Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Sociale vaardigheden 1.1

Deze presentatie gaat over de basisvaardigheden in communicatie.
by

Marlies van den Berg

on 22 August 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Sociale vaardigheden 1.1

Sociale vaardigheden 1.1
2012-2013
1. Introductie
De eerste les is ingericht om de periode op te starten. De basisbegrippen m.b.t. communicatie worden behandeld. Als warming-up zijn er een aantal opdrachten.
Non-verbale communicatie?
Non-verbale communicatie:
Stem;
uiterlijk;
lichaamshouding;
gebaren;
gezichtsuitdrukking.
(Communicatie zonder woorden)
Wanneer is non-verbale communicatie geslaagd?
Vraag:
Eerste indruk
2. Luisteren & vragen
Tijdens deze tweede les worden de allereerste basisvaardigheden voor gesprekstechniek uitgelegd: luisteren en vragen.
3. Luisterniveaus & samenvatten
Deze week gaan we vooral bezig met de techniek ‘samenvatten.’ Het belang en het doel hiervan worden uitgelegd. Ook komen de regels voor het maken van een samenvatting aan bod.
4. Feedback
Deze week besteden we aan het leren geven en ontvangen van feedback.
6. Communicatieaspecten - part 1
Deze week komen een aantal belangrijke basisbegrippen uit de communicatie aan bod. We staan 2 weken stil bij deze termen.
7. Communicatieaspecten – part 2
Deze week gaan we verder met het inhouds- en betrekkingsniveau in communicatie. Doormiddel van een experiment) komen deze twee niveaus makkelijker naar boven.
9. interculturele communicatie
Deze week volgt er een terugkoppeling op de les van de week hiervoor. De ervaring wordt omgezet naar kennis doormiddel van een theoretisch kader.
Waarden:
Normen:
"dat wat men belangrijk vindt in het leven"
"concrete gedragsregels afgeleid van waarden"
Vooronderstelling:
"aanname; als waar aangenomen gedachte; verondersteld gegeven"
Vooroordeel:
"niet op kennis of redenering, maar op neiging, traditie of navolging berustend oordeel omtrent iets of iemand"
Eerste indruk
1.
2.
4.
3.
6 seconden
Zender
Boodschap
Ruis
Ontvanger
codering
Referentiekader:
"het totaal aan waarden en normen, gewoonten, en ideeën volgens welke je denkt en handelt."
-Coderen:


-Decoderen:
"het omzetten van gedachten en gevoelens in woorden, lichaamstaal of beelden."
"het omzetten van woorden, lichaamstaal of beelden in betekenis"
Ruis:
"een communicatiestoring waardoor de boodschap niet goed overkomt:
Interne ruis: de storing ligt binnen het communicatieproces tussen zender en ontvanger.
Externe ruis: de storing ligt buiten het communicatieproces.
Waardoor ontstaat ruis?
Belangrijkste oorzaken:
onvoldoende taalvaardigheden;
in gedachten met iets anders bezig;
fysiek met iets anders bezig;
zender/ontvanger is geëmotioneerd.
Communicatie & Organisatie:
Hfd. 8.5, 8.6
Lezen als voorbereiding:
Hfd. 6.4, 7.3, 7.4, 5.2, 5.3
gespreksvaardigheden:
Luisteren
Vragen stellen
Luisterniveaus:

Passief luisteren
nauwelijks (niveau 1)
oppervlakkig (niveau 2)
inhoudelijk (niveau 3)

Actief luisteren
empathisch (niveau 4)
voortgang bevorderen

interesse tonen

de ander helpen

de ander begrijpen

aan juiste informatie komen

de structuur vasthouden
Soorten vragen
open vragen

gesloten vragen

dubbele vragen

suggestieve vragen

reflecterende vragen
valkuilen
Bagatelliseren

foutief interpreteren

diagnosticeren

moraliseren
Problemen kleiner maken dan ze zijn, als iets onbeduidends voorstellen.
Het toekennen van een verkeerde betekenis aan iemands woorden of gedrag.
* denk aan referentiekader
Mogelijke oorzaken noemen zonder te weten of dit klopt.
Eigen waarden en normen proberen op te leggen.
Maak de volgende vragen open:
• Was je vakantie leuk?
• Heb je een hyves-profiel?
• Eten we bij jou of bij mij?"
• Zit klachtafhandeling in jouw takenpakket?

