Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

psychologische stromingen

No description
by

Patrick van Koulil

on 8 December 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of psychologische stromingen

Psychologische stromingen
2016-2017
Leertheorie
Rationeel emotieve therapie
Psychoanalyse
Systeembenadering
Transactionele analyse
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
De
humanistische psychologie
als reactie op:
Behaviorisme
Psychoanalyse
= De mens wordt teveel als 'ziek persoon' voorgesteld die moet worstelen met zijn driften en zijn verleden.
= De mens wordt als dier of machine gezien die op zijn omgeving reageert.
De
humanistische psychologie
de mens heeft een

vrije wil
aangeboren aanleg
tot
groei
(zelfverwerkelijking)
hulpverlening = het
wegnemen van blokkades
om ervoor te zorgen dat de cliënt meer zichzelf wordt.
De
humanistische psychologie
Maslow
Gestalt-theorie
Vraaggestuurd werken
Rogers
ouder
volwassene
kind
(jaren '60)
De ouder
is normatief. Het is het kritische, bestraffende, belonende en bezorgde deel in ons.
voorbeelden:
"je weet, dat je daar niet harder dan 50 mag, hè Jan."
"Die bussen zijn ook nooit op tijd."
"Hoe is het nu met je hoofdpijn."
"Als je steeds je huiswerk uitstelt, haal je je opleiding nooit."
De volwassene
in ons is denkmatig, rationeel, heeft wel normen maar deze zijn redelijk en objectief. Dit deel kent wel emoties, maar heeft emoties, de emoties hebben hem niet.
voorbeelden:
"Als we nu even doorpakken, zijn we om 5 uur klaar."
"Ik vond de opmerking die je net maakte ongepast."
"Zullen we kijken naar wat ons verbindt i.p.v. naar wat ons scheidt?"
"Zelf zou ik nooit een relatie met iemand die tien jaar ouder is beginnen, omdat ik bang ben, dat het verschil in leeftijd zal spelen. Maar het is jou leven!"
Het kind
is het gevoelsmatige, emotionele deel in ons. Het kan agressief zijn, genietend, spontaan, rebellerend, maar ook manipulerend en onderzoekend (de kleine professor).
voorbeelden:
"Ik maak zelf wel uit wanneer ik aan mijn huiswerk ga."
"Biertje?"
"Daar kan ik toch niks aan doen?"
"Ik heb de toets niet voorbereid en zie: ik heb ook een voldoende."
Structurele analyse
het doel:
bewustwording van de verschillende reactiemogelijkheden (en de gevolgen daarvan).
ouder
volwassene
kind
Voorbeeld 2
vraag: "Hoe laat is het?"
"De hoogste tijd!"
"Tien uur"
"Zeg ik lekker niet, koop maar een horloge."
ouder
volwassene
kind
Voorbeeld 1
"Hoe laat is het?" (als vraag)
"Hoe laat is het?" (als opdracht om te stoppen)
"Hoe laat is het?" (als informatieve vraag)
"Hoe laat is het?" (als in: ik red het niet!)
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
volwassene-volwassene transactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
ouder-ouder transactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
kind-kind transactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
kind-ouder transactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
ouder-kind transactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
kruisreactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
kruisreactie
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
verborgen transactie
gekruiste transacties

&
verborgen transactie
aanvullende
of
complementaire transacties
Wetenschap:
objectief
controleerbaar
systematisch gerangschikt
Dogma
dog·ma (het; o; meervoud: dogma's, dogmata)

1-
vastomlijnde, aan geen discussie meer onderhevige leerstelling
Week 1
Lesonderwerp: Introductie en Leertheorie
-Introductie op psychologische stromingen

Start leertheorie
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Model- leren of imitatieleren
onderzoekers
Pavlov
Skinner
Twitmyer
Kritiek
1. De menselijke psyche zit ingewikkelder in elkaar dan dat van dieren.
2. men kan zich beledigd voelen (bagatelliseren van het probleem!).
Uitgangspunten:
op een aantal aangeboren zaken na, is al het gedrag aangeleerd;
alles wat aangeleerd is kan ook afgeleerd worden;
Hoe er geleerd wordt is niet zo belangrijk (black box);
objectieve termen, motivatie, input, output;
alles is gedrag (incl. denken en voelen);
waarneembaar gedrag
Klassieke conditionering
Operante conditionering
voorbeelden
Bij het horen van water, de behoefte krijgen om te gaan plassen.

