The Internet belongs to everyone. Let’s keep it that way.

Protect Net Neutrality
Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Groepsdynamica 8

No description
by

Corine Brouwer

on 4 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Groepsdynamica 8

Groepsdynamica
Groepdynamica
2013 - 2014 / blok 1 jaar 3
week 1
introductie
praktijkopdracht
26 september

week 2
groepsnormen
groepscohesie
individuele behoefte

lEZEN:
Handboek voor leraren hoofdstuk 6 tot 6.3
5 rollen van de leraar hoofdstuk 1
DOEN
Beschrijf op 1 A4 wat jouw (stage)school voor acties onderneemt om te voldoen aan de behoefte van veiligheid voor nieuwe leerlingen ( brugklassers of 1e jaars op het MBO) Neem dit schrijven mee naar de bijeenkomst
week 7
pesten
afronding

lEZEN:
Handboek voor leraren
hoofdstuk 6.5
5 rollen van de leraar
hoofdstuk 6 + 7
Lessen in Orde
hoofdstuk 2.1 + 2.2
MEENEMEN
Casus over
pesten
klassenmanagment
orde
week 8
praktijksituaties
toets

Tentamen voorbereiding!!
Corine Brouwer
week 3
groepsproces sturen

lEZEN:
Handboek voor leraren
hoofdstuk 4 tot 4.2
hoofdstuk 6.3 + 6.4
hoofdstuk 11.2 tot 11.2.3
Lessen in orde
hoofdstuk 2
5 rollen van de leraar
hoofdstuk 2
DOEN
Maak een sociogram (zie HvL hoofdstuk 6.4.2, van 1 van de groepen waarin je les geeft!
Tip: http://www.sociogram.nl/
Noteer voor jezelf een situatie met een groep die je zou willen oefenen met je medestudenten.
week 4
probleemoplossing
conflicthantering

lEZEN:
Handboek voor leraren
hoofdstuk 4.2
5 rollen van de leraar
hoofdstuk 3
DOEN
Donderdag 26 september is het hoorcollege van drs. P. Teitler ,de auteur van het boek ‘Lessen in orde”. Je hebt reeds een aantal hoofdstukken van het boek kunnen lezen en je een mening kunnen vormen.
Bereid drie vragen voor die je tijdens het hoorcollege zou willen stellen.
Beschrijf twee doelen die je voor je zelf zou willen behalen tijdens het hoorcollege.
Je neemt deze vragen, doelen & mogelijk de antwoorden mee naar het volgende college!
week 5
sociale relaties
sociale systeem

KIJKEN
http://www.leraar24.nl/video/3522
LEZEN
De 5 rollen van de leraar
hoofdstuk 4
DOEN
de "belbin" test maken
http://www.123test.nl/groepsrollentest

week 6
roos van Leary
klassenmanagement
effectieve communicatie

lEZEN:
Handboek voor leraren
hoofdstuk 4.1 + 4.2
5 rollen van de leraar
hoofdstuk 5
Lessen in Orde
hoofdstuk 11.2 t/m 11.4
hoofdstuk 13.2.2 + 13.3
Artikel
n@tschool -> vierstoelenmodel
MAKEN
Lessen in Orde
opdrachten 11.6 t/m 11.9
doelen:
inzicht krijgen in groepsdynamica
hoe een groep positief beïnvloeden
vaardigheden rondom klassenmanagment en orde inzetten

gedrag van de groep is een gevolg van het karakter van de groepsleden en de omgevings-factoren
1890 - 1947
grondlegger groepsdynamica
Kurt Lewin
Noor (18) is een 1ejaars studente aan het HBO, zij heeft
een Koerdische vader en een Nederlandse moeder. Zij heeft één oudere broer. De families van zowel haar vader als haar moeder wonen dicht in de buurt van haar eigen woonplaats Amersfoort. En klein deel van de Koerdische familie woont in Turkije.

Noor is dit jaar begonnen aan de lerarenopleiding Geschiedenis, haar groep bestaat uit 25 medestudenten. Een aantal medestudenten kende Noor al vanuit haar vooropleiding, het grootste deel van de studenten kent zij nog niet. Alhoewel Noor bij haar ouders woont is zij vaak te vinden bij haar vriendinnen die al op kamers wonen.

