Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

HC HDJU1 week 3 Motorische ontwikkeling

HDJU SBE
by

Boukje Smeets

on 15 September 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of HC HDJU1 week 3 Motorische ontwikkeling

Motorische ontwikkeling
Motorische ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Inzicht en waarde kennen van motorische ontwikkeling van kinderen 0-12 jaar en ouder

Motorische vaardigheden in kunnen schatten en concretiseren naar leeftijd

Motorische vaardigheden van kinderen om kunnen zetten in een beginsituatie en haalbare doelstelling

Activiteiten kunnen ontwikkelen waarbij doelstellingen gehaald kunnen worden
Wat is motorische ontwikkeling?
Ontwikkelingstadia
motorische vaardigheden

Ontwikkeling:

Leren vormt een onderdeel van ervaring en is , als zodanig een functie van ontwikkeling (Keogh et al., 1985)

De veranderingen in gedrag die in de tijd samenvallen met het ouder worden, de leeftijdsveranderingen (Wohlwill, 1973)
Motoriek:

Gerichte lichaamsbewegingen die tot stand komen door de samenwerking van zenuwstelsel en spieren ( De Haas, 1972)

Omvat al datgene wat verantwoordelijk is voor de uitvoering van bewegingsactiviteiten ( Netelenbosch, 1998)
Leeftijdsverandering in motorische ontplooiing
Officiele Sportvaardigheden
Motorische overgangsvaardigheden en spelen met lage organisatiegraad
Fundamenteel motorische taken
Reflexen & Reacties
Rudimentaire bewegingen
Vaardigheidsdrempel
Vaardigheidsspelen en
sportvaardigheden
(0-4 maanden)
(tot +/- 2 jaar)
(+/- 2 - 6 jaar)
(+/- 6 jaar)
(+/- 8 jaar)
(+/- 10 jaar)
(+/- 12 jaar)
kruipen, staan en lopen
Rennen
Gooien
Springen
Huppelen
Kwantiteit van bewegen
Geeft een indruk van motoriek in relatie tot kalenderleeftijd
Beoordeling van hetgeen er bereikt is
Mijlpalen
Motometrie
Kwaliteit van bewegen
Beoordeling van manier waarop een vaardigheid wordt uitgevoerd
Door: observeren , analyseren en beschrijven
Vragen: Hoe verloopt een beweging?
Waarom verloopt een beweging zo?
Motoscopie
12 jaar
0 jaar
10
8
6
2
1,5
1
4 mnd
10 mnd
4 weken
Reflexen en reacties
Zoek- snuffelreactie
Zuig-slikreactie
Moro-reflex = schrikreactie
Grijpreactie
0-4 weken
0-3 maanden
Ontwikkeling van oog-hand coordinatie
gbeweging
beweging
0-3 maanden

geen gerichte blik
kan voorwerpen fixeren en gedeeltelijk volgen
scherp zien op < 20 cm
grijpreactie: omklemt voorwerp dat handpalm raakt
Rudimentaire bewegingen
Kruipen, staan en lopen
Zelfstandig lopen
Ontwikkeling van
oog-handcoordinatie
goede coordinatie over hoofd- en oogbewegingen
volgt voorwerp van ene naar andere kant
pakt grote voorwerpen aan
3- 6 maanden
Zelfstandig zitten
(7 maanden)
10- 12 maanden
kind is in staat om snel bewegende voorwerpen te volgen
betast ( details) voorwerpen
neemt voorwerp met toppen van vingers op
Coordinatie
Coordinatie
2 tot 3 jaar
Begin van beoordeling van de grootte van voorwerpen in relatie tot de waarnemingsafstand (diepte zien)
Diepte zien is pas volledig ontwikkeld bij 9 jaar
Fundamentele motorische taken
Motorische overgangsvaardigheden en spelen met lage organisatiegraad
Voorbereidingsspelen en sportvaardigheden
Officiele sportvaardigheden
Vaardigheidsdrempel
2- 6 jaar
Lopen
Hardlopen
Springen
Hinkelen
Zwemmen
Klimmen
Stabiliteit
Locomotie
Manipulatie
Balanceren
Vangen
Werpen
Ontwikkelingstadia motorische vaardigheden
Verandering in motorisch gedrag
Kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen

verandering in motorisch gedrag
(snelheid, staplengte, hoger springen)
nieuwe bewegingspatronen binnen motorische vaardigheid

