken.
Fluxus, een woord uit het latijn dat 'stromen' betekent, is een stroming in de kunstwereld die is ontstaan in de jaren zestig, maar kent zijn basis uit de experimentele werken in de muziek van John Cage uit de jaren vijftig, die onder andere het begrip 'onbegrensdheid' of 'eindeloosheid' ontdekte (denk aan zijn werk '4:33'). De in Litouwen geboren George Macianus
(1931-1978) werd hierdoor beïnvloed en begon de Fluxus stroming als een internationaal netwerk in de kunst, waarbij verschillende stromingen bij elkaar kwamen binnen de artistieke media en de discplines die er mee te maken hebben
(denk aan videokunst, schilderkunst, muziek, theater, literatuur, design etc.) De ruimtes tussen de verschillende genres was soms complex, waardoor Fluxus kunstenaar Dick Higgins (1938-1998) deze benoemde als intermedium, het overlapt elkaar, waaruit andere stromingen voortkwamen zoals performance art of visuele poëzie.

Volgens de filosofie is Fluxus een houding en niet zozeer een beweging of stijl. Kenmerkend zijn wel de overlapping van verschillende disciplines, het feit dat de werken vaak simpel zijn van aard, en dat er vaak humor in wordt verwerkt. Fluxus kent invloeden van het vroegere dadaïsme, die ook speelde met het fenomeen anti-kunst en het in twijfel trekken van (serieus genomen) moderne kunst.
1970
Wolf Vostell

Wolf Vostell was een kunstenaar die vooral in de jaren 60 naast Beuys een van de bekendste Duitse kunstenaars was. Hij wordt 1932 in Leverkusen geboren. Vostell beperkte zich niet op een kunstvorm maar was bezig met schilderen, beeldhouwen en happenings. Hij noemt zijn happenings 'De-coll/age' en hij ziet ze als 'experiment van het leven'. Vaak werkt het publiek hierin mee. Zijn doel was het om met die happenings maatschappelijke verbande te laten zien en op dit manier het bewustzijn te vergroten.
Verder wordt Vostell ook gezien als pionier van de videokunst. Hij was de eerste kunstenaar die een TV in zijn kunstwerken gebruikte (Deutscher Ausblick 1958). Hij gebruikte hierin technieken zoals de decollage, vervaging en het gebruiken van akoestisch-elektronische apparaturen.

Wolf Vostell was actief bezig met de Fluxus-beweging. Dit beweging staat voor de levenshouding van een hele generatie van kunstenaars en muzikanten. Ze wordt gezien als hervatting van de dadaïsme. Die activisten van de beweging zijn ervan overtuigt dat mensen die deelnemen aan happenings en acties, uit hun eigen ressources creativiteit kunnen halen en zich zo vervolmaken.
Fluxus stond voor lol en het uitbreiden van het bewustzijn.

Het bekendste citaat van Vostell is: 'Kunst is leven, leven kan kunst zijn.'
Wolf Vostell was naast Beuys de bekendste duitse kunstenaar in de jaren 60. Hij is 1998 in Berlijn overleden.
Nam June Paik.

Paik werd geboren in Korea in de nasleep van de tweede wereld oorlog en aan de voet van de Korea oorlog. Al snel vluchtte hij naar Duitsland waar hij studeerde en in aanraking kwam met de nieuwe media in opkomst. Televisie werd publiek toegankelijk en de invloed ervan werd snel merkbaar. Hier komt de invloed van Paik om de hoek kijken. Hij is een van de weinigen geweest die deze invloed vrijwel direct gemerkt hebben en al helemaal gelijk in de kunst ingezet hebben. Vanaf het eerste uur speelt Paik met wat televisie doet met haar kijkers. Hij maakt in het begin vooral performances die op televisie worden uitgezonden en vergelijkt de beleving tussen theater en televisie (een grens die destijds nog zeer inconcreet was) hiermee indirect. Later gaat hij aan de haal met installatiekunst als hij naar New York gaat om samen te werken met andere mensen in zijn vakgebied. In de Verenigde Staten gaat gelijk alles in een stroomversnelling. Het consumentisme slaat hier vroeger aan dan het in Europa deed en dit geeft Paik nog meer materiaal om te belichten. Paik wordt hier opgepikt door vakmensen en meer en meer komen zijn performances op televisie en zijn installaties in openbare ruimte.
Het belang van zijn werk zit hem in de gelijklopende consequentie. De volledige ontwikkeling van het ontstaan van massamedia tot het begin van consumenten media tien jaar geleden is uit zijn werk af te lezen en al zijn schoonheden maar ook al zijn mislukkingen zijn hier in terug te vinden. Het oeuvre van Paik is een van de weinige complete visies op het medialandschap door de decennia heen en verdient daarom een centrale plaats in zowel de videokunst als de mediageschiedenis.

– www.paikstudios.com (website california art institute)
– Nam June Paik (2001) (biographers california art institute)
Gary Hill is een van de grote namen binnen de hedendaagse videokunst. Hij is geboren in 1951 in Santa Monica, Amerika. Hill had de ambitie om beeldhouwer te worden, maar dit veranderde toen hij een baan kreeg aangeboden bij de lokale video organisatie Woodstock Community Video. Op technisch gebied leerde hij veel bij over het medium video, maar op artistiek vlak had hij nog veel te leren, zijn eerste kunstwerk was dan ook geen succes bij collega kunstenaars. Gary besloot zich te focussen op het artistieke aspect van video en het duurde niet lang voordat hij een wereldwijde doorbraak maakte.