De lessen aan de lerarenopleiding zijn leuk en vaak wordt de studenten gevraagd in groepen te werken aan interessante opdrachten. Op haar stageplaats is Noor gevraagd de huiswerkbegeleiding van de brugklassers te begeleiden, hierdoor werkt zij twee dagen in de week met leerlingen van 12 en 13 jaar in groepjes van 10.
Naast studeren heeft Noor nog veel meer hobby’s, zoals het
zingen in een band, turnen en dansen. In het weekend werkt
zij bij La Place met een gezellig stel collegae.
Groepen:
groepen vind je overal
de groep heeft invloed op het individu
de invloed van de groep op het individu kan zowel positief als negatief zijn
de mogelijkheid bestaat, in de groep condities te scheppen om het gewenste effect op het gedrag van het individu te bereiken.
1. Als ik lid ben van een groep .......
verhelder ik de doelen van de groep en zorg ik ervoor dat de doelen geformuleerd worden zodat de leden samen aan het realiseren van de doelen kunnen gaan werken.
De studenten:
1. kunnen de begrippen uit de groepsdynamica die in de generieke kennisbasis zijn opgenomen toelichten aan de hand van bestaande groepen.
2. kunnen interventies in groepen analyseren ten aanzien van de gerichtheid op de ontwikkeling van de groep.
3. zijn in staat om in een bestaande groep de fase van groepsontwikkeling te herkennen.
4.kunnen diverse stadia van ontwikkeling in groepen herkennen en de overgang naar een volgend stadium faciliteren.
5. leren interventies in te zetten om de orde en klassenmanagement te kunnen verbeteren.
6. zijn in staat conflicten te hanteren op zo’n manier dat hun leerlingen ontdekken dat conflicten de verschillende partijen verder kunnen brengen.
7. zijn in staat problemen vanuit verschillende perspectieven te gaan leren bekijken.
8. ontwerpen een arsenaal aan handelingen om pestgedrag in school en klas te voorkomen, herkennen en te begeleiden.
9. zijn in staat de kernmethodieken: het begeleidingsmodel, overdrachtsmodel en de contingentiebenadering te beschrijven en leren in te zetten bij het begeleiden van hun groepen.
Er is een kennistoets bestaande uit een casus met open vragen
Er is een praktijkopdracht, zie bijlage 1 studiehandleiding, deze wordt de laatste lesweek ingeleverd en is een voorwaarde om mee te mogen doen aan de kennistoets.

Je mag afronden wanneer je voldoende aanwezig bent geweest (maximaal 1 keer afwezig) en hebt geparticipeerd aan de opdrachten