Als pa zijn hand opsteekt om iets te pakken, duikt Wim ineen, omdat hij een paar keer geslagen is.
Pavlov
Thorndike
Skinner
Thorndike
(1904-1990)
(1874-1949)
(1873-1943)
(1849-1936)
Twitmyer
Afleren
Afleren door klassieke conditionering
Afleren door operante conditionering
shaping
Het gewenste gedrag wordt stapje voor stapje bekrachtigd om dichter bij het uiteindelijk gewenste gedrag te komen.
Imitatieleren
of; model-leren
Passief leren door waarneming (sociaal leren)
Iets wat aangeleerd is kan in theorie ook afgeleerd worden.
Contra-conditionering
Uitdoving
Door de geconditioneerde prikkel weg te nemen verdwijnt het effect en zal het gedrag uitdoven.
Er wordt een tegenovergestelde prikkel aangeboden.
S
S = stimulus
R= respons
C= consequentie
voorbeeld: 'Jantje en de ijscoman'
S - R - C+
Ziet ijscoman met vader
Gaat huilen
Krijgt ijsje
Het ongewenste gedrag wordt niet langer beloond, maar bestraft.
voorbeeld: 'Jantje en de ijscoman'
S - R - C-
Ziet ijscoman met moeder
Gaat huilen
Krijgt klap
voorbeeld: 'Jantje en de ijscoman'
S - R - C0
Ziet ijscoman met moeder
Gaat niet huilen
Krijgt geen klap en geen ijsje
Vader
Moeder
Moeder
Systematische desensitisatie
het systematisch ongevoelig maken voor de oorspronkelijke prikkel (stap voor stap).
Flooding
Het in één klap overweldigend blootstellen aan de angstverwekkende stimulus
Afleren door model-leren
Het gewenste gedrag laten zien gevolgd door een positief resultaat.
Het ongewenste gedrag laten zien gevolgd door een negatief resultaat.
Week 2
Lesonderwerp: Leertheorie en RET

Leertheorie
- afleren door conditioneren
- systematisch desensitisatie
- flooding
- model-leren
Welke straffen zijn er op jouw stage?
Welke beloningen zijn er?
spotlight-effect
Het overschatten in hoeverre andere mensen letten op jou gedrag en uiterlijk
studenten dachten dat 50% het shirt gezien was...
...in werkelijkheid was dit maar 20 %
Cognitieve gedragsmodificatie
De methode, die er voor wil zorgen, dat we gezondere, reëlere manieren van beoordeling van situaties krijgen en daardoor beter onze doelen kunnen bereiken.
(1913-2007)
RET
Rationeel emotieve therapie
Denken
kan
helpen!
"ik wordt een goede sociaal agogisch werker"
"tja, ik ben nergens echt goed in"
'Verkeerde' gedachten kunnen ons in de greep houden.
"Als ik kritiek krijg, betekent het dat ik af ga"
"Ik ben lelijk, niemand wil een relatie met mij"
"Die praktijkbegeleider mag mij niet"
Positieve gedachten?
zorgen gedachten voor mijn gevoel?
zorgt het gevoel voor mijn gedachten?
Ik denk aan iets vrolijks en ga me daardoor vrolijker voelen.
Ik voel me vrolijk en daardoor worden mijn gedachten vrolijker.
rationeel denken:
gedachten bepalen
gevoelens en gedrag
"gewenst gedrag krijg je als de gedachten
rationeel
zijn"
1. de gedachten zijn waar
2. de gedachten helpen je doel te bereiken
3. ze helpen gevoelens die niet wil te vermijden of te voorkomen
4. ze helpen conflicten die je niet wil te vermijden of te voorkomen.
Er zijn gedachten die waar
lijken
, maar niet waar zijn. Dit zijn ongewenste gedachten
Er
moet
van alles!
Rampgedachten
Generalisaties
gemakzucht gedachten
vooroordelen
waardeoordelen
RET
Bij RET is het de bedoeling om een bepaalde gedachte te krijgen (zodat je er naar gaat gedragen).
Rationeel of niet?
10 vragen
A
B
C
D
E
Schema
Aanleiding
Beoordeling
Consequenties
Discussie
Effect
De aanleiding beschrijft de gebeurtenis. Deze gebeurtenis moet zo objectief mogelijk alsof hij door een camera vastgelegd is, beschreven worden.
Ze is een stomme trut. Ik mag toch zelf weten, wat ik met mijn geld doe, dan hoeft ze niet meteen te gaan schelden als ik iets doe, wat zij niet leuk vindt.