Maak de volgende vragen gesloten:
• Waar zullen we uit gaan eten?
• Wat vind jij van de Excel-workshop?
• Hoe vind je je werk?
• Hoe orden jij jouw bestanden?
Opdracht
praten
samenvatten
opbouw van een gesprek
fase 1
fase 2
fase 3
fase 4
aanloopfase
planningsfase
themafase
slotfase
-begroeting
-social talk
-rollen verhelderen (wie ben ik)
-doel verduidelijken (wat wil ik)
-randvoorwaarden (bv tijd)
-hoe het gesprek gaat verlopen (+evt afspraken)
-per gesprek verschillend
-kern van het gesprek
-samenvatting van de inhoud
-controleren of dit klopt/men tevreden is
-afspaken maken
Gesloten gesprek


Halfopen gesprek


Open gesprek
samenvatten
kort en volledig
inhoud+vorm
in eigen woorden
controleren of het klopt
valkuilen...
napraten/papegaaien
het presenteren als je eigen conclusie
samenvatting is niet op inhoud gericht
Gespreksleider: groepsleider in een jongerencentrum
Cliënt: jongere

De groepsleider verteld de jongere dat hij niet langer welkom is in het jongerencentrum omdat hij een aantal regels heeft overtreden. Hij is hier al een keer voor gewaarschuwd, maar hij vind dit toch oneerlijk.
casus
feedback ontvangen
beschouw feedback positief
vraag zo nodig om verduidelijking
ga niet in de verdediging
maak afspraken voor toekomst
neem de ander, en de feedback, serieus
feedback geven
geef feedback op concreet aanwijsbaar gedrag
zeg wat dat gedrag met je doet
geef geen waardeoordeel
gebruik ik-boodschappen
wacht niet met feedback
geef niet op alle punten tegelijk feedback
geef negatieve en positieve feedback
vraag of het klopt
(hoofd)doelen in communicatie
informatie overdragen

jezelf uiten

iets van de ander willen

de ander vermaken
inhoudsniveau
betrekkingsniveau
(de letterlijke inhoud van de boodschap)
(informatie over de relatie tussen zender en ontvanger)
communicatieaspecten
zakelijk aspect:
wat zeg ik precies?
expressieve aspect:
wat laat ik van mezelf zien?
relationele aspect:
wat vind ik van de ander?
appellerende aspect:
wat wil ik van de ander?
Joharimatrix
EXPERIMENT
Experiment "X"
Doel:
subdoel 1:
subdoel 2:

Hypothese:





Opzet van het Experiment:









Werkwijze:
Middels een experiment kennis opdoen over hoe communicatie werkt.
Kennis opdoen over hoe je zelf communiceert.
Inzicht krijgen in wat 'succesvolle communicatie' is.
Hoe bewuster je bent van je eigen manier van communiceren en het communicatieproces van de ander, hoe succesvoller de communicatie is.
Om aan te tonen dat onze aanname (de hypothese) klopt, gaan we proberen om deze onderuit te halen. Met andere woorden: we gaan proberen om succesvol te communiceren 'zonder' inzicht of (voor)kennis. We hebben hier twee groepen voor nodig:

groep A: dit is de groep die het experiment gaat uitvoeren.
groep B: dit zijn de observatoren. Zij controleren het experiment en benoemen de resultaten.
Groep B krijgt instructie over het experiment en horen waar ze op moeten letten. Groep A mag voor deze eerste ronde de instructie niet horen en wachten buiten het lokaal. Zij krijgen hun opdracht pas als we gaan starten met het experiment (hoort erbij!). Als het experiment besproken is komt groep A weer binnen en start het experiment.


Groep A verlaat het lokaal weer even en groep B bespreekt na.



Groep A mag weer binnenkomen en worden nu betrokken bij de inhoud van het experiment. Met deze hernieuwde kennis en inzichten voeren ze opnieuw een opdracht uit. Groep B observeert weer.


