Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Athena hockeyschool

trainen nieuwe stijl
by

Christian Spekreijse

on 14 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Athena hockeyschool

De Atheense school
trainen en leren nieuwe stijl
richt je aandacht op de uitkomst van de beweging niet op de beweging zelf
er bestaat niet zo iets als "de techniek"
Talloze studies tonen aan dat kennis die sporters hebben opgedaan zonder expliciete uitleg en zonder toepassing van expliciete regels over het algemeen ook beter beklijft, ook onder stress
resultaten vanuit externe focus en impliciet leren levert betere leerresultaten op en betere prestaties onder "druk"
voorkom dat er nagedacht wordt over fouten zorg dat er impleciet leren ontstaat
Differentieel leren, impliciet leren, externe focus – de leermethoden hebben gemeen dat de sporter geen bewegingsideaal nastreeft. Waaróm dat zo goed werkt is nog niet zo eenvoudig te verklaren.
Peter Beek (toonaangevend bewegingswetenschapper) waagt het erop: “Als ik mijn aandacht richt op de uitkomst van een beweging, dan is er een duidelijk criterium voor het succes van mijn motorische actie. De sturing van mijn lichaam krijgt automatisch zijn beslag, zonder verstoring door expliciete kennis of interne aandacht. Variatie in de uitvoering optimaliseert dat proces.”
er is geen sprake van een verbod op verbale instructie, alleen
Ondanks de nadelen maken veel bewegingswetenschappers (maar ook veel top trainers) zich geen illusies dat het drillen of het nastreven van bewegingsidealen uit de boekjes en snel uit de sport zal verdwijnen.

“Een coach die vasthoudt aan de vaste waarden is geloofwaardig in de ogen van ouders en sporters”, zegt Beek. “Dat is ook belangrijk.” Savelsbergh: “De mate van variatie die Schöllhorn propageert, zal voor sommigen aan het ridicule grenzen. Coaches en trainers die met dat soort oefeningen naar het sportveld gaan, moeten sterk in hun schoenen staan.”

Je moet dus goed kunnen verantwoorden wat je doet en waarom, word je gebackuped door je collega trainers.
Differentieel leren brengt bij Mainz veel meer variatie dan een doorsneepartijtje: “Je verzint steeds iets anders”, zegt Schollhorn. “Geen 11 tegen 11, maar 20 tegen 20 op een klein veld, of 20 tegen 5. Of je verdeelt het veld in vakken en zegt: in dat vak mag je alleen met het linkerbeen trappen, in dat vak alleen het rechterbeen en ga zo maar door. Dat soort trainingsmethoden helpt ook een professional vooruit.
individuele ontwikkel thema's
-drijven
-aannemen van de bal
-verplaatsen van de bal
-positiespel
-passeer acties
teamontwikkel thema's
-positiespel = creeren van linies
-strafcorners
-bal uitnemen
-vooruitverdedigen met druk op de bal
-omschakeling
-opbouw
techniek
-passing/scoren
-aannemen
-in bezit komen van de bal
-lopen met de bal
tactiek
-zelf balbezit
-team in balbezit
-tegenstander in balbezit
-statische situaties
fysiek
-dynamiek
-herstel mechanismen
-loopvermogen
mentaal
-focus/concentratie
-interactie
-normen en waarden
-doelen stellen
Vanuit de wetenschap in de tijd:
in motorisch leren kwam het begrip "zelforganisatie" (orde en patronen zonder dat er van bovenaf bestuurd wordt) naar boven. Onno Meijer presenteerde de visie "de intelligentie is gespreid" dwz
op "lagere" niveaus worden al veel beweegproblemen opgelost.
De laatste jaren wordt veel onderzoek gedaan naar effectieve manieren van motorisch leren. Peter Beek (BW VU) duikt diep in dit vakgebied.
landschappellijke aanwijzingen ipv aanwijzingen op het lichaam
nieuwe inzichten in motorisch leren
-Externe focus
-impliciet leren