Ik ben ook een slappeling, dat ik niet tegen mijn vriend Willem gezegd heb, dat ik geen geld voor drank had, omdat ik naar de bioscoop zou gaan. Maar als ik dat zeg, vindt hij vast dat mijn vriendin belangrijker is dan hij.
In gevoel: boos naar vriendin, naar Willem en naar zichzelf.

In gedrag: Naar mijn vriendin geschreeuwd: “Alsof jij zo perfect bent, zoek dan maar een perfect vriendje.”
Discussie van de aanleiding:
er moet kritisch gekeken worden of de aanleiding echt objectief is.

Discussie van de beoordeling:
Er wordt nu kritisch gekeken of de gedachten rationeel zijn, dus
1. gedachten zijn waar
2. gedachten helpen je doel te bereiken
3. helpen gevoelens die je niet wil te vermijden of voorkomen
4. helpen conflicten die je niet wilt te vermijden of voorkomen
Vraag aan de hulpvrager hoe hij zich had willen voelen. Dit is dan het uitgangspunt om tot rationele gedachten te kunnen komen, die tot dit gevoel en gewenste gedrag leiden.

In dit voorbeeld wil Hans rustig blijven en met zijn vriendin praten en wat begrip van zijn vriendin hebben. Hij wil ook zijn onzekerheid naar Willem verkleinen.
“Ik zei, dat ik geen geld voor de film had en zij schold me de huid vol”
Thea kwam binnen en ik zei, dat ik geen geld had om naar de film te gaan, omdat ik gister nog een fles whisky gekocht had, wat Willem gevraagd had. Ze zei: Loser.
Niet objectief:
Objectief:
Maak een groepje van 2 personen. Ieder kiest van de onderste lijst van 12 irrationele gedachten er 2 uit, die hij/zij herkent bij hemzelf of iemand anders en geeft daar een voorbeeld van. De groep bespreekt dan waarom dit irrationeel is en welke rationele gedachten er tegenovergesteld kunnen worden.