In zijn videowerken houdt Hill zich vaak bezig met bepaalde thema's en onderwerpen. In het begin hield hij zich veel bezig met het medium video op zichzelf. De zelfreferentie van het medium was iets wat hem fascineerde. Later betrok hij begrippen als 'tijd' en 'taal' tot zijn werk en wat voor een effect dat heeft op ons bewustzijn. Door het veranderen van de structuren van elektronische beeld en geluid creëert Hill een nieuw soort taal. Hij haalt inspiratie uit door filosofische theorieën als die van Maurice Merleau-Ponty, Jaques Derrida en Marshal McLuhan. Hoe we tegen iets aankijken wordt niet zozeer bepaald door zicht maar ook door onze taal. Hill probeert in zijn werk de grenzen van onze tastbare wereld op te zoeken. Hij onderzoekt de formele samenhang tussen elektronisch beeld en geluid en analyseert vervolgens hoe ons lichaam en geest hierop reageert.

Gary Hill heeft al vele kunstwerken op zijn naam staan. Bekende werken zijn Tall Ships en Mediations. Bij die laatste vervormt hij het geluid van een speaker door er meel op te strooien. Circular Breathing is een voorbeeld van Hills recentere werken. De afwisseling van beeld en geluid in deze installatie doet denken aan het ademen van een persoon. De installatie verbind losse beelden met elkaar. Hill vergelijkt de beelden met herinneringen die uiteindelijk ook een soort geheel vormen in je hoofd. In de video op de volgende site licht Hill zijn werk toe:
http://www.sfmoma.org/explore/multimedia/videos/219
Gary Hill

Sums & Difference is een ouder werk uit 1978. Ook hier hiel hij zich al bezig met geluid en beeld structuur. Hij laat beeld en geluid omvormen tot een geheel waardoor er auditief gezien een nieuw soort taal lijkt te ontstaan. Dit werk is te bekijken op ubuweb: http://www.ubu.com/film/hill_sums.html

Bronvermelding
http://www.eai.org/title.htm?id=13877
http://www.ubu.com/film/hill.html
http://www.medienkunstnetz.de/artist/hill/biography/
Circular breathing (1994)
FOUND FOOTAGE
MATTHIAS MÜLLER
& CHRISTOPH GIRADET
Dan Graham, VS (1942)

Graham wordt gerekend tot moderne stromingen als 'minimal art', conceptuele kunst en performance kunst. Hoewel het medium film slechts een deel van zijn oeuvre beslaat, wil ik voornamelijk hier op in gaan.

In de vroege jaren 70 ging Graham zich bezighouden met interactieve video concepten. Centraal stonden hierbij vragen over privacy, controle en 'media surveillance'. In bijvoorbeeld 'Picture Window Piece' (1974) maakt hij gebruik van een zogenaamde 'two-way surveillance': een camera en een monitor zijn opgesteld binnen en buiten een gebouw, waardoor de kijker vanuit twee kanten kan kijken, zowel naar de andere mensen buiten, als naar zichzelf binnen.

Het menselijk lichaam staat centraal in het werk van Graham. Beginnend bij het lichaam van de kunstenaar zelf in de video’s 'Roll' (1970) en 'Body Press' (1970-1972) In deze werken filmde Graham zichzelf terwijl hij door de bladeren in het Central Park rolt, terwijl een tweede camera deze actie eveneens registreert. De beelden van Roll worden twee afzonderlijke wanden geprojecteerd, waarmee de toeschouwer door het point-of-view perspectief bij de actie wordt betrokken. Ook Grahams spiegelsculpturen tonen deze zelfde focus op het publiek.

Een van de bekendste werken van Graham is 'Public Space/ 2 Audiences' (1976). In deze sculptuur zijn 2 ruimtes van elkaar gescheiden door middel van een dubbele spiegel. De bezoeker bevindt zich in een dubbele positie waarin hij zowel zichzelf bekijkt in de spiegel, als door het publiek aan de andere kant van de spiegel bekeken wordt. Deze letterlijke verbeelding van het samenvallen van het object en het subject, de ‘mirror phase’ van Jacques Lacan , waar Graham zelf graag naar verwijst in zijn artikelen - komt ook naar voren in Opposing Mirrors and Video Monitors on Time Delay (1974). In een kleine ruimte hangen twee grote spiegels tegenover elkaar, waarvoor twee camera’s en videomonitoren zijn geplaatst. De bezoeker bekijkt op het videoscherm de vertraagde beelden van zichzelf in de andere kant van de ruimte. Het publiek is hiermee zowel toeschouwer als object in het werk van Graham. Graham wil de kijker met zijn werk uitlokken om scherper naar de wereld te kijken, hij wil de regelmaat verbreken.


















