Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

4 Staatsinrichting van NL

De bestuurlijke ontwikkeling in Nederland van koninkrijk naar democratie.
by

Rients Anne de Vries

on 13 January 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 4 Staatsinrichting van NL

1.1 Nederland krijgt een koning
1.2
De grondwet van 1848

vanaf 1845 bittere armoe
graanoogsten mislukten
1.3
De Nederlandse rechtsstaat

De rechterlijke macht
2.1

Liberalen,confessionelen

Moderne ideeen
2.2
Socialisten, feministen

Het harde arbeidersbestaan
1789
Franse Revolutie
1795 Stadhouder Willem V vlucht
NL. een democratie met de
eerste grondwet o.l.v. Schimmelpenninck
1795
1806
1813
1648 - 1813:
de Nederlandse republiek
Constitutionele
1810
eerste koning
Nederland wordt monarchie
Een machtige koning
voor 1848
voor 1848
na 1848
Liberaal verzet vanaf 1825
liberalen (hoge burgerij) eisen :
vrijheid van mening
persvrijheid
vrijheid van godsdienst
economische vrijheid
vrije keuze van een eigen regering

keurt grondwet
van Thorbecke goed
1e grondwet
Waterloo
Slag bij
1813
Ik ben 'konijn'van Olland
Vrijheid, gelijkheid,democratie
De Nationale Vergadering
Stadhouder
Willem V
twijfelaar
dromer
hield van drank
en vrouwen
monarchie
Revolutie in de Nederlanden
door de patriotten
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20090706_grondwet01
De grondwet 4.17
Het revolutiejaar 1848
aardappelrot zorgde voor misoogsten
Graanoogsten mislukten door muizenplagen
Oorzaken :1
Oproer in Berlijn
1848: Revolutie in Frankrijk
Ministers zijn verantwoordelijk
Het parlement is de baas
Kabinet doet wetsvoorstellen en voert uit
Parlement
is de baas
controleert en
keurt wetten
1848: Censuskiesrecht
vrijheid van drukpers
recht van vereniging en vergadering
vrijheid van godsdienst
vrijheid van onderwijs
scheiding van kerk en staat
voor wie veel belasting betaalt
rechtstreekse
verkiezingen
Grondrechten
ministers
staatssekretarissen
Discriminatie is verboden
Referendum:
raadgevend
openbaar ministerie= justitie
vervolging door officier van justitie
leidt het onderzoek van de politie
klaagt de verdachte aan

recht van petitie =

bezwaar tegen overheid
recht op gelijke behandeling:

discriminatie is verboden
1919: algemeen kiesrecht
Volksbescherming door de overheid via sociale wetten
recht op bestaanszekerheid

werkloosheidswet
recht op onderwijs

gratis basisonderwijs
recht op gezondheidszorg

volksgezondheid (riolering,waterleiding,
ziekenhuis)
recht op wonen

sociale woningbouw
volk mag stemmen over een wet(svoorstel).
De Tweede Kamer heeft het laatste woord.
correctief
Referendum
het volk heeft het laatste woord
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20090706_kiesrecht01
Kiesrecht voor
man en vrouw 4.00
Schoolstrijd door confessionelen
Liberalen
Kenmerken van een rechtsstaat
De burger wordt beschermd 1.11
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101104_rechtsstaat01
Aletta Jacobs 2.23
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_aletta02

Na 1880
Twee soorten socialisten
1890 Vrouwenonderdrukking
1890: De eerste feministische golf
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20090706_parlement01
Ontstaan van de eerste politieke partijen 3.55
2.3
Pacificatie en verzuiling

rechten voor vrouwen

3.1
Politieke partijen in Nl.

Confessionele meerderheid : 1900-1940
KVP, PvdA en VVD
D'66 en de jaren 60
Polarisatie

= tegenstelling
Z
wevende kiezers
Fabrieksarbeiders 3.47
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071107_indusrevu03
Karl Marx
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20090706_zuilen01
Nederland verzuild 5.07

3.2
Kabinetten en wetten

Fracties en coalities
Kabinetsformatie
Kabinetscrisis
Wetten en wetsvoorstellen
3.3
Nederland en Europa