•Het is nodig, dat bijna iedereen je aardig vindt.
•Je moet perfect zijn, zo krijg je geen kritiek en vinden mensen je de moeite waard
•Menselijk leed wordt van buitenaf veroorzaakt en je hebt geen mogelijkheid om hier wat aan te doen
•Als iets mogelijk gevaarlijk of angstwekkend is, dan moet je je daar flink op voorbereiden.
•Je moet altijd iemand hebben die sterker is dan jij op wie je kan terugvallen
•Het verleden bepaalt iemands huidige gedrag.
•Als je maar goed je best doet, word je wel gelukkig.
•Je dient altijd klaar te staan voor de problemen en moeilijkheden van iemand anders
•Voor een bepaald probleem is er altijd één beste oplossing
•Kwaad worden in je werk is een gebrek aan empathie en professioneel werken
•Het is rampzalig als de dingen niet gaan zoals je zou willen.
•Je kunt beter moeilijkheden en verantwoordelijkheden uit de weg gaan, dan ze onder ogen zien.
Opdracht
Freud
(1855-1939)
Uitgangspunten
Versprekingen als uiting van het onderbewuste.
Freudiaanse verspreking
Het bestaan van een onderbewuste.
Het belang van dromen.
Het uiten van emotionele trauma's in symbolische lichamelijke verschijnselen.
Het bestaan van afweermechanismen.
Het bestaan van weerstand bij bewustwording en verandering.
De grote invloed van iemands kinderjaren op de rest van zijn leven.
week 4
Psychoanalyse
Introductie & uitgangspunten
ontwikkeling van de mens
opbouw van de persoonlijkheid
week 5
afweermechanismen
overdracht
Opbouw van de persoonlijkheid
Superego
Ego
Es
Es of Id
impulsen
seksuele driften, honger, dorst, emoties
realiteitsprincipe (behoefte uitstellen
Ik, Ich of Ego
bewustzijn en gewaarwording
regelt de aanpassing aan de werkelijkheid
Uber-ich of Superego
geboden en verboden
het geweten
Hoe wil ik zijn?
identificatie met anderen
Ideaal-ik
opdracht
geef een voorbeeld, vanuit je stage, van:
1. iemand met een sterk Super Ego
2. iemand met een sterk Id
3. iemand met een zwakke Ego functie
orale passiviteit
orale agressie
masturbatieschuld
anale agressie
oudipale driehoek
castratieangst
ideaal-ik
1) Verdringing
"Een pijnlijke ervaring wordt geheel uit het bewustzijn en geheugen weggevaagd."
2) Uitstellen
"Dat wat angst oproept zo veel mogelijk uitstellen."
3) Reactievorming
"Een angst verwekkende impuls of gevoel wordt vervangen door het tegendeel."
4) Identificatie
"Je (onbewust) met iemand waar je angstig voor bent vereenzelvigen."
5) Projectie
"Gevoelens die men van zichzelf niet kan accepteren, kunnen gemakkelijk in anderen gezien worden."
6) Verschuiving (of verplaatsing)
"Een gevoel dat in een situatie bedreigend is, wordt in een andere situatie ontladen."
7) Ontkenning
"De werkelijkheid wordt ontkend, omdat deze niet te verwerken is."
8) Ongedaan maken
"Een schuldgevoel wordt bezworen door tegengesteld te reageren."
9) Regressie
"Omdat een kind een periode niet kan verwerken valt hij terug in een vroeger gedragsniveau."
10) Sublimatie
"Dit is het omzetten van lagere driften in cultureel geaccepteerde hogere gedragingen."
11) Rationaliseren
"Gevoelens worden weggeredeneerd."
Bijvoorbeeld:
het uitstellen van een lastig telefoongesprek.
Bijvoorbeeld:
een arrogante en agressieve leerling blijkt bij nadere kennismaking een angstmatige, verlegen jongen te zijn.
Bijvoorbeeld:
Een schokkend voorbeeld hiervan is, dat de Joodse kampoudsten in de concentratiekampen soms sadistischer waren naar hun lotgenoten, dan hun bewakers.
Bijvoorbeeld:
een groepsleider die humeurig is, vindt zijn collega’s altijd zo zeuren.
Bijvoorbeeld:
een eenzame vrouw, die voortdurend op filmsterren verliefd wordt die niet zo bedreigend zijn als echte mannen..
Bijvoorbeeld:
iemand ontkent dat hij op sterven ligt, terwijl er door medici een gevorderde longkanker geconstateerd is.
Bijvoorbeeld:
een jongetje is jaloers op een pasgeboren baby, wanneer hij merkt dat zijn moeder boos wordt wanneer hij onaardig tegen de baby doet, gaat hij juist heel lief en zorgzaam doen om de liefde van zijn moeder niet te verspelen.
Bijvoorbeeld:
Jantje gaat in bed plassen, omdat hij moeite heeft met leren lezen.
Bijvoorbeeld:
iemand die agressief is, wordt slager. Elk beroep kan op die manier uit lagere driften verklaard worden, volgens Freud.
Bijvoorbeeld:
het is niet erg, dat ik word uitgescholden. Had ik maar niet met dementerenden moeten werken.
Bijvoorbeeld:
een onaangename liefdes ervaring zal vergeten worden. Wordt er later naar deze affaire gevraagd, dan zal men zich er niets van herinneren.
Afweermechanismen
Overdracht
Cliënt
Een patiënt projecteert bepaalde problemen, wensen, fantasieën enz. in zijn hulpverlener.
Overdracht:
Voorbeeld:
De AB-er wordt geconfronteerd met een onbegrijpelijke agressie van de kant van zijn cliënt, omdat hij verward wordt met de arts, die hem slecht nieuws verteld over zijn herstelmogelijkheden.
HV'er
Een hulpverlener projecteert dan veel van zijn problemen op de cliënt al dan niet als gevolg van de overdracht.
Tegenoverdracht:
Voorbeeld:
Een groepsleider in een woonvorm probeert een bewoner er van te overtuigen, dat hij zo snel mogelijk elke vorm van bemoeienis van de moeder van de bewoner af moet, omdat hij zelf een dominante moeder had.
Bekijk deze bladzijden uit de strip Lucky Luck de Genezing van de Daltons. Het is een parodie op de psychoanalyse en het enige verhaal waar onze held onevenwichtig is. Op elke bladzijde vind je wel een afweermechanisme. Vind de verschillende afweermechanismen op deze 6 bladzijden:

•Op de eerste ontkenning, projectie en identificatie met de agressor
•Op de tweede regressie of sublimatie
•Op de derde: ongedaan maken
•Op de vierde: identificatie met de agressor
•Op de vijfde: ontkenning en verplaatsing
•Op de zesde: regressie
Opdracht
Beschrijf een afweermechanisme
•Bij jezelf
•Van een collega of deelnemer
Opdracht
week 7
geschiedenis
theoretische uitgangspunten
structuurgerichte systeembenadering
los zand en kluwensysteem
coalitievorming en zondebokmechanisme
therapie
Geschiedenis
"het geheel is meer dan de som der delen"
Minuchin
Watzlawick
(structuur van een gezin)
(communicatie binnen systemen)
Liberman
(gedragstherapeutische gezinstherapie)
Theoretische uitgangspunten
Wat is een systeem?
Onder een systeem verstaat men een groep mensen, zoals een gezin, een team of een leefgroep. Ook twee mensen die met elkaar een relatie hebben, vallen hieronder.
een systeem streeft naar
evenwicht
(homeostase)
"De structuur van een systeem is van grote invloed is op het psychisch welbevinden van de deelnemers."
'los zand' systeem'
'kluwensysteem'
mechanismen
coalitievorming
zondebokmechanisme
perverse triade
de lachende derde
subsystemen
een voorbeeld...
Victory Boogie Woogie
(kost: €37.000.000)
volgens de psychoanalyse:
volgens de leertheorie:
Een aantal zaken konden beide theorieën niet verklaren:
Liefde
Geluk
+
(zoekend reageren)
(het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen)
+
Transactionele analyse
(eenvoudige taal voor patiënt en therapeut)
Eric Berne
(1910-1970)
Transactionele analyse
Taalgebruik gericht op het inzichtelijk maken hoe mensen met elkaar omgaan.
Tell me about your mother...
?!
De kwaliteit van communicatie heeft te maken met de manier waarop iets gezegd wordt en hoe iets gezegd wordt.
onderdanigheid?
afhankelijkheid?
gelijkwaardigheid?
oefening
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
Jonge bewoner (op neutrale toon): “Ik wil mezelf aankleden”
Groepsleidster: “Jij doet er altijd eindeloos over. Ik ga je helpen”
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
Jonge bewoner (op neutrale toon): “Ik wil mezelf aankleden”
Groepsleider: “Lukt het je in 10 minuten, want daarna moeten we echt weg”
1
2
Maak in tweetallen een schema van een eigen situatie met een cliënt, waarin je vanuit je ouder hebt gereageerd. Bediscussieer met een medestudent over de positie die je innam en of je ook een andere positie in kon nemen.
Opdracht
Het kenmerk van de gekruiste transactie is dat deze het verwachte communicatiepatroon doorbreekt en het gesprek stoort.
Bij een verborgen transactie wordt er iets anders gezegd, dan op het eerste gezicht lijkt.
Heleen rookt als enige van de bewoners. Op de bewonersvergadering is twee weken geleden bepaald, dat ze of buiten moet roken of op haar eigen kamer. Jij hebt vervolgens een afspraak hieraan gekoppeld, dat wegens brandveiligheid dit alleen mag op de stoel aan het tafeltje bij haar raam. Je bent erg geschrokken toen je ontdekt hebt bij de was dat er een klein gaatje en ook een gat gebrand was van 3 centimeter in het blauwe hoeslaken van Heleen, omdat je weet (je hebt er geholpen met haar bed opmaken), dat haar dekbed synthetisch is.
Een
samenhangend
geheel van
delen die elkaar beïnvloeden
en onderling

van elkaar afhankelijk zijn.
ouders
kinderen
structuurgerichte
systeembenadering
Gezond systeem
deelnemers zijn betrokken op elkaar
durven zich kwetsbaar op te stellen naar elkaar
er is ruimte voor elkaars individuele behoefte
er is sprake van een duidelijke hiërarchie
sommige deelnemers hebben meer verantwoordelijkheid dan anderen
Iedereen bemoeit zich met elkaar en voelt zich extreem verantwoordelijk voor de ander.
Er heerst onverschilligheid en de mogelijkheid ontbreekt emoties met elkaar te delen of elkaar in moeilijke momenten te steunen.
Beschrijf aan de hand van een praktijkvoorbeeld hoe probleemgedrag bepaald wordt door het sociale systeem. Beschrijf de mogelijke invloed van elk van personen uit dit systeem op:

Het ontstaan van het probleemgedrag
Het in stand houden van het probleemgedrag
Opdracht
een systeem wil
zichzelf in stand houden
veranderingen in een deel hebben gevolgen voor het geheel.
hoe onderdelen in een systeem op elkaar reageren, heeft gevolgen voor
elk
onderdeel individueel.
Zes psychologische stromingen
Zes psychologische stromingen
Dogmatisch?
Klassieke conditionering
Voorbeeld 1:
Wie klaar is met een bepaalde opgave mag naar huis. Het gedrag - aan de opdracht werken - moet al vertoond worden, wil dat bekrachtigd kunnen worden. Hier is de bedoeling doorwerken te stimuleren, maar het kan ook afraffelen stimuleren!