afsluiting
In welke groepen participeert Noor?
Welke rollen neemt ze daar in?
Is het vrijwillig of verplicht?
En jij?
De vijf rollen van de leraar:
de docent moet zich bewust worden van het eigen gedrag en het effect daarvan op anderen!
2. Als ik lid ben van een groep ....
bevorder ik de communicatie door zowel als ontvanger adequate communicatieve vaardigheden aan de dag te leggen en zorg ik ervoor dat alle groepsleden bij de communicatie worden betrokken en dat deze wederzijds verloopt.
3. Als ik lid ben van een groep ....
neem ik de leiding als dat nodig is om de groep te helpen haar doelen te realiseren en een goede werkrelatie tussen de leden in stand te houden en stimuleer ik alle andere groepsleden om hetzelfde te doen.
4. Als ik lid ben van een groep ....
gebruik ik mijn kennis en deskundigheid om andere groepsleden ertoe aan te zetten om zich meer in te spannen om de gezamenlijke doelen te bereiken en sta ik open voor de kennis en de relevante deskundigheid van andere groepsleden
5. Als ik lid ben van een groep ....
stel ik verschillende wijzen van besluitvorming voor (zoals met meerderheid stemmen of consensus), afhankelijk van (a) de beschikbaarheid van tijd en middelen, (b) de omvang en het belang van het besluit, en (c) de mate van betrokkenheid van de groepsleden die nodig is om het besluit uit te voeren.
6. Als ik lid ben van een groep ....
breng ik mijn eigen opvattingen naar voren en zet ik vraagtekens achter de meningen van anderen om tot optimale en creatieve beslissingen te komen.
7. Als ik lid ben van een groep ....
zie ik conflicten met andere groepsleden onder ogen en presenteer deze conflicten als problemen die we gezamenlijk moeten oplossen. Kunnen we dat niet, dan roep ik, om het probleem uit de wereld te helpen, de hulp in van andere groepsleden.
Vorige week:
groepen zijn overal & het zijn er veel!
bewust het groeps-vormingsproces begeleiden
Huiswerkopdracht: wat doet jouw school voor/met nieuwe leerlingen?
Fijne groep?
positieve
normen
grote
cohesie
Normen:
regels die bepalen welk gedrag goed of fout, beleefd of onbeleefd, toegestaan of verboden, gewenst of ongewenst is.
wat is normaal en wat is abnormaal?
Groepsnorm:
wanneer het niet een gedragsnorm is die in de omringende omgeving net zo bestaat!
Normen in de groep:
vermakkelijke het samen werken
je weet wat je van elkaar mag/kunt verwachten
afwijken van de norm is niet toegestaan
stabiliteit
voorspelbaarheid
groepen oefenen actieve druk uit op haar leden om te conformeren aan de groepsnorm
worden door alle groepsleden onderschreven
Soorten normen:
formeel vs informeel
expliciet vs impliciet
instand houden van de groep vs uitvoeren van een groepstaak
Doelen van de normen:
taakgericht -> deskundigheid, competentie
sociaal-emotioneel gericht -> relatie, persoonlijk betrokken
Normregulatie:
postieve normregulatie -> voorgeschreven, waardering
negatieve normregulatie -> verboden, je moet, afkeuring
Cohesie:
de aantrekkingskracht van
een groep voor haar leden
Cohesie:
cement tussen groepsleden
bij elkaar horen
eenheid
samenhang
Krachten:
interpersoonlijke attractie -> hoe ver mogen de leden elkaar
sociale attractie -> aangetrokken tot de groep, onpersoonlijker
interpersoonlijke cohesie -> hoe ver mogen de leden elkaar
taakcohesie -> commiteren aan groepstaak, inzet
Handboek voor leraren:
omvang van de groep
druk van buitenaf
aantrekkelijkheid van de groep
Beschrijf een ideale groep!
- Vmbo BK 2
- Gymnasium 3
positieve groepsnorm
hoge cohesie
positieve groepsnorm
lage cohesie
negatieve groepsnorm
lage cohesie
negatieve groepsnorm
hoge cohesie
groepswerk wordt goed uitgevoerd door de positieve groepsnorm t.a.v. leren, onderwijs en opdrachten
grote groepsbrede opdrachten en leerlingen corrigeren elkaar

geen samenhang en geen gezamenlijke aanpak van opdrachten
individuele taken zijn geschikt

leren, school en huiswerk vinden zij onbelangrijk, vooral wanneer ze bij elkaar zijn

er is geen groep, alleen verschillende groepsnormpjes

1943
hiërarchische ordening van behoeften
veiligheid
gewaardeerd
gerespecteerd
wie ben je
erbij horen
invloed uitoefenen
peroonlijk contact
postief p.c.
negatief p.c.
Neem een goed functionerende groep voor ogen, waarin productief gewerkt wordt en waar je
zelf deel van uitmaakt. Noteer minstens twee verschillen met een niet-functionerende groep.
De kooi met vijf apen.
reactie op gedrag apen
conclusie gedrag in relatie tot normen
wat leert dit je?
Luister naar een alinea uit dit boek. Verbind er de kernwoorden van vorige week aan:
groepscohesie
individuele behoefte