externe focus versus interne focus
-intern=aandacht wordt gericht op de uitvoering van de beweging zelf of op de lichamelijke processen
-extern=aandacht gericht op het effect van de beweging op/in de omgeving
impliciet leren (indirect leren) versus expliciet leren
-expliciete kennis=waarvan we ons bewust zijn
-impliciete kennis=kennis zonder te beseffen (just do it)

bekijk geen beelden van jezelf (expliciet) maar liever van een net iets betere andere
Het gaat uiteindelijk niet om oefenresultaat (op de korte termijn) maar om blijvende leerresultaat (op de langere termijn) en hoe krijg je dat voor elkaar: En welke leerstijlen kun je daarvoor gebruiken.
Observerend leren/ Leren door imitatie
monkey see - monkey do (een voorbeeld is dus zeer wenselijk maar moet binnen de mogelijkheden van de speler liggen)

Differentieel leren
-oefenen met zeer grote variatie in de oefeningen
(geen gedetaileerde uitleg)
-na bewust oefenen (van extremen) altijd even in de "vrije gedachten" (externe focus) oefenen.

Random aanbieden van oefenstof
-husselen van eerder beoefende vaardigheden

Foutloos leren
proces in zulke kleine stapjes dat er geen fout ervaring binnenkomt, faalangst maakt motoriek expliciet

Dwangstelling
-beweging wordt in feite uitgelokt
-uitvoeren in een vast ritme

Eindpuntfocus leren
-aangeven van eindpositie na een beweging
niets over beginhouding of te volgen weg

Metafoor / Analogie leren
1 beeld zegt meer dan 1000 woorden

Vanuit welke visie
Welke vaardigheden
"hoofdcompetenties"

