Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Naar een positieve visie op leren!

presentatie ifv PG Talentontwikkeling, module 1 Positieve psychologie en de invloed op leren.
by

Julien Luwel

on 6 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Naar een positieve visie op leren!

Een uitdagende reis naar ...
Waarom??
Onderwijs is niet het vullen van een vat,
maar het ontsteken van een vuur.
(Plutarchus )
Een boom groeit niet
door aan de takken te trekken,
maar door de wortels
water te geven!
(Carl Van de Velde)
Ploutarchos (Oudgrieks: Πλούταρχος) of Plutarchus (Romeinse naam: L. Mestrius Plutarchus) was een belangrijke Griekse historiograaf en filosoof die leefde van ca. 46 tot minstens 120 n.Chr. (zijn precieze datum van overlijden is niet bekend).
Plutarchus werd geboren in een vooraanstaande familie uit Chaironeia in Boeotië. Hij ging naar Athene waar hij een brede filosofische opleiding genoot. Hij sloot zich aan bij de Academia van Plato, maar als filosoof behoorde hij eerder tot de eclectici. In zijn latere traktaten zou hij zich vooral tegen de epicuristen, maar ook tegen de stoïcijnen afzetten.
Later kreeg Plutarchus verschillende hoge onderscheidingen: onder meer het ereburgerschap van Athene, en het priesterschap van Apollon te Delphi. Hij was een gefortuneerd man die grote reizen maakte en heeft onder meer Alexandrië en Azië bezocht. Als afgevaardigde van Athene bezocht hij verschillende malen Rome, waar hij in contact kwam met de hoogste kringen. Hij dankte zijn Romeinse naam aan zijn vriend Lucius Mestrius Florus, die bevriend was met keizer Vespasianus. Ook Sosius Senecio, aan wie hij zijn "Parallelle levens" zou opdragen, was een vriend van hem. Deze was driemaal consul en een veldheer van Trajanus in de Dacische oorlogen. Zo verwierf hij de gunst van Trajanus en Hadrianus, die hem belangrijke functies toevertrouwden. Plutarchus was enige tijd procurator van de provincie Achaea. (Wikipeda)
Talentgericht werken is een goede investering!
Het benoemen van een talent bij een ander (dit talent zichtbaar maken, ‘taal geven’), maakt dikwijls energie vrij. Dit zowel bij de ontvanger (positiever zelfbeeld, stijging zelfvertrouwen en motivatie, …) als bij de gever (ik doe er toe door de ander blij te maken, …)*. Deze extra energie kan niet alleen de kwaliteit en/of kwaliteit van de prestaties verhogen, maar ook zorgen voor bijkomende aandacht bij zowel gever als ontvanger voor de talenten van anderen. Dit geeft een grote kans op een
multiplicatoreffect
(sneeuwbaleffect). Wanneer op deze manier te kijken is werken vanuit een positieve kijk op leren niet alleen pedagogisch/psychologisch maar ook economisch een goede zaak, een prima investering.
* Deze conclusie, is weliswaar enkel gebaseerd op ervaringen, niet op wetenschappelijk onderzoek!
Heden ten dage betekent talent ook natuurlijke begaafdheid, aanleg, wat eigenlijk vaak aan de basis ligt van het hoger vermeldde.
(wikipedia)
Werken aan talentontwikkeling
=
Een goede investering!
(multiplicatoreffect)
Carl Van de Velde (1965) is in België veruit de bekendste spreker/coach met betrekking tot persoonlijke en professionele groei. Hij is een expert in het begeleiden van mensen en organisaties naar een persoonlijke of zakelijke doorbraak. Via zijn daarvoor ontwikkelde seminars geeft hij de aanzet tot verdere expansie van uw bedrijf of persoon. Carl is vooral praktisch ingesteld omdat hij zelf oprichter en eigenaar is van meerdere bedrijven.
http://www.carlvandevelde.be/carl_van_de_velde/
Een talent was in de oudheid de aanduiding van een grote geldswaarde die door de toenmalige Grieken en Joden werd gebruikt. Het kon ook een bepaald gewicht aan goud of zilver betreffen, in het Nieuwe Testament van de Bijbel is deze gelijk aan 34,2 kilogram. In het oude Griekenland was een talent gelijk aan 60 mna of 6000 drachmen.
Een talent kon door één persoon slechts worden verdiend door een paar jaar te werken. Het zilveren talent kwam overeen met wat een arbeider destijds in veertien jaar kon verdienen.
Een langzaam groeiende boom kan zich ontwikkelen tot de hoogste boom.
(Jelle Jolles Buitenhof TV 2010)
HOT gericht werken.
= Handelings-, Oplossings-, Talentgericht werken
Van aangeleerde hulpeloosheid naar aangeleerd optimisme
Talentgericht werken??
Anders kijken naar leren??
Autonomie
Binding
Competentie
Motivatie
Vanuit de interactie met de leerkracht haalt de jongere de moed, de wil en het geloof om te werken aan de eigen ontwikkeling.
De leerling voelt zich 'thuis' en veilig in de school
Wat gooien we liefst in de vuilbak?
De jongere?
(met zijn wil, moed en geloof om te leren)
Of ons oude mensbeeld,
lesmethodieken, onze macht en veiligheid,
de focus op etiketjes en tekortkomingen,
...
?
Intuïtief reageren,
on the flow!
LK bewust van het NU,
gevoelens en pedagogische vraag
van de jongeren
Vertrouwen in eigen talent
omdat de leerkracht er in gelooft
Gepast uitdagen!
Veiligheid
Gepast werk-/leermateriaal
"Learners"!!
Leer Kracht
van de
Leerkracht