Voorbeeld 2:
Jantje huilt bij moeder om een ijsje. Als moeder nu een ijsje geeft, stimuleert ze het huilgedrag van Jantje.


Voorbeeld 3:
Elk netjes overgeschreven bladzijde geeft een stempeltje. Na 5 stempeltjes krijgt een leerling een plakplaatje.

Voorbeeld 4:
Het controleren van een treinkaartje is de beloning van eerlijk gedrag. Op het moment, dat treinkaartjes niet gecontroleerd worden, wordt oneerlijk gedrag beloond. Als dit vaak op het zelfde traject gebeurt en je weet ook nog van anderen die hierdoor veel uitsparen, is het moeilijker om eerlijk te blijven!

Operante conditionering
Albert Ellis
Door conditioneren
opdracht:
Wat maakt een gedachte
rationeel
?
Anna O.
'Hysterie'
Asch conformity experiment
Milgram experiment
pygmalion effect
EXPERIMENT(JE)
welke 12 merken horen bij de volgende nummers:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
op de leertheorie
Maak een stapsgewijs leertheoretisch programma voor een cliënt die je
onzekerheid
in sociale situaties wilt afleren. Verwerk hierin het doel, de stappen, het tijdschema en de bekrachtiging of uitdoving.
golem effect
(het leren door onmiddellijke associatie)
(het aan- of afleren van gedrag, dat al vertoond wordt. Denk aan straffen en belonen)
"Disulfiram geeft binnen 10 minuten nadat u alcohol drinkt vervelende lichamelijke verschijnselen. Zoals benauwdheid, misselijkheid, hoofdpijn en hartkloppingen."
(Hulpmiddel bij ontwenningskuur om van de alcohol af te komen)
'Bobo doll' experiment
72 kinderen
Klassiek conditioneren
Operant conditioneren
"Leren door onmiddelijke associatie"
Het aan- of afleren van gedrag, dat al vertoond wordt (straffen en belonen).
R
C
24 kinderen krijgen een agressief rolmodel te zien
24 kinderen krijgen een niet agressief rolmodel te zien
24 kinderen krijgen geen rolmodel te zien
mannelijk rolmodel
mannelijk rolmodel
mannelijk rolmodel
vrouwelijk rolmodel
vrouwelijk rolmodel
vrouwelijk rolmodel
Albert Bandura (uitgevoerd in 1961 -1963)
minstens 4
concreet!
respons
Bert 54 jaar begeleid wonen heeft een opvliegend en agressief karakter. 15 jaar geleden is bij hem de diagnose schizofrenie vastgesteld. Na het eten heeft Bert op woensdag en vrijdag de taak om af te wassen. De afgelopen twee keer heeft Bert zijn taak niet gedaan. Vlak voor de corveetaak heeft hij Linda, een medebewoner, geslagen omdat zij de taak van Bert niet over wou nemen. Linda is nu ontzettend bang voor Bert en durft niet bij hem in de buurt te komen. De meeste begeleiders durven niet zo goed in te grijpen omdat Bert dan ook boos kan worden.

Bert heeft een hekel aan afwassen. Mannen wassen niet af, “dat moeten vrouwen doen” zegt hij vaak. Hij doet überhaupt liever niets in het huishouden omdat je daar: ‘verwijft’ van wordt. Toen Bert nog samenwoonde met zijn vrouw, was zij degene die afwaste. Bert zette de vuilnisbuiten of hielp met afdrogen. Het is op de woning gewoon de bedoeling dat je meehelpt in het huishouden. De meeste begeleiders durven vanwege Berts agressie al niet meer om dit te handhaven, tot grote onvrede van de andere bewoners.

Het gedrag van Linda wordt steeds erger, ze sluit zich de meeste dagen op haar kamer op. Bert heeft tegen een begeleider gezegd dat hij spijt heeft van het slaan. De begeleider denkt dat hij nog niet zo goed met het verlies van zijn vrouw om kan gaan en dat op een andere manier de spanning weer boven komt.
stap 1:
lees de casus
stap 2:
bedenk de oorzaak
Bedenk in tweetallen wat de oorzaak van de problemen in de casus is, volgens de leertheorie.
Bedenk hoe je dit als begeleider van Bert zou kunnen oplossen. Doe dit vanuit de leertheorie!
stap 3:
verzin een oplossing
Welke irrieele gedachten kom je tegen?
Waar komen deze gedachten vandaan?
Wat zou realistisch zijn om te denken?
Wat kun je hier vervolgens mee doen?
opdracht
Orale fase 0-1 jaar
Grondslag voor basisvertrouwen [hechting]

Kenmerken:
Geen ik-besef.
Gevoelens van ouders en kind beïnvloeden elkaar.
Bevredigen van behoeften is afhankelijk van de omgeving.

