Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Scheikunde

No description
by

Leonora -

on 1 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Scheikunde

Hoofdstuk 3, 4, 5 en 6
Scheikunde
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Rekenen in de chemie 2
Zouten en water
3.2 Zouten
Toepassingen:
gaatjes vullen
weg bestrooien
voeding planten
Fe
Fe
2
+
3
+
elektrovalentie of waardigheid -> van het ion
Fe
Fe
+
+
2
3
ijzer(II)ion
ijzer(III)ion
Ionen
Metalen
Niet-metalen
Positief ion, want stoot elektronen af
atoom
Negatief ion, want trekt elektronen aan
Hoofdstuk 6
Rekenen in de chemie 3
atoom
Samengestelde, negatieve ionen
OH
-
=hydroxide-ion
eindigen op:
-aat
-iet
-> behalve
NH
+
4
= ammonium-ion
Positieve, samengestelde ionen
namen moet je gewoon leren,
bijvoorbeeld:
Zouten zijn neutraal
even hoge negatieve elektrovalentie als positieve
kan verhoudingsformule berekenen
Namen zouten
naam positieve ion + naam negatieve ion
triviale naam
systematische
naam
3.3 Zoutoplossingen
1
+
Watermoleculen
Watermoleculen
NaCl-ionrooster
2
3
Na (aq)
+
Cl (aq)
-
Dit proces heet:
Hydratatie
Achter het ion wordt (aq) gezet, dit is een 'toestand'.
van aqua
NaCl (s)
Na (aq) + Cl (aq)
aq
+
-
Oplosbaarheid zouten
Niet alle zouten lossen op in water.
Welke wel/niet?
Goed oplosbaar:
-als positief ion:
-als negatief ion:
natrium-, kalium-, ammoniumionen
nitraat-, acetaationen
Namen van hydroxides
ken ze bij de triviale namen
want daarbij worden ze onder andere genoemd
zie tabel 66A in Binas
=oplosvergelijking
Oplosbaarheid van metaaloxiden
Niet oplosbaar, behalve:
goed:
matig:
BaO
KO
NaO
CaO
2
2
O reageert met HO -> OH
2-
2
-
opgeloste stof
oplossing
natronloog
kaliloog
kalkwater
barietwater
natriumhydroxide
kaliumhydroxide
calciumhydroxide
bariumhydroxide
Indampvergelijkingen
laat het water verdampen dmv verhitten
ionrooster ontstaat weer,
tegenovergestelde van oplossen
Zn (aq) + SO (aq)
ZnSO (s)
indampen
4
2-
2+
3.4 Neerslagreacties
neerslagreactie= slecht oplosbare stof, met water gemengd -> stof 'valt naar beneden'
Neerslagreactie
ionen van zout kunnen niet samen in één oplossing
-> reageren tot vaste stof
(deze §)
Het zout lost niet op
(vorige §)
2 mogelijkheden:
Voorbeeld:
Lood(II)nitraat-oplossing + kaliumjodide-oplossing
Pb (aq)
NO (aq)
K (aq)
I (aq)
-
+
-
+
2
3
oplossingstabelletje
NO
3
-
I
-
Pb
K
2
+
+
g
g
s
g
neerslag
neerslag!
Dit, hierboven, heet een neerslagreactie
bij een neerslagreactie hoort een neerslagvergelijking
deze gaat alleen over het aspect dat de neerslag veroorzaakt
Pb (aq) + 2 I (aq)
PbI (s)
2
+
-
2
3.5 Toepassingen van neerslagreacties
3 toepassingen voor het gebruik van neerslagreacties.
Een ionsoort verwijderen uit een oplossing
een zout maken
een ionsoort aantonen in een oplossing
kwik verwijderen uit drinkwater
Maak je eigen zout!
Hg (aq) + CO (aq)
2+
HgCO (s)
3
2-
3
-> neerslag geflitreerd
-> schoon drinkwater
Kwik heeft positieve elektrovalentie 2
-> negatief ion
uit zout
met
S

als
oplossing erbij voegen -> natriumcarbonaat
behalve de natrium, dan
koper(II)fosfaat
koper(II) ionen + fosfaat ionen
koper(II)nitraatoplossing + natriumfosfaatoplossing
3 Cu (aq) + 2 PO (aq)