Graham speelt in zijn videowerken vaak met het perspectief van de kijker. Hij speelt meer in op het begrip ruimte, dan het begrip tijd. Tijd wordt slechts ingezet als 'live-stream'. Om tegelijkertijd op meerdere plekken te zijn. In zijn recentere werk heeft hij zijn concepten voornamelijk doorgevoerd in ruimtelijk werk, de zogenaamde 'pavillions'.
Richard Serra (1939)

Richard Serra Serra is een Amerikaans beeldhouwer en videokunstenaar. Hij wordt gerekend tot de minimalisten, Minimal Art en Land Art.
Hand Catching Lead (1968) was de eerste film van Serra. Deze film bevat één enkel schot van een hand in een poging om steeds maar weer brokken materiaal, vallend vanaf boven, te vangen.
















Boomerang (1974), Serra filmd Nancy Holt als ze praat, en vervolgens haar woorden teruggehoord, nadat ze elektronisch zijn vertraagd.Serra heeft een aantal films met betrekking tot de vervaardiging en het gebruik van zijn favoriete materiaal, staal. Steelworks wordt neergeschoten in een Duitse staalfabriek en bevat een interview met een staalarbeider, terwijl Railroad Turnbridge een serie foto's is genomen op de Burlington en Noord-brug over de Willamette rivier de buurt van Portland, Oregon.

Hij produceerde ook de klassieke 1973 korte film "Television Delivers People", een kritiek op de corporate massamedia met lift muziek als de soundtrack.“You are the product of TV,” verklaart “Television Delivers People,” Richard Serra’s zes minuten durende video uit 1973. In de video zie je een tekst die van beneden naar boven over het scherm scrolt. Toen was het een baanbrekende werk met gevestigde kritiek van de populaire media als instrument van sociale controle die zichzelf beweert subtiel op de bevolking te richten door middel van ‘vermaak’, ten behoeve van de machthebbers, de bedrijven. Televisie komt naar voren als weinig meer dan een verraderlijke sponsor voor de grote bedrijven van de wereld.Je zou het kunnen zien als de programma’s die bepalen hoe je kijk op de wereld is. Als bijvoorbeeld iedereen in een dagelijkse soap of in een talentenjacht wiet zou roken, en er ‘normaal’ over zou doen dan zou het deel gaan uitmaken van het publieke bewustzijn dat marihuana oké zou zijn. Wat je waarneemt bepaalt je, en televisie bepaalt (onder andere) wat je waarneemt.
Hierna richtte hij zich vooral nog op schilder- en beeldhouwkunst.
Müller is een Duitse experimentele filmmaker, en werkt vaak met found footage materiaal. Sinds 2003 geeft Müller experimentele film les op The Academy of Media Arts in Duitsland. Hij heeft verschillende prijzen gekregen op internationale festivals, inclusief the American Federation of ArtsExperimental Film Award in 1988, the Golden Gate Award op de San Francisco International Film Festival in 1996, de hoofdprijs op de Internationale Kurzfilmtage Oberhausen in 1999, the Ken Burns “Best of the Festival” Award op de Ann Arbor Film Festival in 2003, de German Short Film Prize for Animation in 2006 (in samenwerking met Christoph Giradet), the Prix Canal+ du meilleur coirt métrage op de Cannes Film Festival in 2006 (ook samen met Cristoph Giradet en de Premio Principado de Asturias al Mejorcortometraie op de Gijón International Film Festival in 2011 (en ook deze met Cristoph Giradet). In 1990, 1997 en in 2000 kreeg hij de “Preis der Deutschen Filmkritik”.
Chris Burden (1970)

Chris Burden staat in de videokunst bekend om zijn guerrilla- stijl en performances. Naast zijn videokunst is hij ook bekend met zijn fotografie die betrekking hebben tot zijn guerrilla performance videokunst.

De jaren ’70 was het jaar waarin de ontwikkeling van televisieprogramma’s begon. Kunst op televisie was toen der tijd vooral uitgesloten en daar was Burden het niet mee eens. Burden had een beeld van hoe de Amerikaanse samenleving televisie keek en die wilde hij veranderen. Burden koos ervoor zijn video’s te publiceren op TV omdat hij de toeschouwer meer wilde betrekken tot zijn video.

Door uitzendtijd op te kopen van een TV kanaal kon hij zijn videoperformances op TV uitzenden. TV omroepen waren toen nog niet zo ver ontwikkeld dat er bepaalde censuur van toepassing was.
Burden knipte zijn videoperformances in fragmenten en programmeerde de fragmenten in reclames.
Veel van zijn videoperformances zijn erg schokkend. Door het op die manier uit te zenden was het voor de doorsnee Amerikanen nog schokkender en bovendien kon iedereen het zien.
Uitgelicht: ‘Shoot’ (1971)
Met de video ‘Shoot’ zocht Burden de grens op tussen fictie en realiteit. De gemiddelde Amerikaanse huishouden zag bijna elke dag beelden van wat er zich afspeelde in Vietnam. Dit soort gelijke gebeurtenissen zagen ze ook terug in fictie films. Dit werd in principe gezien als iets wat normaal werd en alleen op TV gebeurde. Zij zullen dit nooit ervaren. Dus Burden vroeg zich af;
Wat gebeurt er als je in de realiteit in zo’n situatie geplaatst word? Hoe zou het zijn als je zo’n situatie meemaakt?