Fixatie in deze fase uit zich:
Zich in relaties afhankelijk opstellen.
Passief zijn.
Wantrouwend zijn naar anderen.

Anale fase 1-3 jaar
Centraal staat de wil om zelf te ontwikkelen

Kenmerken:

Eerste stap ik-besef.
Exploratie drang.
Eigen wil krijgen.
Prettige sensaties in verband met zijn uitscheidingsprocessen via de anus.

Fixatie in deze fase kan zich uiten:
Anderen aandoen wat hem wordt aangedaan.
Reactie-formatie als afweermechanisme.
Angstig; afhankelijk van goedkeuring van anderen.
Hechtingsstoornis
Onzekerheid.
Borderline persoonlijkheids-stoornis.
Ontwijkende persoonlijkheids-stoornis.
Eetstoornis
Dwangmatige persoonlijkheid.
Snap je de link?
Welke stoornissen zouden uit welke fixatie voort kunnen komen volgens de “Psychoanalyse”
Fallische fase 3-5 jaar
Centraal staat de waardering krijgen voor de eigen persoon

Kenmerken:
Ontdekt verschil tussen man en vrouw.
Ontdekt dat aanraken van geslachts-organen prettige sensaties oplevert.
Penisnijd  meisjes  Electra-complex.
Castratieangst  jongen  Oedipus-complex.

Fixatie in deze fase uit zich:
Angst om relaties aan te gaan wordt overschreeuwd.
Overreactie op minderwaardigheids-gevoel.

Latentie fase 6-10 jaar
Kenmerken:
Richten op leeftijdsgenoten.
Richten op kinderen van hetzelfde geslacht.
Jongens moeten niets van meisjes hebben en vice versa.
Schaamtegevoel
Wat hebben jullie onthouden van de vorige les?
SOCIALE ANGSTSTOORNIS
Aanhoudende angst voor een of meer sociale situaties of situaties waarin men moet optreden en blootgesteld wordt aan onbekenden of een mogelijk kritische beoordeling door anderen.

De betrokkene is bang dat hij of zij zich op een manier zal gedragen (of angstverschijnselen zal tonen) die vernederend of beschamend is.

ANTISOCIALE PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS
Impulsiviteit of onvermogen ‘vooruit te plannen’.

Prikkelbaarheid en agressiviteit, blijkend uit bij herhaling komen tot vechtpartijen of geweldpleging.
Roekeloze onverschilligheid ten aanzien van eigen of andermans veiligheid.

VOORBEELD OPBOUW PERSOONLIJKHEID
vorige week:
Superego
Ego
Es
Es of Id
impulsen
seksuele driften, honger, dorst, emoties
realiteitsprincipe (behoefte uitstellen
Ik, Ich of Ego
bewustzijn en gewaarwording
regelt de aanpassing aan de werkelijkheid
Uber-ich of Superego
geboden en verboden
het geweten
Hoe wil ik zijn?
identificatie met anderen
Ideaal-ik
opdracht:
beschrijf een situatie van overdracht vanuit jouw stageplaats (individueel).
Mathijs is 16 jaar
en kan zich moeilijk staande houden in de leefgroep van het orthopedagogisch centrum waar hij sinds 6 maanden verblijft. Hij is erg teruggetrokken, neemt weinig initiatief in het contact leggen met medebewoners en tijdens conflicten heeft hij de neiging snel toe te geven aan de eisen van de tegenpartij, waardoor medebewoners makkelijk misbruik van hem kunnen maken. Hij durft zichzelf niet te laten zien.

a) In welke fase is Mathijs mogelijk gefixeerd? Motiveer je antwoord.

b) Welk onderdeel van de persoonlijkheid is bij Mathijs in verhouding groter? Motiveer je antwoord.

c) Hoe kun jij als begeleider Mathijs ondersteunen door gebruik te maken van een afweermechanisme? Leg uit.