Cu(PO) (s)
2+
4
3-
4
2
3
Natriumsulfiet vs. natriumsulfaat?
1. beetje oplossen in water
Na (aq)
+
SO (aq)
+
2-
4
Na (aq)
+
SO (aq)
3
2-
vs.
2. voeg zoutoplossing toe die met één
g
is, en met de ander
s
bv. magnesiumnitraatoplossing
s
g
geen neerslag
neerslag
3.6 Kristalwater
Voorbeeld van kristalwater
koper(II)sulfaat bevat water,
want bij verhitting komt waterdamp vrij.
200 ˚C
De koper(II)sulfaat heeft het water chemisch gebonden.
Dit is kristalwater.
Notatie
Cu -ion door 5 watermoleculen 'vergezeld'
2+
CuSO • 5 HO
4
2
zout
water
Reactievergelijkingen met kristalwater
Cu (aq) + SO (aq) + 5 HO (l)
CuSo • 5 HO (s)
indampen
2+
4
2+
2
2
4
CuSO • 5 HO (s)
4
2
CuSO (s) + 5 HO (g)
4
2
verhitten
CuSO (s) + 5 HO (l)
4
2
water toevoegen
CuSO • 5 HO (s)
4
2
Hydratatie
= een omkeerbaar proces
= Stof met kristalwater
Hydraat
opnemen van water is een vorm van hydrateren
stoffen die kristalwater kunnen opnemen, kan je gebruiken als droogmiddel
nemen watermoleculen uit omgeving op,
beschermen tegen waterschade
3.7 Hard water
= kalkrijk water
Ontstaan
van hard water
Calciumbarbonaat
Magnesiumcarbonaat
Calciumcarbonaat
Magnesiumcarbonaat
beide slecht oplosbaar
komen beide veel voor in grond en gesteente
reageren beide met water waarin CO in zit opgelost
regenwater
2
+ koolstofdioxideoplossing
CaCO (s) + HO (l) + CO (aq)

Ca (aq) + 2 HCO (aq)
3
2
2
2+
3
-
MgCO (s) + HO (l) + CO (aq)

Mg (aq) + 2 HCO (aq)
3
2
2
2+
3
-
Hard water
= water dat veel Ca (aq)- en/of Mg (aq)-ionen bevat.
Hoe hoger de concentratie, hoe harder water
2+
2+
NADELEN
van hard water
best gezond, maar:
-klaksteen in bv. koffiezetapparaat
-kalkaanslag op wasmachine en vaatwasser
-stoomstrijkbout verstopt
- tegels en kranen kalkaanslag
Dit komt allemaal door het ontstaan van kalk.
Ca (aq) + 2 HCO (aq)
CaCO (s) + HO (l) + CO (g)
2-
3
-
3
2
2
KALK!
Calcium ion + negatief zeepion
kalkzeep (=neerslag)
belangrijk deel van de zeep wordt 'weggetrokken' omdat het reageert met het calcium
Je hebt veel meer zeep nodig!
Sommige bedrijven verwijderen de kalk al uit het drinkwater:
Ca (aq) + HCO (aq) + OH (aq)