Inzicht in eigen
pedagogische mindset:
ik begrijp mezelf
Veiligheid
Steun van beleid
Visie
Ruimte om te experimenteren
Bewust zijn van eigen talenten
Elke leerkracht is uniek
Kiezen om het leerproces van jongeren
anders te coachen
Wil je met jongeren omgaan en hun talenten ontwikkelen?
Werken vanuit interactie, we zijn van elkaar afhankelijk.
Van fixed
naar
growht mindset
Ik leer als leerkracht van anderen: de jongere, collega's, scholen (Big Picture)
Ik ben mezelf als leerkracht (en dat mag!)
Uit sporten spruit voort Serotine
In Flow flankeert ons Dopamine
Geluk komt door danken
ook lachen is tanken
En RAK raken Oxiticine
Geluk
=
50% genetica
10% omstandigheden
40% ons eigen gedrag
Dus JA
we kunnen onszelf
en anderen
gelukkig maken!
De vijf pilaren van 'welzijn'

The pleasant life = genieten van kleine dingen
The engaged life = “flow”
The meaningfull life= een leven dat zinvol is.
Echt gelukkig ben je als je de drie kan combineren. …
... of toch ook nog
the social life
accomplishement = het bereiken van een doel,
bv een wedstrijd winnen.
Door de focus te leggen op geluk komt er heel wat energie bij, die kracht geeft om onszelf goed te voelen en te ontwikkelen. Op deze manier kan het de motor zijn van de talentgerichte, waarderende benadering.
We geraken in een ‘flow’door dat te doen
wat best bij onze talenten past.
Dit maakt dopamines vrij,
waardoor we ons gelukkig voelen.
Valkuil van de talentbenadering :
steeds blijven streven naar beter.
Leer ook tevreden zijn met progressie zonder perfectie!!!
De maatschappelijke relaties tussen bv leerling-leerkracht-ouders zijn gewijzigd. Daarom is het beter een band met de jongere te scheppen. We staan met interesse, respect, begrip en aanvaarding tegenover de jongere. Niet meer in de eerste plaats vanuit macht, door sancties. (sporadisch kan extrinsieke motivatie wel nodig zijn) (Prof L Stevens)
Intrinsieke motivatie bestaat in interactie met de respons van de omgeving. Vanuit de eigen mogelijkheden (zo dicht mogelijk bij mezelf = passend) ZIN krijgen om te leren. Dit vereist het benoemen van talenten, het taal geven opdat deze zouden bestaan. Ongeacht zijn beperkingen is de leerling volledig uitgerust voor zijn eigen ontwikkeling, als is het eindpunt onbekend. We kijken naar het kind/ de jongere als een LEARNER, actief uit op ontwikkeling, een intrinsiek gemotiveerde actor. Volgens de zelfdeterminatietheorie kan extrinsieke motivatie de intrinsieke motivatie 'verdringen'. Een persoon die extern gemotiveerd wordt, zal zich niet autonoom voelen en daarom minder intrinsiek gemotiveerd raken. Een kind dat beloond wordt voor het al dan niet maken van huiswerk zal bijvoorbeeld mogelijk de eigen intrinsieke motivatie voor de handeling verliezen, als het de beloning als een oorzaak gaat zien van het eigen gedrag.
We zijn meer gemotiveerd door de overtuiging dat we competent zijn om uitdagingen aan te pakken. Wanneer de uitdaging en onze onze competenties in evenwicht zijn geraken we in 'flow', anders in verveling of angst.
Hiervoor is het nodig dat we bewust zijn van en geloven in eigen mogelijkheden. We ontdekken deze in de interactie, talent zit tussen de neuzen! (opgelet talent is niet gelijk aan competentie. Talent onderscheid zich doordat we het met plezier lang kunnen doen en het ons energie geeft)
We zijn meer gemotiveerd om iets te doen, te leren als we ruimte hebben om te kiezen, als we een stukje vrijheid hebben, meerdere keuzes
Other people matter
(Christophe Peterson)
