Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

5 minuten over....

5 minuten activiteiten voor alle deelvakken.
by

nancy kist

on 13 April 2010

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 5 minuten over....

5 minuten over.... rekenen taal aardrijkskunde drama geschiedenis muziek levensbeschouwing pedagogiek DMW natuurkunde/techniek beeldende vorming inhoud prestatie Alle kinderen zoeken een partner.
Zet muziek aan.
Het ene kind maakt bewegingen, het andere kind doet dat precies na.
Het ziet er dan uit alsof je in een spiegel kijkt.
Doe dit met een kind voor.
Wissel na een tijdje van rol. Tijd voor een spelletje!!!!!!!!! methode kleuterplein makkelijk & duidelijke niveau differentiatie
spelend en plezierig leren
kracht zit in de herhaling, bedenk niet iedere dag iets nieuws
schrik niet bij; "juf, dat hebben we al gedaan."
ga voor; "juf, nog een keer."
enthousiasmeer de kinderen, doe de spellen met ze die JIJ leuk vindt!
in 5 minuten met kerndoelen en HAS begrippen bezig, i.p.v. een 60 min. les
zelfs voor volwassenen Nederlands.
Kerndoel 1:
De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

Leerlijn mondelinge taalontwikkeling, gebruik luisteren
luisterdoelen hebben betrekking op zich ontspannen/amuseren, op het verwerven van informatie of op erachter komen hoe iets te doen of te maken (geïnstrueerd worden)

HAS begrippen:
Taal - Mondelinge taalvaardigheid - communicatieve vaardigheden - auditieve vaardigheden
Pedagogiek - Gedrag versterken - motiveren LESVOORBEREIDING:

DOELEN VOOR DE KINDEREN;
kennis: mondelingen taalontwikkeling
vaardigheid: luisteren en informatie verwerken
door hints te geven moeten de kinderen goed luisteren naar de informatie.
de informatie wordt verwerkt en uit zich in het maken van een keuze.
Attitude: aanleren luisterhouding(auditieve vaardigheden), samenwerken( gedrag versterken), betrokkenheid(motiveren).

VERSCHILLEN TUSSEN KINDEREN:
zwakkere leerling laten raden, sterkere leerling vraag formuleren.
zelf vraag geven op niveau van het kind
twee leerlingen samen een vraag bedenken

EIGEN DOELEN;
INTERPERSOONLIJK: je bent in staat interacties tussen kinderen te sturen en te volgen. - door de vraag, ...kan jij een hint geven aan....
PEDAGOGISCH: je stimuleert positief gedrag bij kinderen - door te zeggen dat is een goede vraag.
VAKINHOUDELIJK: je kunt de lesinhoud verbinden aan de eigen leefwereld van kinderen. - liedje zingen is de uitleg van het spel
ORGANISATORISCH: je zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke taagerichte sfeer in je les. - door als leerkracht de beurt aan een leerling te geven en te zorgen dat diverse leerlingen aan de beurt komen.

Welke HAS begrippen herken je? Voor jou als leerkracht: Welke neus kan niet ruiken? Van welk bord kan je niet eten? Het loopt, maar komt nooit van zijn plaats af? Groepjes maken
Ik heb een euro in mijn hand
Omschrijfspel
Triviant
Iemand uit de klas of de juf vertelt een sterk verhaal, de rest van de klas moet raden of het waar of niet waar is. Deze oefening is goed voor het prikkelen van de voorkennis, het controleren van de kennis, het presenteren en woordenschat. Atlasspel Op je vrienden kun je leunen Bij elkaar op schoot Emotiebus
de beeldentuin HAS: tijdvakken Sterke verhalen, waar of niet waar Nodig: Voor elk kind een atlas.

De kinderen hebben allemaal een atlas voor zich liggen, leerkracht geeft aan op welke bladzijde de kinderen dienen te zijn. Leerkracht geeft een cryptische omschrijving van een plaats, de kinderen proberen te zoeken welke plaats bedoeld wordt. De eerste keer heb je iets meer tijd nodig voor dit spel, maar als de kinderen door hebben wat de bedoeling is kun je het blijven spelen. Vergt wel enige fantasie van de leerkracht. Dit spel is voor groep 6t/m8 of voor kinderen die leren om met een atlas om te gaan. HAS: ruimtelijke oriëntatie HAS: technische principes De kinderen gaan in groepjes van acht tot tien hand in hand in een kring staan. Ze krijgen afwisselend het nummer één of twee. Kaarsrecht en met de voeten stevig op de grond, leunen alle nummers één naar voren, de tweeën leunen achterwaarts, zodat ze elkaar in evenwicht houden.