1958
EGKS en EEG
1991
De Europese Unie
Het bestuur van Europa
Te veel of te weinig eenheid?
STAATSINRICHTING
Vrijheidsrechten
of klassieke grondrechten
Vrijheid van meningsuiting
met respect voor de ander.
Vrijheid van vereniging en vergadering
ook van vakbonden en staken.
Sociale grondrechten
1848-1870 liberalen aan de macht
vanaf 1870: emancipatie = gelijke rechten
nieuwe politieke stromingen zoals ARP
evolutieleer
Bijbel
klasse
hogere
klasse
1878 wet voor openbare scholen :
oefenen in verstand en wetenschap
Bijzondere scholen net zo behandelen als openbare scholen
Liberalen
verstand en wetenschap
Planetarium van Eise Eisinga
besluiten
nemen
1879 : ARP
besluiten
nemen
Verlichting
katholieke emancipatie
Schaepman
besluiten
nemen
eist
gelijke betaling
1789 De Franse Revolutie
Vrijheid Gelijkheid
Broederschap
liberalisme
socialisme
Welvarende burgerij
industrialisatie
arbeiders
industrialisatie
fabrieksleiders
krotwoning
grote gezinnen
kinderarbeid
lange werktijden
censuskiesrecht
social.
partij
vakbond
Kapitaal
en
Sociaal democraten
sociale wetten
werktijd
pensioen
uitkering kiesrecht
SDAP
Communisten:
arbeiders aan de macht
arbeiders geven leiding aan fabrieken
gelijke lonen
Feminisme = gelijke rechten voor de vrouw
In het huwelijk
ondergeschikt aan de man
geen eigen vermogen in het huwelijk
geen ouderlijk gezag
geen betaald werk
geen opleiding
Ver. voor vrouwenkiesrecht
kiesrecht
scholing
werk
onderwijs
gezondheidszorg
kantoor
Vrije vrouwenvereniging
gelijkheid tussen man en vrouw
carriere voor getrouwde vrouwen
1970 : 2e feministische golf
carriere voor getrouwde vrouwen
mannen doen mee met opvoeding en huishouding
Liberalen en kiesrecht
Meer kiezers
Pacificatie =
Verzuiling
Eerst goed openbaar onderwijs voor het 'lagere volk'.
Daarna pas het kiesrecht uitbreiden.
Uitbreiding van het kiesrecht in 1887 en 1895.
Gevolg: 3 partijen in de 2e Kamer.
Na 1900 alleen minderheids kabinetten. Partijen wilden niet samen regeren met de socialisten.
1913:
De liberaal Cort van der Linden vormt een minderheidskabinet.
1917 : nieuwe grondwet
herstel van de vrede over de
regeling voor kiesrecht en onderwijs
Algemeen mannenkiesrecht.
Evenredige vertegenwoordiging.
Passief vrouwenkiesrecht.
Kiesdeler halen voor een zetel.
Gelijke behandeling voor openbaar en christelijk onderwijs.
1919 : algemeen kiesrecht
4 Bevolkingsgroepen met een eigen identiteit
Nederland wordt een parlementaire democratie
Meerderheid in de 2e Kamer dank zij de algemene verkiezingen en evenredige vertegenwoordiging.
Totaal
100
zetels
30
25
15
25
De confessionelen wilden niet samen regeren met de SDAP
Naamsverandering na 1945
RKSP
KVP
SDAP
PvdA
Liberalen
VVD
Na 1945
Socialisten geaccepteerd
1946-1958: rooms-rode kabinetten
PvdA en KVP zijn de grootste partijen
Ontkerkelijking : KVP en CHU verliezen zetels
Ontzuiling : D'66 wil meer democratie

gekozen minister president
gekozen burgemeester
invoering van het referendum
1977
: KVP, ARP, CHU
CDA 49 zetels
Polarisatie door VVD en PvdA
kiezers willen duidelijke keuzes : kleine partijen weggevaagd.
1989 : D'66 groeit; een links liberale partij
1994 : CDA verliest veel zetels.

Paars kabinet: PvdA, VVD en D'66
einde van de polarisatie

Zwevende kiezers kozen voor radicale partijen.
1989 : GroenLinks
(4 linkse partijen werken samen)
1994 : SP
2002 :
LPF van Pim Fortuyn
:
anti islam en