Verlaat het deficit paradigma en focus op de aangeboren talenten
Talent alleen is niet genoeg. Oefenen, een andere methode proberen en doorzetten zijn essentieel!! Zo ervaart een kind vooruitgang. Dit geeft energie, zelfvertrouwen, zin in leren.
Ons kneedbaar brein:
van fixed naar growth mindset! (Christophe Lafosse, Talentevent 14/11/12)
Hoe begin je er aan: breinkeuzes met een supervisie ifv het metacognitieve.. Samen bepalen wat we willen leren en waarom, zie de 6 leerprincipes van het brein centraal leren (Ovur Methode)
Mensen kunnen meer als je ze waardeert! Dus is waarderen belangrijk, maar hoe je waardeert nog belangrijker. Complimentjes betreffende een talent, iets wat het kind toch al goed kan, bevorderen het zelfvertrouwen niet. Ze kunnen zelfs een omgekeerd effect hebben op het zelfbeeld en de schoolprestaties omdat het kind een imago moet hooghouden en eigenlijk alleen maar kan falen.. Een kind prijzen om wat het toch al goed kan, en relativeren wat het minder goed kan past in de fixed mindset en leidt tot aangeleerde hulpeloosheid en faalangst.
Ons onderwijs is erg talig (geworden). Door ons knappe brein creëerden we een complexe, snel veranderende wereld die niet meer controleerbaar is door individuen. Zo werden we afhankelijk van elkaar in een technologische wereld. Maar wat met de emotionele controle? Stress, faalangst en depressie stegen dus!
Daarnaast zien we dat de hersenen groeien van achter naar voor. De frontale lobben ontwikkelen zich dus vrij laat en is tijdens de adolescentie nog in groei. Het tempo waarop dit gebeurt verschilt per jongere, door leeftijd, andere ervaringen of cultuur. We zoeken dus beter geen pathologie bij vaardigheden die de jongere nog niet kan. Beter is het meer aandacht te hebben voor individuele leertrajecten. In die frontale lobben zitten net die vaardigheden die met ‘zelf’ beginnen zoals zelforganisatie, -regulatie, reflectie, redzaamheid, en –kennis. Straffen omdat een kind daar nog niet in slaagt lijkt in deze context dan ook absurd. Het brein van het kind is er mogelijk nog niet toe ontwikkeld.
http://www.neuropathie.nu/algemeen/sluipwegen-in-de-hersenen-aandacht-voor-plasticiteit.html
Via Character
https://www.viame.org/survey/Account/Register
Mijn eigen resultaten
Top 3
Creatief, origineel en vindingrijk
Eerlijk, oprecht en authentiek
Kritisch denker, objectief oordeel en onpartijdig
En de laatste in de rij op een eervolle 24e plaats: Leergierig
Bij het uitproberen van een talentenspel 'Blik op Talent' ervaarde ik dit omwille van de spelcomponent als leuk en leerrijk. Toch stel ik vast dat het makkelijker is om eigen talenten te benoemen en aanvaarden als de 'taal' er voor, bijvoorbeeld door talentenkaartjes van het talentenspel.
Ik zou beide werkvormen dan ook graag combineren. Mogelijk lukt het in februari om dit uit te proberen in de klaspraktijk als onderdeel van zelfconceptverheldering binnen horizonverruiming. Helaas te laat om in deze presentatie te verwerken ...
Andere ervaringen en toepassingsperspectief
Ervaringen met de Via Charachter test
“Ik vind het wel essentieel dat je ontdekt waarom je geboren bent. Wat is je sterkste kant? Vind die en gooi dan de ballast overboord. Maak keuzes” (Willem Vermandere, Okra Magazine september 2012)
“De ware opvoeding bestaat hierin, dat we het beste uit onszelf halen. Welk boek kan beter zijn dan het boek van de menselijkheid?”Mahatma Gandhi (1869-1948)
‘If you put fences around people, you get sheep.’
(William L. McKnight)