Casussen?
Het is belangrijker dat niemand van de klas buiten de groep valt, dan dat de leerlingen de leerstof goed beheersen.
Werken in een
groep heeft voor
de individuele
prestaties vooral nadelen.
De sfeer in
de klas wordt
vrijwel alleen bepaald door de leraar die
ervoor staat.
Een voorwaarde voor groepswerk is dat leerlingen zich veilig voelen bij elkaar.
En jij ???
Heb jij als leerling wel eens een docent gepest? En als andere leerlingen de docent pesten deed jij dan mee of speelde je daarin een leidende rol? Heb je die docent ook weggepest?
Waar lag het aan dat die docent geen orde kon houden?
Meer weten? Webinaire!
wat zie? wat doe je?
eerste kennismaking veiligheid bieden
- wie zijn die anderen? kennismaking organiseren
- hoe zie ik hen? informatie behapbaar aanbieden
- hoe zien zij mij? gezonde sociale norm bevorderen
pas heretikettering toe

wat zie? wat doe je?
sociale posities ontstaan oneens zijn mag en is veilig
conflicten en irritaties problemen helpen oppakken
grensoverschrijding sociale rollen zo mogelijk honoreren
positieve sociale norm uitventen
deze fase als uitdaging blijven zien

wat zie? wat doe je?
omgang in de groep groepsverantwoordelijkheid stimuleren
wat moet en wat mag? onderling respect versterken
samenwerken bevorderen
beslissen door overeenstemmen
problemen/conflicten oppakken
wat zie? wat doe je?
productief studieuze groepsopdrachten
samenwerking groepsidentiteit versterken
prettige leefsfeer sociale contacten bevorderen

wat zie? wat doe je?
jammer praat over gevoelens
vitten creëer markeringspunt
klitten richt blik op toekomst
Hoge status
• rechtop
• hoofd omhoog
• oogcontact
• wijde armbewegingen
• handen open
• benen wat uit elkaar
• voeten recht onder benen
• rustig spreken met voldoende volume

Lage status
• hoofd neigt naar beneden
• oogcontact vermijden
• hand aan gezicht of aan kleding
• benen dicht bij elkaar
• voeten met tenen naar binnen
• zacht spreken met aarzeling

26 september
hoorcollege Peter Teitler
16:00 WELKOM!!
Casussen
Vijf fase
Geef je mening
En jij?
Casussen
Hoge status, lage status
Praktijk opdracht:
Hoe ver ben je? Al begonnen? Vergeet het niet!
afsluiten:
http://www.leraar24.nl/video/3522






Probleemoplossen:
omdenken
de student is instaat probleemoplossend gedrag te beschrijven
Conflicthantering
filmpje
de student is in staat conflicten te hanteren op zo'n manier dat hij/zij ontdekt dat conflicten de verschillende partijen verder kunnen brengen.