PVV van Wilders

kritiek op


gevestigde orde.
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060622_verkiezingen01
Een nieuwe regering 2.25
Tweede Kamerverkiezingen
Lijsttrekker
=
Fractie
Partijleden in de
Tweede Kamer
Fractievoorzitter
Informateur
informeert bij fractieleiders wie wil samenwerken
Regeerakkoord
afspraken om kabinet te vormen
Formateur
vormt een kabinet van ministers en
staatssecretarissen
Oorzaken :
Conflict tussen coalitiepartijen.
Motie van wantrouwen door de oppositie in de 1e of de 2e Kamer
gericht tegen een minister of het hele kabinet.
Kabinet en parlement hebben wetgevende macht
Wetsvoorstel door een minister
Besproken in de ministerraad
Tweede Kamer : recht van amendement
keurt goed of af
Eerste Kamer : keurt goed of af
Koningin zet handtekening
Geen meerderheid van stemmen :
wat dan?
kabinet trekt wetsvoorstel in
of
kabinet verandert het wetsvoorstel
of
kabinet dreigt met aftreden
(wat doen de kamerleden van de coalitie?)
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070829_geschiedeniseu01
De geschiedenis van de Europese Unie 1.00
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_economie08
De geschiedenis van de Monetaire Unie 2.17
NL =
soeverein land
na 1945 nauwe samenwerking met 6 andere landen :
NL - Belgie - Luxemburg (=Benelux) - DL - FR - IT.
Doel
: - nooit meer oorlog tussen DL en FR en in Europa.
- economische voordelen.
1958 E.E.G.
: - vrijhandel tussen de lidstaten.
Spanje en Engeland sluiten aan.
- 1991 Steun aan de boeren.
Doel
: samenwerking en eenheid tussen 12 lidstaten.

Eenheid
: - dezelfde rechten en vrije vestiging voor de burgers.
- Europese regels
zoals veiligheid van auto's, of uniforme stopcontact.
- Geen grenscontroles.
- De Euro als munteenheid.
- Elke lidstaat is een democratie.

Uitbreiding
: van 12 naar 27 landen (vooral oost Europese) na 1991.
De E.U. is een samenwerkingsverband van onafhankelijke lidstaten
(eigen leger, eigen onderwijssysteem, eigen belastingstelsel, enz.)
Elke lidstaat heeft vetorecht

Angst bij burgers : Europa wordt 1 superstaat met
Brusselse regelgeving.
Europese volkslied
Freude, schöner Götterfunken,
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder,
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder,2
Wo dein sanfter Flügel weilt.
Raad van ministers

Raad van ministers : - wel recht van initiatief
- vergadering van ministers per onderwerp
(landbouw, financien, economie, enz.)
EU besluiten : - door top bijeenkomsten van de
regeringsleiders

Europees
parlement
Europese
commissie
Koning
Willem I

Thorbecke
Frankrijk heerst
over Nederland
Napoleon Bonaparte
verovert heel Europa
Napoleon
wil over
Europa
heersen
zoals de
keizer
over het
Romeinse
Rijk
1812
Keizer Napoleon
Koning Willem I
de koopmankoning
Abraham
Kuiper
Confessionelen = alle christelijke partijen
ARP
Volksoproer in Amsterdam 1848
R
aadpensionaris
Rutger Jan Schimmelpenninc
Machtsverlies van de koning
na 1848
1848: Willem II
1840:
Willem I
treedt af
Huis van Eise Eisinga in Franeker
Mechanische installatie op de
zolder bij Eiginga thuis.
Kuyper
Proletariërs aller landen Verenigt u
Aletta
Jacobs
- leden worden om de 5 jaar gekozen met algemeen kiesrecht.
- Aantal zetels per land is afhankelijk van het aantal inwoners.
- Geen recht van initiatief.
(geen wetsvoorstel indienen)
- Controleert de Europese commissie
- dagelijks bestuur van de E.U.
- per lidstaat 1 commissaris
- regeringsleiders kiezen de voorzitter
- recht van initiatief
- controle door het Europees Parlement
- controleert naleving van de Europese regels
oorzaak 2
Oorzaak 3
Oorzaak 4
Oorzaak 5
Oorzaak 6
Koning Willem III

Thorbecke
ARP
1751 - 1795
Het Franse keizerrijk in 1810
Parlement = Staten-Generaal.
Staten -Generaal verdeeld in 1e en 2e Kamer.
1e Kamerleden benoemd door de koning.
2e Kamerleden benoemd door de Provinciale Staten.
Praktijk: de koning of rijke families mochten kiezen.
Koning : staatshoofd en
regeringsleider
Hij had alle macht.
De machtsverhoudingen tussen koning, kabinet en parlement in 1814
De koning in een
gouden kooi
De ministers regeren en
leggen verantwoording af
aan het parlement.
Willem I gaf te veel geld uit.
Nederland ging bijna failliet.
1840: parlement kreeg meer te vertellen over de uitgaven.
vanaf
Het volk wil een eigen regering kiezen
Het volk wil een eigen regering.
De koning vlucht het land uit.
Koning Willem II werd bang