“ Flow, niet flauw”
“ Ent Talent”

Lafosse zegt:Talent is er, moet ontwikkeld worden: use it or lose it.
Vraag waar ik nog mee zit: Is dit ook geen relativering van het verschil tussen talentontwikkeling en competentieontwikkeling, zeker gezien het ‘oefenen en doorzetten, leggen van nieuwe verbindingen?' Verschil blijft het energie halen uit, lang mee bezig kunnen zijn zonder moeite?
Lafosse zegt: associaties (gebouwd door ervaringen) in hersenen bepalen hoe je denkt.
Eigen interpretatie: dus bepaalt dit ook hoe je kiest? (link keuzestijl - toepassing in onderwijsloopbaanbegeleiding)
Valkuil talentbenadering: blijven streven ipv tevreden zijn. = ook mijn eigen valkuil
Smart Games verkennen
Website 'pluk je geluk' gebruiken als werkinstrument?
Om deze positieve kijk op leren, dit talentontwikkelend werken in praktijk te brengen lijkt het me aangewezen eerst talentgericht te werken naar de leerkrachten zelf. Zo staan ze sterker, begrijpen ze zichzelf beter en hebben ze meer energie om het ook toe te passen bij de jongeren. Een goede visie en bijhorend implementatieplan is erg belangrijk!
Talentvent van ex-student Khlim "Sam x",
bijhorend implementatieplan bekijken
Eigen ideeën, slogans en kapstokken
... om te willen, kunnen en durven leren!!
Toelichting (bronnen)



A. Piaget

http://kijkopleren0910.wikispaces.com/Jean+Piaget

Constructivistisch onderwijs

http://nl.wikipedia.org/wiki/Constructivistisch_onderwijs

B. Dialogic teaching en talentherkenning.

Het RAAK-onderzoek

http://www.verwegendichtbij.nl/cms/talenten-aanspreken-in-de-klas

C. De 12 stappen van Van Parreren

http://groepcees.wikispaces.com/De+twaalf+stappen+van+parreren

D. De veranderingscirkel van Prochasa en Di Clemente kan ons helpen bij het streven naar en gedragsverandering bij leerkrachten

http://www.alexianentienen.be/terdennen/index.php?navID=2&subNavID=2

E. ZKM: De zelfkonfrontatiemethode

http://nl.wikipedia.org/wiki/Zelfconfrontatiemethode

F. Wederkerigheid: twee toelichtingen

https://sites.google.com/site/fagtolsma/stukjes-1/wederkerigheid http://www.opvoedingswinkelantwerpen.be/files/pdf/visie-op-opvoedingsondersteuning.pdf

