Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Grammatica - werkwoorden

No description
by

Susanne Moolenaar

on 27 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Grammatica - werkwoorden

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet of wat er gebeurt. Ze staan in elke zin. Tijdens deze uitleg leer je welke vormen van het werkwoord er zijn en oefen je ermee.

Piet loopt naar huis. Loopt = werkwoord, want het geeft aan wat Piet doet.
Hanna leest een boek. Leest = werkwoord, want het geeft aan wat Hanna doet.
Het regent heel hard. Regent = werkwoord, want
het geeft aan wat er gebeurt.
Grammatica - werkwoorden
In sommige zinnen staan meerdere werkwoorden. Een van de ww's is de
pv
. Het andere werkwoord kan een
voltooid deelwoord
zijn. Het
voltooid deelwoord
geeft aan dat
iets gebeurd is
. Er staat altijd
ge-, be-, ver-,
of
ont-
in het voltooid deelwoord. Vaak staat dit vooraan, soms in het midden.

Het huis
is

gebouwd
. Pv = is. Volt.dw. = gebouwd, want het is gebeurd.
Heb
je mijn brief
gekregen
? Pv = heb. Volt.dw. = gekregen, want het is gebeurd.
Heb
jij haar
op
ge
beld
? Pv = heb. Volt.dw. = opgebeld, want het is gebeurd.
Werkwoorden - voltooid deelwoord
In iedere zin staat een werkwoord. In sommige zinnen staan meerdere werkwoorden. De werkwoorden hebben dan een verschillende vorm.
De eerste vorm die je leert is de
persoonsvorm (pv)
. De pv vind je door
de zin in een andere tijd
te zetten. Het
werkwoord
dat
verandert
, is de
pv
.

Piet loopt naar school. -> Piet
liep
naar school. Pv = loopt
Hanna leest een boek. -> Hanna
las
een boek. Pv = lees
Job zong een lied -> Job
zingt
een lied.
Ik zwom in het water. -> Ik
zwem
in het water. Pv = zwem
Werkwoorden - de persoonsvorm
In sommige zinnen staan meerdere werkwoorden. Een van de ww's is de
pv
. Het andere werkwoord kan een
heel werkwoord
zijn. Het
heel werkwoord
is het werkwoord waar je
"wij" voor kunt zetten in de tegenwoordige tijd.


Ik
wil
graag televisie
kijken
. Pv = wil. Heel ww = kijken, want je kunt zeggen: wij kijken.
Ik
heb
zin om te
voetballen
. Pv = heb. Heel ww = voetballen, want je kunt zeggen: wij voetballen.
Kan
je oma dat wel
zien
? Pv = kan. Heel ww = zien, want je kunt zeggen: wij zien.
Werkwoorden - heel werkwoord
Grammatica blok 1
Werkwoorden - hebben, zijn, worden
Er zijn ook werkwoorden die niet aangeven wat er gebeurt of wat iets of iemand doet.
Toch noemen we dit wel werkwoorden. Er zijn 3 veel voorkomende werkwoorden:

- hebben (ik heb, jij hebt, hij heeft enz.)
- zijn (ik ben, jij bent, hij is enz.)
- worden (ik word, jij wordt, hij wordt enz.)
Full transcript