Belangrijkste deel van zijn performance in zijn video’s en foto’s is dat ze verspreid worden als een gedachte.
Het was zijn eigen manier van propaganda maken.
Steina & Woody Vasulka

De Vasulkas waren pioniers op het gebied van de video kunst. Eind jaren zestig kwamen zij naar New York waar ze in 1971 de Kitchen oprichten, wat een van de eerste exhibitie plaatsen was voor de video kunst later werd dit ook uitgebreid naar andere vormen van kunst.
De Vasulkas werken vaak vanuit de techniek waarbij zij op zoek gaan naar het maken van nieuwe beelden en daarbij de grenzen opzoeken van wat de camera-apparatuur allemaal kan. Ze zijn op zoek naar alle mogelijkheden voor het maken van elektronische beelden en geluiden. Ze hebben ook verschillende documentaires gemaakt over dans, theater en muziek met een fascinatie voor de New Yorkse underground scene. Naast hun samenwerking hebben Woody en Steina ook losse werken, waarbij Woody inde jaren zeventig zich vooral verdiepte inde Rutt/Etra processor waar mee geluid omgezet kon worden in elektronisch beeld, de scan processor studies is zijn werk hiervan. Steina experimenteerde met de camera als autonoom instrument hieruit ontstond de Machine Vision serie.
James Whitney:

James heeft in 40 jaar samen met zijn broer een collectie short films gemaakt, ook heeft hij zelf 3 jaar aan "Variations on a Circle" gewerkt. Zijn werk, zowel als dat van zijn broer, is altijd erg abstract gebleven en is met analoge middelen vervaardigd waardoor het werkproces noemenswaardig lang werd. Al gauw werd het werk erkend en geëxposeerd op de "Art in Cinema" festivals. Niet lang daarna raakte James betrokken met Alchemie, yoga en Taoisme, deze invloeden zijn cruciaal voor het werk van James, juist deze invloeden dragen bij aan het abstracte en "trippende" van zijn films.

Tussen 1959 en 1955 heeft hij zijn werk Yantra gemaakt, een van zijn meest aangeschreven werken. Deze film is nog helemaal met de hand vervaardigd, hij heeft patronen geprikt in kaarten, deze vervolgens gebruikt als sjabloon om doorheen te verven, waardoor er helerijke en vloeiende lijnen en vormen ontstonden. Na 5 jaar was de film af maar werd uitgebracht als een stomme film, toen de film werd getoond op een concert als visual werd er door Jordan Belson een soundtrack onder gezet.

James heeft later met hulp van de computers die zijn broer John ontwikkelde de populaire film "Lapis" gemaakt, deze film is in tegenstelling tot vorige maar in twee jaar gemaakt. Deze film wordt begeleid door Indische Sitar muziek, die heel erg goed past in de sfeer van het beeld. Wel lijkt het zo te zijn dat zijn broer John veel meer bezig is met het visualiseren van de klanken en wendingen die hij hoort in muziek. Vaak is er bij James Whitney meer sprake van een meer
constante esthetische vorm die blijft veranderen. Toch word James meer aangeschreven als de grootvader van de visuele muziek.

Werken James Whitney:

Variations on a Circle (1941–1942)
Yantra (1950–1957)
High Voltage (1957)
Lapis (1963–1966)
Dwi-Ja (1974)
Wu Ming (1977)
Kang Jing Xiang (1982)
Li (niet af)
(1900-1983) Spaanse regisseur.Luis Buñuel werd als kind naar een streng religieuze kostschool voor rijkeluiskinderen gestuurd. Zijn vader, die een conservatieve grootgrondbezitter was, dacht hem daarmee de juiste opvoeding te geven.Het liep heel anders. Hij werd vanwege slecht gedrag van de jezuïetenschool weggestuurd en kwam zo op een school in Zaragoza terecht, waar hij voor het eerst in contact kwam met de film. Toen hij later naar Madrid werd gestuurd voor een studie Landbouwwetenschappen, kreeg hij contact met het kunstenaarsleven aldaar. Hij leerde o.a. Federico García Lorca en Salvador Dalí kennen, en het marxisme.Bekend door zijn surrealistische films, zoals zijn eerste film Un Chien Andalou (1928) die hij maakte met Salvador Dali. De twintig minuten durende film is een aaneenschakeling van bizarre beelden. De film is schokkend: een oog wordt met een scheermes doormidden gesneden en mieren vreten rottend vlees uit een menselijke wond. Hierna volgde L'Age D'Or (1929), minder abstract, meer politiek. Dali wilde daardoor niet meer meewerken. Zijn meest succesvolle film is Belle de Jour (1967) met Catherine Deneuve en Jean Sorel in de hoofdrol. In zijn films zijn fantasie en werkelijkheid moeilijk te onderscheiden. "Mensen kunnen beter stoppen met de zoektocht naar het waarom, daar worden ze gelukkiger en onschuldiger van."‘Un chien Andalou’ is de aaneenrijging van bizarre en provocerende beelden die alle logica tarten, maar losjes in verband worden gebracht met de vruchteloze pogingen van een man om met een vrouw de liefde te bedrijven. Twee schokkende beelden zijn wereldberoemd gebleven: het scheermes dat door een oog snijdt (afkomstig uit een nachtmerrie van Buñuel) en de met mieren overdekte hand (een idee van Dal�*). ‘L ‘Age d’or’ is de beroemdste subversieve film uit de geschiedenis. Buñuel wilde, zo zei hij zelf, ‘het weerstandsvermogen verzwakken van deze ontaarde maatschappij die met de hulp van clerus en politie haar voortbestaan artificieel probeert te rekken.’ Het is een film over amour fou, een erotische roes van twee minnaars die elkaar bij elke ontmoeting stormachtig erotisch te lijf gaan, maar er toch nooit in slagen hun hartstocht te bevredigen, vol Freudiaanse symboliek. In een beroemde scène proberen de minnaars in een ongemakkelijke tuinstoel te vrijen, terwijl we de ‘Liebestod’ uit ‘Tristan und Isolde’ op de klankband horen. Een andere toont de vrouw die aan de tenen van een beeldhouwwerk zuigt. Het Vaticaan verordende de vernietiging van dit pamflet, maar dat is gelukkig nooit gebeurd.. (naar ‘Blik op Zeven’, Patrick Duynslaegher)Un Chien Andalou:
Een aantal films van Müller, waarin hij gebruik maakt van found footage:HOME STORIES (1990)In deze film van 6 minuten gebruikt Müller found footage uit Amerikaanse melodrama’s en misdaadfilms uit de jaren 50 en 60. In de film krijg je beelden te zien van Hollywood vrouwen in verschillende situaties, op het bed, aan het bellen, lampen aan en uitmaken en door een raam kijkend. Door de montage krijg je een constante vertelling die door de muziek een groot melodrama vormt.SLEEPY HAVEN (1994)Een 16mm film die over een erotische dagdroom van verlangen gaat, begeerte en lichamelijkheid. Het mooie aan deze film is dat hij de found footage beelden flink heeft nabewerkt.THE PHOENIX TAPES (1999)Gemaakt in samenwerking met Christoph Giradet. De found footage komt uit 40 Hitchcock films, en is ook een hommage aan zijn 100e verjaardag.PHANTOM (2001)Hierin gebruikt Müller filmscènes waarin onwerkelijke figuren gordijnen op en dicht maken. Door het gebruik van de found footage krijgt de film een mysterieuze sfeer.KRISTALL (2006)Hebben we gezien in het EYE Museum. Hierbij makt hij ook gebruik van oude Hollywood films. Bij zijn research gebruikt hij een bepaald gegeven, verzamelt filmfragmenten en maakt hiermee zijn eigen narratief, een andere kijk op deze films. Hij speelt hiermee met clichés, en stereotypes uit bestaande films, en legt ze in een soort samenvatting hiervan waardoor je als toeschouwer een andere kijk neemt op deze films.
SAMENWERKING MET CHRISTOPH GIRADET
Müller en Giradet studeerde beide aan de Braunschweig School of Art in de jaren 80. Dit was een epicentrum van experimentele film en video productie in Duitsland in die tijd, een plaats waar filmmakers vanuit heel het land samen kwamen. Beide waren toen al geïnteresseerd in het gebruiken van found footage. Giradet was toentertijd veel bezig met video en Müller was vooral bezig met montage. Ze hadden een geheel andere stijl, maar hun interesse lag dicht bij elkaar. Pas na 9 jaar gingen ze samen werken, en dat werk werd de Feniks Tapes. Ze werkte bij dit werk voor het eerst samen, hierna volgden er meer samen werkingen.
De Nederlandse Filmliga