Een trainer moet in de 1e plaats een veilige omgeving creeeren waarin geleerd kan worden (veiligheid)
Een trainer moet op de 2e plaats organisatorisch zijn training zo voorbereiden, plannen en uitvoeren dat er sprake is van een hoog actiepercentage (oefentijd). Je mag wel streven naar een actiepercentage van 70%
Men gaat er tegenwoordig van uit dat "DE TECHNIEK" niet bestaat. Ieder individu zal bepaalde bewegingen uit het hockey arsenaal net even iets anders uitvoeren. Uiteindelijk geldt de kwaliteit/resultaat van de handeling/uitvoering
De methodiek (werkprocessen) die je daarbij kunt inzetten is benoemt in de verschillende leerstijlen.
Een leerstijl moet nog een didactisch sausje krijgen, Hoe/op welke manier breng je een bepaalde methodiek binnen. Hoe connect je het best/snelst met je spelers. Hierbij kun je gebruikmaken van de verschillende aandachtstijlen die aansluiten bij STD (sporttypedynamics) (Begeleiden met actiontype)
In een leerplan moeten ALLE competenties aan bod komen, het liefst uitgewerkt in oefenstof per categorie (4 categorieen) AB / CD / EF / Sel
Passing / Scoren ( De speler is in staat om: )
een bal te passen naar een medespeler in beweging over een afstand van > 23 meter
een bal te passen naar een medespeler in beweging over een afstand van < 23 meter
op basis van tijd, ruimte en afstand de bal met gepaste snelheid te verplaatsen
de bal uit de loop forehand te slaan
de bal uit de loop backhand te slaan
de bal uit de loop forehand te pushen
de bal uit de loop backhand te pushen
de bal met schijn te spelen
een rollende bal met 1 keer raken te spelen
vanuit stilstand een hoge bal over een afstand van > 35 meter te pushen
vanuit de loop een hoge bal over een afstand van > 35 meter te pushen
vanuit de loop een liftpass naar een medespeler in beweging te spelen
een rollende bal met 1 keer raken op doel te spelen
op basis van tijd, ruimte en afstand een doelpoging te bewerkstelligen
een bal tegendraads aan de looprichting te passen (tegendraads te passen/scoren)
Statische situaties ( De speler is in staat om: )
op basis van teamafspraken een keuze te maken of een taak uit te voeren
te variëren en te improviseren in de uitvoering
op basis van tijd en ruimte de snelheid van spelen te bepalen
de strafcorner aanvallend hard en gericht aan te geven
de bal bij de strafcorner aanvallend te stoppen en te controleren
de strafcorner aanvallend hard en gericht in te slaan
de strafcorner aanvallend hard en gericht te sleepen
de doellijn te verdedigen bij de strafcorner verdedigend
met hoge regelmaat strafballen te scoren
houdt zich fysiek staande in duels (biedt weerstand)
heeft een gewicht dat bevorderend is voor zijn prestaties
heeft een basis conditie waardoor er voldoende arbeid geleverd kan worden
is vrijwel nooit afwezig door ziekte
is de afgelopen periode blessurevrij geweest (hoge belastbaarheid)
Dynamiek ( De speler: )
heeft gevoel voor a-ritmische looprichtingen (wendbaar)
heeft gevoel voor het gebruik van tempowisselingen
maakt motorisch gecontroleerde bewegingen
heeft een actieve basishouding
is fysiek actief betrokken in het spel
is atletisch (lenig)
reageert adequaat op hetgeen gebeurt (reactiesnelheid)
Doelen (bij)stellen ( De speler: )
heeft een reëel zelfbeeld en verwachtingspatroon
is in staat om (bewust) realistische lange termijn doelen te stellen
is in staat om (bewust) realistische korte termijn doelen te stellen
is intrinsiek gemotiveerd (leergierig)
is in staat om eerder gestelde doelen bij te stellen
is bereid zich in te zetten voor de teamdoelstellingen
is in staat om volgens taakgerichte doelen te spelen
is in staat om volgens prestatiegerichte doelen te spelen
heeft ambitie op het gebied van zijn sport
kan extrinsiek gemakkelijk gemotiveerd worden
is in staat om reëel terug te kijken op het eigen handelen (zelfreflectie)
Lopen met de bal ( De speler is in staat om: )
uit het fysieke duel te blijven
overzicht te houden tijdens het lopen met de bal
aan de bal te lopen met richtingsveranderingen
op basis van tijd en ruimte de snelheid van het lopen met de bal aan te passen
tijdens het lopen met de bal, deze af te schermen voor een tegenstander
1-handig te lopen met de bal op de forehand
1-handig te lopen met de bal op de backhand
de bal al lopend te liften
het initiatief te nemen in een 1-1 duel aanvallend
de tegenstander in een 1-1 duel aanvallend te passeren over de forehand
de tegenstander in een 1-1 duel aanvallend te passeren over de backhand
Aannemen ( De speler is in staat om: )
de bal met schijn aan te nemen en af te schermen om zo een vervolgactie te bewerkstelligen
de bal gesloten op de forehand aan te nemen, af te schermen en een vervolgactie te bewerkstelligen
de bal gesloten op de backhand aan te nemen, af te schermen en een vervolgactie te bewerkstelligen
de bal open op de forehand aan te nemen, af te schermen en een vervolgactie te bewerkstelligen