CaCO (s) + HO (l)
2+
-
3
-
3
2
(dmv natronloog)
Ontharden d.m.v. ionwisselaars
hier zitten negatief gelanden atoomgroepen aan
en daaraan zitten Na-ionen
+
= natrium
voor elk kalk-deeltje dat wordt verwijderd, komen er twéé (onschadilijke) natrium-deeltjes in de plaats.
Alle Na-ionen vervangen door Ca?
zeer geconcentreerde NaCl-oplossing en klaar!
=regenereren
4.2 Molariteit
Molariteit
=het gehalte, uitgedrukt in mol opgeloste stof per liter oplossing, noem je molariteit, weergegeven met M
molariteit =
aantal mol opgeloste stof
aantal liter oplossing
M =
mol
L
= mol/L = mol • L
-1
oplossingen
met verschillende
molariteit
Notatie
0,03 M C H O
0,03 molair
[C H O] = 0,03 M
mmol • mL
6
12
6
6
12
6
oplossing met glucoseconcentratie = 0,03 mol per liter
0,03 mol per liter
oplossing met glucoseconcentratie = 0,03 mol per liter
-1
mol • L
-1
Bij zouten heb je:
- molariteit van het zout
- concentratie van de ionsoorten
Molariteit per ionsoort
Verdunningsfactor
Verandert alleen het volume, en niet de hoeveelheid opgeloste stof?
0,75 L
0,50 L
= 1,5
Van 0,50 L naar 0,75 L
0,10 mol • L
1,5
= 0,067 mol • L
-1
-1
4.3 Percentage, promillage en ppm
percentage
promillage
ppm
per honderd deeltjes
per duizend deeltjes
per miljoen deeltjes
MAC-waarde
= Maximale Aanvaardbare Concentratie
van een gas, nevel of damp. of van een stof, die voor zover de huidige kennis reikt, bij herhaalde expositie, ook gedurende een langere tot zelfs arbeidsleven omvattende periode, in het algemeen de gezondheid van zowel de werknemers als ook hun nageslacht, niet benadeelt.
4.4 De dichtheid van stoffen
Dichtheid geeft aan wat het volume is van een bep. stof met een bep. massa
Dichtheid hangt af van de fase
Dichtheid & temperatuur
verwarmen? -> stof zet uit & dichtheid wordt dus kleiner
temperatuur is dus essentieel.
Dichtheid & druk
gassen kunnen makkelijk worden samengedrukt, druk is dus van belang
Let op!
GASSEN
=
m
v
Dichtheid is gemeten bij 293˚K en bij gassen een druk van 1,0 • 10 Pa.
5
6.2 Het volume van een mol gas
Bij constante temperatuur bevatten gelijke volomes van verschillende gassen evenveel moleculen en dus evenveel mol
Het volume van één mol gas is voor alle gassen hetzelfde, bij gelijke temperatuur en druk.
Het volume van één mol gas noem je het 'molair volume', dat wordt weergegeven met het symbool Vm.
waarom?
Van mol naar gas-volume wordt er vermenigvuldigd met een constante, niet afhankelijk van soort stof dus.
Van mol naar volume van een niet-gas wordt er eerst vermenigvuldigd met het molairvolume, daarna gedeeld door de dichtheid -> wel afhankelijk van de stof
Molair volume
Afhankelijk van:
-temperatuur
-druk
Coëfficiëntenverhouding = molverhouding
CH + 3 O
2 CO + HO
2
4
2
2
2
1 : 3 2 : 1
Overmaat
van een stof als:
- twee of meer stoffen met elkaar reageren waarvan
-er één nade reactie nog aanwezig is
-er ten minste één geheel is verdwenen
6.3 Rekenen aan reacties
Hoofdstuk 5
Koolstofverbindingen
5.2
Koolwaterstoffen
Organische verbindingen
= stoffen waar koolstof in voorkomt
na de ontdekking dat er ook koolstofverbindingen zijn die niet uit een levend wezen komen
koolstofchemie
= stoffen waar koolstof in voorkomt
anorganische chemie
=stoffen waar géén koolstof in voorkomt
uitzonderingen
koolstofdioxide en koolstof mono-oxide worden tot anorganische chemie gerekend
Alkaan
= verzadigde koolwaterstoffen
huh? verzadigd?
elk C atoom is gebonden aan
vier
andere atomen
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C H
n
2n+2
De algemene samenstelling van alkanen
Homologe reeks
= een reeks van stoffen die onderling slechts verschillen in het aantal CH-fragmenten
2
molecuulformule
naam
methaan
ethaan
propaan
butaan
pentaan
hexaan
heptaan
octaan
nonaan
C H
C H
C H
C H
C H
C H
C H
C H
C H
C H
decaan
4
6
2
3
8
4
10
5
12
6
14
7
16
8
18
9
20
10
22
Naamgeving alkanen
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
1. Zoek de langste keten C-atomen
6 -> heptaan
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
2. Geef C-atomen in keten elk een opeenlopend cijfer
Begin aan de kant van de eerste vertakking
1
2
3
4
5
6
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
3. Benoem de vertakkingen,
zie schema
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