Een filmliga is in de basis een vereniging van filmliefhebbers, critici, filmmakers, kunstenaars en hobbyisten die hun eigen blik willen verruimen maar vooral ook het filmlandschap willen uitbreiden.
De belangrijkste en meest invloedrijke filmliga van Nederland is De Nederlandse Filmliga. Deze liga is in eerste instantie ontstaan in 1927 door oprichters Menno ter Braak, Joris Ivens, L.J. Jordaan, Henrik Scholte en Constant van Wessem. Maar wat ging hier aan vooraf? Het Nederlandse filmlandschap was stil komen te liggen na het sluiten van de enige Nederlandse filmstudio de Hollandia Filmfabriek. Hierna bleven slechts de bedrijfsfilms over samen met de weekjournaals. Daarnaast werd film destijds geïntroduceerd als kermisattractie, als massaentertainment. Overheden vreesden voor de blikverruiming. Film werd gezien als bron voor potentiële onrust en daarom afgehouden van budgetten.
Het aanbod dat overbleef was zeer beperkt en dus groeide de vraag naar producten uit het buitenland. Daarbij steeg ook nog eens de vraag naar buitenlandse films door het massaal immigreren van gastarbeiders. De blik naar buiten groeide ondanks overheidsbellemering mede door de invloed van radio en televisiejournaals waardoor de interesse naar internationalisering groeide. Het buitenlands filmproduct draaide immers niet zo makkelijk in de bioscopen.
Film heeft in deze periode voor het eerst in Nederland een status verkregen die verder gaat dan massaentertainment danzij de liga's. Film an sich kreeg een kans om in het kunstgebied te functioneren wat de eerste stap is richting installatie. Het is het eerste stukje van de puzzel.
Het kunstlandschap was destijds nog heel erg concreet. Filmkritiek bestond nog niet. Het aanbod dat draaide in de bioscopen was (volgens de liga) Amerikaanse zooi met een hoog begrijpelijkheidsgehalte. L.J. Jordaan deed via het blad De Groene Amsterdammer een beroep op de kunstzinnige erkenning van het medium.
Met de komst van buitenlandse films werd een deel van de begrijpelijkheid in tekst en context weggehaald en moest inhoud vooral uit beeld gehaald worden. De laag ontstond en zo werd film geaccepteerd als kunstvorm. De buitenlandse film vergt meer van de kijker. Het tegenwicht, de avant-garde van de film, kreeg dankzij de liga in Nederland eindelijk vorm.
1970
(Bron: Broken Screen(29 conversations with Doug Aitken)
1990
Douglas Gordon(1995)
In alle vakken die hij leerde op de kunst academie had hij plezier, maar op de één of andere manier heeft hij altijd een hekel gehad aan het vak audiovisueel. Hij beschouwt video als een medium waar je de informatie via een ander voorwerp opneemt in plaats van rechtstreeks door het oog. Met dat gegeven is hij gaan experimenteren met film met de vraag hoe film werkt op een toeschouwer. Hij begon met het experimenteren van hoe een film gezien wordt of hoe een film gezien kan worden. Dit deed hij met scenes uit films zoals ‘’Psycho’’(1960) en ‘’Taxi driver’’(1976). Uit deze films haalde hij de scènes eruit waarin een fysieke handeling werd gedaan en bepaalde gezichtsuitdrukkingen werden weergeven. Door beelden vertragen wilde hij de toeschouwer dwingen de film vanuit een perspectief te zien. Douglas wilde laten zien en voelen dat er meer in een scène zit dan de film in zijn geheel. Naast het gebruik van bekende films ging hij opzoek naar medische archief beelden om nog meer onderzoek te doen naar beelden waarin het fysieke duidelijk te zien is. Ook deze beelden ging hij vertragen en laten herhalen.














De camera is min of meer het middel die informatie doorgeeft aan de ontvanger. Te associëren met een spiegel. Dit gegeven wilde hij meenemen in zijn experimenten met film. Een goed voorbeeld hiervan is dus het werk ( ‘confessions of a justified sinner’, 1995) die ik zag in EYE. Wat mij opviel was dat het fragment uit de film ‘’Dr. Jekyll and Mr. Hyde’’(1931) dat op het doek werd geprojecteerd zowel op de voorkant als op de achterkant te zien was. De achterkant was te zien in spiegelbeeld. Ik bleef er een tijdje naar kijken en het is vreemd dat je de film vanuit een andere hoek op een heel andere manier ziet en dat is wat Gordon denk ik los wilde maken bij een toeschouwer

Na het maken van experimenten besloot hij een experimentele feature film te maken met sound uit de film van ‘’Vertigo’’(1958). Wat Gordon liet zijn waren de handen van een componist die zogenaamd het orkest leiden waar het bekende liedje vandaan kwam. Na het zien de experimentele feature film beweerde toeschouwers dat Gordon gebruik maakte van beelden uit de film, terwijl het niet zo was. Alleen de handen van de componist waren te zien. Gordon vond het werkelijk bijzonder dat toeschouwers dat beweerden.
Vervolgens besloot Gordon een feature portret film van de voetballer ‘’Zidane’’(2006) te maken.
'Confessions of a justified sinner'(1995)

(Bron: http://www.dailymotion.com/video/xkk4zh_art-talk-with-douglas-gordon_creation)
(Bron: Broken Screen (by Doug Aitken)
Ken Jacobs

Ken Jacobs (geboren op 25 mei, 1933) Is een Amerikaanse experimentele filmmaker. Hij studeerde schilderkunst bij Hans Hofmann in de jaren 50. Rond die tijd begon hij ook met het maken van films. Samen met Larry Gottheim heeft hij the SUNY system’s first Department of Cinema opgezet, waar hij les gaf in film, gespecialiseerd in de avart-garde film,Hij is onder andere de maker van Tom, Tom, The Piper’s Son uit 1968, en Syar Spanhled to Death (2004). De laatste is een zeven uur lange film met found footage. Men zegt dat zijn studie bij Hans Hofmann terug te zien in zijn film, de abstracte expressionistische ciema is terug te zien in zijn film Tom, Tom, the Piper’s Son en het bedenken van The Nervous Systems, een serie van live film projectie performance.

Jacobs was een van de eerste Amerikaanse avant-garde film. Hij is begonnen met het maken van guerrilla cinema. Door zijn fascinatie van oudere films en experimentele film vanaf een jonge leeftijd, is hij meer gaan werken met found footage. Hij werkte veel met primitieve film en 19e eeuwse fotografie. In zijn werk zie je kritiek op de esthetiek, ideologie en technische limieten in de film. In 1970 ging hij hierin verder en maakte hij “paracinema”, dit zie je terug in zijn Nervous System Performances, waarbij hij optrad met twee 16mm filmprojectors en live muziek om de verborgen audio-visuele dimensies binnen een filmstrip te vinden.