G. Leren vanuit je passie (Harrie van den Brand, Ad Donkers & Elise Schouten, Garant 2008).

H. Website van de vereniging ‘Big Picture’ scholen Nederland http://www.bigpicturenederland.nl/

I. RAK

http://trendwatching.com/nl/trends/rak/

J. Kids ‘Skills

http://www.kidsskills.org/Dutch/

K. Catchphrase

http://nl.wikipedia.org/wiki/Doe-het-zelf_met_Roger

L. Het GeTalenteerde Brein, Christophe Lafosse

http://www.klasse.be/tvklasse/20627-Het-GeTalenteerde-Brein



M. http://www.jellejolles.nl/
Waarom talentgericht werken vanuit een positieve visie op leren?
Anders leren eigen interpretatie van de lezing ' een nieuwe tijdsgeest' door prof. L Stevens op 3/10/121.Van instructie naar dialoogHet in onderwijs nog vaak toegepaste instructiemodel is voor een kwart van de leerlingen niet nodig of uitdagend genoeg, en voor een ander kwart een niet passende, moeilijke manier van leren. Zeker deze jongeren aan de “onderkant" van ons onderwijs” voelen zich niet thuis in de school, hun inspanningen worden niet gezien, ze hebben weinig kansen om hun mogelijkheden te tonen.. Het gevolg daarvan is dat ze niet gemotiveerd om te leren, zich niet verantwoordelijk voelen voor eigen ontwikkeling en het opnemen van taken. . De leerling moet het alleen doen maar dat lukt soms niet. Dit instructiemodel vertrekt van ‘volgende mens’ (prikkel-respons) brein moet wachten op instructie om te leren, zich te ontwikkelen. Het haakt af (cognitieve status). Wat is nu echt werkzaam in onderwijs? Hoe kunnen we voorkomen dat een jongere het gevoel heeft er niet bij te horen? Hiervoor hanteren we best een beter passende methode waarbij brein zijn best doet om te leren. Deze is gebaseerd op de visie van Piaget, die de mens ziet als een onderzoeker die actief ontwikkeling beoogt (Piaget, zie Toelichting A sites). Verder meer uitleg hierover bij de zelfdeterminatietheorie.Door te evolueren naar een dialogische onderwijsopvatting heffen we de dualiteit leerkracht-leerling op. In praktijk vormen ze immers al één werkelijkheid. De leerkracht is de eerste en belangrijkste voorwaarde voor leren, maar leerlingen bepalen hoe. De leerkracht kan leerlingen als evenwaardige partner tegemoet treden, ontwikkelingspotentieel (laten) zien, maar de leerlingen moet het doen, zelf ontwikkelen. Daarbij hoeft de leerkracht geen allesweter te zijn, hij kan bij de leerling zelf te rade gaan om te weten wat die nodig heeft. (wil kind dit? Hoe ver staat het al?) Het basisprincipe is onmiddellijk, intuïtief reageren, on the flow. Weinig reflection in action, wel after/on action. De leerkracht is open en waakzaam (zich in hoge mate bewust van wat NU gebeurt, gevoelens en pedagogische vraag van leerlingen) tegenover leerlingen. Vanuit de interactie leerkracht leerling blijft de jongere moed, wil en geloof houden om te willen leren. De jongere heeft vertrouwen in de eigen talenten omdat de leerkracht er in gelooft. Dit staat los van intelligentie. De leerkracht ziet wat kind kan, daagt uit, ontdekt talenten. On-(minst)-zichtbare ondersteuning is de beste ondersteuning. Vertrouwen is hierbij het sleutelwoord, het bieden van veiligheid, gepast uitdagen. Er is steeds ontwikkelingspotentieel, de taak van de leerkracht is dit aanboren door op een gepaste manier werkmateriaal.