Grondwet: de koning is onschendbaar.
Ministeriele verantwoordelijkheid
aan het parlement
Rijke
controlerende en
wetgevende bevoegdheid
recht van amendement
recht van initiatief
recht van budget
recht van interpellatie
recht van budget
recht van interpellatie
Nederland een
rechtsstaat
hogere burgerij
Politiek vanuit
de bijbel
Neem de bijbel niet letterlijk
lagere
Massale protestactie:
half miljoen
handtekeningen
1885: Liberale Unie opgericht
Nog meer ideeen
Universiteit
krant
vakbond
gereform. kerk
politieke partij
Universiteit
krant
vakbond
Troelstra
Wat is evenredige vertegenwoordiging?
en protestanten
1888 - 1956: 100 zetels in de Tweede Kamer
1913:
18
zetels
1913:
37
zetels
Confessionelen
1913:
45
zetels
Na de pacificatie
Samen
81 zetels
UITLEG
UITLEG
uitleg
UITLEG
Vreugde grote godenvonk ,
Dochter uit Elysion.
Wij betreden vurig dronken
uw hemelse heiligdom.
Toverdraden zullen binden,
wat de conventie had gekliefd.
Strijders worden prinsenbroeders,
waar jouw brede vleugels wiegen.
UITLEG
uitleg
UITLEG
UITLEG
UITLEG
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
Vragen bij de uitleg
zie magister
1. Wie regeerde(n) vóór koning Willem I?
2. Welke hoop hadden de liberalen in 1844 bij de eerste rede van Koning Willem II?
3. Voor welke bestuursvorm koos Willem II?
4. Wie was Thorbecke?
5. Welke politieke vernieuwing wilde hij?
6. Wat gebeurde er in 1845 in Europa?
7. Welke grote politieke veranderingen in 1848?
8. Welke sociale veranderingen in 1848?
Het koninkrijk der Nederlanden :
film Grondwet 4.00 min. 1.2
Film : de rechtsstaat 1.11 min.
1. Wat is het kenmerk van een rechtsstaat?
2. Wat zijn grondrechten?
3. Noem 3 voorbeelden van grondrechten.
4. Waarom wordt een rechter voor het leven benoemd?
5. Welke garantie heeft een burger in een rechtsstaat?

1. Waarom zijn politieke partijen belangrijk in een democratie?
2. In welke tijd ontstonden de eerste politieke partijen?
3. Waarom vormen mensen een politieke partij?
4. Waarvoor en voor wie koos Abraham Kuyper?
5. Welke partij richtte hij op?
6. Waarvoor en voor wie koos Herman Schaepman?
7. Welke partij richtte hij op?
8. Waarvoor en voor wie koos Domela Nieuwenhuis
9. Welke partij richtte hij op?
10. Waarvoor en voor wie koos Pieter Jelle Troelstra?
11. Welke partij richtte hij op?
Politieke stromingen : film eerste pol. Partijen 3.55
film over het kiesrecht 4.00

1. Wanneer kwam koning Willem III aan de macht?
2. Hoe dacht Willem III over de grondwet?
3. Wat is een parlementaire democratie?
4. Wat is het censuskiesrecht?
5. Welke grote maatschappelijke verandering ontstond einde 19e eeuw?
6. Hoe dachten de liberalen over stemrecht?
7. Wat wilden de socialisten?
8. Wat gebeurde er in 1887?
9. Wat gebeurde er in 1917?
10. Wat gebeurde er in 1919?
11. Waarvoor streden de feministen?
Pacificatie en verzuiling
1. Hoe vaak zijn er Tweede Kamer verkiezingen?
2a Wie zitten er in de Tweede kamer?
b Hoeveel mensen zitten in de Tweede Kamer?
3a Wat is een kabinet?
b Hoe wordt na de verkiezingen een kabinet
gevormd?
4 Hoeveel zetels heeft een kabinet nodig om te
kunnen regeren?
5a Wat is een coalitie?
b Wat is een fractie?
6a Wie zijn de confessionelen?
b Noem 3 voorbeelden.
7a Wanneer noem je een politieke partij links?
b Wanneer noem je een politieke partij rechts?
8a Wie heeft/hebben wetgevende macht?
b Welke stappen zijn nodig om een wetsvoorstel tot
een wet te maken?

3.2 Tweede Kamer verkiezingen 2.25 min.
1a Wat betekent de EGKS?
b Waarom werd de EGKS opgericht?
2 Welke landen richtten de EGKS op?
3a Welke naam kreeg de EGKS in 1958?
b Waarom?
4a Welke naamsverandering ontstond in 1992?
B met welke hoofdzaken houdt de organisatie zich
nu bezig?
5a Wat is de hoofdtaak van het Europese Parlement?
b Hoe worden leden van het Europese Parlement
gekozen?
6 Wat doet de Raad van Ministers?
7 Wie nemen de belangrijkste besluiten in de Europese
Unie?
8 Wat doet de Europese Commissie?


De geschiedenis van de E.U. 1.00 min.
Full transcript