Het experiment wordt nabesproken (resultaten).
ronde 1
ronde 2
ronde 3
ronde 4
F-culturen
G-culturen
eerbied voor ouderdom
gedetailleerde gedragsregels
geringe individuele vrijheid
angst voor schaamte
veel lijfstraffen
nadruk op hiërarchie
volgzaam, afwachtend

groepsgericht, sterke familieband
dienst en wederdienst
duidelijke scheiding van taken tussen mannen en vrouwen

emotioneel
indirecte communicatie
veel gebaren
bevelshuishouding
verheerlijking van de jeugd
globale gedragsregels
grote mate van individuele vrijheid
angst voor schuld
veel onderhandeling, discussie, uitleg
nadruk op gelijkheid
mondig, zelfstandig

individu-gericht
vrijwilligerswerk
geen scheiding taken tussen mannen en vrouwen

rationeel
directe communicatie
weinig gebaren
onderhandelingscultuur (onder andere bij de opvoeding)
knelpunten
familie
eer
rollen
gastvrijheid en visite
tijd en planning
persoonlijk of zakelijk
slecht-nieuwsgesprek
sociaal-wenselijk gedrag en antwoorden
(in)directe en relationele communicatie
tussen de F- en G-cultuur
F
M
G
eerste indruk...
A
B
5. Socialisatie en referentiekader
Deze week maken we kennis met het begrip socialisatie. Wie ben ik, maar vooral ook: waarom ben ik zo. Kernvraag: Waar komen mijn normen en waarden vandaan?
bekend aan mezelf
bekend aan de ander
onbekend aan de ander
onbekend aan mezelf
geheim
openheid
blinde vlek
onbewuste
lezen als voorbereiding:
Hfd. 8.5
lezen als voorbereiding:
Hfd. 14.3
lezen als voorbereiding:
Hfd. 25.3
lezen als voorbereiding:
Hfd. 5.2
lezen als voorbereiding:
Hfd. 5.4, 6.5
lezen als voorbereiding:
Hfd. 5.4, 6.5
RAFA
RAFA!

lezen als voorbereiding:
Hfd. 7.5
Opdracht:
Zet de volgende suggestieve vragen om in niet-suggestieve, open vragen:
• Vind jij Tessa ook zo'n rare meid?
• Korfbal is niks aan, vind jij ook niet?
• We gaan maar niet naar de Chinees hè?
• Marokko is een fantastisch land, vind je ook niet?
Bijvoorbeeld: een intakegesprek
Bijvoorbeeld: een slechtnieuwsgesprek
Bijvoorbeeld: hulpverlenend gesprek
Luisteren
Luisterniveaus:

Passief luisteren
nauwelijks (niveau 1)
oppervlakkig (niveau 2)
inhoudelijk (niveau 3)

Actief luisteren
empathisch (niveau 4)
Waar komen mijn normen en waarden vandaan?
Het proces waardoor waarden en normen worden overgedragen van mens tot mens.
Socialisatie
=
Primaire socialisatie:
Secundaire
socialisatie:
Het overnemen van waarden en normen van vrienden, de buurt, leeftijdsgenoten en massamedia.
Het overnemen van waarden en normen van gezin, familie en school.
Primaire socialisatie in het gezin:
door beloning en correctie

door imitatie

door identificatie
Peergroup

Massamedia

Bijzondere situaties
Secundaire socialisatie:
Primaire socialisatie op school:
Formele en informele overdracht normen en waarden.

Verwarring als normen en waarden afwijken van thuis.
Startvragen
Wat vind je belangrijk dat kinderen van hun ouders leren?

Word je zelf een strenge vader/moeder?

Van wie krijgt je kind seksuele voorlichting?
Opvoeden
Leef je om te werken, of werk je om te leven?

Vind je een opleiding belangrijk?

Vind je geld belangrijk?
Opleiding en werk
Vriendschap en relaties
Vind je trouwen belangrijk?

In Nederland mag je trouwen met iemand van hetzelfde geslacht, wat vind je hiervan?
Opdracht:
Hierboven zie je een cirkel. Plaats jezelf in het midden van de cirkel (in de kleine cirkel). Plaats nu, iedereen die voor jou belangrijk is / is geweest in de cirkel om jou heen.

