Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

1.1 Functionele morfologie van de cel

No description
by

Hanne S.

on 14 October 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 1.1 Functionele morfologie van de cel

1.1 Functionele morfologie van de cel
Plantencel
Dierlijke cel
Celmembraan/plasmalemma
Omgeeft het
cytoplasma
, dat is opgebouwd uit celorganellen en cytosol
Cytosol = water + C-verbindingen (sachariden, lipiden, proteïnen en nucleïnezuren)
Celmembraan = fosfolipidendubbellaag en cholesterol
met daartussen perifere en transmembraanproteïnen
Sacharidenketens (extracellulair) -> glycolipiden en -proteïnen
Flexibel
: mee bepaald door cholesterol
Zelfsluitend
: door fosfolipidendubbellaag
Selectief doorlaatbaar
: transmembraanproteïnen vormen kanalen
Functies :
omsluit en isoleert het cytoplasma
laat selectief stoffen door
stoffen herkennen met receptorfunctie
communicatie tussen cellen
Celkern/nucleus
Wordt omgeven door kernmembraan met -poriën
In kern : warrig netwerk chromatinevezels
=
chromatine
Chromatinevezels = DNA en proteïnen
DNA = genetisch materiaal dat informatie bevat om in cellen proteïnen aan te maken.
In kern wordt mRNA of messenger RNA gemaakt
kern -> poriën -> cytoplasma -> celoranellen
Functies :
bevat bijna al het genetisch materiaal
verdubbeling van het DNA
nucleoli zijn aanmaakplaatsen van rRNA of ribosomaal RNA, nodig voor de opbouw van ribosomen
Euchromatine : actief, weinig eiwitten, minder strak opgevouwen DNA, licht
Heterochromatine : inactief, veel eiwitten, compact opgevouwen DNA, donker
Ribosoom
Heel klein
Bestaande uit kleine en grote subeenheid
Opgebouwd uit rRNA en proteïnen
Los in het cytoplasma of aan E.R. (-> R.E.R.)
Functies :
decoderen de genetische informatie (mRNA) van het DNA zodat er proteïnen gesynthetiseerd kunnen worden
Endoplasmatisch Reticulum (E.R.)
Uitzicht van afgeplatte blaasjes en buisjes
R.E.R. : aan de cytoplasmatische kant bevinden zich ribosomen
S.E.R. : geen ribosomen
Functies :
R.E.R. : de ribosomen staan in voor de proteïnesynthese, nog niet afgewerkte proteïnen worden opgeslaegn in het E.R., worden dan verpakt in transportblaasjes om verder afgewerkt te worden
S.E.R. : staan in voor de synthese van vetzuren en fosfolipiden
Golgi-apparaat
Stapel afgeplatte zakjes (
cisternen
) met
een membraan
Golgiblaasjes worden afgesnoerd
Functies :
Elke cistern zorgt voor de specifieke nabewerking van een proteïne met behulp van enzymen
Verpakt de eindproducten in Golgiblaasjes of extracellulair : secretieblaasjes
Mitochondrion
Staaf- of bolvormig met 2 membranen
Uitstulpingen in het inwendig membraan
=
cristae
Vloeistof binnenin =
matrix
Functies :
Wanneer zuurstof aanwezig is, kunnen mitochondriën m.b.v. enzymen voedingsstoffen verbranden en omzetten in energie, vastgelegd in adenosinetrifosfaat (ATP)
Dit is de energie die cellen gebruiken voor al hun celactiviteiten.
Meer activiteit = meer mitochondriën
Cytoskelet
Complex netwerk van proteïnevezels, die vasthangen aan celmembraan en celorganellen
microfilamenten
: lange, dunne draden, geven structuur aan celmembraan
proteïne actine
microtubuli
: holle buisjes, basisstructuur van centriool, zweepharen en trilharen
proteïne tubuline
intermediaire filamenten
: dikker dan micro-, structuur aan nagels en haren
verschillende proteïnen
Functies
handhaven van de celvorm
verplaatsing van celorganellen binnen de cel
wegennet voor transport- en secretieblaasjes door motorproteïnen
voorkomen van chaotische verspreiding van celorganellen
verplaatsing van de cel op zich
Celwand
Opgebouwd uit cellulose, met mazen waardoor het meeste moleculen doorlaat
Fungi : opgebouwd uit chitine
Bacteriën : opebouwd uit mucopeptide
met daarboven nog glycocalyx
Functies
Stevigheid van de cel

Bescherming tegen afbraak en ongunstige milieuomstandigheden
Vacuole
Blaasje omgeven door tonoplast
Gevuld met celsap : water, sachariden, ionen en pigmenten
Functies :
Waterreserve
Stevigheid door de druk van het sap
Opslag van reservestoffen
Bevat afbrekende enzymen, wordt gezien als het 'plantaardig lysosoom'
pH is lager dan in cytosol
Plasten / plastiden
Dubbel membraan
Leukoplasten : korrelvormig, zonder pigmenten
Functie : opslag van zetmeel
Chloroplasten / bladgroenkorrels : dubbel membraan omgeeft het stroma, inwendig membraan met uitstulpingen = thylakoïden met afgeplatte zakjes = grana
Functie : fotosynthesereacties, chlorofylmoleculen vangen lichtenergie op
Chromoplasten : korrelvormig, rode, gele of oranje pigmenten
Functie : dieren lokken voortuivin of verspreiding
Lysosoom
Golgiblaasje met afbrekende enzymen
pH lager dan het cytosol
Proteïnen uit E.R. via transportblaasjes -> Golgi-apparaat : cisternen -> Golgiblaasjes ->
afbrekende enzymen in lysosomen
Functies
Celeigen bestanddelen afbreken :
autofagie
Extracellulair materiaal afbreken :
heterofagie

Macrofagen breken bacteriën door fagocytose
Apoptose
geprogrammeerde of actieve celdood door eiwitafbrekende enzymen
Gedaanteverandering, menstruatiecyclus, ongewenste weefsels in embryonale ontwikkeling
Centriool
2 loodrecht op elkaar staande staafjes, in de buurt van de celkern
27 microtubuli in een bepaald patroon (3x9)
Functies :
Belangrijke rol tijdens celdeling : precieze verdeling van genetisch materiaal over de dochtercellen
Prokaryote cel
Eukaryote cel
bacteriën en archaea
dierlijke en plantencellen
celwand en celmembraan
(celwand en) celmembraan
naakt DNA, los in het cytoplasma
DNA in chromatine, binnen kernmembraan
ribosomen met andere structuur
Compartimering in celorganellen
Celtaken verdelen -> specifieke reacties
Vooral bij meercellige, maar ook bij ééncellige
Full transcript