Sommige lln moeten nog leren wat ‘relatie’ is, reageren er niet goed op, maken misbruik van …. Het zijn de leerlingen die bepalen of ze orde willen houden, maar de leerkracht geeft er aanleiding toe dat ze dat willen. Het uitgangspunt is dus niet het afdwingen orde. Dit kan eens nodig zijn, maar het mag geen gewoonte worden. Want dan komen we terug in een bipolaire situatie met de leerkracht als denker en de leerlingen als niet betrokken/actief. Als de leerkracht de regie en controle hebben neemt hij de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling over en wordt de leerling passiever. We kunnen dit dualisme opheffen door een leerkracht die plezier heeft in zijn job, alert is en kan afleiden wie hulp nodig heeft. De afstand tussen werkelijkheid (waarneming?) van de leerkracht en werkelijkheid (waarneming) van de leerling moet zo klein mogelijk zijn. Om deze afstand zo klein mogelijk te maken is het noodzakelijk dat de leerkracht echt praat MET met de leerling, luister naar hem. De leerling als lerende mens staat op 2 benen: vertrouwen & zelfvertrouwen. De leerkracht moet er dus op vertrouwen dat leerlingen hun doel wel bereiken als we hen gaan helpen. Dialogisch onderwijs is ideaaltypisch. Dit wil zeggen, ook al bereiken we het ideaal niet, hopelijk wordt de methode wel ‘typisch’ voor het leren. We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat voor sommige leerlingen de ontwikkelingstaak te zwaar is (door belasting, problemen thuis, …) Toch is de leerling zelf is daarbij hoopgevend, alles is aanwezig om te leren. Soms is extrensieke motivatie noodzakelijk. Maar de kijk op het kind is bepalend (tijd, ruimte en doel zijn gestandaardiseerd). We maken dan het systemische ten dienste van de persoonlijke zingeving om te leren). De gewijzigde taak van leerkrachten kan je afleiden uit nieuwe kijk op leerlingen. In plaats van de ‘garantie’ de eindtermen te halen, gaan we het curriculum loslaten en geloven dat deze eindtermen wel gehaald worden. Door te vertrouwen in die je kent, voelt de leerling zich gezien en betrokken, is hij gemotiveerd om te leren en krijgt hij de kans dit op een gepaste manier te doen.
2.Hoe het denken en handelen van leerkrachten plaatsen en het nut van evoluties verantwoorden en aanmoedigen?Leerkrachten halen dikwijls organisatorische redenen aan als (belangrijkste) basis en rechtvaardiging voor hun handelen, de wijze van lesgeven en de manier waarop ze in de klas staan. Daarbij denken we aan de wetgeving, schoolinterne regels etc. Deze vormen de basis van de piramide van de pedagogische mindset. Reflecties, zoals de nood aan structuur (bv voor kinderen met een ADHD-etiketje) bevinden zich in het midden van de piramide. De top wordt gevormd door onze eigen waarden en overtuigingen, onze pedagogische doelen, hoe we onszelf en onze taak zien. Onderzoek toonde aan dat eigenlijk deze top is die primair ons handelen bepaalt. De gebruikte methodieken om jongeren te ondersteunen in hun ontwikkeling worden dus minder vereist door regels dan we gemakshalve aannemen. Ook het gebrek aan tijd en ruimte is eerder een waarneming van de werkelijkheid. Het goede nieuws is dat anders leren dus mogelijk is! De leerkracht kan (kiezen om) het leerproces bij jongeren anders coachen.Daarbij kunnen we inspiratie opdoen bij Van Parreren. (zie Toelichting C De 12 stappen van Van Parreren) Van Parreren hield zich voornamelijk bezig met de onderwijsleerprocessen, en was een van de grondleggers van het ontwikkeld leren. Hij definieert goed onderwijs als volgt: 'ontwikkeld onderwijs is onderwijs dat gericht is op het verwerven van cognitieve instrumenten en werkwijzen'. Op deze definitie baseert hij zijn verdere onderzoek en hij verdeeld de voornaamste aspecten van goed onderwijs in twaalf stappen(hieronder te vinden). Die stappen kunnen een leraar houvast geven bij het ontwikkelen en geven van lessen.Ook het Raak-onderzoek (zie Toelichting B Dialogic teaching en talentherkenning) werpt een blik op praktische toepassingen. In dit onderzoek bekeek Hans van den Broek volgende 4 vragen: “Wat zijn richtinggevende idealen?; Hoe zorgt de leraar voor een veilig en ordelijk klimaat?; Op welk niveau