Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Mw. Veerkamp

No description
by

on 26 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Mw. Veerkamp

Diagnose 2
Na de operatie gaat mevrouw niet vaak haar huis uit en heeft mevrouw het idee dat ze de sociale contacten van het buurthuis verliest. Ze geeft ook aan het gevoel eenzaam te zijn.

Diagnose 3
Evaluatie
Anamnese en disfunctionele patronen
* Afgenomen na opname
B: Verpleegkundige diagnoses
- Verpleegprobleem 1
Hypothese
Nanda-diagnose
Verpleegkundige Diagnose
- Verpleegprobleem 2
Hypothese
Nanda-diagnose
Verpleegkundige Diagnose
- Verpleegprobleem 3
Hypotheses
Nanda-Diagnose
Verpleegkundige Diagnose
- Verpleegprobleem 4
Hypotheses
Nanda-Diagnose
Verpleegkundige Diagnose
- Verpleegprobleem 5
Hypotheses
Nanda-Diagnose
Verpleegkundige Diagnose

Mw. Veerkamp
VPK- IKZ presentatie verpleegplan
- Multidisciplinair overleg
Plan voor na ontslag
- Ervaring van de zorg


Evaluatie van doelen:
- Gemoedstoestand van Mw.
- Mobiliteit en beweging
- Acceptatie, ja of nee
Diagnose 1
Actieplan
Literatuurlijst
Mevrouw heeft angst doordat mevrouw onvoldoende kennis over de gang van zaken na de operatie heeft (Carpenite-Moyet, 2012, p. 69).
Doelen
korte-termijn-doelstelling:
twee dagen voor de operatie heeft mevrouw al haar vragen kunnen stellen over de gang naar zaken na de operatie.



lange-termijn-doelstelling:
vier weken na de opname in het ziekenhuis heeft mevrouw geen angst meer over het leven na de amputatie.



Bij de NOC maken wij gebruik van mate van angst (Capenito-Moyet, 2012, p. 72).

Interventies
Korte-termijn-doelstelling
: twee dagen voor de operatie heeft mevrouw al haar vragen kunnen stellen over de gang naar zaken na de operatie.

Interventie 1
: twee dagen voor de operatie heeft mevrouw vragen kunnen stellen over de gang van zaken. Een maatschappelijk werker zal bij mevrouw langs gaan om de vragen te beantwoorden.

Interventie 2
:de mate van angst bepalen (Carpenito-Moyet, 2012, p. 72). We bepalen de mate van angst door mevrouw in gesprek te laten gaan met een maatschappelijk werker. De maatschappelijk werker
kan ons vertellen wat de mate van angst is bij mevrouw.

Interventie 3
:tijdens de opname steun en geborgenheid bieden aan mevrouw zodat ze het gevoel heeft niet alleen te staan (Carpenito-Moyet, 2012, p. 72). Dit reduceert de angst bij mevrouw.

Lange-termijn-doelstelling
: vier weken na de opname in het ziekenhuis heeft mevrouw geen angst meer over het leven na de amputatie.

Interventie 1
: de maatschappelijk werker blijft na de ziekenhuisopname vier weken lang bij mevrouw op bezoek komen om te evalueren hoe het met mevrouw gaat en welke vragen zij nog heeft. De maatschappelijk werker komt één keer per week langs.

Interventie 2
: de thuiszorg schrijft in het dossier op wanneer mevrouw angst vertoont en geeft dit door aan de maatschappelijk werker.

Interventie 3
: de dochter van mevrouw schrijft eveneens de angstgevoelens van mevrouw in het dossier en geeft dit door aan de maatschappelijk werker, zodat de maatschappelijk werker hier weer in gesprek met mevrouw mee kan gaan.

Doelen

Korte-termijn-doelstelling:
Na de opname in het ziekenhuis moet er gedurende twee weken elke dag iemand langs mevrouw Veerkamp gaan.

Lange-termijn-doelstelling:
Na vier weken kan mevrouw weer zelfstandig naar het buurthuis toe om daar haar activiteiten te doen.

Wij maken gebruik van de NOC eenzaamheid (Carpenito-Moyet, 2012, p. 154).

Interventies
Korte-termijn-doelstelling
: Na de opname in het ziekenhuis moet er gedurende twee weken elke dag iemand langs mevrouw Veerkamp gaan.

Interventie 1
: vaststellen welke factoren de eenzaamheid veroorzaken of daaraan bijdragen (Carpenito-Moyet, 2012, p. 155). Zo kunnen we ervoor zorgen dat die factoren worden opgelost, zodat mevrouw niet eenzaam wordt.