Erg belangrijke mensen plaats je dicht bij je zelf, iets minder belangrijke mensen verder van je af. Wanneer je iedereen in de cirkel hebt geplaatst, probeer je antwoord te geven op de volgende vragen:
Joharimatrix
Referentiekader:
"het totaal aan waarden en normen, gewoonten, en ideeën volgens welke je denkt en handelt."
Waarden & normen
Groep
Overdracht van de groepscultuur: socialisatie
unilaterale communicatie
bilaterale communicatie
(eenzijdige communicatie)
(tweezijdige communicatie)
multilaterale communicatie
(meerzijdige communicatie)
Communicatierichtingen
eenzijdige comminicatie

tweezijdige communicatie

meerzijdige communicatie
- unilaterale communicatie

- bilaterale communicatie

- multilaterale communicatie
Effectieve communicatie
tip 1: codeer je boodschap goed

tip 2: herhaal zo nodig je boodschap in andere woorden

tip 3: luister naar de ander en controleer of je wordt begrepen

tip 4: communiceer doelgericht

tip 5: voorkom ruis
-bij jezelf
-bij de ander
-in de omgeving
Hoe geef ik een Nederlander een hand?
(1) U loopt met een bijna gestrekte arm op de ander af, u glimlacht.
(2) Bij het geven van de hand moet u uw elleboog buigen, dus niet gestrekt houden.
(3) U moet uw réchterhand geven. Als die bijv. in een mitella zit, dan moet u zich excuseren.

(4) U moet uw hand verticaal houden, anders denken ze dat u dominant bent of ondergeschikt.
(5) Daarna moet u met de ‘oksel’ van uw duim stevig botsen tegen de oksel van de andere duim.

(6) Knijp stevig in de hand van de ander. Hoe stevig? In een inburgeringscursus duurt het drie weken voor u dat ‘goed’ doet.
(7) U schudt éénmaal stevig vertikaal, er komen dan vanzelf twee naschudjes bij. Langer vasthouden mag absoluut niet.

(8) Tijdens het schudden moet u de ander in de ogen kijken.

(9) En u moet dan ook ontspannen knikken en glimlachen.

(10) Tot slot: u moet uw duim stevig in het zachte
vlees van de ander drukken. Dat is als het ware de punt achter de zin. De ander voelt dan dat u het méént!
F-culturen
G-culturen
eerbied voor ouderdom
gedetailleerde gedragsregels
geringe individuele vrijheid
angst voor schaamte
veel lijfstraffen
nadruk op hiërarchie
volgzaam, afwachtend

groepsgericht, sterke familieband
dienst en wederdienst
duidelijke scheiding van taken tussen mannen en vrouwen

emotioneel
indirecte communicatie
veel gebaren
bevelshuishouding
verheerlijking van de jeugd
globale gedragsregels
grote mate van individuele vrijheid
angst voor schuld
veel onderhandeling, discussie, uitleg
nadruk op gelijkheid
mondig, zelfstandig

individu-gericht
vrijwilligerswerk
geen scheiding taken tussen mannen en vrouwen

rationeel
directe communicatie
weinig gebaren
onderhandelingscultuur (onder andere bij de opvoeding)
Nabespreking
Hoe hebben jullie het bezoek aan een 'andere cultuur' ervaren?

Hoe was de eerste ontmoeting met de bezoekers uit de andere cultuur?
Uit: DOE MAAR GEWOON, 99 tips voor het omgaan met Nederlanders.
Hans Kaldenbach.
Meer misverstanden...
Een bloemetje meenemen
Nederlanders die bij elkaar op bezoek gaan, nemen vaak ‘een bloemetje’ mee. Dat is een bos bloemen. U geeft ze aan de gastvrouw. Die zegt dan meestal: 'Dat had je niet moeten doen.' Dat klinkt ondankbaar, maar is bij Nederlanders juist een teken van dankbaarheid.
Hoe bestraffen Nederlanders?
Nederlanders hebben een merkwaardige manier om te corrigeren en te straffen. Ze zéggen niet dat iets niet mag, ze stellen een vraag! Een leraar die een leerling betrapt met spieken zegt: 'Ben jij aan het spieken?' of: 'Wat doe jij nou?'
Tijd
Nederlanders hebben nooit tijd. Alles is altijd strikt gepland. Of het nu gaat om een zakelijke afspraak of een persoonlijke afspraak, een Nederlander leeft volgens de klok.

ontbijt het liefste tussen 7 en 8 uur
lunch tussen 12 en 1 uur
avondeten tussen 5 en 6 uur

om 8 uur wordt er koffie gedronken (2x een kopje, met 2 kleine koekjes of 1 grote)
Wanneer is SOV belangrijk?
Sociale vaardigheden les
In Therapie
Evaluatie
Full transcript