van dialogisch onderwijs geeft de leraar les: instructie, discussie of dialoog?;Hoe krijgt de leraar de talenten van leerlingen in beeld?”Hierbij enkele aandachtspunten bij dit streven naar verandering. Verandering vereist zeker een gevoel van veiligheid voor de leerkracht! We kunnen bij het streven naar verandering rekening houden met modellen zoals de veranderingscirkel. (zie Toelichting D Veranderingscirkel) Opvattingen en overtuigingen moeten praktijk vinden (haalbaarheid). De leerkracht moet zichzelf begrijpen vanuit eigen opvattingen en overtuigingen.(zie Toelichting E ZKM) De visie op onderwijs, het beleid is hierbij elementair. Nu wordt een leerkracht gezien als een verzameling van (vereiste) competenties ifv lesgeven (als gesloten set activiteiten). Zo lijkt een leerkracht inwisselbaar, zonder invloed te vervangen door een andere leerkracht. Dit klopt niet, leerkrachten zijn verschillend als personen (mens als drager van de competenties) dus ook als beroepskrachten. Bij de instroom in de lerarenopleiding, de uitnodiging om te leren leren is de vraag voor kandidaat Lk is de vraag dan niet “wil je lesgeven?” Maar wel : “Wil je met kinderen omgaan, talenten ontwikkelen, lln steunen in hun ontwikkeling, jongeren uitnodigen?” Leren gebeurt immers in interactie, tussen de neuzen ipv tussen de oren. Daarvoor moet je de interactie verstaan.Ook gewijzigde maatschappelijke verhoudingen noodzaken een andere manier van lesgeven. De relatie ouders-kind, leerkracht-leerling zijn nu veel meer gebaseerd op wederkerigheid. Wederkerigheid is gebaseerd op het besef van wederzijdse afhankelijkheid. Die is aanwezig in vrijwel alle sociale instituties zoals gezin, school en werk. Kinderen en ouders, leraren en leerlingen, werkgevers en werknemers beseffen dat ze van elkaar afhankelijk zijn. (zie Toelichting F Wederkerigheid) Om deze interactie in wederkerigheid mogelijk te maken moet een leerkracht meer zichzelf zijn dan ‘rolgedrag stellen’. Het is soms moeilijk zichzelf te blijven in praktijk, toch is dit noodzakelijk. Elke leerkracht moet er zelf van overtuigd zijn dat hij er toe doet … Daarbij moet ook de leerkracht zich veilig voelen.De realisatie van ‘Leren vanuit je passie’ gebeurt best vanuit een ontwikkelingsgerichte aanpak zoals beschreven in het boekje ‘ Leren vanuit je passie’. (zie Toelichting G boek ‘Leren vanuit je passie’). Dit boek beschrijft de basisvisie (oa Big Picture), het ontwikkelingsproces en inhoud. Ook de gebruikte instrumenten worden weergegeven. Op de site van de vereniging van Nederlandse ‘Big Picture’ scholen kan je ook informatie en ideeën terug vinden over het ‘one kid at a time’ onderwijsconcept. (zie ToelichtingH website ‘Big picture’ Nederland)
De zelfdeterminatietheorie (ZDT) en intrinsieke en extrinsieke motivatieDe zelfdeterminatietheorie is een door Edward L. Deci en Richard M. Ryan ontwikkelde macrotheorie over de menselijke motivatie. De kern van de theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Volgens Deci en Ryan delen alle mensen drie aangeboren psychologische basisbehoeften, te onderscheiden van de fysiologische behoeften. Dit zijn:A. AutonomieB. Binding = (relationele of sociale) verbondenheidC. CompetentieDe intrinsieke motivatie van een persoon om doelen te bereiken hangt mede van de bevrediging van deze behoeften af. Een belangrijke stelling van de theorie is dat vormen van controle op het gedrag van anderen zorgt voor een afname van hun intrinsieke motivatie, omdat deze controle de bevrediging van de basisbehoeften frustreert