Interventie 2
: de thuiszorg komt gedurende twee weken elke dag lang om de wond te verzorgen. Dit is voor mevrouw erg plezierig, omdat er elke dag iemand bij haar is.

Interventie 3
:met de dochter wordt overlegd dat ze na de opname om de dag bij mevrouw op bezoek gaat, dit om eenzaamheid te voorkomen.

Lange-termijn-doelstelling:
Na vier weken kan mevrouw weer zelfstandig naar het buurthuis toe om daar haar activiteiten te doen.

Interventie 1:
de belemmering verminderen voor sociaal contact (Carpenito-Moyet, 2012, p. 155). De maatschappelijk werker gaat samen met mevrouw kijken naar de oplossingen om toch naar het buurthuis te gaan. Zo kan er een taxi geregeld worden of, wanneer dat weer mogelijk is, kan mevrouw met haar scootmobiel naar het buurthuis.

Interventie 2
: werk aan de factoren die eenzaamheid veroorzaken en daaraan bijdragen (Carpenito-Moyet, 2012, p. 155). Mevrouw ging voor de opname vaak naar het buurthuis. Zij is bang om de sociale contacten te verliezen daar. Daarom wordt er ook gekeken voor een oplossing om mevrouw na de opname zo snel mogelijk naar het buurthuis te laten gaan. Dit wordt met de maatschappelijk werker besproken

Interventie 3
: om sociale interactie te bevorderen (Carpenito-Moyet, 2012, p. 155), zullen wij aan buurtgenoten vragen om af en toe langs te komen bij mevrouw.

Interventies
Doelen
Korte-termijn-doelstelling
: drie dagen na de operatie moet mevrouw weer fysiotherapeutische oefeningen doen om immobiliteit te voorkomen.

Interventie 1
:drie dagen na de operatie komt de fysiotherapeut langs om met mevrouw oefeningen te doen voor verbeterde mobiliteit. De oefeningen moet mevrouw gedurende de opname elke dag blijven doen.

Interventie 2
: mevrouw doorverwijzen naar een fysiotherapeut.

Interventie 3
: mevrouw informeren over de noodzaak van de oefeningen en moedig haar zo nodig mogelijk aan om er voor te zorgen dat ze gestimuleerd raakt om deze oefeningen te doen.

Lange-termijn-doelstelling
: Na de ziekenhuisopname moet mevrouw gedurende vier weken elke dag de voorgeschreven oefeningen doen. Dit gebeurt één keer per week onder begeleiding

Interventie 1:
Na de opname mevrouw doorverwijzen naar een andere fysiotherapeut.

Interventie 2
:Als mevrouw na de opname weer thuis is komt de fysiotherapeut één keer in de week bij mevrouw langs om oefeningen te doen. Dit is gedurende vier weken. Na vier weken gaan we ervan uit dat mevrouw genoeg herstelt is van de operatie en gaat mevrouw zelf één keer per week naar de fysiotherapeut. De fysiotherapeut zal bepalen hoe lang mevrouw nog langs moet komen.

Interventie 3:
zorgen voor toenemende mobilisatie (Carpenito-Moyet, 2012, p. 284). Mevrouw moet meer bewegen voor het herstel van de wond. Naarmate het herstel vordert kan mevrouw beter bewegen. Dit wordt ook bevorderd door de fysiotherapeut.

Korte-termijn-doelstelling:
drie dagen na de operatie, tot ontslag, moet mevrouw weer fysiotherapeutische oefeningen doen om immobiliteit te voorkomen.

Lange-termijn-doelstelling:
Na de ziekenhuisopname moet mevrouw gedurende vier weken elke dag de voorgeschreven oefeningen doen. Dit gebeurt één keer per week onder begeleiding

Wij maken gebruik van de NOC mobiliteit (Carpenito-Moyet, 2012, p. 282).

Mevrouw bewoog voor de operatie al niet veel, doordat mevrouw in een scootmobiel rijdt. Na de operatie zal mevrouw nog minder bewegen, omdat mevrouw nog herstellende is van de operatie.
* Het leven voor opname
* Op de afdeling
(infuus, antibiotica, pijnstilling en spoelen)

* Gezondheidsproblemen
* 4 disfunctionele patronen die wijzen op verpleegproblemen.
1) zelfbelevingspatroon
2) Gezondheidsbeleving en instandshoudingspatroon
3) Voedings- en stofwisselingspatroon
4) activiteitenpatroon
Carpenito-Moyet, L.J. (2012). Zakboek verpleegkundige diagnosen. Groningen: Noordhoff Uitgevers B.V.
(Carpenite-Moyet, 2008).
Full transcript