Als ze hun evenwicht hebben gevonden, vraagt de leerkracht om de posities om te keren. De nummers één leunen dan naar achter, de nummers twee naar voren. Kunnen ze heen en weer schommelen? Een prachtig voorbeeld van onderlinge onafhankelijkheid. De kinderen gaan met een tussenruimte van ongeveer een halve stap, achter elkaar in een kring staan. Als de leerkracht tot drie telt, pakken de kinderen elkaar vast bij het middel, buigen door hun knieën en zitten op de schoot van de speler achter hen.
Ta-da! Menselijke stoelen! HAS: basisemoties BBBB Benodigdheden: een pet voor de chauffeur
Je maakt van een aantal stoelen een kleine bus. Vervolgens ga je er zelf in zitten als chauffeur, natuurlijk met de pet op. Je legt aan de kinderen uit hoe het spel werkt:
1.Er stapt steeds één kind de bus in. Dat kind heeft een bepaalde emotie: blij, verdrietig, boos,bang, verliefd…
2.Alle andere inzittenden nemen de emotie over van de persoon die als laatst in de bus gestapt is.
3.Na een tijdje rijden (met die emotie) stapt er weer een volgend kind in met een andere emotie, deze wordt dan door de rest van de inzittenden overgenomen.
4.Als de bus vol is moet de persoon die er het langst inzit er weer uit. Dit moet je zelf in de gaten houden. Spiegelen HAS: bewegen op muziek Een wandeling in de beeldentuin, is veel leuker als de beelden van levende klei gemaakt zijn!

1.Beeldhouwers en klei
De spelers vormen paren. In elk paar is een speler de beeldhouwer en de ander de klei.
2.De beeldhouwer boetseert
De beeldhouwer vormt en schikt de klei totdat hij tevreden is of totdat de spelleider zegt dat de tijd om is. Praten is niet toegestaan, maar het gebruik van non-verbale gebaren wordt aangemoedigd.
3.Beeldentuin
Alle beeldhouwers wandelen door de beeldentuin om de creaties van hun collega’s te bewonderen.
4.Keer de rollen om
De leerlingen zoeken hun partner weer op en wisselen van rol: de klei wordt de beeldhouwer en boetseert zijn partners die nu de klei is geworden.
5.Bezoek de tuin opnieuw
Het is weer tijd om door de beeldentuin te lopen en de meesterwerken te bewonderen HAS: inspireren van kinderen d.m.v. boetseren Vraagbal Lkrt. noemt een som en gooit de bal naar een lln.. De lln. Moet dan snel het antwoord geven. Maak gebruik van alle deelvakken en combineer hiermee. Denk daarbij aan topografie, Nederlands (klanken, woorden spellen etc.), drama (droevig/boos/blij) etc. etc. HAS: interactie tussen leerkracht en leerling Materiaal : Triviant kaartjes / vragen en een dobbelsteen en evt. zandloper. Verder schoolbord en krijtje voor puntentelling.

Leerkracht maakt ongeveer 4 groepen in de klas. Om de beurt mag een groepje met de dobbelsteen gooien. Bij het gooien van bijvoorbeeld een 3, krijgt het groepje een aardrijkskunde vraag. Wordt deze goed beantwoord, krijgt de groep 2 punten. Fout antwoord levert voor de overige groepen 1 punt op. Je kunt fout beantwoordde vragen ook doorspelen naar de volgende groep voor een punt. Dit spel hoeft niet ineens uitgespeeld te worden, je kunt gewoon een paar kaartjes pakken en later op de dag of later in de week nog wat kaartjes doen. HAS: vieren op school Leerkracht (of leerling) omschrijft een leerling of voorwerp of bekend persoon. Wie kan er raden wat of wie de leerkracht (of leerling) in gedachten heeft? Dit kan variëren van appel ( kun je eten, fruit, steeltje, aan de boom enz.) tot architect (beroep, tekenen belangrijk, huizen enz.) HAS: waarnemen Zing het liedje:
'K heb een euro in mijn hand,
die gaat reizen door het land.
Is hij hier? Is hij daar?
Als je 'm ziet dan zeg je 't maar.

Ondertussen gaat er een euro rond in de kring. Eén kind mag tijdens het liedje niet kijken. Dat kind moet raden bij wie de euro is. Je mag drie keer raden. Dan is de volgende aan de beurt. HAS: mondelinge taalontwikkeling De leerkracht noemt een paar namen op van kinderen die voor de klas, in een kring, mogen komen staan. Een voor een, zodat je ondertussendenktijd creëert voor de groep. Waarom moeten deze kinderen allemaal in de kring of voor de klas komen staan? Wat hebben ze hetzelfde ? Bijvoorbeeld spijkerbroek, rokje, paardenstaart, veters in schoenen, oorbellen enz. Degene die de overeenkomst ontdekt, mag vervolgens zelf een overeenkomst kiezen en kinderen met die overeenkomst voor de klas sturen. HAS: ordenen
Full transcript