Samen werken!
in groepjes

Twee casussen: bedenk ludieke oplossingen!
omdenken:
de energie van het probleem, gebruiken voor iets nieuws!
http://www.leraar24.nl/video/2581
Vorige week:
groepsprocessen
hoge & lage status
College Peter Teitler:
Wat is je het meest bij gebleven?
Wat neem je mij naar jouw school?
Wat neem je mee voor groepsdynamica?
Welke vragen & doelen had je?
Beantwoord?
Opdracht: Breng een moeilijke situatie in.
ronde 1: leerlingen/docent
ronde 2: collega of ouder / docent
Bespreek deze moeilijke situaties met elkaar!
publicatie: 1981
sociogram - weergave van sociale relaties
de relaties tussen groepsleden kunnen worden bepaald
Meredith R. Belbin, de “uitvinder” van de teamrollen, kwam na onderzoek tot de conclusie dat in een groep “bepaalde personen bepaalde rollen rollen op zich namen, en dat het patroon waarin de rollen verdeeld waren een cruciale invloed had op de resultaten”.
Elk team heeft behoefte aan een optimaal evenwicht tussen de teamrollen.
Ieder persoon heeft twee of drie teamrollen die “van nature” goed bij hem passen en waarin hij/zij zich thuis voelt. Volgens Belbin is het zaak dat mensen bewust worden van hun natuurlijke rollen, deze ontwikkelen, en productief maken in de samenwerking met anderen.
Specialist - De toegewijde vakman. Een stille eenling, die zich in een team niet zo thuis voelt, en zijn bijdrage levert door veel te weten van een doorgaans beperkt vakgebied.
Bedrijfsman - Stabiel en beheerst. Een praktische organisator, die beslissingen in concrete werkzaamheden omzet. Heeft een goed ontwikkeld zelfbeeld en beheerst zijn gevoelens. Noest en gedisciplineerd maar met flair in het organiseren, zeker onder druk of in verwarrende situaties.
Groepswerker - Stabiel, extrovert, weinig overheersen. Stimuleert en ondersteunt de teamleden, bevordert de communicatie en de teamgeest. Hij integreert mensen en hun activiteiten, is sociaal opmerkzaam en kan goed luisteren. Geschikt voor een leidinggevende rol: groepswerkers hebben een sterk verlichtend effect op teams.
(Bron)onderzoeker - Stabiel, dominant, extrovert. Gaat op zoek naar ideeën, ontwikkelingen en informatie buiten de deur en beschikt daarvoor over talloze contacten: ontspannen, sociaal, gezellig. Is niet zozeer zelf de bron van ideeën, maar pikt ze gemakkelijk op bij anderen.
Plant - Dominant, zeer hoge intelligentie, introvert. De man met de plotselinge ideeën. ‘Ingeplant’ in rustige teams om creativiteit te genereren: hij maakt de nieuwe openingen. Een Plant roept weerstanden op door gebrek aan praktische zin en door kritische houding ten opzichte van ‘domheid’.
Voorzitter - Stabiel, dominant, extrovert. De Voorzitter houdt de werkwijze van het team onder controle en laat de kracht van ieder teamlid zo goed mogelijk tot zijn recht komen. Geen buitengewone intelligentie, evenmin bijzondere creatieve gaven. Wel kalmte, realisme en nuchterheid. Tolerantie om te luisteren naar anderen, sterk genoeg om adviezen naast zich neer te leggen.
Vormer - Onrustig, dominant, extrovert. Hij geeft vorm aan de inspanningen van het team en zoekt patronen in de discussies. Uitdagend, ruziënd, snel gefrustreerd en onrustig. Eerder hard dan zachtmoedig, niet bang voor risico’s. Productief onder druk en bij hoge snelheid: verkoopleiders, uitgevers, voetbaltrainers.
Waarschuwer (Monitor) - Hoge intelligentie, stabiel, introvert. Analyseert de problemen en houdt de ideeën kritische tegen het licht. Serieus, voorzichtig en immuun voor enthousiasme. Hij wantrouwt de euforie en zijn prestatiemotivatie is gering.
Zorgdrager - Rustig introvert. Houdt in de gaten dat er niets wordt overgeslagen: hij volgt alleen iedereen rusteloos, consciëntieus, zorgelijk en wat beschroomd ten opzichte van anderen. Ze ‘absorberen’ als het ware de stress (maagzweertype); de man achter de schermen die het planmatige verloop voor zijn rekening neemt.
gastheer
norming
forming
storming
didacticus
afsluiter
performing
adjourning
presentator
pedagoog
problemen
conflicten
sociale relaties
sociogram
sociale systeem
teamrollen
Opdracht:
Bespreek Belbin uitkomsten
Herkenning bij jezelf & andere
Verbazing bij jezelf & andere
Kwaliteit voor docent?
belbin groepsrollen
sociogram
sociale relaties