de bal open op de backhand aan te nemen, af te schermen en een vervolgactie te bewerkstelligen
In bezit komen van de bal ( De speler is in staat om: )
het initiatief te nemen en de tegenstander onder druk te zetten
de tegenstander naar een bewust gekozen kant te dwingen
vanuit de tackleback situatie met een forehand of backhand actie in het bezit te komen van de bal (steal/shave)
vanuit de frontale situatie met een forehand actie in het bezit te komen van de bal (bloktackle)
vanuit de frontale situatie met een backhand actie in het bezit te komen van de bal
vanuit de frontale situatie met een jab de bal te onderscheppen
vanuit een interceptie in het bezit te komen van de bal
Zelf balbezit ( De speler is in staat om: )
op basis van tijd en ruimte een snelle en efficiënte keuze te maken tussen een loopactie, een pass of doelpoging
te variëren in een loop- of passactie (onvoorspelbaarheid)
op basis van teamafspraken een (vooraf getrainde) keuze te maken
voorwaartse dreiging te hebben
in de kleine ruimte een overtreding te behalen of de opening te vinden
een snelle spelverplaatsing te bewerkstelligen (verleggen)
Team in balbezit ( De speler is in staat om: )
door middel van een loopactie naar de bal toe aanspeelbaar te worden
door middel van een loopactie van de bal af aanspeelbaar te worden
door middel van een loopactie een passlijn of ruimte voor een medespeler te creëren
rugdekking te verzorgen aan een medespeler in balbezit
op basis van teamafspraken zijn positie te kiezen (positiespel)
op basis van de balpositie zijn positie op de balkant of helpkant te kiezen
een overtal situatie te creëren door vanuit achter bij te sluiten of vanuit voorin terug te zakken
snel te schakelen van niet balbezit naar balbezit
Tegenstander in balbezit ( De speler is in staat om: )
op basis van teamafspraken zijn directe tegenstander naar de gewenste zones te begeleiden
op basis van teamafspraken een positionele taak uit te voeren (positiespel)
mandekking te spelen aan zowel balkant als helpkant
zonedekking te spelen aan zowel balkant als helpkant
te schakelen tussen mandekking en zonedekking
een verdedigende spelsituatie in ondertal te vertragen of controleren
een verdedigende spelsituatie in overtal te controleren
met schijnruimte te spelen
een overtal situatie te creëren door vanuit achter bij te sluiten of vanuit voor terug te zakken
snel te schakelen van balbezit naar niet balbezit
Loopvermogen ( De speler: )
heeft een geproportioneerde lichaamsbouw
kan vanuit stilstand snel starten (explosief vermogen)
kan vanuit een dynamische situatie accelereren (explosief vermogen)
heeft een goede looptechniek
heeft een actieve stabiliteit van de benen
heeft voldoende uithoudingsvermogen om ook in de laatste fase van de wedstrijd te kunnen sprinten
Herstel mechanismen ( De speler: )
maakt gebruik van gevarieerde voedingswaarden die de juiste energie leveren
eet gezond en gevarieerd (met regelmaat op de juiste tijden)
onthoudt zich van overmatig alcohol gebruik en roken
kan overbelasting (niet herstellende spierpijn en veelvuldige kramp) herkennen en handelt hiernaar
kan de grenzen van het eigen lichaam bewaken door op de juiste momenten rust te nemen
geeft het lichaam rust na inspanning en zorgt voor voldoende nachtrust
Focus / Concentratie ( De speler: )
is met de gedachten in het hier en nu
laat zich niet afleiden door pijn en vermoeidheid
laat zich niet afleiden door de stand en/ of resultaat
laat zich niet afleiden door scheidsrechters
laat zich niet afleiden door publiek
laat zich niet afleiden door tegenstanders
heeft een sterke spelbeleving
kan zich afsluiten van ongewenste situaties (stressbestendig)
is in staat om met externe druk om te gaan
is stabiel en kan constant rond een zelfde niveau presteren
Interactie ( De speler: )
uit zich non-verbaal overwegend positief
uit zich verbaal overwegend positief
is coachbaar
accepteert opbouwende kritiek/ feedback
interesseert zich voor de mening van een ander (inlevingsvermogen)
is in staat om ongenoegen tot uiting te brengen (en is zodoende niet conflictmijdend)
accepteert hiërarchie
is sociaal
luistert in groepsverband
Normen en waarden ( De speler: )
is eerlijk en betrouwbaar
is toegewijd en betrokken aan de teamcultuur
is tolerant t.o.v. anderen en kan zich hierdoor makkelijk aanpassen
heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel
is in staat medespelers te erkennen en waarderen
heeft zelfvertrouwen (gelooft in zichzelf)
functioneert zelfstandig
heeft discipline
is zorgzaam voor medespelers
is overwegend optimistisch ingesteld
werkt graag samen met teamgenoten
is bescheiden en beleefd op de momenten wanneer dit gepast is
heeft humor als toegevoegde waarde
kan strijd leveren in wedstrijden en heeft een wil om te winnen (vechtlust)
durft zich kwetsbaar en moedig op te stellen
toont veel enthousiasme en gedrevenheid (doorzettingsvermogen)
is emotioneel stabiel
Full transcript