Transactionele Analyse

Boris is een jonge volwassen man van 26 jaar en woont in een woonvorm voor mensen met een psychische stoornis. Boris vraagt aan de begeleiding: “kun je mij helpen met het opruimen van mijn kamer, ik zie door de bomen het bos niet meer”. Dit terwijl hij dit prima zelf kan. De begeleiding antwoord geërgerd: “Ik vind het erg vervelend dat je mij dit vraagt Boris, want dit kun jij prima zelf”.

a) Teken deze transacties uit (voor elke zin een lijn/pijl)

b) Beschrijf hoe jij er als begeleider voor kunt zorgen dat dit niet uitmondt in een conflict? Waar let je dan op?

Proeftoets
vanaf de jaren '50
groepstherapie niet meer alleen voor gezinnen
onderdeel van de (westerse) cultuur
Oog hebben voor de
structuur
van het systeem
Manier van
communicatie
binnen het system
Gebruik maken van behavioristische technieken
Werken vanuit………
Systeemgerichte benadering:
opdracht
individueel
5 minuten
korte terugblik:
'kluwen' systeem
'los zand' systeem
een
systeem
is een
samenhangend
geheel van
delen die elkaar beïnvloeden
en onderling

van elkaar afhankelijk zijn.
veranderingen in het systeem
Een bondje aan gaan
Mensen trekken naar elkaar toe binnen een systeem. Hierdoor ontstaat een subsysteem, waardoor zij sterker staan tegenover een ander lid uit dit systeem.
binnen een systeem
Een vrouw ergert zich mateloos aan bepaald gedrag van haar echtgenoot. Zij durft dit echter niet bespreekbaar te maken, uit angst dat er dan veel meer boven water komt dan haar lief is. De toekomst van het gezin zet ze dan op het spel! En een systeem heeft per definitie de neiging om zichzelf in stand te houden.

De volgende ochtend zit zij, nadat haar man naar zijn werk is vertrokken, met haar zoon aan het ontbijt en zegt dan: ‘Kees, wordt later nooit zoals je vader, want daar maak je vrouwen echt ongelukkig mee!’
Mevrouw Huis in ‘t Bos is 83 en ligt na een CVA voor revalidatie in een verpleeghuis. Ze vindt dat haar beide kinderen, Karel en Lambert, die hun hele leven al vechten om de gunst van hun moeder, haar veel te weinig komen opzoeken. Dit durft ze echter niet zo direct aan te kaarten. Ze heeft hiervoor de volgende strategie bedacht: als Lambert op bezoek komt, wordt Karel de hemel in geprezen, omdat hij haar zo vaak bezoekt, als Karel op bezoek komt is Lambert haar liefste zoon.
In een team is sprake van tweespalt: een gedeelte is voor een harde aanpak van de cliënten, een ander kamp is geneigd wat meer door de vingers te zien. Dit komt in de teamvergaderingen nooit ter sprake, want men is bang door elkaar afgemaakt te worden: een echt veilige sfeer heerst er niet.

In het team ontstaat een vacature en men neemt een jonge, nog onervaren saw’er aan. Deze weet nog niet goed hoe hij zich naar de cliënten op moet stellen, mede door het feit dat hier in het team geen overeenstemming over bestaat. Hij wordt dan ook regelmatig door de cliënten uitgespeeld. Het team besteedt veel tijd aan deze problemen, waardoor de saw’er zich steeds onzekerder gaat voelen: een afwijking bevorderend proces.
Bedenk voor jezelf waarin je de coalitievormingen binnen een systeem herkent bij bijvoorbeeld:
Leef- of werkgroep op stage.
Team waarin je werkt op stage.
Bijbaan.
Etc.

OPDRACHT
Vraag 1: Welke neiging van dit individu in dit systeem zie je?
Vraag 2: Wat doet deze moeder, gezien vanuit de theorie?

Vraag 3: Wat voor strategie, gezien vanuit de theorie, gebruikt deze moeder?
Vraag 4: Wat gebeurt er binnen dit team?
Vraag 5: Wat voor proces vindt hier plaats?
Vraag 6: Wat ga jij als leidinggevende doen aan deze situatie?

Doordat de systeembenadering verschillende theoretische invalshoeken heeft, bestaat er ook
niet
een eenduidige therapeutische werkwijze.
Welke ervaringen heb je zelf met het Pygmalion-effect? Wat was daarvan de invloed op je gedrag?

Waarvan geloof je dat je ‘nu eenmaal zo bent’, onder alle omstandigheden, in alle contacten en op elk moment van je bestaan?
Individuele problematiek vertalen als interactionele problematiek
Het veilig maken van de groepssfeer
Het weerbaarder maken van de zondebok
het hele systeem moet veranderen!
zondebok
coalitievorming
opdracht
?
operante conditionering?
klassieke conditionering?
of?
Full transcript