C
h
h
C
C
h
h
h
h
h
C
C
h
h
h
h
h
C
h
h
C
C
h
h
h
h
h
C
h
h
Vertakking
Vertakking
Naam
Naam
Methyl-
Ethyl-
Propyl-
(1-methyl)-
of
isopropyl
Methyl
Methyl
Ethyl
4. Voorvoegsels vóór vertakkingen
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
C
C
C
C
C
C
C
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
h
1
2
3
4
5
6
Aantal
Voorvoegsel
Één
Twee
Drie
Vier
Vijf
Zes
Zeven
Acht
Negen
-
Di
Tri
Tetra
Penta
Hexa
Hepta
Octa
Nona
dimethyl
ethyl
NAAMGEVING
1. Zet de vertakkingen (met voorvoegsel) op alfabetische volgorde
2. Zet de plaatsen van de aftakkingen voor de aftakking
3. Zet de naam van de langste koolstofgroep er achter
alkylgroepen
1. elthyl-dimethyl
2. 4-ethyl-2,2-dimethyl
3. 4-ethyl-2,2-dimethylhexaan
4-ethyl-2,2-dimethylhexaan
Structurele kenmerken van koolwaterstoffen
Verzadigde en onverzadigde koolwaterstoffen
Onverzadigd = minstens één dubbele of drievoudige binding
Verzadigd = geen dubbele of drievoudige binding
Structurele kenmerken van koolwaterstoffen
Vertakte en onvertakte koolwaterstoffen
Aromatisch = (verbindingen met) een benzeenring (in het molecuul)
Alifatisch = (verbindingen) zonder een benzeenring (in het molecuul)
Structurele kenmerken van koolwaterstoffen
Vertakte en onvertakte koolwaterstoffen
Onvertakt = als elk koolstofatoom met maximaal twee andere
koolstofatomen is verbonden
Vertakt = als elk koolstofatoom met drie of vier andere
koolastofatomen is verbonden
Primair = koostofatoom dat met één ander koolstofatoom is verbonden
Secundair = koostofatoom dat met twee andere koolstofatomen is verbonden
Tertiair = koostofatoom dat met drie andere koolstofatomen is verbonden
Quaternair = koostofatoom dat met vier andere koolstofatomen is verbonden
Structurele kenmerken van koolwaterstoffen
Cyclische en acyclische koolwaterstoffen
Cyclcische verbinding = molecuul komt in een ring voor
Acyclische verbinding = molecuul komt niet in een ring voor
Een vertakt alkaan met hetzelfde aantal C-atomen als een onvertakt alkaan, zal een hoger kookpunt hebben
Benzeen, op 3 manieren weergegeven
5.3 Naamgeving van koolwaterstoffen
Alkanen
Verzadigde, alifatische, acyclische koolwaterstoffen, met of zonder vertakkingen
oftewel
Zonder dubbele bindingen
Zonder benzeenstructuur
Zonder ring in het molecuul
Onbepaald of er tertiaire en/of quartaire koolstofatomen in voorkomen
Cycloalkanen
Verzadigde, alifatische, cyclische koolwaterstoffen, met of zonder vertakkingen
oftewel
Zonder dubbele bindingen
Zonder benzeenstructuur
Met ring in het molecuul
Onbepaald of er tertiaire en/of quartaire koolstofatomen in voorkomen
Alkenen
Onverzadigde, alifatische, acyclische koolwaterstoffen, met of zonder vertakkingen
oftewel
Met dubbele bindingen
Zonder benzeenstructuur
Zonder ring in het molecuul
Onbepaald of er tertiaire en/of quartaire koolstofatomen in voorkomen
C H
n
2n+n
C H
n
2n
C H
n
2n
Begin met nummeren bij één vertakking en nummer de kant van de eerst volgende op
1
2
3
4
5
dubbele binding driedubbele binding
di
tri
5.4 Karakteristieke groepen
In een koolstofverbinding komen ook andere atoom(groep)en voor
Karakteristieke groep
= een onderdeel van een molecuul dat niet voorkomt in de koolwaterstoffen.
Atoom(groep) met min. één ander atoom dat C of H
= een substituent (vervangt H)
Trivia
- De term 'carbonzuur' wordt alleen gebruikt als C van COOH niet aan de hoofdgroep vast kán zitten
- Één van de karakteristieke groepen (als het er meerdere zijn) is de
hoofdgroep
; bepaalt achtervoegsel en krijgt laagste plaats nummer
- Een groep (bv zuurgroep) moet volledig worden genoteerd in een structuurformule
- Soms is er alleen een groep die alleen voorkomt als voorvoegsel; zet in voorvoegsel
5.5 Fossiele brandstoffen
Steenkool:
plantenresten in elkaar gedrukt
Aardolie:
overblijfselen micro-organismes
Aardgas:
bijproduct van vorming steenkool (en soms aardolie)
Aardolie is een mengsel:
Koolwaterstoffen:
-alkanen
-cycloalkanen
-aromaten
(on)vertakt
vooral 5- en 6- ringen
zeer complexe benzeenringen
Atoomsoort
Massapercentage
C

H

S

O

N
83

12

3

1

1
DE VERBRANDINGSWARMTE VAN AARDGAS IS DE HOEVEELHEID ENERGIE DIE VRIJKOMT BIJ VERBRANDING VAN 1 M3 VAN DAT GAS BIJ 293 K EN EEN DRUK VAN 10
Full transcript