sociale systemen
Jij & de groep!
transactionele analyse
vier stoelen model
drama driehoek
roos van Leary
http://www.leraar24.nl/video/2587
Waar heb je het meeste moeite mee?
Neem eens de klas in gedachte waar je het meeste moeite mee hebt. Wat is het eerste waar je aan denkt als je die klas voor ogen hebt?
Hoe reageer je op klachten van ouders?
Neem eens een vader in gedachte die op een oudergesprek een klacht over school heeft. Hij vindt dat zijn dochter van jou slecht les krijgt. Wat is jouw reactie?
zorgende ouder
strenge ouder
aangepast kind
vrij kind
Reageer als: SO, ZO, V, VK, & AK
Of schrijf een dialoog en benoem alle onderdelen van het dialoog mbv SO, ZO, V, VK & AK
Waarom moet je dit weten? Koppel dit thema aan groepsdynamica!
Opdracht: bespreek in drie-tallen
1. casus
2. vragen stellen passend bij een stoel
3. observeren
Kun & durf jij naar
jezelf te kijken
Afwezig geweest:
1x geen probleem
2x vervangende opdracht -> kom na de les
3x helaas .....
Praktijk opdracht:
volgende week inleveren
op papier
digitaal (TerCD@hr.nl)
Leerstof:
Handboek voor de Leraar
4 - 4.2
6 - 6.6
11.2 - 11.2.3
Lessen in orde
2
11.2 - 11.4
13.2.2. - 13.3
5 rollen van de leraar
helemaal
Artikelen
Belbin
4 stoelen
I. Casus : Tweedejaars HAVO/VWO

In een groep van 28 tweedejaars leerlingen HAVO/VWO aan het Groenloo College loopt het niet helemaal lekker. De groep is net bij elkaar, maar niet alle groepsgenoten voelen zich op hun gemak. Er zit een jongen in de groep die uit de kast aan het komen is: sommigen uit de groep weten al wel dat hij homoseksueel is, anderen nog niet. Hij is duidelijk op zoek naar erkenning.
Op een dag wordt er een seksueel getinte opmerking gemaakt, niet direct tegen hem, maar in het algemeen. Op dat moment zie jij als begeleider, dat hij zich er onveilig bij voelt. Ook anderen kijken ongemakkelijk jouw kant uit.

II. Opdracht :

Lees de casus en analyseer hem aan de hand van de volgende vragen. Gebruik bij de onderbouwing van je antwoorden de theorie uit de gelezen literatuur.


Beschrijf de fase van groepsontwikkeling waarin deze groep zit. Onderbouw dit met 3 argumenten.

Welke leiderschapsstijl past het beste bij deze fase van groepsontwikkeling? Onderbouw je antwoord

Beschrijf 3 interventies onderbouwd met de literatuur hoe je deze situatie zou aanpakken.


Volgende
week??


www.leraar24.nl/video/1104

In je klas komt pestgedrag voor, het gebeurt nog heel stiekem maar je merkt dat de sfeer in de klas niet goed is. Nu heb je morgen toch een mentorles met deze klas, dus je besluit een volledige les met follow-up eraan te wijden. Samen met een medestudent ontwerp je de les met de geplande follow-up. Gebruik hiervoor de literatuur die je hebt moeten lezen voor vandaag. Bereid je voor 5 minuten van deze les aan je medestudenten te geven. Tijdens deze bijeenkomst worden 4 delen van de voornoemden lessen verzorgd.
Nabespreking:
• Welke keuzes heb je gemaakt voor je les, motiveer je antwoord.
• Van welke methode uit de literatuur heb je gebruik gemaakt en waarom
• Welke methode uit de literatuur vind jij geen goede methode en waarom?
• Wat doe jij normaal gesproken al om pestgedrag te voorkomen? Wat is effectief?
• Wat is het beleid van de school m.b.t. (cyber)pesten?

CASUS!!
Casussen
Pesten
Volgens Geerts en van Kralingen zijn er drie methode die je in kunt zetten bij pesten. Welke zijn dat?
Welke methode zou je bij bovengenoemde casus inzetten? Waarom?
Leg uit welke stappen er met behulp van de door jouw gekozen methode doorlopen worden.