Zijn film, Tom, Tom, The Piper’s Son is een eigen versie van de stomme film uit 1905. Ken Jacobs hergebruikte het filmmateriaal om zijn eigen experimentele versie van te maken. De montage van Jacobs haalt de chronologie geheel uit de film en speelt veel met trucage om de film een heel andere visuele ervaring te geven. De trucage vulde de film ook heel erg op waardoor de speelduur verlengd werd met 107 minuten. De bewerkte versie van Jacobs werd2007 in het National Film Registry opgenomen ter preservatie.
Ernie Gehr

Ernie Gehr (geboren in 1941) is een Amerikaanse experimentele filmmaker. Zijn films vielen binnen de Structural film beweging in de jaren 1970 ( filmers die de film zelf (materie en techniek) tot onderwerp namen). Gehr was geinspireerd om films te maken in de jaren 60 door de films van Stan Brakhage.

Gehr gebruikt het stedelijk landschap als zijn decor. Zo heeft hij Berlijn, New York, San Fransisco en Genève gefilmd. Hij portretteerd ze niet maar maakt de tad ondergeschikt aan de vorm die hij in gedachten had. Hierbij speelt ook de willekeur van auto’s, mensen etc. Alleen zijn concept speelt de hoofdrol. Gehr maakte films waarbij hij een zoomlens telkens anders instelde (Serene Velocity), filters van verschillende kleuren gebruikte (Table), een doorzichtige cilinder op de lens plaatste (Mirage), of zelfs in het geheel geen lens gebruikte (History).

Alle films van Ernie Gehr zijn ontstaan vanuit de overtuiging dat film zelf een werkelijkheid is (als materie, als beeld) en geen fictieve weergave van de werkelijkheid. Door andere filmmakers worden filmopnamen vaak gezien als een manier om de toeschouwer naar andere plaatsen en tijden te transporteren.
Expanded
cinema.
Fluxus
Stan Vanderbeek (1955- 1965)

Vanderbeek was een Amerikaanse videokunstenaar. Rond de jaren ’50 begon hij met maken van indie- kunst films. Daarnaast ging hij zich meer verdiepen in de technische aspecten van animeren en verzorgde hij decor landschappen voor een Amerikaanse TV show. De eerste films (1955- 1965) van Vanderbeek waren daarom ook geanimeerd ‘schilderijen’ of collages die een organisch ontwikkeling hadden. De ironische compositie die hij neerzette in zijn films waren afgeleid van schilderijen van Max Ernst, die zich liet drijven door het dadaïsme en surrealisme. Informeel gezien konden de films van Vanderbeek ook gerelateerd worden naar het expressionisme.














Rond de jaren ’60 begon Vanderbeek met het neerzetten van shows waarin er in een bepaalde ruimte meerder projectoren staan. ‘Movie Drome’ in New York was dan ook één van zijn eerste shows. Tijdens de show liet hij willekeurige sequenties en beelden zien die achteraf niet bepaald gewaardeerd werden. Vanderbeek wilde hiermee een bepaald utopie bereiken, wat uiteindelijk niet echt gelukt was. Dit verlangen leidde wel naar de samenwerking met Ken Knowlton(Bell Labs).
Vanderbeek en Knowlton creëerden met een aantal computers film animaties en holografische experimenten eind jaren ’60. Tussen 1964 en 1967 maakte Vanderbeek samen met Knowlton ‘Poem Field’. Een serie van 8 gegenereerd animatie films waarin tekst te zien is.
Met Kenneth Knowlton 'Poem field no.2'(1966)
'Science friction' (1959)
Peter Kubelka

Peter Kubelka is een Oostenrijkse experimentele filmmaker, geboren op 23 Maart, 1934.
Zijn werk is in zijn tijd met veel kritiek maar ook met veel lof ontvangen, aan de ene kant erkennen mensen het als werkelijke meesterwerken en aan de andere kant werd er over een film als “Mosaik Im Vertrauen” gezegd dat het een film van de duivel was. In deze film heeft het beeld en geluid nauwelijks tot geen coherentie en de beelden lijken elkaar nutteloos op te volgen. Kubelkas verklaard zelf dat hij geloofd dat commerciële films niet volledig de mogelijkheden binnen cinema benutten. In zijn films Arnulf Rainer (naam van een surrealistische schilder) en Schwechater (wat in opzet een commercial moest zijn voor Schwechater bier) maakt hij gebruik van abstractie, imperfectie en grensgebieden. De reclame voor Schwechater is geschoten op een camera zonder viewfinder en is lukraak richting de acteurs gericht. Na maanden monteren wilde de opdrachtgevers hun product en wat ze kregen was een extreem flitsend en snel gemonteerde film waarin maar nauwelijks het bier noch de intentie van de commercial te zien was. De film Arnulf Rainer bestaat enkel uit een sequentie van zwarte beelden met totale witte beelden als afwisseling, die erg snel en onwillekeurig elkaar opvolgen. Hier speelt Peter Kubelka sterk met het verwachtingspatroon van de kijker, terwijl hij tegelijk de uitersten de kale essentie van het medium blootlegt.