Fasen van verandering van motorisch gedrag
Regulatie
Coordinatie
Modularisatie
Vergroten van de controle van bewegingshandeling
Verschillende onderdelen van de beweging worden beter op elkaar afgestemd
De beweging wordt routine, een automatisch verlopend geheel
Balanceren
Lopen
Hardlopen
Springen
Hinkelen
Zwemmen
Klimmen
Vangen
Werpen

Springen
- Verschillende aanvangspatronen
- Meeste kinderen beginnen met ergens vanaf springen
- +/- 2e jaar sprongvorm tussen hoogte en vertesprong
- Hieruit ontwikkelen 2 sprongvormen:
staande vertesprong
staande hoogtesprong
3jaar minimale sprongvorm
9 jaar volwassen vorm
Hinkelen
Belangrijk is de afstemming van allerlei lichaamsonderdelen in ruimtelijke en temporele zin

3 jaar: nauwelijks hinkelen
5 jaar: ongeveer 10 sprongen achter elkaar
9 jaar: vrijwel alle kinderen hinkelen 15 meter achter elkaar
Meisjes vanaf 5 jaar presteren beter dan jongens
Voorkeursbeen functioneert beter dan de anderen
Werpen
4 stadia
Beweging in de diepte as (kind van 2 a 3 jr)
De draai van de romp ( " 3-5 jr)
Homolaterale stap ( " 5 a 6 jr)
Contralaterale patroon, stap-draai-worp ( volwassen patroon)
Verschillende manieren van uitvoeren
Een-en tweehandige, symmetrische en asymmetrische vormen
Meeste beschreven vorm in de literatuur is:

De bovenhandse sterkworp
Meisjes lopen steeds twee tot drie stadia achter op jongens van dezelfde leeftijd m.b.t. werpen
Werpen jongens meer dan meisjes?
Geldt het omgekeerde voor hinkelen?
Is er sprake van een oefeneffect?
Vangen
Vangen is een reactive vaardigheid
(kind moet reageren op toegeworpen bal)

Er moet met meer variabelen rekening worden gehouden bij het vangen van de bal o.a.:
Grootte bal
Snelheid
Richting
Positie
Conclusie vangen
Vaardigheid van vangen ligt achter op die van werpen
kinderen tot 4 jr: geen voorbereidende beweging
5 jarige: 80% goed werpen
5 jarige: 56% goed vangen
6 jarige: 63% goed vangen
TIMELINE
Beinvloeding motorisch resultaat
Omgeving
natuurlijke omgeving (wind)
kunstmatige condities ( ondergrond kunstgras)
overige condities ( snelheid van de bal)
Doel
richting
afstand
hoogte
snelheid

Input voor beginsituatie en bewegingsdoelstelling
Beweger
verschillen in patronen
verschillen in individuen
verschillen tussen patronen
opeenvolging hetzelfde (mijlpalen)
snelheid afhankelijk van omgeving en erfelijke factoren
zichtbaar bij alle kinderen
in ene bewegingspatroon beter dan ander
delen binnen beweging zijn verder of minder ontwikkeld
Kwantitatief
Beginsituatie:
Alle kinderen kunnen vanuit stand gericht op pion gooien met een tennisbal over 6 meter.
Bewegingsdoel:
A) 30% van de kinderen gericht gooien over 10 meter vanuit stand op ......
B) 70% van de kinderen 20% harder gericht laten gooien over 12 meter
Kwalitatief
Beginsituatie:
60% voert bovenhandse strekworp met homolaterale stap uit
40% voert bovenhandse sterkworp met contralaterale stap uit
Bewegingsdoel:
Alle kinderen kunnen contralaterale stap uitvoeren bij bovenhandse sterkworp 40% kan contralaterale stap toepassen in eindspel slagbal
Conclusie
Zowel kwalitatieve als kwantitatieve aspecten nodig om beginsituatie en doelstelling SMART te maken
Betrek het op de situatie ( overgooien in 2-tallen, eindspel slagbal etc.
Zorg dat alle kinderen een optimaal bewegingsdoel hebben.
Full transcript