Intrinsieke en extrinsieke motivatieVolgens de zelfdeterminatietheorie kan extrinsieke motivatie de intrinsieke motivatie 'verdringen'. Een persoon die extern gemotiveerd wordt, zal zich niet autonoom voelen en daarom minder intrinsiek gemotiveerd raken. Een kind dat beloond wordt voor het al dan niet maken van huiswerk zal bijvoorbeeld mogelijk de eigen intrinsieke motivatie voor de handeling verliezen, als het de beloning als een oorzaak gaat zien van het eigen gedrag. Intrinsieke motivatie bestaat in interactie met de respons van de omgeving. Vanuit de eigen mogelijkheden (zo dicht mogelijk bij mezelf = passend) ZIN krijgen om te leren. Dit vereist het benoemen van talenten, het taal geven opdat deze zouden bestaan. Ongeacht zijn beperkingen is de leerling volledig uitgerust voor zijn eigen ontwikkeling, als is het eindpunt onbekend. We kijken naar het kind/ de jongere als een LEARNER, actief uit op ontwikkeling, een intrinsiek gemotiveerde actor.
Hein ZegersVerwerking van de presentatie op 8 en 22/11/2012Hein Zegers richt zich vanuit de positieve psychologie op de wegen naar geluk. Deze benadering heeft voor mij al voldoende aan één duidelijk en krachtig argument om het deficit paradigma te verlaten. Door de focus te leggen op geluk komt er immers heel wat energie bij, die kracht geeft om onszelf goed te voelen en te ontwikkelen. Op deze manier kan het de motor zijn van de talentgerichte, waarderende benadering.
Daarnaast haalt Zegers nog diverse redenen aan die pleiten voor de positieve psychologie: geluk is immers gezond en doet langer leven, het is datgene wat bijna iedereen kinderen en kleinkinderen als eerste toewenst naast gezondheid, ….
Het goede nieuws is dat geluk voor 40% bepaald wordt door bewust gedrag, naast 50% genetica en 10% omstandigheden. We kunnen dus echt invloed uitoefenen op ons eigen geluk en dat van anderen. Zegers somt heel wat manieren op om dit te doen. Daarbij één die erg goed aansluit bij de visies van Piaget, Stevens, de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan en andere. Dat is het in een ‘flow’ geraken door dat te doen wat best bij onze talenten past maakt dopamines vrij, waardoor we ons gelukkig voelen. Andere manieren waaraan we zeker aandacht kunnen besteden in onderwijs zijn lichaamsbeweging (serotine), sociale relaties, zingeving, lachen en mindfulness. We kunnen dit ook op onszelf toepassen, net zoals bijvoorbeeld een dankbaarheidsdagboek, mindfulness en ‘Random acts of kindness’, Deze ‘bijzondere willekeurige goede daden’ werden ook al als instrument door de commerciële sector opgepikt. (zie Toelichting I RAK)
In onderwijs bestaan al methodieken die aansluiten bij deze visie, zoals het oplossingsgericht werken. (zie Toelichting J Kids ‘Skills
Een toelichting voor wie wat meer woorden wil,
en de bronnen.
In de Cockpit:
Prof. Dr. Luc Stevens,
Hein Zegers en
Prof. Dr. Christophe Lafosse
Eigen ervaring: Ik herken mijn top 3 erg goed, evenals mijn 'minste' talent. Ook in de 'interactie' met collega's krijgen deze talenten taal. Het 'in een flow' geraken door ze in te zetten bij deze presentatie hielp me om (de wijze les van Christophe Lafosse indachtig) toch ook door te zetten betreffende mijn minste talent. Zo 'leerde' ik zowel theorieën verwerken als prezi gebruiken!!
The proof of the pudding is in the eating, en die pudding smaakt naar meer! Door deze opdracht te maken geraakte ik dus nog meer overtuigd van de toepasbaarheid van de theorieën betreffende talentontwikkeling.
Handvaten & 'tools ' om aan de slag te gaan
Geluk = ergens goed in zijn en dat waardevol kunnen inzetten. Werk hebben is daarom een belangrijke factor voor het geluksgevoel!
Een 'Satisficer' is gelukkiger
dan een 'optimiser'

'Purpose in life'-test
http://faculty.fortlewis.edu/burke_b/Personality/PIL.pdf
Appreciative Inquiry/ Waarderend onderzoek
Een reis van boompje ...
... naar boom ...
Full transcript