Werken van Peter Kubelka:

Mosaik Im Vertrauen (1955)
Adebar (1957)
Schwechater (1958)
Arnulf Rainer (1960)
Unsere Afrikareise (1965)
Pause! (1977)
Dichtung und Wahrheit (2003)
Afbeelding: Een foto van Peter Kubelka zelve
staand voor de sequentie van zijn film Arnulf Rainer (1960)
Robert Breer

Robert Breer, geboren op 30 September, 1926 was een experimentele filmmaker. Ook maakte hij schilderingen en sculpturen. Hij stond bekend om zijn films waarin hij alles combineerde wat hij binnen zijn repertoire had. Geïnspireerd door Piet Mondriaan en filmmakers als Fernand Léger , Viking Eggeling, Walter Ruttman en Hans Richter maakte hij films die vandaag bekendstaan als de toonaangevende avant-gardefilms van zijn tijd. Robert Breer was voordat hij begon aan film een animator en dat valt duidelijk terug te zien in het gros van zijn werk. Er is weinig tot geen gefilmd beeld terug te vinden in zijn werk, maar heeft wel bewegingen en vormen “overgetrokken” vanaf gefilmd materiaal (rotoscoping).











Zijn films hebben vaak geen direct zichtbare verhaalstructuur maar bij nauwkeurige observering valt er wel degelijk coherentie tussen de vormen, bewegingen, kleur en geluid te vinden. Een voorbeeld hiervan is de short “A Man with his Dog Out for Air”, waarin zoals de titel al vermoed af en toe een man en een hond kort geanimeerd zijn, de rest is een stuk abstracter en vrijer maar weergeeft toch sterk het lineaire pad van de wandeling.

Zijn rijke fantasie heeft er voor gezorgd dat zijn stijl altijd heel druk en kleurrijk bleef, in zijn films gebruikte hij zowel schilderijen, foto’s, tekeningen, losse animaties, filmfragmenten van objecten, overgetrokken filmmateriaal, overgetrokken schilderijen en vrije vormen doormiddel van bewerking van film. Wat Robert Breer altijd heeft bewogen in het traditionele in animatie, hij bleef werken met primitieve kaartjes om zijn animatieframes op te tekenen en gebruikte technieken die sterk leken op de Thaumatrope, een van de eerste animatiespeelgoedjes uit de geschiedenis.














Robert Breer stierf op 13 Augustus, 2011

Werken van Robert Breer:

Form Phases I (1952)
Form Phases II (1953)
Form Phases III (1954)
Un Miracle (1954)
Recreation (1956)
Form Phases IV (1956)
Motion Pictures No. 1 (1956)
Jamestown Baloos (1957)
A Man and His Dog Out for Air (1957)
Le Mouvement (1957)
Eyewash (1959)
Blazes (1961)
Breathing (1963)
Fist Fight (1964)
66 (1966)
69 (1969)
70 (1971)
77 (1970)
Fuji (1974)
Swiss Army Knife with Rat and Pigeon (1981)
Bang! (1986)
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Man Ray naar Amerika. In 1951 keerde hij terug naar Parijs, waar hij tot zijn dood in 1976 bleef.
Man Ray (1890-1976)Emmanuel Radnitzky oftewel Man Ray groeide op in New York. Hij is een schilder, fotograaf en filmmaker. Hij raakte in de ban van de Europese moderne kunst, die te zien was in galeries en tijdens de beroemde Armory Show in 1913. Man Ray begon abstracte composities te maken en werd een leidende figuur in New Yorkse avant-garde-kringen. In 1921 vertrok hij naar Parijs. Van daaruit speelde hij een grote rol in de internationale dada- en surrealistische beweging. De fotografie bleef Ray's belangrijkste medium. Naast zijn experimentele werk was hij een succesvol portret- en modefotograaf. Voor zijn filmdebuut Retour à laraison (1923), die in opdracht van Tristan Tzara werd vervaardigd, deed Man Ray een beroep op zijn beruchte fotogramtechniek (Rayogram), die hij enkele jaren eerder in de fotografie hadontwikkeld. Man Ray had als het ware een fotografie zonder camera geconcipieerd: allerhande voorwerpen (zoutkorrels,nagels, duimspijkers) werden op een stuk onbelichte filmrechtstreeks blootgesteld aan het licht – zijn film kan dan ookworden beschouwd als een reeks geanimeerde rayogrammen. Met dit voorbeeld van 'abstracte cinema', dat volledig op ritme, volume, licht en vorm was gebaseerd, toonde Man Ray aan dat film niet alleen een medium is dat registreert maar ook als een artistiek materiaal kan worden gepresenteerd. In Retour à la raison worden de rayogrammen bovendien vermengd met allerhande 'realistische shots' (van een nachtelijke stad, een schaduw op een vrouwelijk naakt, papieren voorwerpen, etcetera). Bovendien worden ook positieve en negatieve vormen door elkaar gebruikt.Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Man Ray naar Amerika. In 1951 keerde hij terug naar Parijs, waar hij tot zijn dood in 1976 bleef.Hier le retour à la raison:
Full transcript