Vorige week liep er tijdens mijn les een jongen huilend de klas uit en hij had zich toen opgelsoten op de WC. Nadat ik de klas aan het werk had gezet ben ik hem achterna gegaan. Hij gaf aan dat hij erg gepest werd.
Larissa zit in de brugklas van vmbo-basis. Elke dinsdagochtend krijgt zij het vak studievaardigheden van mij. De leerlinggen hebben vaste plekken in de klas die zijn bij de eerste les mochten uitzoeken. Larsissa zit echter alleen. Ze is stil, steekt weinig haar vinger op, maar wanneer haar iets gevraagd wordt geeft ze altijd antwoord. Wanneer er moet worden samengewerkt, valt op dat Larissa elke keer alleen over is. Ze maakt zelf ook geen aanstalten om contact te zoeken. De leerlingen uit haar klas geven niet de indruk dat zij Larissa pesten. Ze laten haar met rust, maar betrekken haar ook zeker niet bij de groep. Wanneer Larissa een groepje krijgt toegewezen om daar mee samen te wereken fleurt zijn op. De andere leerlingen kijken eerder teleurgestelden werken alleen met Larissa wanneer de docent langskomt.
In welke fase van de groepsvorming hebben de leerlingen vaste plekken uitgezocht?
Maslow heeft een hierarchische behoefte piramide gemaakt. Deze piramide bestaat uit vijf delen. Welke vijf?
Larissa bereikt in deze situatie de top van de piramide niet. Beschrijf waar Larissa zich in de piramide bevind en wat dit voor haar zou kunnen betekenen.

Roos, de verzorgpony van Jeske is dood. Het beest lag maandagmorgen zo maar dood in zijn box. Jeske vertelt erover in de mentorles. Kim, die niet paardrijdt, maar tennist, schrikt zich een hoedje en heeft diep medelijden. ‘Oh wat zielig! Hoe is het nu met jou Jeske?’ vraagt ze oprecht bezorgd. ‘Goed hoor’, zegt Jeske. ‘Het hoort er bij, het is okè, Roos was ook al oud.’ ‘Gaan jullie Roos nu begraven?’vraagt Kim. ‘Nee’, lacht Jeske ‘Roos gaat naar de slachter.’Kim is ontzet en vraagt of Jeske dan ook van plan is om haar eigen pony op te eten. Jeske zegt: ‘Nou ik eer er geen kroket minder om.’ Ondertussen zijn er in de klas allemaal gesprekken ontstaan over dit dilemma. Ron vraagt zich opeens hardop af of Jeske dan ook in staat is om mensenvlees te eten. Voordat Jeske antwoord kan geven , grijpt de mentor in. Hij vraagt de leerlingen stil te zijn en hun aandacht op hem te vestigen.
1. Wat kan je zeggen over de groep van Jeske? Wat is hier gaande?
2. Hoe zou de leraar dit proces het beste kunnen sturen? Licht je advies toe aan de hand van de theorie (uit hoofdstuk 6 van het Handboek)

De groepscohesie binnen jouw kennissenkring is waarschijnlijk groter dan de cohesie van jouw klas. Gebruik een van de volgende drie factoren om dit uit te leggen.
omvang van de groep;
druk van buiten af;
aantrekkelijkheid van de groep

Ik gaf les aan een nieuwe klas, 27 jongens van Technasium, en dit was voor hen de eerste keer dat ze van mij les zouden krijgen. Het ging als volgt, tijdens mijn uitleg zat een leerling zijn klasgenoot van zijn werk te houden. Hij is dan ook de sfeermaker van de klas en doet waar hij zelf zin in heeft. Na drie keer waarschuwen moest deze leerling vooraan in de klas komen te zitten. De leerling deed net of zag hij me niet en keek vooral de andere kant op met zijn neus omhoog. Het stoere gedrag van “het maakt me allemaal niet uit”. Ik heb de leerling met mijn ogen gevolgd en gevraagd of hij me wou aankijken. Dat is me uiteindelijk gelukt. Maar ik voelde me kwetsbaar en niet op mijn gemak. Ik moest mijn grens blijven aangeven totdat hij voorin het lokaal zat. Van binnen voelde ik me niet goed, omdat ik streng moest zijn en omdat het de leerling “niets” deed, heeft me wel aan het denken gezet. Het deed wel wat met mij en ik wist niet goed hoe ik met deze nieuwe situatie om moest gaan.
Sloten beschrijft vijf rollen van de docent. Welke vijf?
Welke van deze rollen zie je terug in de casus? Hoe?
Wat zou jij misschien anders hebben gedaan in deze rol? Onderbouw mbv voor dit tentamen bestudeerde de literatuur.
inleveren
opdracht
SUCCES!!
Full transcript